Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label basisbehoeften. Alle posts tonen
Posts tonen met het label basisbehoeften. Alle posts tonen

donderdag 5 juli 2012

Hooggevoeligheid en motivatie


‘Op een dag zul je bij het ontwaken tot de ontdekking komen dat er geen tijd meer is om je dromen te verwezenlijken. Het moment om een begin te maken met de verwezenlijking van je droom is nu. Kom in actie.’
Paolo Coelho

Het thema van deze maand is in zekere zin een vervolg op het artikel van de vorige maand, De HSP'er en zijn comfortzone, maar het houdt bovendien rechtstreeks verband met het feit dat –met een beetje geluk- mijn eerste boek over hooggevoeligheid (in het Spaans) eind deze maand verkrijgbaar zal zijn.

Ik kan wel zeggen dat ik met het schrijven van dit boek, voortdurend een stapje buiten mijn comfortzone heb moeten doen. Ik heb de tijd dat ik ermee bezig was, en met name de laatste fase, voornamelijk beleefd als een strijd op meerdere fronten. Terugkijkend op het afgelopen jaar, herinner ik me weer hoe moeilijk het vaak was om elke ochtend (nou ja, bíjna elke) achter mijn bureau te gaan zitten om weer een aantal pagina’s te schrijven. En niet zomaar iets schrijven; nee het moest zinvol zijn, het moest iets bijdragen en het moest ook begrijpelijk zijn. Vaak kostte het me moeite om in beweging te komen en wist ik niet waar ik de motivatie vandaan moest halen om aan de slag te gaan. En met name het afgelopen halve jaar, toen het boek duidelijk vorm begon te krijgen, liep ik steeds vaker vast. Anders gezegd, ik kwam steeds vaker in aanraking met mijn grootste saboteur, de Bodyguard. Ik kan jullie niet zeggen hoe vaak de Bodyguard mij zinnetjes toefluisterde als:

‘Ik snap echt niet waarom je je zo uitslooft. Denk je nou echt dat er ook maar íemand is die dit soort dingen zal willen lezen? Wie denk je eigenlijk wel niet dat je bent? Als ik jou was zou ik ermee ophouden, want, zeg nou zelf, alles wat je daar zit te schrijven, dat ís toch al lang gezegd en geschreven? Hou nou gewoon maar op met die onzin, je kunt je tijd vast wel beter besteden. Zoek liever een nuttig baantje.’

Er waren momenten waarop dat stemmetje in mijn hoofd zo luid was dat ik echt niet meer geloofde in wat ik deed. Het kostte me steeds meer moeite om deze saboteur terecht te wijzen, en eigenlijk kreeg ik hem pas echt onder de duim op het moment dat ik me ineens realiseerde dat hij me niet zozeer wilde ontmoedigen als wel dat hij een goede bedoeling had: hij probeerde me in bescherming te nemen tegen een mogelijke mislukking. Anders gezegd, dat wat me ervan weerhield gewoon door te werken, dat wat ervoor zorgde dat ik absoluut geen motivatie kon vinden om geïnspireerd verder te werken, was in feite niets anders dan mijn angst voor een eventueel falen. Ik was bang dat niemand mijn boek zou willen kopen. De stem van mijn Bodyguard was luider dan die van mijn Ik.

Het ligt voor de hand dat het echt heel lastig kan zijn om zelfs maar een stapje buiten je comfortzone te doen wanneer het je aan voldoende motivatie ontbreekt. Als je geen duidelijk beeld hebt van waarvóór je je zou inspannen of waar die inspanning toe zou kunnen leiden (wat je beloning is) zul je moeilijk in beweging kunnen komen. Beloningen hangen sterk samen met basisbehoeften. Je zet je in (je vindt relatief makkelijk de nodige motivatie) om ervoor te zorgen dat er aan je basisbehoeften worden voldaan. Basisbehoeften zijn –volgens Maslow- voedsel, een dak boven je hoofd, veiligheid, genegenheid en erkenning, respect en een gevoel van eigenwaarde. Basisbehoeften kunnen dus zowel van materiële als van inmateriële of emotionele aard zijn.

