Zoeken in deze blog

dinsdag 9 oktober 2012

De HSP’er verliefd: Samenwonen of niet?

‘Negatieve relaties zijn die relaties welke in stand worden gehouden op basis van angst en verplichting, of die welke gebaseerd zijn op maatschappelijk aanzien en economisch belang. De gezonde relatie komt voort uit een combinatie van wederzijdse liefde, overtuiging, trouw en toewijding.’ Walter Riso
foto: Cristina Prades
Je bent hooggevoelig en je hebt iemand leren kennen die je leuk vindt. Je bent verliefd en je voelt je helemaal stralend gelukkig met je nieuwe vriend of vriendin. Eigenlijk willen jullie niets liever dan dag en nacht samen zijn. En als dat zo is, dan ligt samenwonen voor de hand. Ik wil hier niet in gaan op de vraag of je als HSP’er nu juist wel of juist niet gebaat bent met een hooggevoelige partner, want dat is weer een heel ander verhaal en iets waarover ik al eerder schreef.

In dit artikel wil ik me beperken tot het signaleren van een aantal valkuilen of, anders gezegd, rode vlaggen. HSP’er of niet, iemand die verliefd is beziet de wereld en met name het object van zijn liefde door een roze bril. Alles is even mooi, geweldig en fantastisch. En als je hooggevoelig bent dan is het meer dan waarschijnlijk dat je, méér dan de minder gevoelige mens, dat vermogen hebt om de kwaliteiten en de enorme (sluimerende) talenten van je geliefde aan te voelen.

En als alles dan zo mooi, geweldig en fantastisch is, en als je dan zo heel zeker weet dat deze man of vrouw de Ware, je tweelingziel, is, hoe kan het dan toch dat de helft van alle relaties geen stand houdt en eindigt in teleurstelling en vaak ook hele nare ruzie? Is het echt altijd alleen maar de schuld van de ander, of ligt het misschien ook wel aan onszelf? Zijn we wel helemaal eerlijk geweest? Hebben we wel goed gekeken? Liefde maakt blind, en goed kijken (ook naar jezelf toe) wanneer je “blind” bent is niet makkelijk. Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Als je van jezelf weet dat dit zo is, dan is het niet ondenkbaar dat je hard je best doet om jezelf er van te overtuigen dat je relatie “moet” lukken, dat het goed “moet” gaan. (‘Deze keer gaat het goed, deze keer ga ik er écht mijn best voor doen.’)

Ik raad je aan jezelf eens de volgende vragen te stellen:

  • Zie ik het enorme potentieel van mijn geliefde, en wil ik me volledig inzetten om hem/haar te helpen en tot steun te zijn?
  • Werd ik verliefd op hem/haar omdat hij/zij verliefd op míj was en ik me dankbaar voelde voor de aandacht?
  • Voel ik me vooral aangetrokken tot een of twee van zijn/haar belangrijke kwaliteiten (aanzien en geld, seks, gevoel voor humor, intelligente, enzovoort) en sta ik niet stil bij wat ik echt nodig heb om gelukkig te zijn, en wat ik niet ontvang? (emotionele en/of materiële veiligheid, respect, vetrouwen en intimiteit, erkenning van mijn kwaliteiten, genegenheid, enzovoort).
  • Sta ik vooral stil bij dingen die we met elkaar gemeen hebben en kijk ik niet bewust naar onze verschillen?
  • Weet ik diep in mijn hart dat dit niet echt de relatie is die ik wil en die goed voor me is, en neem ik dingen voor lief omdat ik het zo moeilijk vind om alleen te zijn?
Als je een van deze vragen met ja hebt beantwoord, zou het kunnen dat je op een valkuil of een rode vlag bent gestoten. Eén rode vlag hoeft geen drama te zijn, maar wees op je hoede. Kijk dan ook eens naar de volgende punten:

  • Wanneer mijn lief zijn/haar zin niet krijgt of wanneer het hem/haar tegen zit, weet ik van te voren al dat er een woedeaanval komt en dat ik overal de schuld van krijg.
  • Mijn lief neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn/haar tegenslag maar wijt alles aan het gedrag van anderen of aan uiterlijke omstandigheden.
  • Mijn lief houdt alle touwtjes graag zelf in handen en wil de baas zijn, ook over mij. (Jaloezie!)
  • Soms vertoont mijn lief ronduit onvolwassen en onverantwoordelijk gedrag.
  • Het komt nog al eens voor dat mijn lief emotioneel onbereikbaar is.
  • Het valt me op dat mijn lief regelmatig terugverlangt naar een vorige relatie; hij/zij geeft dat zelfs openlijk toe.
  • Mijn lief verwacht van mij dat ik zijn/haar treurige bestaan opvrolijk  en zijn/haar problemen voor hem/haar oplos.
  • Mijn lief is (nog) getrouwd met een ander en kan geen echte verbintenis met mij aangaan.
  • Mijn lief heeft een verslaving of vertoont verslavingsgedrag (hoewel dit volgens hem/haar geen enkel problem is).
  • Het is me opgevallen dat mijn lief in het contact met anderen wel eens niet helemaal eerlijk en zuiver is (denk aan geldkwesties, dreigementen, leugens en halve waarheden, manipulatie, enzovoort).
Heb je ook ten aanzien van dit rijtje één of een aantal keren ja gezegd, dan zou ik echt nog maar eens goed nadenken alvorens een definitieve stap in mijn relatie te zetten. En natuurlijk, hoe meer rode vlaggen je hebt gevonden, hoe voorzichtiger ik je aanraad te zijn. Niemand is volmaakt en niemand is altijd even evenwichtig en opgewekt. Als je af en toe eens iets ziet aan het gedrag van je lief dat vraagtekens bij je oproept, dan hoeft er niets aan de hand te zijn. Ik zeg alleen: let op, wees alert en kijk of er sprake is van een patroon. Neem echt ruimschoots de tijd om iemand goed te leren kennen, bij voorkeur ook in verschillende situaties en omstandigheden. Je hebt in principe nog tijd genoeg om gezamenlijke verplichtigen aan te gaan.

En dan heb ik nog een derde reeks van punten voor je, punten en kenmerken die specifiek belangrijk zijn voor jou als hooggevoelige mens.

  • Ik zie eerst altijd alleen maar de kwaliteiten van iemand, zijn goede kanten. (Hou er rekening mee dat iedereen –ook jij zelf!- een schaduwkant heeft. Altijd).
  • Ik ben zo iemand die altijd klaar staat om iedereen te helpen, en daarbij heb ik de neiging mijzelf op de allerlaatste plaats te laten komen. (Ik heb moeite met het (her)kennen en handhaven en bewaken van mijn eigen grenzen en behoeften).
  • Ik ben ervan overtuigd dat alles met liefde en met geduld te regelen is. (Ja, in veel gevallen is dat zo, maar er bestaan nu eenmaal destructieve relaties, en het enige wat dat oplevert is ellende, verdriet en mogelijk ziekte).
  • Als het mis gaat heb ik met mezelf te doen. ‘De anderen begrijpen me niet en niemand helpt mij.’ Je ziet jezelf als slachtoffer van de omstandigheden. (Je bent geen slachtoffer. Je bent een vrij mens en je kunt altijd kiezen… en daarmee zeg ik niet dat kiezen ook altijd even gemakkelijk zou zijn).
  • Ik ga ervan uit dat de ander wel zal veranderen. (Of, erger nog, dat jij de ander zou kunnen veranderen. Dat gebeurt niet. Iemand verandert alleen als hij dat bewust zelf wil; niet omdat jij dat zo graag zou willen).
Lieve hooggevoelige lezers en lezeressen, ik ben niet negatief, maar ik weet uit eigen ondervinding en op basis van mijn ervaring als coach die veel met stellen werkt, dat er nu eenmaal relaties zijn die geen toekomst hebben. En natuurlijk, elke relatie –ook de hele goede- heeft zo zijn ups en downs en ook crises horen erbij. Het kan nu eenmaal niet altijd rozengeur en maneschijn zijn. Crisismomenten zorgen ervoor dat we groeien als mens, dat we leren en ons ontwikkelen. Sterker nog, om te leren en om als mens te groeien kúnnen we niet zonder relaties, laten we dat vooral niet vergeten. De alarmsignalen en rode vlaggen slaan dan ook niet op lastige situaties en conflicten binnen de bestaande relatie, maar het gaat om diepere dingen, om patronen in iemands gedrag die om verschillende redenen niet gezond zijn en die een goede verhouding belemmeren.

