Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label onzekerheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onzekerheid. Alle posts tonen

vrijdag 17 oktober 2014

HSP, kwetsbaarheid en perfectionisme

'Ik zou wel willen, maar ik ben net weer drie kilo aangekomen, en dat is geen gezicht.'  
'Goh, wat een leuk idee... Tja, maar wel erg kort termijn en dus geen tijd om eerst nog naar de kapper te gaan. Niet dus. Trouwens, ik heb ook niks fatsoenlijks om aan te trekken.' 
'Nee, joh, ga weg. Dat is niks voor mij. Ik kom sowieso al moeilijk uit mijn woorden, en dan met zo'n camera voor je neus...'
Zie hier een handjevol reacties van mensen die ik vroeg om mee te werken aan opnamen voor de documentaire over HSP die hier in Spanje door de nationale TV wordt gemaakt. De opnamen zijn inmiddels achter de rug en het was vier dagen lang keihard werken, maar we hebben genoten. Er was mij gevraagd om meerdere hoogsensitieven voor te dragen, al dan niet cliënten van mij, die bereid waren om voor de camera iets te vertellen over wat het voor hen betekent om hoogsensitief te zijn en hoe ze omgaan met de positieve en de negatieve kanten van deze trek.

Zoals je waarschijnlijk wel weet zijn de meeste HSP'ers introvert en hebben ze bovendien vaak een lange bedenktijd nodig om alle voors en tegens zorgvuldig af te wegen. Nu is lang een relatief begrip, maar voor velen was een kleine twee weken te kort. Vreemd genoeg was er eigenlijk niemand die vroeg of hij er een tijdje over mocht nadenken, maar hadden verreweg de meesten meteen een excuus(?) paraat, terwijl de ja-zeggers dat vrijwel meteen en met enthousiasme deden. En wat door mijn verzoek natuurlijk ook heel duidelijk aan het licht kwam was het feit dat veel HSP'ers met een zwak zelfbeeld kampen. (zie o.a. Elaine Aron "The Undervalued Self").

Het is niet voor elke HSP'er even makkelijk om voor zijn hooggevoeligheid uit te komen; wanneer het binnen de eigen kring al pijnlijk is, is ermee op de TV komen natuurlijk helemaal erg moeilijk. Dat begrijp ik best. Jezelf blootgeven en voor schut staan, termen die gebruikt werden, ja hoor, ik kan me er echt alles bij voorstellen.

Toevallig, of misschien ook helemáál niet zo toevallig, las ik in de afgelopen weken een boek van Brené Brown, 'De Kracht van Kwetsbaarheid'. Een aanrader. Misschien kennen jullie haar wel van haar overbekende TED-lezingAlles wat ik las had indirect met het thema van wel of niet meedoen met het programma te maken, en het maakte vooral ook zo duidelijk waarom sommigen wèl bereid waren om voor de camera hun verhaal te doen.

'Naarmate  we meer bereid zijn onze kwetsbaarheid te erkennen, en te omarmen, ' zegt Brené Brown, 'zullen we meer moed en betrokkenheid tonen; naarmate we ons echter meer afschermen van onze kwetsbaarheid, zullen we meer vanuit angst en minder vanuit verbondenheid handelen.' En dat klopte helemaal met wat mij was opgevallen. Diegenen die mee wilden werken aan het programma, deden dat omdat ze zich realiseerden dat ze met hun verhaal veel 'slapende' HSP'ers (een term die ik gebruik voor mensen die nog nooit van de term hooggevoelig of hoogsensitief hebben gehoord en die last ondervinden van de schaduwkant van deze trek) een dienst kunnen bewijzen; ze waren bereid hun kwetsbaarheid te erkennen en dat gaf hen de moed die nodig was om hun enorme betrokkenheid te tonen. Die betrokkenheid won het van hun onzekerheid en schroom. Ik vind dat diep ontroerend.

Brown gaat in haar boek in op het verschil tussen schaamte en kwetsbaarheid. Ze laat niet alleen zien dat schaamte en betrokkenheid onverenigbaar zijn maar ze legt ook verband tussen schaamte en perfectionisme. Browns boek is niet geschreven voor hoogsensitieve mensen, maar eigenlijk zou elke HSP'er het moeten lezen want zoals jullie vast wel weten is het streven naar volmaaktheid een van de valkuilen van de hooggevoelige mens.


Perfectionisme en schaamte versus kwetsbaarheid en betrokkenheid
Een van de dingen die Brown in haar boek laat zien is dat perfectionisme en schaamte op dezelfde wijze met elkaar samenhangen als kwetsbaarheid en betrokkenheid dat doen. Degenen die besloten om mee te doen aan de documentaire lieten zich van hun meest kwetsbare kant zien om anderen te helpen; dat is pure betrokkenheid.

In reacties als 'te dik', 'niet naar de kapper kunnen' en 'niet goed uit je woorden kunnen komen' klinkt een enorme onzekerheid door, en mogelijk zelfs ook iets van schaamte voor hoe je eventueel overkomt. En wat daar zeker óók in doorklinkt is: 'ik ben niet goed genoeg' oftewel 'anderen kunnen het beter, ik zou ook beter moeten kunnen, ik zou perfect moeten zijn, en dat ben ik niet.' Iemand schaamt zich ergens voor omdat hij zichzelf in vergelijking met anderen te kort voelt schieten. In de meeste gevallen is dit terug te voeren op ervaringen in de vroege jeugd. Wie als kind regelmatig hoorde dat hij te dik was of er niet goed uitzag, of die werd uitgelachen omdat hij in de klas niet goed uit zijn woorden kwam, die zal zich voor die dingen blijven schamen; ik vertel jullie waarschijnlijk niets nieuws. Je schaamt je voor iets waarvan de wereld je op een bepaald moment heeft laten weten dat het niet goed was, dat het afweek van de binnen een bepaalde context heersende norm. Je voelt je afgewezen terwijl je er -zoals iedereen- bij wilt horen.

Een van de vele valkuilen van HS is perfectionisme. Wat voor mij echter een eye opener was is dat perfectionisme een direct gevolg kan zijn van schaamte. Dit is was Brené Brown ervan zegt: 'Perfectionisme is niet hetzelfde als streven naar kwaliteit. Perfectionisme heeft niets te maken met gezonde prestaties en groei maar is een vorm van zelfbescherming. Het is de overtuiging dat we met alles perfect te doen, er perfect uit te zien, niet de pijn van schaamte hoeven voelen.' En dat laatste is natuurlijk een valkuil op zich, want laten we eerlijk zijn, 'volmaakt' is een nooit te bereiken illusie. Daarmee is perfectionisme dus niet iets wat voortkomt uit een innerlijke motivatie, een innerlijk streven naar verbeteringen groei (streven naar kwaliteit) maar gaat het om een schild om je schaamte achter te kunnen verbergen. Het is geen vorm van zelfverbetering maar draait alleen maar om het verkrijgen van goedkeuring. Wie niet voor de camera wil komt dan met excuses van extra kilo's, kapper en stotteren: ik ben niet perfect, en ik schaam me voor mijn zwakke plekken want ik weet dat ik daarop word aangevallen. Wie het wèl aandurft aanvaardt zichzelf, weet dat hij heel wat verbeterpunten heeft maar stelt zich desondanks toch kwetsbaar op omdat hij inziet dat het belang van anderen helpen zwaarder weegt dan de eigen relatieve ontoereikendheid: hij is betrokken en streeft naar verbondenheid.