Wanneer ik het over de comfortzone heb, dan denk ik daarbij met name aan temas die gerelateerd zijn aan het verbeteren van iemands potentieel, of het vergroten van iemands autonomie op emotioneel gebied. Je buiten je comfortzone wagen kan ook te maken hebben met jezelf willen bewijzen dat je iets voor elkaar weet te krijgen hoewel je je daar aanvankelijk niet toe in staat achtte. Dat is groeien. Om te kunnen groeien is het nodig dat je je nieuwe kennis eigenmaakt, en daarbij zul je op de een of andere manier een zeker risico moeten durven nemen. Zolang je de zekerheid hebt dat je met je actie de beloning zult verwerven die je voor ogen hebt is het doorgaans niet zo heel erg moeilijk om bij jezelf de nodige motivatie te vinden. Een stuk lastiger is het opbrengen van de nodige motivatie wanneer je geen idee hebt van hetgeen je te wachten staat en of er überhaupt wel een beloning zal zijn. In dat laatste geval is de kans groot dat je blijft steken in de vraag: Waarom zou ik me inspannen als ik niet eens weet wat het resultaat van mijn moeite zal zijn en of mijn actie het risico wel waard is? Ergo, waar doe ik het voor?

Het rechtstreekse gevolg van dit soort gedachten is twijfel, en waar twijfel de kop op steekt zien de saboteurs hun kans schoon. Ze beginnen je onmiddelijk te bestoken met gedachten waarmee ze je, elk op hun eigen specifieke manier, ervan zullen proberen te overtuigen dat het geen enkele zin heeft om extra je best te doen. Het enige wat ze willen is de stekker trekken uit je motivatie.

Persoonlijk heb ik sterk het gevoel dat het problem van de motivatie niet zozeer de motivatie zelf is, als wel haar schaduw, de demotivatie. Zo lang we overwegend gehoor blijven geven aan de stemmetjes van de saboteurs in plaats van aan de stem van ons eigen Ik –de kern van ons wezen die juist niets liever wil dan groeien en zichzelf overtreffen- is het niet moeilijk om gedemotiveerd te raken en te blijven. Iets wat aanvankelijk een super idee leek verandert beetje bij beetje in een nachtmerrie die steeds zwaarder op onze schouders gaat drukken en uiteindelijk zelfs tot wanhoop kan leiden. (Dit lukt me toch nooit! Ik krijg immers nooit iets van de grond!). Wat we dan zien gebeuren is dat we meer en meer alleen nog maar kunnen denken aan ons falen. We herinneren ons alleen nog maar hoe iets níet lukte en hoe we te kort zijn geschoten. Gezien het feit dat de meeste HSP’ers tot op zekere hoogte last hebben van een zwak zelfbeeld, is het niet ondenkbaar dat er, behalve van dat gevoel van “altijd” gefaald te hebben, ook nog schuldgevoelens naar boven komen die de last extra zwaar maken.

Dit is de reden waarom het zo ongelooflijk belangrijk is om die stemmetjes bewust te krijgen, om waakzaam te zijn ten aanzien van die saboteurs die ook wel beperkende gedachten of beperkende overtuigingen worden genoemd; die gedachten die proberen je motivatie  en je enthousiasme de kop in te drukken. De gedachten die je verlammen. Herken je ze, probeer dan na te gaan waar ze vandaan komen en wat hun functie is. Of ze je, zoals in mijn geval, proberen te behoeden voor een afgang of een teleurstelling. (Bijvoorbeeld: Heb je eerder een afgang/teleurstelling meegemaakt en was je enorm aangeslagen daardoor? Hebben je opvoeders je geleerd dat je maar beter niet je kop boven het maaiveld kunt uitsteken omdat hij dan wel eens afgehakt zou kunnen worden?) Om nog even bij mijn eigen voorbeeld te blijven: het kan bovendien nuttig zijn om je een beeld te vormen van dat mogelijke falen dat je door je saboteurs in het vooruitzicht wordt gesteld. In hoeverre is die verwachtig op de realiteit gebaseerd? En, als het zou gebeuren, is dat dan echt heel erg? Is falen echt het einde van de wereld? En hoe is het als je je doel slechts voor een deel weet te realiseren?