Alarmsignalen en rode vlaggen gelden voor iedereen, hooggevoelig of niet. Maar gezien de basiskenmerken van hooggevoeligheid, bestaat er voor  HSP’ers nu eenmaal een groter risico om in ongezonde en destructieve relaties terecht te komen.

En wat is dan een gezonde relatie? Een gezonde relatie is gebaseerd op wederzijdse liefde, op een diepe vriendschap en op respect. Op wederzijdse steun. Op trouw en betrouwbaarheid. Op eerlijkheid. Alleen wanneer  deze pilaren aanwezig zijn, heb je een stevige basis om aan een gezamenlijke toekomst te bouwen, om de volgende stap (samenwonen, trouwen) te zetten.

Mocht je twijfelen aan de “stevigheid” van je relatie, ga dan op onderzoek uit en zie zo veel mogelijk informatie te pakken te krijgen om je inzicht te vergroten. Praat met vrienden en familie. Of misschien heb je, door het lezen van de vragen, ontdekt dat je eigen gedrag een problematisch kantje vertoont en is je daardoor duidelijk geworden wat je eigen verantwoordelijkheid is in het mislukken van je relaties. In dat geval is het aan jou zelf om stappen te ondernemen. Er is gelukkig veel literatuur over dit soort onderwerpen, maar je zou ook kunnen denken aan het inschakelen van de hulp van een coach.

Wat ook je verdere actie mag zijn, ik wens je hoe dan ook een gezonde en gelukkige relatie toe.

zondag 2 september 2012

Hooggevoeligheid en passieve agressie

Verreweg de meeste HSP’ers houden van rust en vrede. Vooral van vrede. Meningsverschillen en ruzies worden liever vermeden en voorkomen dan aangegaan. Verbaal (en uiteraard ook fysiek) geweld, vooral wanneer dat direct tegen de hooggevoelige is gericht, leiden er nog al eens toe dat de hooggevoelige mens dichtklapt en blokkeert. 
Wat is de verklaring voor zo’n emotionele blokkade? Stel je voor dat iemand boos op je is en tegen je begint te schreeuwen en te schelden. Je wordt uitgemaakt voor rotte vis en je krijgt beledigingen en verwijten naar je hoofd geslingerd. De luide stem en de nonverbale boodschappen die je te incasseren kijgt maken dat je schrikt, en wie schrikt krimpt innerlijk in elkaar. Door de schrik en de daarmee gepaard gaande paniek komt er een stoot adrenaline vrij, en iedereen weet zo ongeveer wel dat adrenaline een stresshormoon is dat de “vecht- of vluchtreactie” tot gevolg heeft. Afhankelijk van je karakter zul je aan het geweld willen ontsnappen of verlies je je zelfbeheersing en begin je terug te schreeuwen. Zowel het verlangen om weg te komen als de onbeheersbare neiging om je stem te verheffen zijn het resultaat van een innerlijke kortsluiting door een overmaat aan sensoriale input, mogelijk in combinatie met angst en het gevoel te worden aangevallen. 
De meeste HSP’ers slaan akuut dicht en zijn niet in staat om nog maar één woord uit te brengen. Ze voelen zich als verlamd. Een klein percentage hooggevoeligen reageert met terugschreeuwen. Hoewel die laatste reactie niet meteen een blokkade lijkt te zijn, is hij dat wel, aangezien de terugschreeuwende hooggevoelige net zomin tot coherente gedachten in staat is en goed kan luisteren naar wat hem precies wordt verweten als de HSP’er die zich volkomen verlamd voelt. 
Ik behoorde tot de groep van HSP’ers die dichtslaan. En niet alleen klapte ik dicht, ik voelde zelfs fysieke pijn wanneer er tegen me werd geschreeuwd. Dat was vóór ik van hooggevoeligheid had gehoord en ik er geen flauw idee van had dat ik een HSP’er ben. Ik dacht altijd dat de pijn die ik voelde het gevolg was van het feit dat ik pacifiste was (overigens, dat ben ik nog steeds). Maar intussen weet ik dat er heel iets anders aan de hand is: dat dichtslaan komt door die kortsluiting als gevolg van te veel sensoriale input en angst, en het heeft helemaal niets te maken met het feit dat ik tegen oorlog ben. Blokkeren komt zuiver en alleen door een te grote aanslag op de zintuigen en door angst. 
Iemand opzettelijk geen antwoord geven, iemand expres negeren is een van de meest gebruikte strategieën binnen wat passieve agressie word genoemd. Het lijkt onschuldig, maar het “slachtoffer”, degene die genegeerd wordt, ervaart het doodzwijgen duidelijk als een daad van agressie. Misschien is het je wel eens overkomen; dan weet je hoe erg het is. Ben je geblokkeerd geraakt op de manier zoals die hierboven is beschreven en ben je niet in staat om de persoon die tegen je tekeer gaat antwoord te geven, dan is het niet ondenkbaar dat diegene jouw zwijgen als een daad van agressie ervaart en nóg woedender wordt. 
Het is van belang om te begrijpen dat een ander niet kan weten wat er in ons omgaat, net zomin als wij met enige zekerheid kunnen weten wat een ander denkt of voelt. (Hou er rekening mee dat je intuitie niet betrouwbaar is wanneer je angstig of boos bent).  Daarom zullen we toch íets moeten zeggen, als is het maar om de ander te laten weten dat je nú niet op zijn verwijten kunt ingaan, maar dat je dit later (Over een uur? De volgede dag?) zult doen. Probeer zo specifiek zo mogelijk te zijn. Op die manier voelt de ander zich gehoord en gezien, weet hij waar hij aan toe is en kan hij er gerust op zijn dat het niet om een passief agressieve aanval van jouw kant gaat. Duidelijkheid zorgt voor kalmte. 
Hoe meer ik over dit gedrag nadacht en er met anderen over sprak, des te duidelijker het me werd dat er onder de hooggevoeligen toch wel sprake is van een zekere neiging tot het gebruik van passief-agressieve strategieën. Waarom? Als eerste omdat we geen heiligen zijn. Goed, we hebben onze morele waarden en daar zijn we trots op, en waarschijnlijk zijn we ook “goede” mensen en helpen we graag en waar we kunnen, maar dat wil niet zeggen dat we nóóit eens een moment zouden hebben waarop we niet van een ander zouden willen winnen, hem of haar de baas zouden willen zijn, of deze of gene niet eens een lesje zouden willen leren. (Heb je kinderen en geef je die wel eens straf wanneer ze weer eens zo “ontzettend klierig” zijn?)  Dáárom, én omdat, zoals we al zeiden, de meeste HSP’ers moeite hebben met ruzie en we graag een vriendelijke en aardige indruk willen maken. 

Over passieve agressie
Je zou kunnen zeggen dat passieve agressie een uiterst destructief gedragspatroon is waarbij de persoon de indruk wekt dat hij vriendelijk, toegeeflijk en behulpzaam is, terwijl hij in werkelijkheid de ander zo veel mogelijk dwars probeert te zitten. Het is een soort van wraakgedrag dat voortkomt uit (al dan niet bewust) onderdrukte woede. We zien het binnen relaties, tussen ouders en kinderen, op scholen, op het werk… kortom, overal waar mensen met elkaar in contact komen. We zien het onder hooggevoeligen, en bij mensen met een normale mate van gevoeligheid. Maar vergis je niet: de werking die van dit schijnbaar onschuldige gedrag uit gaat is absoluut vernietigend.  Mocht je iemand kennen die dit soort tactieken gebruikt, wees dan op je hoede. En mocht het zo zijn dat jij zo’n HSP’er bent die blokkeert en dan –omdat je niet anders kunt— ook gedrag van dit type vertoont, doe dan alsjeblieft je uiterste best om hier iets aan te veranderen, vooropgesteld dat je een ander niet onnodig pijn wilt doen.
Ik hamer er bij mijn cliënten altijd op hun eigen gedrag zorgvuldig te reviseren (en in dit geval zou je ook eens kritisch naar het gedrag van anderen moeten kijken). Soms bedienen we ons van strategieën waar ogenschijnlijk niks mis mee is, maar die toch een passief-agressief kantje hebben waardoor we minder aardig en empatisch over komen dan we willen.
Hier volgt een aantal voorbeelden van schijnbaar onschuldig en vredelievend gedrag dat in werkelijkheid alles behalve onschuldig, en bepaald gewelddadig is. 