Mag ik je een paar punten aanreiken om eens bij stil te staan?

  • 'Ik ben wat ik doe en hoe goed ik dat doe.' Geldt dat ook voor jou? Identificeer je je met je prestaties en het cijfer dat je jezelf daarvoor geeft?
  • 'Voor mij is belangrijk hoe de anderen mij zien. Ik doe altijd extra mijn best om aan de verwachtingen van de anderen te voldoen.' Wat wéét je van andermans verwachtingen? Zitten die niet vaak (alleen maar) in jouw hoofd? Ben je wel eens voor uitslover uitgemaakt?
  • Wat vind je van de stelling: 'Perfectionisme is niet de manier om schaamte te voorkomen, het ís juist een vorm van schaamte. Het is angst om af te gaan, angst voor kritiek.'
  • Proef je het verschil tussen perfectionisme enerzijds en gezond streven om jezelf te verbeteren anderzijds, waarbij perfectionisme afhangt van de omgeving, terwijl jezelf verbeteren, je comfortzone oprekken, uit jezelf komt, uit een eigen verlangen/behoefte om jezelf te overtreffen. Het laatste doe je voor jezelf, het eerste doe je voor anderen.
  • Kun je blij zijn met wat je bereikt hebt of geldt voor jou dat het, wát je ook doet, nóóit goed genoeg is? Ben je trots op je prestaties of denk je bij jezelf: 'Het had beter gemoeten.'

Weet je van jezelf dat je een perfectionist bent, dan is het misschien een goed idee om daar eens echt naar te kijken en te zien wat er onder de oppervlakte speelt. Ik wil je daar als in hsp gespecialiseerde coach uiteraard graag bij helpen.

zondag 1 juni 2014

HSP en snel beledigd?

Er wordt me nog al eens gevraagd of hooggevoelige mensen zich sneller beledigd of aangevallen voelen dan mensen met een gemiddelde gevoeligheid, en inderdaad, dat is zeker het geval. De hooggevoelige mens heeft de neiging veel, heel veel, op te vatten als iets persoonlijks, als persoonlijke kritiek. Laten we eens kijken hoe dat komt en wat je eraan kunt doen. 
Paul is vegetariër. Meer dan eens heeft hij meegemaakt dat er, wanneer hij ergens te eten wordt gevraagd en hij zegt dat hij geen vlees of vis eet, wordt gelachen. ‘Ik word uitgelachen, zegt hij, en ik voel me aangevallen. En als ik dan uitleg waarom ik ervoor kies om geen vlees te eten, maak ik alles er alleen nog maar erger op en krijg ik van alles over me heen.’ Hij geeft toe dat hij niet begrijpt dat er nog steeds mensen zijn die vlees eten, en het hem moeite kost om dat te aanvaarden. 
Juana is ambtenaar en staat achter het loket. Ze heeft dus rechtstreeks contact met de burgers. Ze neemt haar werk uiterst serieus, en ze vindt het belangrijk om iedereen altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. ‘Ik vind het dan ook onverdraaglijk als ik mensen slecht over ambtenaren hoor praten. Ik voel me dan persoonlijk aangevallen en ik sla dicht, en niet zelden lig ik er ´s nachts van wakker.’ 
We zien hoe het in beide voorbeelden in de eerste plaats gaat om normen en waarden; normen en waarden wegen voor de gemiddelde HSP’er erg zwaar. De meesten zijn ervan overtuigd dat ze het juiste doen en dat hun optreden correct is, dat hun normen en waarden de juiste zijn, en meer dan eens kunnen ze maar moeilijk aanvaarden dat er mensen zijn die anders handelen of voelen dan zij. Dit kan tot gevolg hebben dat de HSP’er zich superieur gaat voelen ten opzichte van diegenen die er andere normen en waarden op na houden. 
Er bestaan talloze normen en waarden, principes. Je kunt je van je eigen normen en waarden bewust zijn en ze doelgericht nastreven. Er zijn ook mensen die niet eens bewust weten dat ze ze hebben maar zich er in het leven toch naar richten, terwijl je daarnaast ook nog lieden hebt die gewoon maar handelen zoals het hen het op een bepaald moment het beste past en de meeste winst oplevert. Niet iedereen is zich dus bewust van zijn principes, en niet iedereen heeft dezelfde principes – áls hij ze al heeft. En omdat we onmogelijk zomaar kunnen weten wat iemands principes zijn zit er dus weinig anders op dan je neer te leggen bij de wijze waarop anderen hun bestaan inrichten hoewel dit volledig in strijd kan zijn met onze persoonlijke levensvisie. Let wel, ik heb het natuurlijk niet over crimineel gedrag, want dat is een ander verhaal. 
Wanneer jij als HSP’er met principes in contact komt met andere mensen (en dat kunnen natuurlijk ook HSP’ers zijn) die er andere normen en waarden op na houden dan jij en dat aangeven, dan kan het zijn dat je je niet alleen miskend voelt, maar dat je de reactie van die ander opvat als rechtstreekse kritiek op jouw opvattingen. De kans is groot dat het niet gelijkgestemde gedrag, de afkeurende boodschap van de ander, op jou overkomt als dat jij niet zou deugen als mens, dat je niet aardig bent en dat de ander dus niets met je te maken wil hebben. Ja, dan voel je je beledigd. Je voelt je aangevallen. Misschien stel je je naar buiten toe eigenlijk eerder defensief op omdat het leven je heeft geleerd dat geen mens te vertrouwen is. 
Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Van klein af aan heeft de wereld hen laten weten dat ze te soft zijn, dat ze huilebalken, of extreem verlegen zijn. De conclusie die hun kinderhartje daaraan heeft verbonden is dat ze niet deugen. Veel HSP’ers zijn op school gepest; een deel van hen krijgt het later op het werk ook te verduren en is het slachtoffer van mobbing. De maatschappij is helaas niet erg tolerant ten opzichte van mensen die anders zijn, die buiten de groep vallen. We hebben geleerd ons aan te passen, ons anders voor te doen dan we in werkelijkheid zijn; overlevingsstrategieën om vooral maar niet de aandacht te trekken. We hebben geleerd om aardig te doen ook wanneer we dat niet echt zo voelen, we maakten het anderen naar de zin om vriendjes en vriendinnetjes te hebben. Ja, ik weet het, ik ben op een verschrikkelijke manier aan het generaliseren, en gelukkig heeft lang niet elke HSP’er zulke nare ervaringen en hebben de meesten ook mooie en positieve dingen meegemaakt. Dat neemt echter niet weg dat het gros der HSP’ers een zwak zelfbeeld heeft. (Zie Elaine Aron’s “The undervalued self”). 
Paul, de vegetariër, voelt zich onzeker, en zijn onzekerheid maakt hem kwetsbaar. Hij denkt dat hij wordt uitgelachen, maar het is heel waarschijnlijk dat de mensen lachen omdat men niet goed weet wat te zeggen, of gewoon omdat men niet snapt dat er mensen zijn die geen vlees willen eten. Ze lachen Paul niet uit, ze lachen in geen geval om hem, maar hooguit om het idee waarmee hij hen confronteert. Paul wordt verschrikkelijk serieus en komt met principiële uitspraken, maar hoezeer hij ook zijn best doet, de anderen kunnen niets beginnen met zijn argumenten omdat ze het dilemma van wel of geen vlees niet zo intens beleven als hij dat doet. Paul kan zich niet voorstellen dat mensen die vlees eten ook best heel aardig kunnen zijn. 
Het wil nogal eens voorkomen dat HSP’ers er moeite mee hebben dat we niet allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde denken. Onderlinge verschillen maken ons mensen juist interessant en boeiend. Wie zich flexibel en open opstelt naar anderen (andersdenkenden) wordt niet overvallen door die afschuwelijke (voor)oordelen die elke werkelijke communicatie onmogelijk maken. 
Het geheim van je niet beledigd of aangevallen voelen schuilt in aanvaarding en nieuwsgierigheid. Wie zich naar de ander toe nieuwsgierig en niet veroordelend opstelt kan zich onmogelijk beledigd voelen. Paul, onze vegetariër, heeft dat inmiddels geleerd, en in plaats van zich aangevallen of bekritiseerd te voelen, of van onmiddellijk iets te denken in de trant van “die lui zijn wreed en stom”, probeert hij nu vanuit een oprechte belangstelling meer te weten te komen over de ander en diens gewoontes, meningen en waarden. Hij schept er plezier in om ideeën uit te wisselen over verschillende diëten en levensfilosofieën. Verrijkend vindt hij dit soort gesprekken, want, zo zegt hij, ‘je hoeft het toch helemaal niet met iemand eens te zijn om met respect naar zijn opvattingen te kunnen luisteren.’ 
Juana, de ambtenaar, raakt niet langer geblokkeerd, ze heeft geen last meer van huilbuien of van slapeloosheid. De crisis, de verontwaardiging en de boosheid van de mensen zijn een realiteit, maar het is niet iets wat zij persoonlijk kan verhelpen. Ze doet wat er binnen haar vermogen ligt om de burger tegemoet te komen, en meer dan dat kan ze niet. In plaats van, zoals voorheen, te blokkeren, heeft ze geleerd om de ander empathisch tegemoet te treden en oprecht belangstellend te luisteren naar wat doorgaans over een klacht of een probleem gaat. Ze begrijp dat er burgers zijn die zich door het systeem benadeeld en beduveld voelen en die hun verhaal kwijt moeten en dat ze hun gram daarbij rechtstreeks op de ambtenaar –het aanspreekpunt- projecteren. 
Het gros van de mensen opereert vanuit een persoonlijke structuur van angsten, conclusies, afweermechanismen en waarden. We hebben geleerd om ons zus of zo te gedragen, op de manier die ervoor zorgt dat we het hoofd boven water blijven houden en ons zo gelukkig en tevreden mogelijk voelen. En hoewel we van tijd tot tijd kritiek krijgen, of klachten en misschien ook wel verwijten over ons gedrag te horen krijgen, is het een feit dat die maar hoogst zelden iets over ons persoonlijk zeggen. In de meeste gevallen staat iemands kritiek of klacht rechtstreeks in verband met de keren dat de criticus of klager –doorgaans in zijn vroege kinderjaren- een gelijksoortige situatie meemaakte. 
Echt, verreweg de meeste kritiek is niet persoonlijk; het gaat bij de klager bijna altijd om een vorm van projectie. En dat geldt natuurlijk ook omgekeerd: onze kritiek op anderen –of het nu om een partner, een collega, een klant of wie dan ook gaat-  is net zo goed bijna altijd een projectie. Zou het dan zo kunnen zijn dat we, telkens wanneer we ons bekritiseerd en beledigd voelen, het gedrag van de ander verkeerd interpreteren? Misschien is het een idee om eens te onderzoeken hoe het precies zit... 