De tegenvraag zou kunnen luiden: Als ik het niet probeer, als ik niet –al is het maar een klein- stapje doe, hoe kan ik dan zeker weten dat het idee dat ik zal falen klopt? Wat weerhoudt mij van het doen van het eerste stapje dat kan leiden tot de verwezenlijking van mijn plan? Als die eerste stap lukt, dan heb ik daarmee alvast mijn eerste beloning geïncasseerd. Vervolgens kan ik het process herhalen met het tweede stapje, en het derde, enzovoort. En met elke gelukte stap heb ik mijn betreffende saboteur wat meer ontmaskerd. In dit verband wil ik er graag nog eens op wijzen hoe belangrijk het voor een HSP’er is om doelen op te splitsen in kleine stapjes of subdoelen. Wie als hooggevoelige de lat te hoog legt, gaat er licht aan onderdoor.

En dan kom ik toch nog weer even terug op het boek. Ik weet niet of het gekocht zal worden of niet. De tijd zal het leren. Wat voor mij belangrijk was, dat was het proces van het schrijven ervan. Vanaf het moment dat ik begreep dat de boodschap van mijn Bodyguard goed bedoeld was en dat hij alleen maar zijn best deed om mij voor een mogelijk falen te behoeden, was mij duidelijk dat niets en niemand mij het succes van het boek kan garanderen, netzomin als ook niemand mij kan garanderen dat het een volslagen mislukkig zal zijn. Maar zo lang ik plezier heb in het schrijven ervan en ik zo goed mogelijk mijn best doe om het tot een interessant en leesbaar geheel te maken, heb ik gedaan wat in mijn vermogen ligt. Nu ligt het manuscript bij de drukker en hangt de toekomst ervan niet meer van mij af (afgezien dan natuurlijk nog het verzorgen van de nodige marketing). Mijn doel, het proces van schrijven, van creëren, is voltooid. En daarmee ben ik in een nieuwe comfortzone aanbeland en kan ik op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging, een nieuw doel dat me voldoende kan motiveren om aan een volgend avontuur te beginnen waarmee ik als mens weer een stukje verder kan komen…

Misschien heb je behoefte om eens wat grondiger te kijken naar de relatie tussen de manier waarop jij jezelf weet te motiveren, en de werking van jouw saboteurs.  Misschien lijkt het je een goed idee om dat eens samen met een (HSP)coach te doen. Een paar sessies kunnen al heel veel inzicht geven. Coachen via Skype wordt steeds gewoner, en als je iets meer wilt weten over mijn manier van werken, stuur me dan gerust een mailtje met je vragen. En, ben je geïnteresseerd in mijn boek (helaas voorlopig alleen in het Spaans) dat eind van de maand het licht zal zien, dan stuur ik je graag meer informatie.

maandag 6 februari 2012

HSP’er zoekt HSP’er, of juist niet?

