Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label ontspanning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontspanning. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2014

HSP: vijf tips voor een evenwichtig leven

Hier, op Mallorca, het prachtige eiland waar ik woon, staan we aan het begin van het nieuwe toeristenseizoen; in Spanje heerst grote werkeloosheid, maar gedurende de zomermaanden vinden velen toch een baan. Werken in de toeristenindustrie is zwaar. Ik ken meerdere mensen die zeven dagen per week werken en dan ook nog eens zo’n tien uur per dag – soms zelfs nog wel meer. Een dergelijk ritme staat mijlen ver af van wat ik een gezond en evenwichtig levensritme noem, een gezond en evenwichtig levensritme dat voor eigenlijk bijna alle HSP’ers enorm belangrijk is. 
Je zou kunnen zeggen dat het leven, de invulling van de tijd die ons in het leven is gegeven, berust op drie belangrijke pijlers: het werk, vrije tijd en slapen.  Een etmaal heeft 24 uren, en het ideale evenwicht zou, grofweg, 8 uur werken, 8 uur vrije tijd en 8 uur slapen moeten zijn. Ja, ik zie jullie al glimlachen, want het is duidelijk –en helemaal hier in Spanje- dat de werkelijkheid er meestal behoorlijk anders uitziet.  Hoewel we in Europa officieel gemiddeld acht uur per dag werken, zijn we meestal veel tijd kwijt aan reistijd en nemen we niet zelden ook nog werk mee naar huis. In Spanje komt daar dan ook nog eens de middagpauze bij, zodat je dan misschien wel om 10 uur begint, maar tussen de middag 3 uur vrij hebt die je vaak ergens hangend doorbrengt omdat het niet genoeg tijd is om thuis iets te eten, waarna je dan om 5 uur weer mag beginnen en om ’s avonds na negenen eindelijk weer naar huis kunt. Wat dit oplevert is stress. En niet zo’n beetje ook. Klagen of om kortere werktijd vragen is doorgaans geen oplossing: de banen liggen niet voor het oprapen en dus hou je je mond. Ben je eigen baas, dan heb je vaak enorme lasten en zul je doorgaans extra lang werken om de concurrentie een stapje voor te blijven. Ook dit zorgt natuurlijk voor veel stress. Ben je HSP’er en ziet je leven er zo uit, dan betekent dit dat je daarmee dátgene, dát stuk van je tijd opoffert dat je juist koste wat kost zou moeten beschermen... 
Uit de sportwereld weten we dat te lang en te veel trainen niet tot betere resultaten leidt. Een atleet die niets anders doet dan trainen wordt niet beter maar brengt schade toe aan zijn lijf. Er zijn nogal wat mensen die zo veel, zo lang en zo intensief werken dat hun gezondheid eronder leidt en ze last krijgen van, bijvoorbeeld, spanningspijnen, paniekaanvallen, depressies of hoge bloeddruk. En als dit in principe iedereen kan overkomen, dan begrijp je misschien wel dat je als HSP’er als eerste de rekening gepresenteerd krijgt.
Wanneer we het vitale evenwicht van drie maal acht uur per hoofdactiviteit voor langere tijd doorbreken, heeft dit uitputting van lichaam en geest tot gevolg. In plaats van te beschikken over een gezonde dosis creativiteit en voldoende energie om nieuwe ideeën te verwezenlijken, moeten we constateren dat we steeds minder kracht hebben en zenuwachtiger worden; het kost ons steeds meer moeite om positieve oplossingen te bedenken om de uitdagingen van het dagelijks bestaan het hoofd te kunnen bieden.
  