Stel jezelf eens de volgende vragen: 
  • Ik voel me beledigd. Hoe komt het dat ik me aangesproken voel? 
  • Ik voel me beter dan de ander, en schiet daardoor onmiddellijk in het (ver)oordelen. Luister ik eigenlijk wel echt en met een open houding naar die ander? 
  • Wat zou de oorzaak kunnen zijn van het feit dat de ander mij dit soort verwijten maakt? 
  • Wat kan ik van de ander leren? 
  • Tot op welke hoogte kan ik met zekerheid zeggen dat mijn waarden ook werkelijk de míjne zijn, in plaats van dat ze het resultaat zijn van in mijn jeugd aangeleerde -en klakkeloos overgenomen- onwaarheden en oordelen? (bijvoorbeeld van ouders of leraren). 
  • Het is goed denkbaar dat ik het niet eens ben met de opvattingen van de ander, maar als ik zijn mening veroordeel, waar baseer ik mij dan op? 
  • Hoe kan ik ervoor zorgen dan de ander het gevoel krijgt dat ik echt naar hem luister? 
  • Zou ik, zo lang het niet misplaatst is, misschien met een beetje humor kunnen reageren?

Heb je eenmaal ingezien dat de zogenaamde kritiek geen aanval is maar een persoonlijke projectie van de ander, het resultaat van zijn eigen onmacht of pijn, dan kun je je gevoel van beledigd zijn loslaten. 
En tot besluit nog even dit: Het empatisch of inlevend vermogen behoort tot de positieve kenmerken van de hooggevoeligheid. Het is evenwel niet iets wat ons zomaar komt aangevlogen. Soms, wanneer we ergens emotioneel bij betrokken zijn zoals we bij Paul en Juana hebben kunnen zien, wordt het empatisch vermogen overschaduwd door onze eigen subjectiviteit. Onze eigen emotionaliteit maakt inlevend reageren onmogelijk. Door jezelf de bovenstaande vragen te stellen kun je die emotionele betrokkenheid als het ware ‘ontzenuwen’, waardoor je empatisch vermogen opnieuw actief wordt.