Soms lijkt het wel eens alsof er bepaalde thema’s in de lucht zitten. Zoals jullie misschien wel weten, ik ben HSP-coach, schrijf meerdere blogs en ben ook actief in een aantal facebookgroepen voor hooggevoeligen. Het thema dat ik de afgelopen weken verschillende keren op die drie gebieden meer dan eens tegenkwam is dat van de relatie. Zo kwam ik vragen tegen als:
  • ‘Om de zoveel tijd heb ik dringend behoefte aan tijd voor mijzelf. Dan wil ik gewoon alleen zijn. Dat wil nog al eens voor spanning zorgen. Kennen jullie dat?’
  • ‘Is een HSP’er beter af in een LAT-relatie? Ieder in zijn eigen huis?’
  • ‘Ik vind het ontzettend moeilijk om dag in, dag uit dezelfde mens om me heen te hebben, ook al hou ik nog zo veel van hem. Soms denk ik wel eens dat hooggevoeligen niet in de wieg zijn gelegd voor vaste, stabiele relaties. Zijn er meer mensen die dat zo beleven?’
De mens is een social wezen, en de hooggevoelige mens is dat in het bijzonder. Onder andere dankzij het contact –zijn relaties- met andere mensen heeft hij de mogelijkheid om iets dat als een probleem, als een moeilijkheid wordt ervaren, te veranderen en tot een kwaliteit te transformeren waardoor zijn hooggevoelige gave tot zijn recht kan komen. Dat wil echter in het geheel niet zeggen dat, zoals ook al uit de bovenstaande vragen blijkt, het hebben van intenstief contact met andere mensen makkelijk zou zijn.

De mensen die we op onze levensweg tegenkomen helpen ons ontdekken wie we zijn, wat onze positieve kanten en nog te ontwikkelen lastige kanten zijn, wat we nodig hebben, wat we prettig en fijn vinden en ook datgene waar we moeite mee hebben. Het ligt voor de hand dat je partner, degene op wie je verliefd bent en die verliefd op jou is en met wie je een relatie begint, iemand is die je een prettig gevoel geeft. Je kunt je met je partner identificeren, en door dat prettige gevoel dat hij of zij je geeft, voel je je belangrijk en weet je dat je ertoe doet. Dat je telt. Je wordt gezien. Om dat prettige gevoel, dat gevoel van gezien en bemind te worden, zo lang mogelijk te kunnen beleven, kies je er al dan niet bewust voor de minder prettige kanten van je nog kersverse partner, zeg maar die facetten waarmee je je niet kunt identificeren, niet te zien of in ieder geval te negeren. Maar hoe langer deze relatie duurt en hoe meer jullie onderlinge band zich verdiept, des te lastiger wordt het om die voor jou onaangename kanten te blijven ontkennen. Sterker nog, je gaat er, precies omdát je je er niet aan probeert te ergeren, juist alleen nog maar meer aan irriteren.

Wanneer we verliefd worden doen we dat omdat we als een magneet worden aangetrokken door al die facetten in de ander waarmee we ons volledig kunnen identificeren. We voelen ons heerlijk, in de zevende hemel, we hebben het gevoel van thuis te zijn gekomen. Ineens weet je zeker dat je leven van nu af aan één groot feest zal zijn; je hebt je tweelingziel gevonden en samen kunnen jullie de wereld aan. Je straalt en je bent intens gelukkig.

Als hooggevoelige mens heb je nog al eens de neighing om je vaak al heel snel met hart en ziel aan de ander te schenken, en de mate van identificatie met je partner is zo groot dat je het gevoel hebt één met hem of haar te zijn. In deze fase van versmelting is het je volkomen om het even of je partner HSP is of niet. Het duurt een tijdje voordat de schaduwzijden van de relatie zichtbaar worden. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat je lief een dynamische persoonlijkheid heeft en meer actie nodig heeft dan waar jij behoefte aan hebt. Dit was natuurlijk van begin af aan al zo, maar je zat er niet zo mee omdat je door je enthousiasme voor al het nieuwe en opwindende over voldoende extra adrenaline beschikte om zijn of haar tempo bij te kunnen benen –een tempo dat dus boven het jouwe ligt. Of het kan gebeuren dat de ander jouw aanvankelijk inconditionele overgave als vanzelfsprekend is gaan beschouwen en er gewoon vanuit gaat dat je tot in lengte van dagen (bijna) alles voor hem of haar blijft doen of blijft oplossen, dus ook wanneer je moe bent, of wanneer je eigenlijk eens eventjes een poosje alleen zou willen zijn, of als je gewoon eens zin hebt om iets met je vriendinnen of vrienden te doen. En zo zijn er natuurlijk nog tientallen voorbeelden te verzinnen.