Wat kunnen we doen?
Ik zou je graag vijf tips willen geven. Beschik je echter al over een goed en werkbaar systeem om je vitale evenwicht te bewaken, hou dat dan vooral zo. Iedereen is anders, en ook voor wat onze ‘systemen’ betreft zullen we elk ons eigen, persoonlijke evenwicht moeten vinden. In die zin zijn de volgende vijf adviezen alleen maar een idee. 
  • Kijk eens naar het aantal uren dat je aan je werk besteedt. Hoe veel uren daarvan is effectieve werktijd, en welk deel is alleen maar ‘tijd die je doorbrengt op je werk.’ Word je bewust van de manier waarop je je tijd besteedt en waaraan, en je zult verbaast staan over hoe veel tijd je eigenlijk verliest. Valkuilen of tijdsrovers zijn veel emails sturen of mails beantwoorden die niet echt om een reactie vragen, de vele tijd die je spendeert aan je mobiel of aan je tablet en daarmee aan spelletjes, chats, facebook, twitter, enzovoort. Maak voor de aardigheid eens aantekeningen van dit soort tijdsbesteding. De op zich genomen extra tijd die je aan dergelijke, strikt genomen onnodige bezigheden kwijt bent, is tijd die je veel beter zou kunnen besteden aan je werk, aan je gezin, aan je hobby of welke vorm van ontspanning dan ook, of aan het slapen.  Let wel, voldoende slaap is onontbeerlijk voor een HSP’er. 
  • Stel prioriteiten. Maak een lijstje met bovenaan de belangrijkste dingen die gebeuren moeten, en eindig met het minst belangrijke. Misschien is het een idee om de onderste dingen gewoon maar te schrappen. Zijn er dingen die je kunt delegeren? Zo lang je jezelf blijft voorhouden dat alles verschrikkelijk belangrijk en dringend is en dat jij de enige bent die de zaken tot een goed einde kan brengen, zul je voortdurend bezig zijn met het blussen van vuurtjes in plaats van echt iets concreets tot stand te brengen. Concentreer je op datgene wat echt dringend nodig is, en heb je die klus eenmaal afgerond, dan begin je aan nummer twee van je lijstje met belangrijke taken, enzovoort. Hou in dit verband rekening met twee bekende saboteurs van HSP’ers: de controlefreak en de perfectionist.  Misschien is het een idee om je eens af te vragen (of vraag het aan iemand die je vertrouwt) in hoeverre je de neiging hebt om alles in de hand te willen houden en of je zo iemand bent die voortdurend de (niet bestaande) volmaaktheid najaagt. 
  • Trek je plan. Velen hebben geen duidelijk plan, en als ze dat al hebben, dan ligt het vaak ergens in een la te verstoffen. Ligt je plan in een la of onder een stapel boeken, dan is de kans groot dat je er niet vaak naar zult kijken om na te gaan in hoeverre je inmiddels bent gevorderd. Een plan stelt je in staat je vorderingen te meten zodat je kunt zien wat je nog moet doen om je doel te bereiken. Zonder plan en zonder jezelf een doel in het vooruitzicht te stellen, is de kans groot dat je door de bomen het bos niet meer ziet en uitgeput en overprikkeld raakt. 
  • Als je kunt, ga dan minder uren werken. Vraag je eens af hoe het zou zijn als je gedwongen werd om minder te gaan werken en om de jouw beschikbare tijd efficiënter te besteden. Heel wat mensen zien zich vroeger of later voor die realiteit geplaatst doordat ze, als gevolg van een te lang aanhoudende situatie van stress, te maken krijgen met paniekaanvallen, depressie, een burnout of ook wel, wanneer je partner jouw gebrek aan aandacht niet langer kan verdragen en opstapt. Wanneer je zelf tijdig ingrijpt en je dagindeling beter gaat beheersen voordat er een drama gebeurt, dan ben je geconcentreerd, efficiënt en productief bezig. En vooral ook verantwoordelijk. 
  • Voeding, lichaamsbeweging, slaap en ontspanning zijn de vier gezondheidspijlers. Zijn er misschien dingen die je kunt doen ter versterking van één of meerdere ervan? Denk daarbij bijvoorbeeld aan niet te veel caffeïne overdag, of aan alcohol en slaapmiddelen in de avond. Wie kent er niet het belang van lichaamsbeweging? Fitness is goed tegen de stress, maar als HSP’er voel je mogelijk meer voor yoga, tai-chi of gewoon lekker wandelen. Leer ontspannen, bijvoorbeeld door meditatie, muziek luisteren of een instrument bespelen. Je zou ook een hobby kunnen nemen zoals schilderen, tekenen, schrijven of fotograferen. En ten slotte: niets, maar dan ook niets is zo belangrijk en effectief voor een (overprikkelde) HSP’er als goed en voldoende slapen.

Ik hoop dat je iets hebt aan deze tips, of dat je in ieder geval duidelijk is geworden hoe belangrijk het is om goed voor jezelf te zorgen en te waken over voldoende ont-spanning en tijd om je accu’s op te laden. Hou er als HSP’er rekening mee dat je veel sneller overprikkeld raakt dan iemand met een gemiddelde gevoeligheid. Het feit dat we onophoudelijk een enorme hoeveelheid zintuigelijke waarnemingen –prikkels- te verwerken krijgen, heeft tot gevolg dat onze ‘spons’ veel eerder vol zit en dat we daarom een naar verhouding grotere behoefte hebben aan tijd en gelegenheid om de prikkels te verwerken en onze accu op te laden.

En diegenen die denken dat ze niet kunnen tekenen of schilderen, raad ik aan om de onderstaande korte youtube te bekijken. Je zult zien dat echt iedereen kan schilderen en dat het op de eerste plaats gaat om het proces, om de bezigheid op zich, om het beleven van vormen, kleuren en materialen, en dat je echt geen beroemdheid hoeft te worden om plezier te beleven aan dit soort bezigheden. De video gaat over schilderen, maar het verhaaltje geldt natuurlijk net zo goed voor andere creatieve bezigheden zoals een instrument bespelen, een verhaal schrijven, fotograferen...


zondag 13 april 2014

De hooggevoelige mens in bed

Een paar dagen geleden ontving ik een artikel over de slaaphouding van stellen. Als stellen het bed delen en tijdens de slaap geen contact maken, elkaar niet aanraken, stond er, dan is er iets mis met de relatie. Dat kan best zo zijn voor stellen waarbinnen hooggevoeligheid geen thema is, maar voor ons HSP’ers ligt de zaak toch wel heel anders. Laten we maar eens gaan kijken... 