dinsdag 18 maart 2014

Hooggevoelig en emotionele afhankelijkheid

Nog een paar dagen en het is zover, de equinox en het officiële begin van de lente. De dagen zijn alweer flink aan het lengen, voorjaarsbloemen bloeien volop en de lucht heeft een levendige, haast borrelende en kwaliteit.  
Lente staat gelijk aan een nieuw begin, en het is geen toeval dat veel mensen juist in het voorjaar verliefd worden. Verliefd worden heeft iets van jezelf uit te willen breiden, van meer ruimte in willen nemen en een ander mens in die ruimte te betrekken. We zien expansie in de ontluikende natuur, en in zekere zin dus ook in de mensen. Doe je ogen maar eens even dicht en probeer dat gevoel van verliefd zijn in je op te roepen; merk je hoe je daarbij als het ware “uitzet”? 
Verliefd zijn is heerlijk, daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Maar voor HSP’ers betekent verliefd zijn nog al eens het betreden van een terrein vol valkuilen. De meeste van die valkuilen hebben direct te maken met dat gevoel van uitzetten, met die expansie. 
Wanneer je “uitzet” word je groter. Je gevoelsantennes (in die zin is de metafoor van Cupido’s pijlen absoluut geniaal) worden langer en reiken in en om de man of de vrouw op wie je verliefd bent. Er zijn mensen die dat ook echt kunnen zien. Dit uitzetten en groeien van je gevoelsantennes geldt voor iedereen, maar als HSP’er is het bijna altijd een feit dat je je daarbij zozeer naar buiten, op die ander richt, dat je jezelf en je eigen behoeften al snel helemaal vergeet. In plaats van gewoon voor jezelf te blijven zorgen, richt je je meer en meer naar die ander. Als X maar gelukkig is, dan ben ik het ook, is je motto. Je geeft gul van je tijd, van je energie, van je hart en misschien zelfs ook nog wel van je wereldse bezit. 
En zo kan het gebeuren dat je een poosje heerlijk verliefd bent en je jezelf oplaadt aan het genot en het innig gelukkig en tevreden zijn van je partner. Bij het zien van je gelukkige geliefde heb je het heerlijke, “uitgezette” gevoel dat jullie werkelijk iets heel bijzonders hebben samen. Je let er voortdurend op dat hij of zij niets te kort komt, dat hij of zij zich in alle opzichten bemind weet... geen enkele behoefte van hem of haar ontsnapt er aan je aandacht. Vooral dat laatste is iets waar HSP’ers een “extra oog” voor lijken te hebben. Je hoeft maar even aan hem of haar te merken dat er iets nodig is, dat hij of zij niet helemaal 100% gelukkig is, en je weet niet hoe snel je dat door jou gesignaleerde (en misschien zelfs wel denkbeeldige) tekort weer aan moet vullen. Je houdt ervan hem of haar te vertroetelen en te verwennen, is het niet? En als je partner je dan met een kus, een glimlachje, een lief woordje of een gebaar laat blijken dat hij je dankbaar is, dan kun je je geluk niet op. Er wordt van je gehouden! 
Beetje bij beetje sluipt de routine jullie relatie binnen; het logische gevolg van het feit dat jullie elkaar steeds beter leren kennen. En terwijl jij, de HSP’er, je altijd nog braaf  blijft opofferen voor je lief om hem voortdurend te laten blijken dat je er helemaal voor hem bent, is het niet ondenkbaar dat hij gewenningsverschijnselen is gaan vertonen en jou steeds minder vaak laat blijken dat hij van je houdt. Maar omdat jij vanuit een diepe onzekerheid die signalen, die blijken van liefde nodig hebt, kan het zijn dat je je nóg meer gaat uitsloven om alsnog dat kusje, dat glimlachje of dat lieve woordje te kunnen oogsten. 
Weet je nog van de saboteurs? Nou, één ding waar saboteurs dól op zijn, dat is twijfel en onzekerheid. ‘In het begin gaf hij me altijd een kus wanneer ik hem koffie bracht. Gisteren deed hij dat niet, en vandaag alweer niet. Zou hij niet meer van me houden?’, ‘Hij is zomaar naar zijn werk gegaan, zonder afscheid te nemen. Hij is vast boos.’ Betrap je jezelf op dit soort gedachten, dan kun je er van op aan dat de Onzekerheid en de Twijfel zich in je hart hebben genesteld. En dat kan, zonder dat je het zelf beseft, het begin zijn van wat we emotionele afhankelijkheid noemen. 
Emotionele afhankelijkheid ontstaat wanneer we ons eigen geluksgevoel laten afhangen van het geluksgevoel van onze partner. Misschien vind je het niet leuk om dit te moeten horen, maar zo lang je je emotionele welzijn laat afhangen van je omgeving –zoals bijvoorbeeld van blijken van genegenheid van je geliefde- zul je je nooit blijvend gelukkig, innig tevreden of dankbaar kunnen voelen. En dat is nog niet eens het enige, want ben je namelijk voortdurend op je omgeving gefocust, dan raak je na enige tijd uitgeput en gestresst. En je partner? Nou, misschien geloof je me niet, maar het is meer dan waarschijnlijk dat je partner op een gegeven moment schoon genoeg krijgt van je eeuwige gezorg en aanhoudende bezorgdheid. Hij zal het er benauwd van krijgen en hij zal steeds meer afstand gaan nemen. En wanneer hij dan uiteindelijk een streep onder de relatie zet, zit jij zonder partner en met een enorm verdriet, met een enorme innerlijke leegte, met een gapende afgrond in je hart. 
Ik weet precies hoe het voelt, want ik ken deze emotionele afhankelijkheid en de rest van het verhaal uit eigen ervaring. Ik heb het niet één keer meegemaakt, maar meerdere keren. Ik begreep niet waarom mijn relaties kapot gingen; ik deed immers telkens alles wat je volgens mij geacht werd te doen wanneer je je leven met iemand deelde. Ik was een kei in mezelf opofferen en mezelf wegcijferen. Intussen ben ik er echter wel achter dat de beste manier om een relatie om zeep te helpen het bovenstaande patroon is: jezelf wegcijferen, dag en nacht klaarstaan voor je lief, je eigen hobby’s en vrienden opgeven en besluiten dat al die dingen, die waarden waar je voorheen voor stond, eigenlijk toch maar onzin zijn omdat je lief er andere ideeën op na houdt, en die je dan dus ook tot jouw ideeën maakt. 
Alleen dan wanneer je je jezelf blijft, wanneer je niet opgeeft wie je bent, alleen dán kun je uit vrijheid iemand liefhebben. Wie zich aanpast aan de (vaak imaginaire) behoeften van de ander, offert zijn Ik, zijn identiteit. Wanneer je datgene dat je maakt tot wie je bent cadeau doet aan een ander, is het alleen maar logisch dat je afhankelijk van die ander wordt. Immers, je gaat varen op de kracht van die ander! Wil die ander jou niet meer, dan is het een enorme klus om jezelf weer terug te vinden. Let wel, ik zeg dus niet dat delen met een ander verkeerd zou zijn, of dat je een ander niet zou moeten vertroetelen. Ik zeg alleen dat je, wanneer je daarvoor kiest, je dat moet doen omdat je daar uit vrijheid toe hebt besloten en niet omdat je zonder kusjes, lieve woordjes en knuffels ‘als vanzelfsprekend’ gaat twijfelen aan de liefde van je partner.
  