Dit soort momenten, de momenten waarop het anders-zijn van de hooggevoelige mens zichtbaar wordt, zijn doorgaans de momenten dat de HSP’er zich het soort vragen begint te stellen als die welke we aan het begin van dit artikel zagen. Waar komen die vragen dan vandaan? Vragen als deze zijn het rechtstreekse gevolg van het feit dat de HSP’er een aantal zeer specifieke behoeften heeft. En wanneer de hooggevoelige man of vrouw niet goed weet welke die behoeften zijn en hoe hij of zij die behoeften moet honoreren en bewaken, dan zal de liefdesrelatie meestal geen lang leven beschoren zijn.


De behoeften van de HSP’er 

De hooggevoelige mens voelt zich goed wanneer hij vanuit het midden, vanuit zijn centrum kan functioneren. Dat innerlijke evenwicht zorgt ervoor dat hij overprikkeling de baas kan en stress weet te voorkomen. Daarvoor zal er aan een aantal basisvoorwaarden voldaan moeten worden. Een aantal van die basisvoorwaarden zijn:
  • Minstens acht uur slaap.
  • Het kunnen handhaven van een duidelijke ritmische structuur die de dagindeling bepaalt. 
  • De beschikking hebben over een plek om je alleen en in alle rust terug te kunnen trekken. 
  • Tijd vrij kunnen maken voor díe momenten die onmisbaar zijn voor het ‘voeden van de ziel’, zoals contact met de natuur, meditatie, yoga of, bijvoorbeeld, de een of andere artistieke bezigheid.

  • Zo lang de HSP’er de mogelijkheid heeft om aan die basisvoorwaarden te voldoen, zal het weinig of niets uitmaken of zijn of haar partner ook hooggevoelig is. Evenmin zal er sprake zijn van een behoefte om misschien toch maar te gaan latten. De spanning ontstaat met name wanneer de hooggevoelige mens niet duidelijk heeft wat nu precies zijn behoeften zijn of hoe hij deze moet bewaken en handhaven. De spanning steekt de kop op en neemt toe wanneer er sprake is van een onduidelijke of gebrekkige communicatie en wanneer het respect jegens de behoeften van ieder van de partners ontbreekt. 
    Elke relatie is anders. Immers, elk mens is anders, is uniek. Er zijn geen regels en je kunt onmogelijk stellen dat een HSP’er zich alleen maar prettig kan voelen met een partner die ook hooggevoelig is. Je kunt ook zeggen dat hij juist géén hooggevoelige partner zou moeten hebben. We zijn dan ook méér dan alléén maar hooggevoelig, en afgezien van de basisvoorwaarden die voor elke HSP’er zo belangrijk zijn om in acht te nemen, zal hij of zij daarnaast ook individuele behoeften hebben waar rekening mee gehouden moet worden. 
    Ik zei het al, relaties zijn om van te leren en om van te groeien. Het zal niet vaak gebeuren dat je je altijd voor de volle honderd procent helemaal gelukkig voelt. Als het je lukt om juist díe momenten waarop er iets ‘mis’ is, open en vanuit een positieve, onderzoekende houding te benaderen, geef je jezelf daarmee een mooi groeicadeau. 
    Het zal dus duidelijk zijn, er bestaan geen recepten voor de liefdesrelatie van de hooggevoelige mens. Er zullen altijd HSP’ers zijn die het liefste een andere HSP’er aan hun zijde hebben, en net zó zullen er hooggevoeligen zijn die zich beter voelen met een niet-HSP’er als partner omdat er dan misschien meer uit hun handen komt. Maar één ding is duidelijk: een relatie zal nooit lang stand houden als je, als HSP’er, niet je eigen grenzen kent en die weet te bewaken, als je een goede communicatie niet tot een van de hoogste prioriteiten hebt gemaakt en als er tussen jou en je partner geen sprake is van wederzijds respect. 
    Er is echter iets wat nóg belangrijker is dan dit, en dat is dat jij, als HSP’er, vooral een diep respect voor jezelf zult moeten koesteren. Jij bent namelijk de enige die weet wat jij op een bepaald moment en onder bepaalde omstandigheden nodig hebt. Wil je als HSP’er een langedurige en stabiele relatie hebben, dan zul je over de nodige zelfkennis moeten beschikken en zul je daarnaast in staat moeten zijn om op duidelijk en kalme wijze uit te leggen wat er aan de hand is en waar je behoefte aan hebt. Je kunt niet van je partner –of van je ouders, je kinderen of collega’s- verwachten dat ze automatisch zien en begrijpen waar jij op een bepaald moment mee zit en wat je nodig hebt. Iedereen beziet de wereld vanuit zijn eigen optiek, vanuit zijn eigen context. We zien de ander doorgaans niet hoe hij of zij zichzelf beleeft, maar zoals wij hem tegen de achtergrond van onze eigen ervaringen beleven, en omgekeerd. En als je dat beseft en daarmee rekening kunt houden, zul je begrijpen hoe enorm belangrijk het is om steeds maar weer uit te leggen hoe jij als HSP’er jouw wereld ervaart. En de enige die dat kan, dat ben je dus zelf. 
    Het kan een goed idee zijn om hulp te vragen bij het ontdekken van je persoonlijke behoeften en bij het leren bewaken van je grenzen. Je zou daarvoor heel goed kunnen aankloppen bij een HSP-coach die veel ervaring heeft met dit soort werk. Enkele sessies kunnen al voldoende zijn om tot een beter zelfinzicht te komen en communicatietechnieken te leren. Uiteraard wil ik je als HSP-coach graag helpen en ben ik voor dit soort sessies beschikbaar.