Zoals je inmiddels wel weet heeft een HSP’er sterk ontwikkelde zintuigen. Dat wil zeggen dat hij alles veel intenser beleeft dan iemand met een doorsnee gevoeligheid. Zo nemen zijn ogen niet alleen veel en veel meer details was, maar hoort hij ook meer en is zijn huid, zijn tastzin, vaak extreem snel geïrriteerd. Dit alles, en daarbij ook nog eens een heftig emotioneel beleven van alles wat er zoal op de hooggevoelige afkomt, kan tot gevolg hebben dat hij zich niet altijd even prettig en ontspannen voelt. En als we dan denken aan het moment waarop hij of zij het bed deelt met een partner, dan hebben we al snel te maken met een nog intensere combinatie van zowel het deel van de zintuigelijke prikkels enerzijds, en de emotionaliteit anderzijds. Je in deze situatie niet helemaal prettig en ontspannen voelen kan extra lastig zijn wanneer je partner niet hooggevoelig is en niet begrijpt dat jij niet reageert zoals hij of zij verwacht omdat hij zich eenvoudigweg niet kan voorstellen wat er bij jou allemaal gebeurt; immers, hij of zij beleeft de dingen veel 'simpeler', om het maar eens zo te zeggen. 
Uit de reacties op het op facebook geposte artikel blijkt duidelijk dat het merendeel van de HSP’ers een voorkeur heeft voor alleen slapen. Die voorkeur valt voor een groot deel te verklaren uit het feit dat onze zintuigen eigenlijk voortdurend op scherp staan. Wie het boek Hoogsensitieve Personen van Elaine Aron heeft gelezen herinnert zich vast nog wel die ingrijpende jeugdheinnering van haar, over dat moment in de nacht toen ze zich al slapend bewust werd van de geur van rook, waarop ze wakker werd en er inderdaad bleek dat er brand was. Dank zij haar 'waakzaamheid' kon het gezin aan de verbrandingsdood ontsnappen. Ik geef toe, het is een extreem voorbeeld, maar het zegt wel iets over onze manier van slapen. Niet alleen kost het ons nog al eens om de dag los te laten en in slaap te komen (gelukkig geldt dat niet voor elke HSP’er, maar het is wel een tendens) maar we blijven ons op een bepaalde laag altijd bewust van geuren, geluiden, van dat korreltje zand in bed of van een plooi in het laken... 
Veel HSP’ers vallen niet makkelijk in slaap. De dag blijf doorspoken, de vele indrukken, emoties en niet zelden ook eens de zorgen die in de toekomst worden geprojecteerd. En als we daarbij dan ook nog iemand naast ons hebben liggen die voor extra zintuigelijke input zorgt die we er op dat moment eigenlijk niet bij kunnen hebben, dan wordt inslapen extra moeilijk. En als ik in dit verband zintuigelijke input zeg, dan denk ik vooral aan schijnbaar onbelangrijke en nietszeggende dingetjes zoals het contact met een ander lichaam (op grond van een andere lichaamstemperatuur, van zijn gewicht, van ergens een haar die verschrikkelijk kan kriebelen...) de ademstroom van de ander in onze nek of in het gezicht, het ademhalingsritme van de ander dat verschilt van het onze of geluidjes die door die ander worden voortgebracht zoals bijvoorbeeld snurken of piepjes bij de nasale ademhaling. Zo kan het ook storen wanneer de ander veel beweegt tijdens de slaap, of hardop droomt. En nu ik dit schrijf denk ik ineens aan een partner die steevast heel vroeg wakker werd, het licht aan deed en ging lezen. Wanneer ik dan moed verzamelde en hem probeerde uit te leggen dat ik echt last had van het licht, het ritselende geluid van het omslaan van de pagina’s en zijn beweging van dat omslaan, dan kreeg ik liefdevol te horen: ‘Rustig maar liefje, er is niets. Ik lees alleen maar...’ Ja, duh! Toen wist ik nog niet dat ik hooggevoelig ben, en nu kan ik erom lachen, maar indertijd voelde ik me toch wel heel erg onbegrepen.
  
Het vrijen
En nu we het dan toch over slapen en het bed hebben, wil ik graag ook nog een paar dingetjes zeggen over een heel belangrijk onderwerp dat onder de HSP’ers niet zo heel vaak ter sprake komt: seks. Dat laatste is niet verwonderlijk, want het hebben van seks is iets heel intiems, en afgezien van het feit dat de meeste hooggevoeligen hun intimiteit angstvallig beschermen, is het minstens even waar dat velen zich voor dit soort dingen een beetje schamen.

We zijn allemaal verschillend en algemene regels zijn er niet, maar desondanks zijn er wel een aantal facetten die we als HSP’er op dit soort intieme momenten met elkaar gemeen hebben. Voor de meesten zijn dit niet alleen opwindende momenten, maar betreft het ook een diepe belevening. Dit houdt rechtstreeks verband met de extreme gevoeligheid van al onze zintuigen. Van velen hoor ik dat, wanneer de opwinding te heftig is, de huid zo gevoelig wordt dat de aanraking door een ander lichaam als ondraaglijk wordt ervaren; dat zelfs een streling pijn doet. Als je niet weet dat dit een gevolg kan zijn van je hooggevoeligheid, bestaat de mogelijkheid dat je de conclusie trekt dat je ernstige seksuele problemen hebt. Nu je dit wel weet, heb je niet alleen de mogelijkheid om het uit te leggen, maar zou je bovendien kunnen overwegen om het erotische voorspel aan te passen door er, bijvoorbeeld, wat meer tijd voor te nemen, de opwinding langzaam op te bouwen en misschien ook kleine pauzes in te lassen. Wees creatief.

Wat er daarnaast ook nog kan spelen is het feit dat je verzadigd kunt raken. Als je bedenkt dat de zintuigen van de HSP’er talloze details registreren die een ander volledig ontgaan, zul je begrijpen dat het kan gebeuren dat de intensiteit van het vrijen zo enorm kan zijn dat je er geen nieuwe prikkels bij kunt hebben en dat je blokkeert, en dat nog al eens op het meest ongewenste moment. Wanneer je dit uit eigen ervaring kent, weet je ongetwijfeld hoe waanzinnig frustrerend dit zowel voor jouzelf als voor je partner het kan zijn, maar ook in dit geval wil ik aandringen op een beperking van de zintuigelijke informatie van alles om je heen... Je kunt vast wel manieren verzinnen om iets aan het (felle) licht te doen, of aan geluiden (muziek), geuren (niet alleen lichaamsgeuren maar ook chemische geurtjes zoals deodorant, bodylotion of parfum), ik noem maar wat. Daarnaast is het ook van groot belang om het stressniveau in de gaten te houden, namelijk, hoe gestresster of vermoeider je bent, des te minder prikkels je zult kunnen verdragen.