‘Nee hoor, ik ben helemaal niet boos.’
Veel hooggevoeligen hebben de gewoonte hun boosheid te onderdrukken en er zijn dan ook heel wat HSP’ers die vinden dat woede negatief en slecht is. Daar komt bij dat boosheid een uiterst complexe emotie is waardoor je, juist als gevolg van die complexiteit, kunt blokkeren. Hou er rekening mee dat het negeren en het onderdrukken van de woede die je voelt, juist geldt als het meest voorkomende, klassieke passief-agressieve gedrag. Ontkennen dat je boos bent terwijl de stoom uit je oren spuit staat gelijk aan een leugen; het conflict gaat er niet van over, het wordt er alleen maar groter op.


‘Je gaat je gang maar. Doe wat je niet laten kunt.’
Mokken en je emotioneel terugtrekken is nog zo’n klassieke strategie binnen het scala van de passieve agressie. Het betreft een indirecte uiting van woede waarmee je de deur tot een open en eerlijke dialoog  stevig dicht gooit. Ook hier kan de emotionele blokkade in het spel zijn, evenals het onvermogen –vaak uit angst— de woede toe te laten en te uiten. Als je deze zinnetjes van jezelf kent, raad ik je aan eens bij jezelf na te gaan op welke momenten je ze gebruikte en wat je intentie erbij was.


‘Ik kom eraan…’
Zeggen dat je iets doet en het vervolgens niet doen, hoort ook thuis in het rijtje strategieën van passief agressief gedrag. Het is een halve waarheid, een leugen dus eigenlijk, die rechtstreeks van invloed is op de levenssfeer van de person die je hulp of je aandacht nodig heeft. Je creëert een machtssituatie met een subtiele, quasi passieve ondertoon. Bij dit zinnetje hoort nog een tweede: ‘O, ik wist niet dat je nu metéén bedoelde.’  Mocht je nog twijfelen aan de enorme agressieve lading van deze twee uitspraken, probeer je dan maar eens te herinneren of iemand ze ooit tegen jou heeft gebruikt, en zo ja, hoe je je toen voelde.

‘O, maar jij wilt het ook altijd zó perfect!’
Wanneer uitstellen of rekken geen optie is, dan heeft de passief-agressieve persoon nog een troef achter de hand. Hij doet dan wèl wat er van hem gevraagd wordt, maar hij doet dat dan slecht en ver beneden de maat, of tergend langzaam. Je kunt denken aan een leerling die zijn huiswerk halfslachtig heeft gemaakt, of aan een huisgenoot die je “helpt” met boodschappen doen en dan juist nèt datgene “vergeet” waar je om zit te springen, of dat er meer wordt uitgegeven dan de afspraak was. Wat we zien is dat de person de afspraak wèl nakomt (hij bedoelt het schijnbaar goed) maar hij doet opzettelijk iets verkeerd. Wanneer de ander hem dan ter verantwoording roept, verschuilt hij zich achter het zogenaamde perfectionisme van de ander.


‘Ik dacht dat je het wist.’
Een verhaal vertellen maar een belangrijk onderdeel daarvan verzwijgen is nog zo’n typisch passief-agressieve tactiek. Het spreekt bijna vanzelf dat het weggelaten deel van het verslag juist dát stuk is dat tot problemen zou kunnen leiden.  Dit is een strategie die veel HSP’ers bekend zal voorkomen juist omdat, zoals we al zagen, hooggevoelige mensen veelal huiverig zijn voor ruzies en conflicten. Ik kan niet nalaten om het nog maar eens te zeggen: een problem verdwijnt niet door het te verzwijgen, integendeel, het wordt er juist groter op.


‘Het was maar een grapje.’
Sarcasme is de laatste strategie die ik hier wil noemen. Hierbij geeft de spreker hardop uiting aan zijn ergernis, maar in plaats van dat op een eerlijke, zuivere manier te doen, doet hij het op indirecte en sociaal aanvaardbare wijze.  Maakt zijn ‘tegenstander’ vervolgens een gekwetste en beledigde indruk, dan trekt de ‘aanvaller’ onmiddellijk het boetekleed aan en zegt, op zijn beurt diep gekwetst, iets in de trant van: ‘Goh, ik wist niet dat je geen gevoel voor humor hebt.’


Ik hoop dat deze voorbeelden voldoende verhelderend zijn om je een duidelijk beeld te geven van een sort gedrag waar ogenschijnlijk niets op aan te merken is maar waarvan, onder de oppervlakte, een hele nare en ongrijpbare agressieve werking uit gaat die onvermijdelijk tot conflicten leidt. Ik zei het al en ik zeg het nog maar eens: het is bijzonder destructief gedrag. Als coach, maar ook op persoonlijke titel, kan ik niet voldoende aandringen op de noodzaak onze intenties en ons gedrag regelmatig en met de grootste oprechtheid onder de loep te nemen om na te gaan of we altijd wel echt zo zuiver en moreel zijn als we graag zouden willen.

zondag 12 augustus 2012

Hooggevoelig en gastvrouw/gastheer

foto: Josh van Dyke
Voor velen is dit de tijd van de grote vakantie, de tijd van bijkomen en uitrusten en van het opladen van je persoonlijke accu. Misschien doe je dat ergens in het buitenland, misschien blijf je gewoon lekker thuis. Misschien ga je ergens bij familie of vrienden logeren, of misschien krijg je zelf logés.

De afgelopen maand kreeg ik van meerdere kanten –cliënten en vriendinnen– verhalen te horen over het bezoek dat bij hen had gelogeerd. Die verhalen waren stuk voor stuk heel herkenbaar want zelf had ik ook mensen in huis en ik mag dan coach zijn, maar ik ben ook HSP en net als iedereen heb ik ook zo mijn momenten. Met name het verhaal van de pas getrouwde Cristina, die met haar man in een piepklein flatje woont en familie van haar man (een echtpaar met twee tienerzoons) te logeren kreeg, zorgde ervoor dat het me een goed idee leek om de rol van de hooggevoelige gastvrouw/gastheer tot onderwerp van deze nieuwsbrief te maken.

Cristina vroeg me om advies want ze wist zich geen raad met een situatie die haar al binnen een dag boven het hoofd was gegroeid: gevoelens van groeiende irritatie, oververzadiging en machteloosheid wonnen het van haar gebruikelijke gulheid en opgewekte humeur. En dát had weer tot gevolg dat ze zich schuldig voelde. Haar bezoek, dat zijn best deed om haar zo veel mogelijk te helpen en tegemoet te komen, kon geen goed doen. Haar schoonzus, die zich bewust was van de “overlast” die zij met haar man en kinderen bezorgde, verklaarde dat Cristina zich “nergens druk om hoefde te maken en dat zij en haar man voor de boodschappen en voor het eten zouden zorgen.” Cristina liet de hele situatie over zich heen komen (ze wilde immers dat haar schoonfamilie haar aardig zou vinden) maar kon het niet verdragen dat haar schoonzus ineens de scepter zwaaide over het keukentje en de inhoud van de koelkast. En dat was niet het enige dat haar hopeloos dwars zat en haar een pesthumeur bezorgde, maar afgezien daarvan waren er nog kwesties als de troep die niet werd opgeruimd, het lawaai en nog zo wat.

En dan het verhaal van Saskia, een van mijn hooggevoelige vriendinnen. Ze belde zomaar, om te horen hoe het met me ging, maar toen ik vroeg hoe het met haar was, vertelde ze me over hoe haar man een goede vriend had uitgenodigd om een paar dagen te komen logeren (ze wonen op een prachtige plek in de Zwitserse Alpen) en dat die vriend uiteindelijk ruim twee weken was gebleven, want “hij vond het zo heerlijk bij hen.” Saskia had niet de moed om haar man te laten weten dat ze na een kleine week al meer dan genoeg had van het bezoek en dat ze dringend behoefte had aan ruimte en rust in huis. Ze durfde het niet tegen haar man te zeggen omdat ze het egoïstisch van zichzelf vond; net alsof ze haar man het gezelschap van zijn vriend misgunde. Dat laatste was het ook niet, in tegendeel, ze was juist blij voor haar man dat zijn vriend er was. Dat kon evenwel niet verhinderen dat ze het gevoel had alsof ze haar huis en haar vrijheid kwijt was. En ook zij voelde zich schuldig.