dinsdag 10 januari 2012

HSP en eenzaamheid

Het nieuwe jaar is alweer bijna twee weken oud, maar toch wil ik iedereen alsnog een goed jaar vol hooggevoelige kracht, licht, geduld, gezondheid en wijsheid toewensen.

In meerdere HSP-fora, maar ook in enkele mails die mij de afgelopen dagen bereikten, werd gesproken over de eenzaamheid die vooral tijdens de feestdagen zo intens beleefd kan worden.

Zo was er iemand die schreef:

'Ik wens iedereen een goed nieuw jaar. Ik hoop dat niemand zich zo verschrikkelijk eenzaam heeft gevoeld als ik op oudejaarsavond, met al mijn familie en vrienden om mij heen.'

Ik vermoed dat dit veel HSP’ers bekend voorkomt.

De feestdagen, de periode vanaf Sinterklaas tot en met Driekoningen, betekenen voor veel hooggevoeligen een tijd van stress en verplichtingen.

Met vrienden en familie feestvieren heeft vele kanten. Het vooruitzicht op gedeelde gezelligheid is doorgaans iets om je op te verheugen. Maar het plannen, inkopen, voorbereiden en daarbij steeds kijken tot waar je kunt gaan en je grenzen blijven bewaken, dat valt niet altijd mee. Het gebeurt nog al eens dat de HPS’er zich laat overrompelen door verzoeken van anderen, terwijl het ook lastig kan zijn om alle publiciteit die er in dit jaargetijde over de mensheid wordt uitgestort, kritisch te blijven bekijken. Zo wordt de indruk gewekt dat ‘echte gezelligheid’ alleen maar mogelijk zou zijn met stapels (grote en dure) cadeaus, grote hoeveelheden –bijzonder- eten, veel drank en natuurlijk ook die feestelijke kledij.

Kijken we dan ook eens naar de basisbehoeften van de doorsnee HSP’er, dan wordt al snel duidelijk dat het een en ander niet verenigbaar is. Bij “echte gezelligheid” denkt hij immers veel meer aan rustig en relaxt, een klein en select gezelschap, eenvoud, een goed gesprek en mogelijk enige introspectie.