Mochten deze problemen je bekend voorkomen en heb je een partner die niet hooggevoelig is, dan is het misschien een goed idee om te proberen het eens uit te leggen vanuit je beleving als hooggevoelige. Je zou kunnen overwegen om hem of haar dit artikel te laten lezen als je het moeilijk vindt om het zelf allemaal te vertellen. Probeer ook duidelijk te maken dat het iets is dat bij jou ligt, maar waar je wel sámen iets aan kunt doen.

Mocht je nog vragen hebben of zou je hierover en over andere mogelijke perikelen van het hooggevoelig zijn gecoacht willen worden, aarzel dan niet om contact op te nemen.

dinsdag 18 februari 2014

Hooggevoelig in de relatie: opruimwoede

‘Mijn vrouw snapt het niet, en dat kan ík weer niet begrijpen. Ik wil gewoon dat het opgeruimd is in huis. Zij zegt dan, dat is het toch, maar dat is het niet. Het is nooit opgeruimd. Echt, ik kan er niet meer tegen.’ 
‘Nooit?’ herhaal ik. ‘En je kunt er niet meer tegen, zeg je? Kun je er misschien iets meer over vertellen?’ 
‘Nou, als ik thuiskom van een lange dag werken en dan de krant en een stel boeken op de grond zie liggen, en het speelgoed van de kinderen, kledingstukken die rondslingeren, ja, dan ben ik op slag verschrikkelijk geïrriteerd. En die afwas op het aanrecht. Ze heeft een afwasmachine! Ik beleef het als een enorme bende, maar zij vindt het heel normaal en het stoort haar niet. Weet je wat ze zegt? We wonen in een huis en niet in een museum!’ 
Ik zeg niets. Mijn cliënt slaakt een diepe zucht. ‘Als het niet opgeruimd is, dan kan ik me niet ontspannen. Ik begin als een gek alles op te rapen, op te ruimen, de vuile boel in de vaatwasmachine te laden. Marjan vat dat altijd op als kritiek, weet je? En, oké, ergens heeft ze ook wel gelijk, hoor. Wanneer ik zo als een tornado door het huis ga, dan zit er wel iets achter van Kijk, dit bedoel ik, zo wil ik het hebben, zo hoort het. Eigenlijk, dat bedenk ik nu ineens, wil ik ook dat ze zich rot voelt, dat ze inziet dat ze het niet goed doet... gek is dat; dat had ik me nog nooit zo gerealiseerd. We maken veel te vaak ruzie om dit soort stomme dingen. Zij maakt me dan uit voor perfectionist, en ik haar voor sloddervos.’ Hij lacht kort. ‘Een soort van welles-nietesspelletje...’ 
‘Is dat altijd al zo gegaan tussen jullie?’ wil ik weten. 
Pieter kijkt me aan en ik zie dat mijn vraag hem verbaast. Grappig eigenlijk, want het is toch een redelijk normale vraag. Het lijkt wel alsof hij helemaal vergeten is hoe het vroeger was tussen hen, toen ze pas samen waren, zonder kinderen, zonder de drie honden en de kat die ze nu hebben... een tijd dat er niet altijd zo’n bende in huis was, en áls die er al was, dat hij er geen last van had. Ik vraag hem of er, afgezien van die nieuwe huisgenoten, misschien nog meer dingen zijn veranderd. 
Ja hoor, natuurlijk zijn er dingen veranderd, vertelt hij. Toen ze trouwden hadden ze alle twee een baan, was er geld in overvloed en woonden ze bovendien heel idyllisch in een huisje buiten. Goed, ze maakten lange dagen, maar hun leven voelde toch als vrij en ontspannen. Ze hadden tijd om van elkaar en hun samenzijn te genieten, ze maakten vaak uitstapjes en werkten met plezier in de tuin... Terwijl Pieter me dit alles vertelt zie ik zijn gezicht, zijn hele houding veranderen, en aan de glinstering in zijn blik zie ik dat hij zich in die tijd echt gelukkig voelde. 
Tot hier het verhaal van Pieter. Ben je hooggevoelig en heb je tot aan hier gelezen, dan herken je jezelf waarschijnlijk in thema’s als stress en perfectionisme. Wat ik daarnaast opvallend vind aan Pieters relaas, is zijn bekentenis dat hij wil dat zijn vrouw ‘zich rot voelt.’ Dat hij haar als het ware met zijn gedrag wil straffen. Dat is een uitstekend voorbeeld van wat we passieve agressie noemen... Jij zit emotioneel niet lekker in je vel, je weet niet precies waarom en je wilt een ander ervoor laten ‘boeten.’ Die ander is dan meestal een partner, een kind of, dat zie ik ook wel, een ouder. 
  