Als je dit zo leest zou je allicht kunnen denken dat HSP’ers asociaal, intolerant en antipathiek zijn, maar is dat werkelijk zo? Nou, nee, dat is bepaald niet het geval, uitzonderingen daargelaten. De meeste HSP’ers vinden het juist heerlijk om mensen uit te nodigen, om lekker voor hun bezoek te koken en het hen in zo veel mogelijk opzichten naar de zin te maken. Het gros van de overgevoelige mensen is juist extreem gastvrij en gul, en vindt het heerlijk om met anderen te delen. De kwestie is alleen dat de meeste HSP’ers moeite hebben met het bepalen en bewaken van hun grenzen.

Het is bekend dat een hooggevoelige relatief snel het punt van sensoriale en emotionele verzadiging bereikt. Onze zintuigen zijn als sponzen die alles opzuigen, en we hebben meer tijd nodig dan de gemiddelde (niet hooggevoelige) mens om alle opgedane indrukken te verwerken. We hebben behoefte aan tijd voor onszelf alleen, of, op zijn minst, aan tijd waarin we ons om niemand hoeven te bekommeren en we onze batterijen kunnen opladen. Met logés in huis is dit dikwijls niet mogelijk.

Als we daar dan nog eens de voor de HSP’er karakteristieke behoefte aan orde en ‘perfectie’ (het huis schoon en op orde, de ideale gastrvouw/gastheer zijn, maaltijden waar niets, maar dan ook niets op aan te merken is en die bij voorkeur uit meerdere gangen bestaan, altijd even vriendelijk en voorkomend te zijn en er alles voor over hebben dat het bezoek het tweehonderd procent naar de zin heeft) aan toevoegen, plus zijn behoefte de ander te dienen en de neiging om zichzelf op de laatste plaats te laten komen, ligt het voor de hand dat dit niet goed kan gaan. Samenleven is op zich al een uitdaging die acceptatie en aanpassingen vereist, maar het delen van je eigen ruimte met mensen die je niet goed kent en die bij jou vakantie komen vieren (terwijl jij bovendien misschien ook nog gewoon naar je werk moet) waardoor je niet aan je eigen rust toekomst, staat gelijk aan stress. En stress maakt dat je weinig tot niets kunt hebben en je je overall aan gaat ergeren. Hoe gestresster je bent, des te minder je van anderen kunt hebben en des te groter je behoefte het op een krijsen te zetten. En hoe onmogelijker het voor je wordt gezellig mee te doen en van je bezoek te genieten.

Je grenzen beter bewaken
Om te beginnen zul je voor jezelf moeten uitmaken wat voor jou onontbeerlijk is om niet gespannen en geïrriteerd te raken. Met andere woorden, wat zijn jouw innerlijke grenzen? Je kunt daarbij denken aan dingen als: acht uur ongestoorde slaap, in je eentje rustig en stil ontbijten, een half uurtje mediteren per dag, bezig zijn met de verzorging van je planten, op de sportschool aan je conditie werken, geen alcohol drinken, etc., etc. Het gaat daarbij duidelijk om dingen die bijdragen aan je innerlijk evenwicht. Het leven heeft je geleerd dat, wanneer je je niet aan deze voor jou gouden regels houdt, je relatief snel zenuwachtig wordt en je opgejaagd gaat voelen.

Onder normale omstandigheden lukt het je misschien nog wel om je aan je eigen gouden regels te houden (al kan dat soms best lastig zijn) maar wanneer je logés hebt valt dat helemaal niet mee. Het is daarom een goed idee om je bezoek te laten weten dat ze absoluut welkom zijn, maar dat er een aantal dingen zijn die je, in ieders belang, graag met ze wilt afspreken. Je legt ze uit wat jouw gouden regels zijn en dat je je daar óók met bezoek in huis aan wilt houden. Als je dat bij aanvang van het bezoek doet, dan kun je dat op een gezellige, vriendelijke manier doen zonder boos of geïrriteerd te zijn. Heb je behoefte aan iets als tijd en rust –ik noem maar wat– laat dat dan weten en vráág erom. Je kunt je gasten achteraf niet iets verwijten als je je daar in het begin niet heel duidelijk over hebt uitgesproken. Met vertwijfelde uitspraken als: ‘Ze snappen toch zeker óók wel dat ik ’s ochtends wil mediteren?’ plaats je jezelf in de slachtofferrol en creëer je een hele vervelende stemming. Waarom? Omdat iemand onmogelijk iets kan snappen wat hij niet weet; jíj weet het wel, maar als je het niet duidelijk uitspreekt kun je niet aannemen dat een ander dat aan het puntje van je neus kan zien aflezen.

Het op proactieve wijze bewaken van je grenzen houdt in dat je duidelijk en nauwkeurig omschrijft wat je behoeften zijn. Elke ochtend wil je een half uurtje stilte in huis om van zeven uur tot half acht te mediteren. Je wilt dat je bezoek meehelpt in huis bij het dekken en afruimen van de tafel, en dat drie keer per dag. Je wilt dat ze de hond tussen de middag, om precies te zijn, om één uur, uitlaten. Je werkt en moet vroeg op, en doordeweeks moet je daarvoor om tien uur in bed liggen, enzovoort. Het is echt een goed idee om je bezoek aan het begin (of mogelijk zelfs nog daarvóór) van hun verblijf van deze dingen op de hoogte te brengen, want bèn je eenmaal geïrriteerd dan kun je dit waarschijnlijk alleen nog maar boos en kribbig doen. Denk eraan dat je niet vergeet om je bezoek te vragen of ze deze behoeften van jou kunnen respecteren  en honoreren, of dat er misschien van hun kant iets is waardoor dat bemoeilijkt wordt. Als jij van te voren weet dat de hond op een bepaalde dag niet uitgelaten kan worden –ik noem maar wat– dan kun je tijdig andere maatregelen treffen en hoef je je achteraf niet boos te maken of op te winden.

Het is fijn en leuk om logés te hebben. Het is verrijkend in vele opzichten. Om van je gasten te kunnen genieten en om ervoor te zorgen dat zij optimaal van jouw gastvrijheid kunnen genieten, zul je je eigen grenzen moeten kennen, duidelijk moeten maken en eraan vast moeten kunnen houden.

Ik wens jullie een fijne vakantie –hoe dan ook, waar dan ook en met wie dan ook!

Nieuwtjes
Eindelijk, mijn Spaanse boek is uit en de verkoop ervan loopt goed. Jullie hebben er waarschijnlijk niets aan, maar misschien hebben jullie Spaanse kennissen of familie die je er een plezier mee kunt doen. Ik heb me voorgenomen om in de winter aan de Nederlandse vertaling ervan te gaan werken.
Het boek was de aanleiding tot het vernieuwen en moderniseren van mijn Spaanse web en ik wil best bekennen dat ik trots ben op het frisse en tegelijkertijd hooggevoelige resultaat. 

donderdag 5 juli 2012

Hooggevoeligheid en motivatie


‘Op een dag zul je bij het ontwaken tot de ontdekking komen dat er geen tijd meer is om je dromen te verwezenlijken. Het moment om een begin te maken met de verwezenlijking van je droom is nu. Kom in actie.’
Paolo Coelho

Het thema van deze maand is in zekere zin een vervolg op het artikel van de vorige maand, De HSP'er en zijn comfortzone, maar het houdt bovendien rechtstreeks verband met het feit dat –met een beetje geluk- mijn eerste boek over hooggevoeligheid (in het Spaans) eind deze maand verkrijgbaar zal zijn.

Ik kan wel zeggen dat ik met het schrijven van dit boek, voortdurend een stapje buiten mijn comfortzone heb moeten doen. Ik heb de tijd dat ik ermee bezig was, en met name de laatste fase, voornamelijk beleefd als een strijd op meerdere fronten. Terugkijkend op het afgelopen jaar, herinner ik me weer hoe moeilijk het vaak was om elke ochtend (nou ja, bíjna elke) achter mijn bureau te gaan zitten om weer een aantal pagina’s te schrijven. En niet zomaar iets schrijven; nee het moest zinvol zijn, het moest iets bijdragen en het moest ook begrijpelijk zijn. Vaak kostte het me moeite om in beweging te komen en wist ik niet waar ik de motivatie vandaan moest halen om aan de slag te gaan. En met name het afgelopen halve jaar, toen het boek duidelijk vorm begon te krijgen, liep ik steeds vaker vast. Anders gezegd, ik kwam steeds vaker in aanraking met mijn grootste saboteur, de Bodyguard. Ik kan jullie niet zeggen hoe vaak de Bodyguard mij zinnetjes toefluisterde als:

‘Ik snap echt niet waarom je je zo uitslooft. Denk je nou echt dat er ook maar íemand is die dit soort dingen zal willen lezen? Wie denk je eigenlijk wel niet dat je bent? Als ik jou was zou ik ermee ophouden, want, zeg nou zelf, alles wat je daar zit te schrijven, dat ís toch al lang gezegd en geschreven? Hou nou gewoon maar op met die onzin, je kunt je tijd vast wel beter besteden. Zoek liever een nuttig baantje.’