Iemand anders schreef:


'Op oudejaarsavond voelde ik me, ondanks alle mensen om me heen, zo intens alleen dat ik niet anders kon dan me terugtrekken op mijn kamer om in alle rust een beetje te lezen en te schrijven, terwijl de anderen in de woonkamer luid aan het feesten waren.'

En hoewel het een feit is dat er ook hooggevoeligen zijn die dol zijn op feestvieren met dansen en luide muziek, en die dat zelfs zo nu en dan echt nodig hebben om zich eens helemaal uit te kunnen leven, ligt de behoefte van de meeste HSP’ers toch eerder op het gebied van een meer ingetogen sfeer.


Je eenzaam voelen met veel mensen om je heen, hoe kan dat?

De mens, dat weten we allemaal, is een social wezen. Een social wezen heeft behoefte aan contact met andere mensen. Maar wat wil dat precies zeggen? Wat bedoelen we met dat woordje ‘contact’? Om te beginnen hebben we elkaar als mensen nodig om aan de meest elementaire basisbehoeften te kunnen voldoen: zo kunnen we bijvoorbeeld niet zonder boer, zonder bakker en zonder alle mensen die nodig zijn om onze huizen te bouwen. We hebben mensen nodig die in de meest ruime zin werk voor ons verzetten, en net zo moeten wij werk voor anderen doen. We kunnen niet zonder mensen die vaardigheden en talenten bezitten die wij zelf niet bezitten, en net zo zijn anderen die ónze vaardigheden niet bezitten en nodig hebben weer op óns aangewezen. We vullen elkaar aan en we zijn van elkaar afhankelijk voor onze primaire lichamelijke en geestelijke behoeften en voor onze veiligheid. We dragen bij aan het bestaan van anderen, en anderen dragen bij aan ons bestaan.

Daarnaast hebben we vrienden nodig, en collega’s, om ons gewaardeerd te kunnen voelen, om te weten dat de dingen die we doen zinvol zijn. We willen ons kunnen identificeren en ergens bij kunnen horen, en daarvoor zoeken we aansluiting bij grotere groepen (wij zijn hooggevoelig!). Het besef ergens bij te horen, ergens deel van uit te maken, geeft een gevoel van zekerheid en wie ergens bij hoort voelt zich minder alleen.

Vanaf dat punt begin je je met anderen te vergelijken. Het is een bijzondere gewaarwording dat je dingen met anderen deelt, maar dat je tegelijkertijd toch ook juist heel anders bent. Dat je jezelf bent en niet de ander. Jij bent jouw eigen IK. En jouw eigen IK is niet hetzelfde als het IK van die ander. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar het grappige is dat we er dan vaak onmiddellijk weer toe neigen om vooral te letten op al die facetten die we met de ander gemeen hebben. Zo lang we ons concentreren op onze raakvlakken met de ander voelen we ons minder alleen.

Laten we weer eens naar de feestdagen kijken. De meeste hooggevoeligen hebben een sterke behoefte aan echte verbinding met andere mensen. Oppervlakkig contact is in de regel niet wat ze primair zoeken. Oppervlakkige gesprekjes zijn misschien wel een poosje leuk – voortdurend diep en intens contact hebben kan hondsvermoeiend zijn- maar het is niet iets wat de HSP’er op de lange duur bevredigt. De hooggevoelige heeft doorgaans meer ‘voeding’ nodig, en daarnaast wil hij ook graag meer ‘voeding’ kunnen geven. De Kersttijd, die begint met de adventsweken en eindigt met het feest van Driekoningen, geldt voor veel hooggevoeligen als een hele bijzondere tijd van het jaar. Het is een tijd waarin je doorgaans wat meer bij jezelf naar binnen kijkt. Bepaalde waarden zoals oprechtheid, rechtvaardigheid en naastenliefde, worden op een dieper niveau beleefd. De manier waarop deze feestdagen in reclames worden afgebeeld, komt in veel gevallen op ons over als vals en leugenachtig. De overdaad, de frivoliteit en de valse schone schijn stroken niet met die innerlijke waarden. Het is dan ook niet ondenkbaar dat we ergens het verlangen koesteren om juist deze tijd, de Kersttijd, te vieren zoals deze oorspronkelijk bedoeld is. In mijn vorige nieuwsbrief schrijf ik hier wat meer over.