Drie dingen
Het voorbeeld  van Pieter gaat in feite over drie dingen, drie thema’s, die verband houden met elkaar. Ik schreef al eerder over elk van de drie afzonderlijk, maar in dit artikel gaat het me om de combinatie. 
1.   Perfectionisme: Het overgrote merendeel van de hooggevoelige mensen neigt tot perfectionisme. De HSP’er pikt relatief heel veel informatie op en beschikt daardoor over een groot referentiekader dat hem onmiddellijk ‘fouten’ doet opmerken. Ik zet dat tussen aanhalingsrekens omdat het doorgaans een op een subjectieve mening gebaseerd oordeel betreft. Het perfectionisme en de (haast) onbedwingbare impuls om ‘fouten’ te corrigeren gaan licht met de HSP’er aan de haal: hoe gestresster de HSP’er is, hoe sneller hij in de greep van zo’n correctiedwang terecht komt. 
2.   Stress: Hoe gestresster iemand is, des te groter zijn behoefte aan ‘volmaaktheid’; we zien een toenemende behoefte aan controleren, aan het beheersen van de omgeving. Wie gestresst is raakt het contact met zijn Ik kwijt waardoor de gevoelens een eigen leven gaan leiden en onbeheersbaar worden. Zodra je al dan niet bewust in de gaten krijgt dat je de controle over jezelf kwijt bent, zul je proberen om die weer terug te krijgen. Wat je dan nog al eens ziet gebeuren is dat je die controle niet terug probeert te krijgen door je eigen Ik tot de orde te roepen (die is dan vaak al te ver ontsnapt) maar door de omgeving tot orde te brengen. Dus, in plaats van ‘ik beheers me’ krijg je iets van ‘doe wat ik zeg en het komt goed.’ Pieter denkt op dat moment werkelijk dat hij zich beter zal voelen wanneer zijn huis weer netjes is. Zijn vrouw is dan verantwoordelijk voor het feit dat hij zich rot voelt en zijn boodschap is: ‘Ik voel me rot, ik ben moe en gestresst, ik wil rust, ik wil orde; jij hebt –weer- niet opgeruimd, en daardoor voel ik me nóg ellendiger.’ 
3.   Passieve agressie: Je doet iets om een ander te straffen. In dit voorbeeld gaat Pieter als een soort van witte tornado door het huis om zijn vrouw duidelijk te maken dat zij niet deugt, om haar te straffen. Hij wil dat ze het gevoel krijgt dat ze niet deugt als vrouw, dat ze te kort schiet als echtgenote en vrouw des huizes. Pieter gebruikt geen lichamelijk geweld en hij zegt geen woord. Hij zegt niet wat hij denkt, hij zegt niet wat hij voelt. Hij beschuldigt haar nergens van, althans niet met woorden. Nee, hij beschuldigt haar door middel van zijn schijnbaar onpersoonlijke optreden, maar daarbij vuurt hij onophoudelijk pijlen af op zijn vrouw. En als zij haar schouders ophaalt en hem gewoon zijn gang laat gaan, dan valt dat verkeerd; en als zij opstaat om mee te helpen opruimen, dan valt dat óók verkeerd. Het is een situatie die, als er niet over wordt gesproken, steevast ontaardt in een fikse ruzie. 
In de coachingssessie met Pieter wordt duidelijk hoe enorm destructief zijn optreden is. Hij weet bij nader inzien ook héél goed dat de rommel in zijn huis en het wel of niet opruimen ervan door zijn vrouw niets te maken heeft met het feit of hij zich nu wel of niet prettig voelt. Hij geeft zelfs toe dat het met die ‘bende’ bij hem thuis eigenlijk reuze meevalt, en dat het uiteindelijk alleen maar om een krant en wat kinderspeelgoed op de vloer, en een paar gebruikte theekopjes gaat. Pieter is hooggevoelig, hij heeft een hele zware baan en hij had al een paar weken niet meer de tijd genomen om echt te ontspannen, om eens lekker het bos in te gaan, om in de tuin te werken en om gewoon eens lekker een boek te lezen. Op tijd naar bed gaan en voldoende slapen was er al lang niet meer bij. Hij realiseerde zich dat hij zijn behoeften helemaal uit het oog was verloren en dat hij naar de omgeving toe onduidelijke boodschappen had gegeven. 
Nadat we nog eens met nieuwe aandacht naar zijn lijstje van persoonlijke behoeften hadden gekeken, en naar wat hij zelf kan doen om ervoor te zorgen dat die ook gehonoreerd worden (dus zelf pro-actief bezig te zijn in plaats van zijn vrouw van alles te verwijten) voelde hij zich meteen al een heel stuk beter. We zagen dan ook hoe je, wanneer je eenmaal wordt weggezogen in een spiraal van stress, makkelijk vergeet wat je nodig hebt en wat goed voor je is. Het is alsof je, al naar gelang het toenemen van de stress, een groeiende blinde vlek ontwikkelt die ervoor zorgt dat je steeds minder zicht en greep krijgt op je eigen Ik. 
Het kan voldoende zijn om eens rustig te gaan zitten, je behoeften vast te stellen en in overeenstemming daarmee te handelen. Soms kun je dat heel goed alleen, soms is het lastig om dat zelf te doen en kan het een goed idee zijn om de hulp van een coach in te schakelen. Als coach die gespecialiseerd is in de problematiek van de hooggevoelige mens,  wil ik je daar graag bij helpen (ook vía skype).