Er waren momenten waarop dat stemmetje in mijn hoofd zo luid was dat ik echt niet meer geloofde in wat ik deed. Het kostte me steeds meer moeite om deze saboteur terecht te wijzen, en eigenlijk kreeg ik hem pas echt onder de duim op het moment dat ik me ineens realiseerde dat hij me niet zozeer wilde ontmoedigen als wel dat hij een goede bedoeling had: hij probeerde me in bescherming te nemen tegen een mogelijke mislukking. Anders gezegd, dat wat me ervan weerhield gewoon door te werken, dat wat ervoor zorgde dat ik absoluut geen motivatie kon vinden om geïnspireerd verder te werken, was in feite niets anders dan mijn angst voor een eventueel falen. Ik was bang dat niemand mijn boek zou willen kopen. De stem van mijn Bodyguard was luider dan die van mijn Ik.

Het ligt voor de hand dat het echt heel lastig kan zijn om zelfs maar een stapje buiten je comfortzone te doen wanneer het je aan voldoende motivatie ontbreekt. Als je geen duidelijk beeld hebt van waarvóór je je zou inspannen of waar die inspanning toe zou kunnen leiden (wat je beloning is) zul je moeilijk in beweging kunnen komen. Beloningen hangen sterk samen met basisbehoeften. Je zet je in (je vindt relatief makkelijk de nodige motivatie) om ervoor te zorgen dat er aan je basisbehoeften worden voldaan. Basisbehoeften zijn –volgens Maslow- voedsel, een dak boven je hoofd, veiligheid, genegenheid en erkenning, respect en een gevoel van eigenwaarde. Basisbehoeften kunnen dus zowel van materiële als van inmateriële of emotionele aard zijn.

Wanneer ik het over de comfortzone heb, dan denk ik daarbij met name aan temas die gerelateerd zijn aan het verbeteren van iemands potentieel, of het vergroten van iemands autonomie op emotioneel gebied. Je buiten je comfortzone wagen kan ook te maken hebben met jezelf willen bewijzen dat je iets voor elkaar weet te krijgen hoewel je je daar aanvankelijk niet toe in staat achtte. Dat is groeien. Om te kunnen groeien is het nodig dat je je nieuwe kennis eigenmaakt, en daarbij zul je op de een of andere manier een zeker risico moeten durven nemen. Zolang je de zekerheid hebt dat je met je actie de beloning zult verwerven die je voor ogen hebt is het doorgaans niet zo heel erg moeilijk om bij jezelf de nodige motivatie te vinden. Een stuk lastiger is het opbrengen van de nodige motivatie wanneer je geen idee hebt van hetgeen je te wachten staat en of er überhaupt wel een beloning zal zijn. In dat laatste geval is de kans groot dat je blijft steken in de vraag: Waarom zou ik me inspannen als ik niet eens weet wat het resultaat van mijn moeite zal zijn en of mijn actie het risico wel waard is? Ergo, waar doe ik het voor?

Het rechtstreekse gevolg van dit soort gedachten is twijfel, en waar twijfel de kop op steekt zien de saboteurs hun kans schoon. Ze beginnen je onmiddelijk te bestoken met gedachten waarmee ze je, elk op hun eigen specifieke manier, ervan zullen proberen te overtuigen dat het geen enkele zin heeft om extra je best te doen. Het enige wat ze willen is de stekker trekken uit je motivatie.

Persoonlijk heb ik sterk het gevoel dat het problem van de motivatie niet zozeer de motivatie zelf is, als wel haar schaduw, de demotivatie. Zo lang we overwegend gehoor blijven geven aan de stemmetjes van de saboteurs in plaats van aan de stem van ons eigen Ik –de kern van ons wezen die juist niets liever wil dan groeien en zichzelf overtreffen- is het niet moeilijk om gedemotiveerd te raken en te blijven. Iets wat aanvankelijk een super idee leek verandert beetje bij beetje in een nachtmerrie die steeds zwaarder op onze schouders gaat drukken en uiteindelijk zelfs tot wanhoop kan leiden. (Dit lukt me toch nooit! Ik krijg immers nooit iets van de grond!). Wat we dan zien gebeuren is dat we meer en meer alleen nog maar kunnen denken aan ons falen. We herinneren ons alleen nog maar hoe iets níet lukte en hoe we te kort zijn geschoten. Gezien het feit dat de meeste HSP’ers tot op zekere hoogte last hebben van een zwak zelfbeeld, is het niet ondenkbaar dat er, behalve van dat gevoel van “altijd” gefaald te hebben, ook nog schuldgevoelens naar boven komen die de last extra zwaar maken.

Dit is de reden waarom het zo ongelooflijk belangrijk is om die stemmetjes bewust te krijgen, om waakzaam te zijn ten aanzien van die saboteurs die ook wel beperkende gedachten of beperkende overtuigingen worden genoemd; die gedachten die proberen je motivatie  en je enthousiasme de kop in te drukken. De gedachten die je verlammen. Herken je ze, probeer dan na te gaan waar ze vandaan komen en wat hun functie is. Of ze je, zoals in mijn geval, proberen te behoeden voor een afgang of een teleurstelling. (Bijvoorbeeld: Heb je eerder een afgang/teleurstelling meegemaakt en was je enorm aangeslagen daardoor? Hebben je opvoeders je geleerd dat je maar beter niet je kop boven het maaiveld kunt uitsteken omdat hij dan wel eens afgehakt zou kunnen worden?) Om nog even bij mijn eigen voorbeeld te blijven: het kan bovendien nuttig zijn om je een beeld te vormen van dat mogelijke falen dat je door je saboteurs in het vooruitzicht wordt gesteld. In hoeverre is die verwachtig op de realiteit gebaseerd? En, als het zou gebeuren, is dat dan echt heel erg? Is falen echt het einde van de wereld? En hoe is het als je je doel slechts voor een deel weet te realiseren?

De tegenvraag zou kunnen luiden: Als ik het niet probeer, als ik niet –al is het maar een klein- stapje doe, hoe kan ik dan zeker weten dat het idee dat ik zal falen klopt? Wat weerhoudt mij van het doen van het eerste stapje dat kan leiden tot de verwezenlijking van mijn plan? Als die eerste stap lukt, dan heb ik daarmee alvast mijn eerste beloning geïncasseerd. Vervolgens kan ik het process herhalen met het tweede stapje, en het derde, enzovoort. En met elke gelukte stap heb ik mijn betreffende saboteur wat meer ontmaskerd. In dit verband wil ik er graag nog eens op wijzen hoe belangrijk het voor een HSP’er is om doelen op te splitsen in kleine stapjes of subdoelen. Wie als hooggevoelige de lat te hoog legt, gaat er licht aan onderdoor.

En dan kom ik toch nog weer even terug op het boek. Ik weet niet of het gekocht zal worden of niet. De tijd zal het leren. Wat voor mij belangrijk was, dat was het proces van het schrijven ervan. Vanaf het moment dat ik begreep dat de boodschap van mijn Bodyguard goed bedoeld was en dat hij alleen maar zijn best deed om mij voor een mogelijk falen te behoeden, was mij duidelijk dat niets en niemand mij het succes van het boek kan garanderen, netzomin als ook niemand mij kan garanderen dat het een volslagen mislukkig zal zijn. Maar zo lang ik plezier heb in het schrijven ervan en ik zo goed mogelijk mijn best doe om het tot een interessant en leesbaar geheel te maken, heb ik gedaan wat in mijn vermogen ligt. Nu ligt het manuscript bij de drukker en hangt de toekomst ervan niet meer van mij af (afgezien dan natuurlijk nog het verzorgen van de nodige marketing). Mijn doel, het proces van schrijven, van creëren, is voltooid. En daarmee ben ik in een nieuwe comfortzone aanbeland en kan ik op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging, een nieuw doel dat me voldoende kan motiveren om aan een volgend avontuur te beginnen waarmee ik als mens weer een stukje verder kan komen…

Misschien heb je behoefte om eens wat grondiger te kijken naar de relatie tussen de manier waarop jij jezelf weet te motiveren, en de werking van jouw saboteurs.  Misschien lijkt het je een goed idee om dat eens samen met een (HSP)coach te doen. Een paar sessies kunnen al heel veel inzicht geven. Coachen via Skype wordt steeds gewoner, en als je iets meer wilt weten over mijn manier van werken, stuur me dan gerust een mailtje met je vragen. En, ben je geïnteresseerd in mijn boek (helaas voorlopig alleen in het Spaans) dat eind van de maand het licht zal zien, dan stuur ik je graag meer informatie.

woensdag 6 juni 2012

De HSP'er en zijn comfortzone

‘Wie altijd doet wat hij altijd heeft gedaan, krijgt altijd het resultaat dat hij altijd heeft gehad.’