Bevinden we ons in een gezelschap dat Kerstmis anders wil vieren dan wij, dan kan het gebeuren dat er niet wordt voldaan aan die, zo kenmerkende HSP-behoefte van het maken van verbinding. Anders gezegd, je kunt je niet identificeren met de groep: we zoeken naar wat we met anderen gemeen hebben, maar in dit geval wordt die behoefte in onvoldoende mate bevredigd. We staan dan met lege handen, of liever, met een leeg hart. En een leeg hart staat gelijk aan eenzaamheid.

De werkelijke intelligentie werkt in stilte, zegt Echkart Tolle. Het werkelijke begrijpen vindt plaats in stilte. De eenzaamheid is stilte, en het is de ontmoeting met jezelf, met die IK van je allerdiepste kern. En ja, zeker in het begin is zo’n ontmoeting niet altijd even leuk –het kan zelfs een angstige ervaring zijn. Misschien vind je die IK die je daar diep van binnen tegenkomt wel helemaal niet zo leuk en aardig, en in die zin is het alleen maar een begrijpelijke reactie om die IK niet onder ogen te willen zien. Het is echter daar, diep van binnen, waar we als mens kunnen groeien. Alleen wanneer we de moed opbrengen om te proberen onszelf te zien zoals we echt zijn –en dan niet alleen onze mooie en dappere kant- met al onze angsten en tekortkomingen, met onze duistere facetten en onhebbelijkheden, kunnen we bewust besluiten om dingen in onszelf te overwinnen.

De reclame, om daarop terug te komen, wil ons doen geloven dat het triest en zielig is om alleen te zijn. Je zou dat dus moeten zien te voorkomen, lijkt het. Erger nog, het lijkt haast wel alsof je iets verkeerd zou doen, of dat je een slecht mens zou zijn als je de feestdagen liever niet zonder mensen doorbrengt, of als je je gewoon liever afzondert tijdens het feestgedruis. Alsof je op zijn minst raar of zonderling zou zijn als je gewoon liever alleen wilt zijn. En dat is een leugen.

We worden alleen geboren en ook sterven doen we alleen. En dat is niet zielig of triest. De behoefte om zo nu en dan eens alleen te willen zijn is een intens menselijke behoefte, net zoals het met anderen willen delen en samen willen zijn een intens menselijke behoefte is. En leren om met jezelf alleen te kunnen zijn, om dat alleen zijn aan te kunnen, is dat ook. De eenzaamheid leren waarderen, beste HSP’ers, is dan het volgende stapje.

Als hooggevoelige mens hebben we het nodig om ons van tijd tot tijd eens helemaal af te zonderen. Nog los van het belangrijke feit dat je beetje bij beetje meer over jezelf gaat ontdekken en mogelijk besluit om met die zelfkennis aan de slag te gaan, is bewust gekozen eenzaamheid voor de HSP’er een medicijn. Alleen zijn met jezelf is voor velen –en voor de een meer dan voor de ander- dé manier om je batterijen op te laden en om je creativiteit te wekken en te cultiveren. Die noodzaak is er uiteraard het hele jaar door, maar mogelijk heb je er juist in de Kersttijd extra behoefte aan. Dat is dus niet raar of vreemd, maar het sluit aan bij het sterke innerlijke verlangen dat veel hooggevoeligen kennen, namelijk, het verlangen om de donkerste maand van het jaar op een zinvolle en bevredigende wijze te beleven. Ik wil dit artikel graag besluiten met het tweede deel van de uitspraak van Eckhart Tolle:

In de stilte bevinden zich de creativiteit en de oplossing voor velerlei problemen.

Ik wens jullie een goede januarimaand toe!