Hoe kun je weten of je in de valkuil van de emotionele afhankelijkheid bent beland? 
  • Je vrienden en familieleden klagen erover dat je geen tijd meer voor ze hebt. 
  • Voorheen deed je dingen voor jezelf; je had je eigen hobby’s. In plaats daarvan deel je nu de hobby’s van je partner.  
  • Je betrapt jezelf steeds vaker op gedachten in de trant van ‘Houdt hij niet meer van me?’, ‘Hij doet zo raar; heb ik misschien iets gedaan waar hij boos om is?’ ‘Vindt hij me nog wel aantrekkelijk?’ 
  • Er gaan je steeds meer dingen opvallen aan het gedrag van je partner die je eigenlijk helemaal niet prettig vindt, maar je durft er niets van te zeggen uit angst voor ruzie en het risico dat hij het uit zal maken (je allergrootste angst). 
  • Je verzint voortdurend smoezen voor de facetten aan het gedrag van je partner die je niet aanstaan –je probeert alles goed te praten- en voor het feit dat je jezelf altijd maar blijft opofferen voor hem.

  
Wat kun je doen om de vicieuze cirkel van de afhankelijkheid te doorbreken? 
  • Inzien dat je smoezen in werkelijkheid uitvluchten zijn en dat je in de valkuil van emotionele afhankelijkheid bent beland. 
  • Aan je zelfbeeld gaan werken. Dat kun je alleen doen (er is erg veel literatuur over het thema) of in workshops, of je zou de hulp kunnen inschakelen van een therapeut of een coach. 
  • Opnieuw contact leggen met je vrienden van vroeger en weer leuke dingen samen doen. Neem vooral ook je eigen hobby’s weer op. 
  • Leer alleen te zijn. Ontdek hoe je zélf invulling kunt geven aan je tijd. 
  • Neem bewust de beslissing dat je geen slachtoffer bent. Je kunt ervoor kiezen om positief en proactief in het leven te staan.


Een  goede relatie kenmerkt zich door een gezond evenwicht tussen geven en ontvangen. Om dat te bereiken is het van het allergrootste belang dat elke partner waakt over het behoud van zijn eigen identiteit. Dat betekent onder andere het behoud van je eigen contacten met familie en vrienden en het blijven uitoefenen van je eigen hobby’s... Delen? Natuurlijk! En zo veel mogelijk, maar niet jezelf opofferen, en jezelf en alles wie en wat je bent, alles wat je hebt, wegschenken. Geven en delen vanuit een waarachtige beleving van liefde en altijd uit vrijheid, omdat je er bewust elke keer weer voor kiest.

En wil je meer weten over de valkuilen van de HSP'er in de relatie, wil je weten waar je voor moet waken en wat je kunt doen wanneer je erin beland bent, dan raad ik je van harte mijn boekje aan... 

maandag 30 september 2013

Hooggevoelig en verstoppertje spelen

‘Als je geen plan hebt voor je eigen dromen, word je ingezet in de dromen van anderen…’



Op basis van research door Elaine Aron en andere psychologen die zich met het onderwerp ‘hooggevoeligheid’ hebben beziggehouden, weten we dat vijftien tot twintig procent van de mensheid beduidend gevoeliger is dan de rest. Hooggevoeligheid komt wereldwijd voor, zowel bij mannen als bij vrouwen. Zoals je misschien wel weet geef ik lezingen over HSP, en dit is meestal de zin waarmee ik open. Een veelgehoorde reactie hierop is dan: ‘O ja? Twee op de tien mensen? Nou, dan weet ik niet waar die lui zitten, want ik ken er niet één.’

Hoe komt dat? Het antwoord is simpel: een HSP’er neigt ertoe zich aan te passen. De hooggevoelige mens is veelal in staat om gelijk een kameleon op te gaan in zijn omgeving, om er als het ware mee te versmelten. Wie, om wat voor reden dan ook, niet de aandacht wil trekken die heeft in principe twee mogelijkheden tot zijn beschikking: doen als de rest, zich kleden zoals de meerderheid dat doet, herhalen wat anderen zeggen (dus geen eigen mening hebben) en braaf zijn of, dat kan ook, zo veel mogelijk elke omgeving mijden waarvan je van te voren al weet dat je je er niet prettig en op je gemak zult voelen.

Ben jij ook zo iemand die op zoek is naar andere hooggevoeligen en niet weet waar hij ze kan vinden, dan raad ik je aan om specifiek je aandacht te richten op die mensen die er alles aan doen om vooral niet de aandacht te trekken, mensen dus die hun best doen om onzichtbaar te zijn. Als HSP’er zal het je niet echt veel moeite kosten om die mensen te ontdekken.

Voor hetzelfde geld echter, ben jij zélf zo iemand die niet opgemerkt wil worden en die het liefste verstoppertje speelt. Misschien ben jij er wel zo eentje die zich voortdurend aanpast, die zich steeds maar weer schikt naar de wensen en de behoeften van anderen. Wie weet ben jij wel zo’n HSP’er die zich het rustigste en het zekerste voelt zolang er maar niet op je wordt gelet.

Het is waar: zo lang je niet opvalt en je je ware gezicht niet laat zien is de kans klein dat iemand je iets zal verwijten. Wie niet zichtbaar is zal niet gauw op zijn donder krijgen. De kans dat je wordt uitgescholden, dat je wordt aangewezen om een extra klus te klaren of dat je een lastige opdracht moet uitvoeren waarvan je twijfelt of je die wel tot een goed einde zult kunnen brengen, is klein. Het is lekker rustig zo, alles blijft zoals het is, je weet waar je aan toe bent en je hoeft je comfortzone nog geen centimeter op te rekken.

Wat echter óók waar is, is dat niemand je capaciteiten en je talenten zal zien. Wist je eigenlijk al dat hooggevoeligen hele speciale talenten hebben? En heb je je al eens afgevraagd waar jouw specifieke gaven liggen?

Ik ben van mening dat iedereen die rondloopt op deze prachtige planeet die wij Moeder Aarde noemen, ongeacht of hij nu hooggevoelig is of niet, hier is om een steentje bij te dragen, om een voetafdruk achter te laten, hoe klein of schijnbaar onbeduidend ook. En dat kun je eigenlijk alleen maar doen wanneer je van jezelf weet wat je talenten (en ook wat je zwakke plekken) zijn; immers, je talenten duiden op het soort voetafdruk dat jij na zou kunnen laten. Als HSP’er is het goed mogelijk dat jouw persoonlijke gaven op het gebied liggen van de zogenaamde positieve eigenschappen van de hooggevoeligheid. Mocht je vergeten zijn hoe het ook alweer zat met die positieve kant van de hooggevoeligheid, misschien is het dan een idee om het artikel dat ik daar een aantal maanden geleden over schreef nog eens te lezen.