Wie is er niet vertrouwd met zijn confortzone? We hebben het hier duidelijk niet over een fysieke ruimte, maar over die gemoedstoestand waarin we tevreden zijn met ons dagelijks bestaan, waarin we het gevoel hebben dat we zijn aangekomen waar we zijn willen en we dus duidelijk niet op enige additionele stress zitten te wachten.

Ogenschijnlijk is het ook een prettige plek om te vertoeven, immers, je voelt je er veilig omdat je weet wat je hebt en omdat dat de kans op nare verrassingen zo goed als nihil is. Toch is het eigenlijk geen plek om langere tijd te blijven. En ik weet heel goed dat de meeste HSP’ers grote moeite hebben met het omarmen van nieuwe ideeën en het het maken van plannen om onbekende dingen te ondernemen, vooral ook wanneer ze zich geen duidelijk beeld kunnen vormen van de mogelijke risico’s of van alles wat hen verder nog zoal boven het hoofd zou kunnen hangen. Het is nu eenmaal zo bij veel HSP’ers dat ze de neiging hebben om met name aan díe dingen te denken die wel eens mis zouden kunnen gaan, of anders gezegd, veel HSP’ers blinken uit in het bedenken van doemscenarios. Het zal menigeen dan ook bekend voorkomen wanneer ik stel dat de HSP’er zich helemaal niet lekker voelt wanneer hij of zij van te voren niet heel zeker weet dat een bepaald, laten we zeggen, avontuur hem zal bekomen en hem in een nieuwe comfortzone zal doen belanden.

Maar is dat veilige gevoel dat een comfortzone je oplevert wel écht zo veilig? Als je zegt dat je rust, kalmte en harmonie wilt,  zeg je daarmee ook dat  je geen nieuwe uitdagingen aan wilt gaan. Dat je niet aan nieuwe avonturen wilt beginnen. Dat je geen nieuwe dingen wilt leren. Dat je geen nieuwe ontdekkingen wilt doen. Misschien zeg je zelfs ook wel dat je geen nieuwe mensen wilt leren kennen. Nee, je vindt het allemaal wel goed zo. Mocht je je in dit beeld herkennen, dan heb ik slecht nieuws voor je. Dat gevoel van rust en veiligheid dat je zo graag in stand wilt houden, is een tijdbom. Waarom? Omdat je niet de enige mens op aarde bent: je kunt dan misschien wel je eigen doen en laten controleren, maar je kunt nooit voorspellen hoe anderen om je heen zich zullen gedragen.

Je hebt een relatie met iemand die niet goed voor je is. Je wéét dat diegene niet goed voor je is, maar omdat je ook weet wat voor vlees je in de kuip hebt en je speciale antennes hebt ontwikkeld die je helpen de problemen zo veel mogelijk te omzeilen, voel je je, hoewel nou niet direct echt gelúkkig, in ieder geval veilig want je hebt –dat dénk je tenminste- de situatie in de hand. Je blijft liever in je confortzone dan de nodige moed te verzamelen om enige actie te ondernemen.  Actie ondernemen hoeft niet direct te betekenen dat je, al dan niet in een opwelling, besluit zo’n ongezonde relatie te beëindigen, maar je zou  bijvoorbeeld ook aan het aanleren van (nieuwe) communicatietechnieken kunnen denken, of aan het samen bezoeken van een relatiecoach.

Echter, ik geef je op een briefje dat, als jíj niet iets doet om een onhoudbare toestand te veranderen omdat je jezelf liever blijft wijsmaken dat het allemaal zo’n vaart niet loopt en dat je de boel onder controle hebt, er vroeger of later van buitenaf iets zal voorvallen waardoor je alsnog wordt gedwongen om iets te ondernemen. In dat geval is het niet jouw eigen besluit om uit je comfortzone te stappen, maar is het door het besluit van een ander dat je –naar alle waarschijnlijkheid juist op het moment dat je er het minst op bedacht bent- in beweging moet komen op een manier waar je dan niet zelf voor kunt kiezen.

Wie zich in zijn of haar confortzone bevindt meent ten onrechte dat hij de situatie de baas is. De tijdbom bestaat uit het simple feit dat niets in de wereld, in het universum, statisch is. Wil je echt voor zover als dat maar mogelijk is de baas over je leven zijn, dan zit er niets anders op dan zelf de touwtjes in handen te nemen en bewust stil te staan bij de vraag van wat je nu eigenlijk wilt met je leven.  Wil je niet dat er vóór jou wordt beslist , dan zul je zelf moeten beslissen. Je zult zelf het initiatief moeten nemen. En hoewel je zelfs dan nog niet kunt voorkomen dat er zich factoren van buitenaf voordoen die van invloed zijn op je bestaan, kun je in ieder geval zelf in actie komen op de wijze die jou het beste uitkomt en hoef je je geen slachtoffer te voelen wanneer die tijdbom barst zonder dat je de ellende ook maar hebt (willen) zien aankomen. HSP’ers hebben nogal eens de neiging zichzelf als slachtoffer van die harde, gemene en materialistische wereld te zien. Ja, die wereld ís materialistisch en hij is ook hard, maar dat betekent niet dat je machteloos hoeft te zijn. Mocht je meer willen lezen over deze slachtoffersrol, dan heb je misschien iets aan mijn eerdere artikel over de Dramadriehoek: ‘Redder, slachtoffer of aanklager, met welke rol identificeer je je het meest?’




Wat kun je doen?
'Durven is even je evenwicht verliezen; niet durven is uiteindelijk jezelf verliezen.’ 
S. Kierkegaard

Ben je HSP’er en zit je veilig in je comfortzone, dan is het zeer wel mogelijk dat je enorm opziet tegen alles wat samenhangt met veranderingen en actie ondernemen. Een van de kenmerken van hooggevoeligheid is immers moeite hebben met nieuwe uitdagingen en onbekende situaties. Je bent dus niet de enige die veel liever blijft zitten waar hij zit. Bang zijn mag. Bang zijn is menselijk. En het is ook helemaal waar: je weet bij het doen van stappen nooit waar je uit zult komen. Daar staat echter tegenover dat het niet minder waar is dat je, als je niet je nek uit steekt, altijd maar weer tegen dezelfde problemen op blijft lopen: net zo lang tot je, zoals we net al zagen, als gevolg van een plotselinge gebeurtenis vanuit een overwachte hoek, ineens gedwongen wordt om in beweging te komen.
Misschien is het een goed idee om eens te kijken naar waar je bang voor bent, naar wat je ervan weerhoudt om eens iets nieuws te proberen. Angsten, je zou ze ook saboteurs kunnen noemen, hebben de “taak” om je te beschermen. Ze willen je beschermen, maar daarmee zorgen ze er tegelijkertijd voor dat je innerlijk niet verder komt, dat je als mens niet groeit en je niet ontwikkelt. Deze saboteurs zijn makkelijk te herkennen aan het soort stemmetjes als: ‘Dat kun je toch niet en dat weet je best. Denk maar eens aan X, dat was immers ook een ramp.’ Of: ‘Nee hoor, géén nieuwe dingen. Blijf zou maar gewoon doen wat je altijd doet want dan weet je ook wat je kunt verwachten.’ Of: ‘Innerlijk groeien? Waarvoor in vredesnaam?  Nieuwe dingen leren? Wat een onzin. Alsof je op school al niet zat geleerd zou hebben.’ Of: ‘Veranderen? Hou toch op. Dat zeggen ze alleen maar omdat ze je op je bek willen zien gaan. Je wilt toch zeker niet voor paal staan?’ Of: ‘Weet je nou nog niet dat het onnverstandig is om de aandacht te willen trekken?’ In het artikel Hooggevoeligheid en innerlijke saboteurs kun je hier meer over lezen.