dinsdag 5 november 2013

Hooggevoelig en perfectionist

Een van de vele kenmerken van hooggevoeligheid is de sterke neiging tot perfectionisme. In tegenstelling tot andere obsessies wordt deze drang tot tot het nastreven van perfectie doorgaans beschouwd als iets positiefs, als iets waar je punten mee kunt scoren, maar pas op... 
Het woord ‘perfect’ komt uit het latijn en betekent onder andere dat iets zó goed is dat het resultaat niet te overtreffen is. Laten we eerlijk zijn, dat ‘iets’ niet te verbeteren zou zijn is vaak een nogal subjectief oordeel, aangezien ikzelf misschien wel kan vinden dat dit- of datgene niet beter kan, maar dat een ander daar juist heel anders over denkt. We hebben dus te maken met een mening, met iets dat in de grond van de zaak volkomen relatief en aanvechtbaar is. ‘Perfectie’ is een illusie, een beeld dat we zelf creëren. 
Een groot deel van mijn cliënten lijdt onder hun verlangen naar perfectie. Ze doen hun best om absoluut geen fouten te maken en om in alles wat er op hun weg komt volmaakt te zijn: de volmaakte partner, moeder, vader, dochter,zoon, collega... Het huis volmaakt op orde, het eten waar niets op aan te merken valt en dat vervolgens ook op een perfect gedekte tafel een plekje moet vinden. Perfectie in... alles. Door het nastreven van deze volmaaktheid zijn ze eigenlijk altijd moe, want het is in hun ogen nooit goed genoeg. Uitrusten, even bijkomen en genieten van het bereikte resultaat is er niet bij, want télkens wanneer ze denken dat ze er zijn, dat alles tot in de puntjes verzorgd of af is, zien ze weer iets anders dat nog voor verbetering vatbaar is. De perfectionist, lieve lezers, is zijn eigen grootste vijand. Tussen twee haakjes, we komen het ook tegen in het eveneens onbereikbare schoonheidsideaal, een boeiend thema waarbij vaak alleen naar het uiterlijk wordt gekeken en er nogal eens over het hoofd wordt gezien dat ware schoonheid van binnen zit en naar buiten toe zichtbaar wordt, in plaats van andersom... 
Er is niks mis mee om iets goed te willen doen, om goed werk af te willen leveren, om jezelf van je beste kant te laten zien en om jezelf te willen overtreffen. Dit is alleen maar een uiterst nobel streven! Het wordt echter een probleem zodra dit streven overgaat in obsessief gedrag en andere aspecten van je leven eronder gaan lijden. Begin je te merken dat jouw verlangen om iets goed te doen sterker wordt dan andere behoeften en verlangens die voorheen ook een plekje hadden in je dagelijks bestaan, krijg je in de gaten dat je eigenlijk alleen nog maar aan dat ene ‘iets’ kunt denken en dat je er tot `s avonds in je bed over ligt te malen en dat je innerlijk niet meer tot rust kunt komen, dan ben je waarschijnlijk bezig om de grens tussen iets goed te willen doen en in obsessief gedrag te verzanden, te overschrijden. 

Wanneer moet je op je hoede zijn? 
  •  Zodra je merkt dat het je moeite kost om iets los te laten, om wat anders te gaan doen en je te ontspannen. 
  • Zodra het ‘iets’ waar je mee bezig bent ten koste van je nachtrust begint te gaan. 
  • Zodra je beseft dat je, in je gesprekken met andere mensen, alleen nog maar over jouw thema wilt praten. 
  • Zodra je begint de complimentjes die je voor je werk krijgt in twijfel te trekken. 
  • Zodra je vanuit je omgeving opmerkingen krijgt met betrekking tot je obsessieve gedrag.


Het is geen goed idee om je uit te putten en je in de stress te werken voor iets wat sowieso nooit haalbaar is. Het kan nooit verstandig zijn om je gezondheid op te offeren voor iets wat nooit bereikbaar is. (Stress en uitputting kunnen ziekte tot gevolg hebben). Ik wil best toegeven dat ik, net als veel van die cliënten van mij, vroeger ook dacht dat iets (ik) perfect moest zijn en dat ik mij daarvoor verschikkelijk kon uitsloven. Intussen echter weet ik dat het een veel beter idee is om de lat op het niveau van ‘voldoende’ te leggen, beseffende dat dit ‘voldoende’ evenzo een subjectief oordeel inhoudt, maar dan wel met het verschil dat je het op een bepaald moment los kunt laten, dat je een klus op een bepaald moment gewoon af kunt ronden en dat je niet eindeloos door hoeft te gaan waardoor je in het obsessieve terecht komt.

Zo herinner ik me de eerste lezing die ik moest geven. De angst en de onzekerheid hielden me in hun verlammende greep. Vanaf de lagere school leed ik aan toneelangst. Maar ik móest en zou die lezing geven, en ik dacht: als ik me maar heel goed voorbereid, als ik alles maar zo ongeveer uit mijn hoofd ken, dan kan het niet mis gaan. Maar ik kwam nooit aan het uit mijn hoofd leren toe, want ik schreef en herschreef mijn verhaal, verscheurde het en begon weer opnieuw... omdat het nooit goed genoeg was. Op een gegeven moment besloot ik mijn tekst (bíjna perfect) aan anderen te laten lezen, terwijl ik ondertussen toch alweer met een nieuwe versie bezig was. Toen mijn kritische lezers  zeiden dat het goed was, geloofde ik ze niet... Ik was alleen nog maar totaal geobsedeerd met die lezing bezig, ik snauwde mijn omgeving af, voor eten had ik geen tijd en slapen? Nou, ik kon mijn tijd wel beter besteden... aan het herschrijven en bijschaven van mijn verhaal. Totale waanzin! Uiteindelijk kwam die lezing best in orde, en ik heb er veel van geleerd: op die manier nóóit meer.