Laat ik jullie bekennen dat ik zo’n HSP’er was die dol was op verstoppertje spelen. Ik had geen eigen mening (en áls ik die al had dan durfde ik er niet voor uit te komen) en aandacht trekken was niets voor mij. Gedurende ruim de helft van mijn leven was ik een schaduw, een lijf zonder persoonlijkheid. Mijn mond opendoen tijdens vergaderingen of zo? Geen denken aan. Ik hield me zo veel mogelijk overal afzijdig van. Waarom ik zo was, dat wist ik niet, maar goedbeschouwd kon het me ook niet schelen: ik vond het wel best zo. Zo heel af en toe bekroop me een vaag verlagen om eens ergens in uit te blinken (ik wist namelijk wel dat er dingen waren waar ik goed in was) maar uit angst om voor ingebeeld te worden uitgemaakt, of dat niemand mijn werk interessant zou vinden, of dat ik vragen zou krijgen waarop ik geen antwoord zou weten, besloot ik altijd maar weer om gewoon in mijn vertrouwde en veilige comfortzone te blijven.

Pas nadat ik het thema van de hooggevoeligheid had ontdekt en begreep hoe het kwam dat ik zo’n absoluut saaie (maar wel vlijtige en nuttige) schaduw was, begon ik te veranderen. Of dat proces van verandering en groei makkelijk was? Helemaal niet! Of het de moeite waard was? Nou en of! En of ik nu uitgeleerd zou zijn? Natuurlijk niet; het leren en groeien is een doorgaand proces.

Ik zou je willen aanmoedigen om uit die kleurloze anonimiteit te stappen. Bedenk dat je kunt kiezen om dat stapje te doen. Je neemt het besluit en je begint. Het leven gaat er zo heel anders door uitzien, je zelfbeeld verandert en dingen waar je vroeger huizenhoog tegenop zag worden in veel gevallen een uitdaging die je aan durft te gaan. Echt, het wordt er alleen maar leuker en boeiender op. Na een tijdje begin je de vruchten te plukken van je verandering, en dat is nog maar het begin. Die vruchten, dat zijn de sporen die je nalaat, dat wat je bijdraagt aan de wereld. Ik durf zelfs te beweren dat het onze “mensenplicht” is om onszelf te ontwikkelen, om innerlijk te groeien, om uit onze schuilplaats tevoorschijn te komen en andere HSP’ers te laten zien dat verstoppen niet nodig is. Denk anders maar eens aan de goden die je de voor jou specifieke talenten hebben meegegeven om jezelf en de wereld een eindje verder te helpen... je wilt ze toch zeker niet teleurstellen?


Vragen die je jezelf kunt stellen:  
  • Wat zijn mijn talenten, mijn gaven? Waar ben ik goed in? (Mocht je niets te binnen schieten, vraag het dan maar eens aan een goede bekende). 
  • Wat zou mijn bijdrage aan de wereld kunnen zijn? En hoe zou ik dat kunnen verwezenlijken? Met welk doel?  
  • Wat zou ik willen dat er tijdens mijn begrafenis door de nabestaanden over mij werd gezegd? 
  • Welk stemmetje (saboteur) belet mij om mijn comfortzone een stukje op te rekken?


Voorbeeld:
Een aantal dagen geleden kreeg ik een youtube over een vrouw die de moed heeft weten op te brengen om vanuit de schaduw in het licht te stappen. In de spotlights, nog wel. Het zijn opnamen van Britain’s got Talent, en eigenlijk heb ik een enorme hekel aan dit soort programma’s waar naar mijn gevoel alles onecht en overdreven aan is. De vrouw -zonder enige twijfel een HSP- in deze opname raakte me. Ze durft zich voor de camera’s enorm kwetsbaar op te stellen en haar meest gevoelige kant te tonen: onzeker en bang, maar met een talent dat ze met de wereld wil delen. De beelden doen me veel. 
Alice Fredenham zingt ‘My funny Valentine’. 

De video is in het Engels, en mocht je het niet verstaan, dan nog zeggen de beelden en haar lichaamstaal meer dan genoeg.

Laat het duidelijk zijn, je hoeft heus niet meteen vanuit de schaduw het toneel op en het licht van de schijnwerpers in. Het mag best iets bescheideners zijn. Ik heb het als voorbeeld genomen omdat ik het mooi vind, en omdat ik weet dat er veel hooggevoelige kunstenaars en artiesten zijn die hun angst hebben overwonnen, of liever, wier behoefte om bij te dragen sterker was dan hun angst, hun onzekerheid. Ik geef jullie de verzekering dat het de moeite dubbel en dwars waard is.

zondag 11 augustus 2013

Hooggevoelig en beslissingen nemen

Veel mensen, HSP of niet, vinden het lastig om belangrijke beslissingen te nemen. Wat het voor een hooggevoelige extra moeilijk maakt, is dat velen met deze trek doorgaans eerst de kat uit de boom willen kijken en daarbij ook nog eens erg opzien tegen veranderingen. En veel beslissingen impliceren nu eenmaal verandering. Een neiging die ik bij veel van mijn klanten (en ook bevriende HSP’ers) tegenkom is die van de kop in ’t zand. ‘Ik weet dat ik een keuze moet maken en een beslissing moet nemen, maar ik schuif het voor me uit. En ik blijf het voor me uit schuiven.’ Onvermijdelijk komt er dan vroeger of later een moment waarop je er echt niet meer onderuit kunt, of –en dat is nog veel erger– dat het ‘leven’ voor je beslist. In dat laatste geval heb je niets te zeggen gehad in de beslissing, iets dat uitspraken als ‘Ik kon het niet helpen’ of ‘Het gebeurde gewoon’ tot gevolg kan hebben. Je hebt je dan, om het zo maar eens te zeggen, tot een speelbal van het lot gemaakt.

Ook kan het gebeuren dat je voor je gevoel pas kunt beslissen als je eerst van alle, en dan bedoel ik alle details op de hoogte bent om een zorgvuldige afweging te kunnen maken. Mijn vraag is dan altijd: is dat mogelijk? Kun je echt alles van te voren weten? Kun je van te voren weten hoe andere mensen op een bepaald moment zullen reageren? Wat voor weer het zal zijn? Ik noem maar wat. Er zullen altijd vaak belangrijke factoren zijn die niet van onszelf afhangen maar van anderen of van, laten we zeggen, de ‘omstandigheden.’

Willen we als mens ‘groeien’ dan zullen we van tijd tot tijd wel moeten veranderen en stapjes buiten de ons vertrouwde en veilig aandoende comfortzone moeten doen. Als HSP’er hebben we doorgaans een redelijk tot goed ontwikkelde intuïtie. Het vervelende is alleen dat angst –angst voor het onbekende, dus– die intuïtie tot zwijgen brengt. Angst verlamt, en daarmee is het extra moeilijk om goed naar je buikgevoel te kunnen luisteren. Soms helpt het al om dit te beseffen om weer met je intuïtie in contact te kunnen komen. Hou er wel rekening mee dat de saboteur van de angst wel eens een luidere stem kan hebben dan die van je eigen Ik. De taak van de saboteur van de angst is je te beschermen: ‘Neem geen risico, dan ben je veilig.’ Of dat écht zo is, of je wel altijd zo veilig wilt zijn en of je met die veiligheid wel gebaat bent, dát zul je zelf moeten onderzoeken.