·   Is het je gelukt om zo’n stemmetje te ontmaskeren als een halve waarheid, of mogelijk zelfs als een regelrechte leugen, dan is het een goed idee om de betreffende saboteur te bedanken omdat hij je au fond alleen maar voor mogelijke ellende wil behoeden. Dat is zijn taak: je tegenhouden zodat je voor nare ervaringen gespaard zult blijven. Ooit eens was zijn advies nuttig, dat is het nu niet meer. Probeer te ontdekken waar het stemmetje vandaan komt, of het misschien het resultaat is van nare dingen die je in het verleden hebt meegemaakt of dat het deel uitmaakt van het repertoire wijze lessen die je van je ouders of van je leraren op school hebt meegekregen.
·   Stel jezelf de vraag of die waarschuwing uit je kinderjaren echt van toepassing is op de huidige situatie die om verandering smeekt.
·   Probeer een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van wát je precies zou willen  veranderen, bijvoorbeeld een gewoonte waar je last van hebt of een bepaald aanwensel. Of stel dat je iets specifieks wilt leren om verder te komen in je leven: ga dan op zoek naar de cursus die het beste bij je past en informeer naar alle details. Misschien wil je aan een nieuwe sport gaan doen, of je aansluiten bij de een of andere club: ga aan de slag en zoek alles uit wat je weten wilt. Informatie vragen kan tegenwoordig haast altijd via internet, dus als je het eng vindt om je gezicht te laten zien, dan is dat in dit stadium nog nergens voor nodig.
·   Schrijf eens op wat voor jou de voordelen zijn van het leren van iets nieuws. Bijvoorbeeld, wat schiet je ermee op om je in te schrijven voor een cursus fotografie, of om taichi te gaan doen of om te leren in het openbaar te spreken? Wat is de toegevoegde waarde daarvan voor jouw leven zoals het op dit moment is? En kijk dan ook eens naar wat het voordeel zou zijn van niets ondernemen, van gewoon te blijven doen wat je altijd al doet en wat zo lekker veilig is. Een voordeel dáárvan zou kunnen zijn dat je niet de aandacht hoeft te trekken en dat je niet uitgelachen zult worden. En probeer dan die beide kanten van de zaak eens eerlijk met elkaar te vergelijken.
·   Voor de meeste HSP’ers is het raadzaam om niet te veel tegelijk te willen veranderen. Het motto is: Verander beetje bij beetje, met kleine stapjes om de beurt. Onderzoek wat die stapjes zouden kunnen zijn. Leg je de lat te hoog, dan ga je er uiteindelijk onderdoor. Besluit je bijvoobeeld dat je Russisch wilt gaan leren,  zoek dan eerst een korte cursus voor beginnelingen. Kijk of je het wel echt leuk vindt en of je overweg kunt met je medecursisten. Daarna kun je dan kijken of je een vervolgcursus wilt doen, en dan nóg weer een…
·   Levert je eerste poging niets op, geef het dan niet meteen op. Het kan een idee zijn om te kijken naar wat er mis is gegaan (bijvoorbeeld, lag het aan je verwachtingen of was het toch te hoog gegrepen?) zodat je dat bij herhaling anders kunt doen. Ben je een HSP’er die perfectie nastreeft, leg je er dan bij neer dat je nooit honderd procent foutloos Russisch zult leren spreken. Lukt het bij de tweede poging nog niet? Geef het ook dan nog niet op. Hou vol. Iets nieuws leren (of afleren!) kost tijd en moeite. Je hebt ook niet in één keer leren lezen en schrijven, en voor staartdelingen heb je ook meerdere pogingen moeten wagen. Oefening baart kunst.
·   Vraag een naast om hulp. En ja, ik weet dat je daar als HSP’er iets voor moet overwinnen. Leg hem of haar exact uit wat je wilt bereiken en vraag of hij je daarin wil steunen. Vertel dan ook duidelijk waaruit die hulp zou moeten bestaan.
·   En heb je die eerste stap met success volbracht, aarzel dan niet om dat ook te vieren! Het maakt niet uit of je met een kleine voldoende bent geslaagd: het gaat hem om het slagen op zich en niet om het cijfer (en dat geldt in het bijzonder voor die HSP’ers met perfectionistische trekjes). 
Ik hoop dat deze ideeën je kunnen helpen om een volgende stap in je leven te zetten. En voor wat betreft het volhouden en niet opgeven als iets je niet meteen lukt, misschien kan deze korte YouTube van Nick Vujicic je tot inspiratie dienen. 
Je zou ook kunnen beslissen om eens een paar coachingsessies te nemen om te kijken wat jij zou kunnen doen om uit je comfortzone te komen. Sessies via Skype worden steeds populairder en zijn in meerdere opzichten voordelig. Wil je meer weten over het coachen in het algemeen, over HSP of over mijn manier van werken, aarzel dan niet om contact op te nemen.

dinsdag 8 mei 2012

Hooggevoeligheid en innerlijke saboteurs

Wanneer ik het over ‘saboteurs’ of over ‘gremlins’ heb, dan doel ik daarmee op storende gedachten als ‘laat ik hier maar niet aan beginnen want dat lukt me toch niet,’ of, ‘dat ben je niet waard,’ of ‘ze houden toch geen rekening met me,’ of ‘wéér niet, dat hád je kunnen weten!’ Gedachten zoals deze, die rechtstreeks voortkomen uit wat de Inner Critic wordt genoemd, kunnen ons het leven behoorlijk vergallen. Wie kent ze niet, de beren op de weg? Er zijn echter nog veel meer beperkende gedachten; zinnetjes die ons worden ingegeven door een heel leger saboteurs -of subpersonen- die voortdurend proberen ons de teugels van het leven uit handen te nemen of te houden. Dat doen ze doorgaans zonder dat we dat in de gaten hebben. Vaak dénken we dat we iets zelf beslissen, maar het komt regelmatig voor dat een innerlijke saboteur een beslissing voor ons neemt. Dat doet hij echter niet om ons te pesten maar om ons tegen allerlei (denkbeeldig) onheil te beschermen. In die zin zou je de saboteur ook een lijfwacht kunnen noemen. 


Om dit soort gedachten te herkennen kan het een goed idee zijn om te proberen ze in categorieën onder te brengen. Bijvoorbeeld, wat dacht je van de Perfectionist? Als hooggevoelige ken je hem waarschijnlijk wel, dat innerlijke stemmetje dat onmiddellijk commentaar levert wanneer iets naar jouw idee niet helemaal goed is (en waar je je dus aan ergert of flink zenuwachtig van wordt). Denk maar eens aan dat schilderij dat niet helemaal recht hangt, aan die taart die niet helemaal gerezen is of aan die losse haar op de trui van degene die voor je loopt… Daar kan die Perfectionist van jou gewoon niet tegen, en hij wil dan ook zo snel mogelijk iets doen om de “fout” te herstellen. Er zijn HSP’ers bij wie deze innerlijke Perfectionist zo sterk ontwikkeld is dat hij ze het leven onnodig lastig maakt: ze zijn voortdurend bezig met de schier onmogelijke taak van allerlei te herstellen en recht te zetten, soms met uitputting (burn-out) als gevolg. 
Er zijn nog andere saboteurs of lijfwachten die veel HSP’ers bekend zullen voorkomen. Wat dacht je van de Pleaser die het iedereen altijd naar de zin probeert te maken? Of van de Controleur die het liefste alle touwtjes in handen houdt omdat hij dan meent te weten waar hij aan toe is en zo (onaangename) verrassingen hoopt te voorkomen? Nóg een saboteur die ik in mijn coachingspraktijk vaak langs zie komen is de Pusher die altijd maar druk-druk is en die als het zusje van Ongeduldig beschouwd kan worden. 
Het is belangrijk om goed te beseffen dat deze saboteurs (er zijn er nog veel meer!) niet je vijanden zijn. Ik zei het al, ze bedoelen het goed en willen je voor allerlei onaangenaams beschermen. In de meeste gevallen zijn ze ergens in je kinderjaren in je komen wonen, op een moment dat hun aanwezigheid, hun stem, werkelijk nut had, bijvoorbeeld om je te laten weten dat er van je werd gehouden waardoor je je veilig kon voelen. 
Laat zo’n ‘lijfwacht’ zich echter horen op een moment waarop zijn mening niet gewenst is, dan wordt hij tot een echte saboteur. Hij laat je dan iets geloven wat in het hier en nu zijn geldigheid heeft verloren en daardoor niet meer waar is. Afgezien van het stemmetje van de saboteur herkennen en beseffen dat jij het niet zélf bent die aan het woord is maar een programmaatje dat je je in je jeugd bij wijze van overlevingsstategie eigen hebt gemaakt, is het een goed idee om met je overbodig geworden helper in gesprek te gaan om hem gerust te stellen. Bedank hem voor zijn hulp en inzicht en laat hem weten dat je nu graag zélf, vanuit je bewuste ego, een mening wilt ontwikkelen of een keuze wilt maken. Wat je beter niet kunt doen is proberen het stemmetje weg te drukken, want alles wat je tracht te onderdrukken of te ontkennen wordt paradoxaal genoeg alleen maar sterker. 
Misschien heb je intussen al een aardig idee van wie jouw favoriete saboteurs of beschermers zijn. Mocht je nog twijfelen, misschien heb je dan wat aan de volgende punten:

    •  Bij stress dringt een bepaald gedrag zich als het ware naar voren.   Welk soort gedrag is dat bij jou?
    • Vraag eens aan een goede bekende of een familielid wat hij of zij nou typisch gedrag van jou vindt.
    • Welk gedrag vertoon je vanuit een pure reflex? Kijk daarvoor eens naar dingen die je al gedaan hebt nog voordat je daar een bewuste, vanuit je ego gestuurde, beslissing toe hebt genomen.

Je zou ook kunnen beslissen om eens een paar coachingsessies te nemen om meer over de werkwijze van jouw saboteurs/beschermers te ontdekken. Sessies via Skype worden steeds populairder en zijn in meerdere opzichten voordelig. Wil je meer weten over het coachen in het algemeen, over HSP of over mijn manier van werken, aarzel dan niet om contact op te nemen.
En mocht je meer over dit onderwerp willen weten, ga dan eens op zoek naar de boeken van Hal en Sidra Stone, die de methode van Voice Dialogue ontwikkelden.

zondag 8 april 2012

Hooggevoelig en snel beledigd?

Deze maand wil ik het graag hebben over bot en onbeschoft gedrag en over beledigingen, iets waar je als hooggevoelige last van kunt hebben. Elaine Aron schrijft erover, maar ik ken het ook goed uit mijn eigen coachingspraktijk: hooggevoeligen die met dit soort gedrag in aanraking komen, trekken het zich nog al eens aan en voelen zich er dikwijls diep door gekwetst. Dat gekwetste gevoel kan zo ver gaan dat iemand er volledig geblokkeerd door kan raken. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik jaren geleden (in de tijd dat ik er nog geen flauw idee van had dat ik HSP ben, laat staan dat ik wist dat er zoiets als hooggevoeligheid bestond) enorm over mijn toeren was en zelfs braakneigingen had toen ik te maken kreeg met road rage en iemand zijn middelvinger naar me op stak. Gelukkig kan ik daar nu om lachen, en natuurlijk is zo’n obsceen gebaar, want dat is het uiteindelijk wel, zodanig ingeburgerd dat weinigen er zich nog druk over zullen maken. 
Inmiddels zijn mij een paar dingen duidelijk geworden. Ik heb geleerd dat mijn manier van reageren met mijzelf te maken heeft. Iemand kan mij alleen maar raken of beledigen wanneer ik mij laat raken of beledigen, wanneer ik mijzelf toesta om me door iemands gedrag aangesproken te voelen. Goed, het mag dan de opzet van die ander zijn om mij te kwetsen, maar het onbehoorlijke gedrag zegt iets over die ander en daar kan ik me niet verantwoordelijk voor voelen. Iemands botheid, gebrek aan manieren of respectloze gedrag ligt bij die iemand en niet bij mij. Ik kan daar niets aan doen en ik kan het niet veranderen. Ik heb ook geleerd dat ik als HSP’er sneller geraakt ben door dit soort gedrag omdat ik behalve het gebaar, behalve het uiterlijke zichtbare gedrag van iemand, vaak ook zijn intentie, zijn gevoel en gedachten áchter dat zichtbare gedrag opvang. Met andere woorden, als HSP’er krijg ik de dubbele laag: gebaar én intentie. En dat kan dubbel hard binnenkomen. 
Niet zelden word je als HSP’er uitgemaakt voor zwak of overgevoelig, en als dat gebeurt voel je je misschien onmiddellijk aangevallen, klein en onvolwaardig. ‘Zwak’ en ‘overgevoelig’ zijn oordelen, en degene die deze woorden uitspreekt oordeelt vanuit zijn eigen perspectief. Wat zo iemand dan in werkelijkheid zegt is: ‘Je bent zwakker/gevoeliger dan ik.’ Dat is wat hij dan denkt: hij dènkt het, maar hij kan niet met zekerheid weten of het waar is. 
Inderdaad, er zijn mensen die vinden dat HSP’ers zwakkelingen zijn. In werkelijkheid is het overgrote merendeel van de hooggevoelige mensen helemaal niet zwak in de algemene zin van het woord, maar zijn ze alleen maar… hooggevoelig. Zwak en hooggevoelig zijn twee totaal verschillende dingen. Alleen, die wetenschap kan niet verhinderen dat een HSP’er nog al eens onder beledigingen en grof gedrag te lijden heeft. Wat is er aan de hand?

Waarom komt een belediging zo hard aan?
·    Het kan zijn dat een nare opmerking hard aankomt omdat hij je (onbewust) herinnert aan iets dat je als kind vaak te horen kreeg. Je wordt uitgemaakt voor ‘slap’, het verwijt komt je bekend voor en je voelt je op slag onvolwaardig en/of schuldig. Is dat het geval dan is er sprake van een oude overtuiging, van iets dat nu niet meer voor je geldt, maar wat nog altijd pijn doet.
·    Het kan ook zijn dat je je gekwetst voelt omdat je een wat zwak zelfbeeld hebt en je zo’n negatieve opmerking automatisch opvat als een bevestiging daarvan. ‘Zie je wel,’ denk je dan, ‘ik deug inderdaad niet. Zijn zien het ook. Ik ben een slappeling.’
·    Een andere mogelijkheid is dat je jezelf graag vergelijkt met anderen, dat je graag deel uitmaakt van een groep maar dat je het gevoel hebt dat je er niet helemaal in past. Dat je toch anders bent. Dat je niet nèt zo goed, leuk, fit, slank of wat dan ook bent als de anderen. Als dat zo is, kan het zijn dat je voortdurend op je tenen loopt en je ‘beter’ voordoet dan je bent. Je voelt je dan niet prettig. In dat geval zie je waarschijnlijk ook je sterke punten niet meer en voel je je alleen nog maar de mindere omdat je je alleen nog maar op je zogenaamde tekortkomingen kunt concentreren. Iemand hoeft dan maar ‘iets’ tegen je te zeggen, en je vat het intens persoonlijk op bent prompt in zak en as. 
Het hangt helemaal van jezelf af of je je aangesproken voelt, of je je bekritiseerd of beledigd voelt. Een opmerking kan onterecht zijn, maar hij kan ook terecht zijn –niemand is immers volmaakt. Het kan best zijn dat iemand iets over je gedrag zegt wat tot op zekere hoogte, of misschien zelf wel helemaal waar is. In die zin is het dan ook verstandig om na te gaan of je iets aan je gedrag zou kunnen veranderen of verbeteren, en je zou die ander dan ook op kalme wijze kunnen vragen of hij bereid is zijn commentaar toe te lichten. 
Voel je je beledigd, gekrenkt, geïrriteerd of gekwetst dan is het misschien een idee om eens goed bij jezelf naar binnen te kijken om uit te zoeken waarom bepaalde woorden je zo van je stuk brengen. Kijk nog eens naar de punten die ik hier boven noemde en ga ermee aan de slag. Begrijp je waar je pijn vandaan komt dan verliezen kritische woorden hun “gif” en zul je er op den duur soepeler mee om kunnen gaan. Je kunt dat kijken alleen doen, of met de hulp van een coach of een therapeut die gespecialiseerd is in het herkennen en ontmaskeren van dit soort gevoelens. 
Als coach die zich met name richt op thema’s die rechtstreeks samenhangen met de hooggevoeligheid, kom ik regelmatig met deze ‘gevoelige’ kwestie in aanraking. Ik wil je graag helpen bij het ontkrachten ervan. Mocht je meer willen weten over het coachen, over mijn manier van werken (via Skype), neem dan gerust contact met mij op.