Om te beginnen drong het toen pas echt tot me door dat dit soort irrationeel perfectionistische gedrag voortkomt uit een diepe onzekerheid. Ik was doodsbenauwd om fouten te maken, om uitgelachen te worden en om niet aan de verwachting (van wie, in vredesnaam?) te voldoen. En dat alles, beste lezer, zat gewoon alleen maar in mijn eigen kop, mijn beïnvloedbare koppetje van hsp’er. Die onzekerheid, dat zwakke zelfbeeld is iets wat bij heel veel hsp’ers een grote rol speelt. Ga maar eens kritisch bij jezelf na of je daar ook last van hebt, en doe er dan wat aan, want de lat op ‘volmaakt’ leggen in plaats van op ‘voldoende’, ‘middelmatig’ of ‘aanvaardbaar’, kan ernstige gevolgen hebben.
  
Wat kun je doen?  
  • Begin met de lat wat lager te leggen: ‘aanvaardbaar’ is goed genoeg, en zeker als het van een hsp’er komt.  
  • Besef dat alle etiketten, alle oordelen in jouw hoofd zitten en dat ze daarom subjectief zijn. Altijd. Het zijn regelrechte saboteurs. 
  • Leer complimentjes aanvaarden (en ze ook te geloven!  
  • Herhaal het mantram: ‘Doen is beter dan volmaakt.’

Ik las ooit eens ergens het volgende: ‘Om verlicht te raken kunnen je kiezen uit twee poorten. Boven de eerste staat geschreven: Perfectie, boven de tweede staat Voldoende. De eerste poort, die van de perfectie, is een schitterende, rijkelijk versierde poort die degene die ervoor staat met zijn pracht probeert te verleiden. Wie besluit deze poort te betreden stuit onveranderlijk op een ondoordringbare muur. En de tweede poort? Achter deze poort bevindt zich een magische tuin waar alles mogelijk is. Het is echter denkbaar dat het nooit bij je opkomt om deze tweede poort, deze poort van Voldoende, te betreden... Het is aan jou om te kiezen en een geheel nieuwe wereld vol ongekende mogelijkheden te ontdekken.

woensdag 6 maart 2013

Hooggevoeligheid en Voice Dialogue


Afgelopen maand was ik eindelijk in de gelegenheid om deel te nemen aan de driedaagse training Voice Dialogue voor Coaches in Amsterdam. Ik zeg “eindelijk” omdat ik, zoals misschien bekend is, in verhouding veel meer tijd in Spanje doorbreng dan in Nederland, en het tot nu toe eigenlijk nooit uitkwam met de data. Diegenen die mij al langer volgen weten mogelijk dat ik me al een tijdje bezig hou met wat ik de “saboteurs” noem, en de methode van Voice Dialogue is een prachtige manier om met die “saboteurs” (die binnen VD “subpersonen” worden genoemd), aan het werk te gaan.

Wat is dat Voice Dialogue nou precies? Je zou kunnen zeggen dat het een andere manier van naar jezelf kijken betreft, een manier om jezelf te zien als een wezen dat uit meerdere, aan je Bewuste Ik ondergeschikte, ikken bestaat. Ieder van ons heeft kanten, facetten of subpersonen die elk een eigen bril hebben waar doorheen ze de wereld beschouwen. Maar dat doen ze dan wèl door jouw ogen. Elke “sub” bedient zich van zijn eigen manier van handelen en denken en houdt er bovendien eigen gewoontes, waarden en regels op na. Zo’n “sub”, die ooit eens in je belevingswereld is verschenen om je ergens bij te helpen of tegen te beschermen, kan op een gegeven moment een soort van stoorzender worden die een bepaalde kwaliteit die je hebt en die graag tot ontwikkeling wil komen, op een irritante manier overschreeuwt... en dat doet hij doorgaans zonder dat je dat zelf in de gaten hebt. Vaak is dit saboterende gedrag redelijk onschuldig, maar soms gaat het veel dieper dan je misschien zou vermoeden.

Het leren (her)kennen van je “subs”,  die alles wat je doet en denkt ongevraagd van commentaar voorzien, kan zijn voordelen hebben. Wanneer je een idee hebt van wie er in jou aan het woord is, wanneer je je daar bewust van bent, kun je vanuit dat bewustzijn (het “aware ego”) gefundamenteerde keuzes maken en, vooral ook, weggestopte en verdrukte kanten van je persoonlijkheid eens wat meer naar voren laten komen.



Een voorbeeld

Om te beginnen moet je weten dat de “subs” altijd met z’n tweetjes komen. Om dat te begrijpen hoef je eigenlijk alleen maar na te gaan welke stemmetjes er door je hoofd schieten wanneer je in een winkel staat en iets ziet dat je eigenlijk wel graag wilt hebben: een boek, een mooie broek, chocola, of die schitterende plant...

‘Hee, kijk, een nieuw boek over hooggevoeligheid... Ziet er interessant uit. Die neem ik.’

‘O ja? Het hoeveelste boek over hooggevoeligheid wordt dat? Hoe veel van die boeken heb je al gelezen en wat ben je ermee opgeschoten? Sterker nog, hoeveel van al die boeken liggen nog op je stapel van ongelezen boeken?’

‘Ja, ja, maar dit is een nieuwe invalshoek, en dat ietwat nuchtere toontje spreekt me wel aan.’

‘Ok, ok. Maar heb je de prijs gezien? Niks afgeprijsd.’

‘Kom op zeg, alsof vijftien euro véél is voor zo’n interessant thema. En voor hoe ik meer inzicht in die hooggevoeligheid van me kan krijgen.’

‘Nou, bedenk dán maar eens wat je allemaal nog meer met vijftien euro kunt doen. En dan bedoel ik echt núttige dingen!’

‘Ik heb hard gewerkt en ik heb dit boek best verdiend!’