Aan dit alles moest ik denken toen ik van iemand een You-tube’je kreeg dat me wel leuk leek om te delen: Six thinking hats, oftewel, zes denkpetten. Het betreft een tool, bedacht door Edward de Bono, die je kan helpen bij het nemen van beslissingen door diverse standpunten in te nemen en de kwestie van meerdere kanten en op meerdere manieren te bekijken. Daarbij gaan we er vanuit dat we als mensen doorgaans via dezelfde patronen denken en daardoor dus altijd min of meer dezelfde beslissingen nemen. Bekijken we een probleem op de zes, hier voorgestelde, verschillende manieren, dan zou je wel eens heel anders tegen een situatie kunnen gaan aankijken...


Zes Denkpetten

Je kunt de tool voor jezelf gebruiken, voor wanneer je zelf een beslissing moet nemen, maar evengoed kan hij bijzonder nuttig zijn in (zakelijk) groepsverband. Elke ‘Pet’ vertegenwoordigt een bepaalde manier van denken, een bepaalde wijze om tegen de dingen aan te kijken: 
  • De Witte Pet: Dit is de pet van de rationele, analytische denker; een pet die de meeste HSP’ers niet echt op het lijf is geschreven. Met deze pet op zet je alle jou beschikbare gegevens eens duidelijk op een rijtje. Over welke informatie beschik je, en wat kun je eruit opmaken. Ga ook na of je kennis onvolledig is en of je aanvullende gegevens nodig hebt. Probeer die hiaten zo veel mogelijk op te vullen, en lukt dat niet, dan is het verstandig om er in ieder geval rekening mee te houden dat je ten opzichte van A, B of C met vraagtekens zit.
  • De Rode Pet: Dit is een echte HSP-pet, want met dit mutsje op luister je naar je intuïtie. Wat voel je? Wat zegt je buikgevoel, en welke emoties roept de te nemen beslissing bij je op? En vraag je ook eens af hoe anderen, die bij de kwestie betrokken zijn, in emotioneel opzicht zullen reageren. Probeer je in te leven in de emotionele reacties van anderen die niet weten (dat kunnen ze nu eenmaal niet) waar jouw argumenten op gebaseerd zijn.
  • De Zwarte Pet: Dit zou ook wel eens een HSP-petje kunnen zijn. Angst en onzekerheid zorgen ervoor dat we alles van de negatieve, pessimistische kant bekijken. Als dit je normale manier van denken is, dan voel je je beslist prettig met dit hoofddeksel op. Ben je meer het optimistische type, probeer dan toch maar eens lekker zwart te kijken. Vraag je af wat alle negatieve kanten van je beslissing zijn. Kijk eens door de bril van iemand die overdreven voorzichtig en misschien ook wel een beetje wantrouwig is. Probeer te zien waarom het wel eens niet zou kunnen lukken en wat de risico’s zijn. Dit is belangrijk omdat je zo een idee krijgt van de zwakke plekken van je plan. Weet je eenmaal wat die zwakke plekken zijn, dan kun je daar iets aan doen!
  • De Gele Pet: Dit is de pet van de optimist. Door op een positieve manier naar je probleem te kijken, zie je wat er de voordelen van zijn, hoe je ermee verder kunt komen en wat de waarde ervan is. De gele pet helpt je door te gaan wanneer je het (misschien even) niet meer ziet zitten.
  • De Groene Pet: Dit is ook weer een petje dat veel HSP’ers zal passen. Groen staat voor creativiteit. De groene pet helpt je bij het verzinnen van creatieve oplossingen en voor een originele aanpak. Maak een mindmap en laat je ideeën vrijelijk stromen. Ga er vanuit dat alles kan, dat alle mogelijk is. Niets is gek of waardeloos! Heerlijk om, met dat groene petje op, je fantasie eens lekker op de loop te laten...
  • De Blauwe Pet staat voor de bewaking van het proces. Dit is de pet van de voorzitter, van degene die ervoor zorgt dat de boel in beweging blijft. Heb je bijvoorbeeld het gevoel er niet uit te komen dan kun je, door even de blauwe pet op te zetten, besluiten om nog eens naar creatieve oplossingen te kijken (even het groene petje op). Of vind je, door je eens even je blauwe petje op te zetten, dat het geheel er toch te somber uitziet en het doemdenken overheerst, dan zou je vanuit die positie kunnen beslissen dat het hoog tijd is voor je gele hoedje, of desnoods voor het witte exemplaar. 
Door met de (denkbeeldige) petjes te spelen krijg je veel meer greep op een bepaalde beslissing en win je aan overzicht. Probeer ook eens na te gaan welke pet je gewoonlijk op hebt, en leg hem dan vooral op een veilige afstand wanneer je de andere petjes past. Niet alleen lijkt me dit een goede manier om tot een evenwichtig besluit te komen, het zorgt bovendien voor een speels element.

Je zou ook eens kunnen proberen om lijstjes te maken waarbij je dan voor elk petje de bijbehorende kleur kiest, of een gekleurd vel papier neemt. Waar het om gaat is dat je flexibeler naar dingen gaat kijken en daardoor op nieuwe ideeën, oplossingen en inzichten komt. Je kunt oefenen met in het verleden genomen beslissingen om het een beetje in de vingers te krijgen, maar er is natuurlijk niets op tegen om meteen met een onderwerp aan de slag te gaan waar je op dit moment mee bezig bent.

Succes!




maandag 15 juli 2013

Hoe hooggevoelig ben jij voor de mening van anderen?

Het begint vaak al op school. Je moet voor het bord komen om een som te maken. Op zich kun je dat best en heb je het oplossen van dit soort rekenkundige vraagstukken goed onder de knie. Maar zodra je voor de klas gaat staan, lijkt het wel alsof je ineens niets meer weet. Je weet zeker dat al je klasgenootjes zullen zien dat je die ochtend je haren had moeten wassen en dat er een vlek op je broek zit. Erger nog, iedereen zal zien dat je te dik bent, en ze zullen je uitlachen. Je staat gewoon voor gek. En nu kun je bovendien niet meer denken en weet je met de beste wil van de wereld niet hoe je dit soort delingen ook alweer maakte. Je wordt knalrood en je begint te zweten. Je staat dus nog meer voor paal. Je kunt iedereen al horen gniffelen om die debiele rooie kop die je hebt, en natuurlijk zien ze ook die zweetdruppels op je voorhoofd. Ja, ja, je hoort ze al lachen, en nu voel je je ook nog duizelig. Je kijkt wanhopig naar de meester die je mogelijk nog iets bemoedigends toeroept, zo van ‘Je kunt het best’, maar hoewel je zijn lippen ziet bewegen dringen zijn woorden amper tot je door. Je zou het liefste door de grond zakken... 
Het is een extreem scenario, en misschien herken je je er maar ten dele in. Toch is het voor veel hooggevoeligen een bekende ervaring. Een gevoel van diepe onzekerheid dat je vaak levenslang parten blijft spelen. Met een beetje geluk leer je je eroverheen zetten en heb je er steeds minder last van, maar voor een groot aantal hooggevoeligen blijft het vaak erg lastig om niet veel en vaak stil te staan bij de indruk die ze op een ander maken. Uiteraard is het dan van belang om er altijd onberispelijk uit te zien zodat (?) iedereen je aardig vindt en je een uitstekende indruk maakt. Spreekbeurten, presentaties, zinnige opmerkingen maken tijdens vergaderingen of bijeenkomsten, meedoen aan tafelgesprekken maat ook mensen te eten vragen, veel hsp’ers gruwen ervan. 

De mythe  

  • Niemand vind je wel of niet aardig omdat je haar in jouw ogen niet perfect zit. De meeste mensen zíen die vlek op je broek niet eens. Ga maar na: vind jíj iemand minder aardig omdat zijn haar niet ‘goed’ zit (vooropgesteld dát je al zou zien dat er iets ‘mis’ is met het kapsel van een ander). Wil jíj niet meer bevriend zijn met iemand omdat hij tijdens de pauze met eten geknoeid heeft en er nu een vlekje op zijn shirt zit?

  • Wees gerust, het is onmogelijk om altijd door iedereen aardig gevonden te worden. Het bestáát niet dat iedereen je even leuk, aardig en/of interessant vindt. Vind jij iedereen even leuk, aardig en/of interessant? Denk ook maar eens aan iemand die je bewondert of die je gewoon verschrikkelijk aardig vindt. Je kent vast ook wel iemand die lang niet zo lovend over die persoon is, of die ronduit een negatieve mening over hem of haar heeft.


Hoe komt het?
Als hooggevoelige bent je doorgaans sterk afgestemd op je omgeving. Te sterk. Je zintuiglijke antennes zijn bijna voortdurend op de buitenwereld gericht. Dat doe je onbewust. Het gaat zonder dat je erbij stilstaat. Je ogen nemen voortdurend waar, je oren staan altijd open, allemogelijke geuren dringen zich aan je op... en je bent de hele tijd bezig (ook meestal onbewust) om daar oordelen over uit te spreken: mooi of lelijk, aangenaam of storend, lekker of vies... Die oordelen hebben dan ook weer een uitwerking op hoe je je voelt. Iets kan je een prettig gevoel bezorgen, of je onzeker  en angstig maken. 
Waar het me om gaat is dat, dóórdat je zo gefocust bent op alles wat er in je omgeving plaatsvindt, je niet ‘thuis’ bent. Je bent niet op jezelf gericht, op wie jij bent en op wat jij doet, maar op de omgeving die onbewust gevoelens bij je oproept. Je maakt, zonder dat je daar doorgaans weet van hebt,  je welbevinden afhankelijk van wat er om je heen gaande is. Wie te veel in de buitenwereld leeft, is niet aanwezig in zijn ‘ik’. Hoe meer je je daarvan bewust bent, des te meer je ‘thuis in jezelf’ zult zijn en des te minder je je nog zult storen aan de (veronderstelde) mening van anderen. 
Je zou in dit verband ook eens kunnen spelen met de metafoor van ‘de huid als grens tussen jouw Ik en de buitenwereld.’ Hooggevoeligen hebben een ‘doorlaatbare’ huid. Doorgaans is het dan ook helemaal niet duidelijk waar jij ophoudt en waar de buitenwereld begint – en omgekeerd. Misschien is je al wel bekend dat hsp’ers letterlijk een gevoelige huid hebben en dus regelmatig met huidproblemen kampen. En als ik ‘huid’ zeg, dan denk ik ook aan het deel van de huid binnenin je lichaam, dus je longen (astma, bijvoorbeeld) en je darmen. Allergieën hóren als het ware bij de hoogevoelige mens. 
Veel hooggevoeligen hebben een zwak zelfbeeld, veel hooggevoeligen vinden van zichzelf dat ze verlegen zijn. Als kind hebben ze immers vaak te horen gekregen dat ze op de een of andere manier niet deugen (immers, wie wist er toen van hooggevoeligheid en het gedrag dat daarbij hoort? Mensen hebben de neiging om anderen met zichzelf te vergelijken, dus wanneer iemand wat stiller of dromeriger is, dan krijgt hij van een minder gevoelig iemand al snel het stempel van ‘verlegen’ of ‘teruggetrokken’ of ‘onzeker’ opgedrukt). Nu je weet dat je hooggevoelig bent, zou je nog eens naar die stempels (zelfoordelen) kunnen kijken om te zien in hoeverre ze alleen maar een oordeel en geen waarheid zijn).


Wat kun je doen?

  • Denk eens aan situaties van het type ‘schoolbord’. Probeer je voor de geest te halen hoe (ellendig) je je toen voelde. Kun je navoelen hoe je op dat moment meer was afgestemd op je omgeving dan dat je ‘thuis’ was? Kijk dan ook eens naar wat er daarna gebeurde. Ben je echt vriendjes kwijtgeraakt? 

  • Probeer je bewust te worden van wat er gebeurt wanneer je je onzeker voelt. Waar zit je met je antennes? Probeer bewust terug te komen in je Ik, bv door een aantal keren bewust diep adem te halen

  • Ga na of de oordelen die je over jezelf hebt wáár zijn, of dat het oordelen van anderen zijn die je bent gaan geloven omdat je ze zo vaak hebt gehoord. Wie van nature wat stiller en teruggetrokken is, is niet per se ‘verlegen’; hij is alleen maar wat stiller en meer teruggetrokken dan het gros van de mensen. 

  • Misschien wil je het op het eerste gezicht niet geloven, maar niemand is echt geïnteresseerd in de door jou al dan niet behaalde resultaten. Ook hier is het een goed idee om de rollen eens om te draaien en je af te vragen in hoeverre andermans resultaten voor jóu belangrijk zijn. (Het zij dan omdat je jezelf beter voelt wanneer een ander ander een slechter resultaat behaalt dan jij, maar dat is weer een ander verhaal). 

  • En ten slotte, voor diegenen die werken met affirmaties, dit is er mogelijk eentje waar je iets aan hebt:
‘Ik ben waardevol. Altijd. Niet omdat iemand dat zegt, niet op grond van de hoeveelheid geld die ik verdien, maar omdat ik besluit dat te geloven zonder er een specifieke reden voor nodig te hebben.’  Wayne Dyer

Validation (youtube), ken je hem al? Ken je hem nog?