Ken je dat soort innerlijke gesprekjes? In theorie kunnen ze echt eindeloos voortduren, net zo lang tot uiteindelijk een van de stemmen het van de andere wint, of tot –en dat is veel beter- het moment waarop het bewuste ego beide kanten op realistische wijze tegen elkaar weet af te wegen en daarmee tot een letterlijk weloverwogen besluit komt.



Hooggevoeligheid-ikken

Binnen de hooggevoeligheid komen we een aantal heel specifieke, krachtig ontwikkelde “subs” tegen: ikken, dus, die het vaak eenzijdig voor het zeggen hebben, en waarbij de sub die er de tegenhanger van is, nog al eens overschreeuwd wordt. Dit zijn bijvoorbeeld de Helper, de Perfectionist, de Controleur en de Inner Critic, ikken die je goedbeschouwd alleen maar willen behoeden voor een afgang, die er alles voor willen doen dat je aardig gevonden wordt en dat de mensen lovend over je spreken. Echt, ze hebben het beste met je voor. Om je een idee te geven van hoe de Helper bijvoorbeeld voor je zorgt en welke andere ik daarbij hoort ,de tegenhanger,  (die bij een HSP’er niet altijd aan zijn trekken komt) volgt hier een voorbeeld waarin beiden wèl evenredig aan het woord komen...


De Helper versus de Autonome

Er is absoluut niets verkeerd aan het helpen van andere mensen of aan het helpen van dieren. In tegendeel. Iemand willen helpen, dat heb ik al veel vaker gezegd, is een bepaald positieve en belangrijke eigenschap. Een ander een plezier doen en de helpende hand bieden, dat soort dingen maakt het leven de moeite waard. Iets voor een ander doen maakt blij, zorgt ervoor dat anderen je aardig vinden en je waarderen, en het kan zelfs zo ver gaan dat je er je werk van maakt. (Denk maar eens aan de verzorgende beroepen of aan de horeca). De “sub” die we Helper noemen is een prettige bondgenoot, maar dat is hij eigenlijk alleen maar zolang zijn tegenhanger zo af en toe eens krachtig op de rem kan trappen.  Die tegenhanger noemen we de Autonome, hoewel de Helper ook goed uit de voeten zou kunnen met een tegenhanger als de Egoïst of met de Rationalist. Als de tegenhanger van jouw Helper niet krachtig genoeg is om tegengas te kunnen bieden wanneer jouw Helper tot echte Uitslover wordt, als jouw Autonome niet in staat is om grenzen te stellen en het hem niet lukt je te laten inzien dat je moet minderen, dan kan dat ontaarden in stress, en vervolgens in allerlei nare kwalen; helaas iets wat onder de hooggevoeligen nog al eens voorkomt. Hier volgt een voorbeeld van een mogelijke dialoog tussen Helper en Autonome waarbij beiden wèl aan elkaar gewaagd zijn:

‘De buurvrouw heeft griep en ze heeft hulp nodig. Ik moet toch naar de super, dus ik neem haar boodschappen wel meteen mee.’

‘Natuurlijk, als ze ziek is moet ze geholpen worden. Heeft ze je gevraagd of je de boodschappen voor haar wil doen?'

‘Dat is niet nodig. Ik weet wat ze lekker vindt en ik neem het gewoon voor haar mee.’

‘Hé, joh, wacht nou eens even! Als je niet op een telefoontje van háár wilt wachten, bel haar dan zelf om te vragen of ze iets nodig heeft.’

‘Maar als ik haar met de boodschappen verras, dan vindt ze dat fijn. Je weet best hoe moeilijk ze het vindt om om hulp te vragen.’

‘Of niet. Misschien heeft ze al aan dochter gevraagd of die de boodschappen wil doen. Als je haar niet belt, als je haar niet vráágt of ze je hulp nodig heeft, misschien dat ze zich dan uiteindelijk wel ongemakkelijk zal voelen in plaats van dat ze blij is met de verrassing. En daarbij, hadden we niet afgesproken dat je op dinsdag alléén maar dingen voor jezelf zou doen om tot rust te komen?’

Als je goed naar deze innerlijke dialoog weet te luisteren, kan je dat helpen om tot weloverwogen beslissingen te komen.

Misschien is het een idee om zo eens te kijken wat jouw favoriete dialogen zijn. Zo lang de interne gesprekken zodanig verlopen dat ze evenwichtig zijn, waarbij de ene “sub” dus even veel gewicht in de schaal weet te leggen als zijn tegenhanger, zit je meestal wel op de goede weg. Maar mocht je je realiseren dat er maar één kant tegen je spreekt, wees dan op je hoede. Waarschijnlijk is dit het geval wanneer je een bepaald gedrag vertoont waar je last van hebt. Als we in dit verband nog eens even naar Helper en Autonome kijken, dan zou het best wel eens kunnen zijn dat Helper zó sterk ontwikkeld is dat de Autonome geen schijn van kans maakt. In dat geval sta je dan mogelijk dag en nacht klaar om de helpende hand te bieden en weet je van geen ophouden; of liever, je weet niet hoe je nee moet zeggen, met alle gevolgen van dien. Wanneer Helper de boventoon voert en de Autonome elk recht van spreken ontnomen heeft, dan ben je een goede kandidaat voor stress en misschien zelfs ook wel voor een burnout...

Het mooie aan de methode van Voice Dialogue is dat de sessies zodanig zijn opgebouwd dat elk van de “subs” die, afhankelijk van het te behandelen thema, hun opwachting maken, onbelemmerd kunnen vertellen wat hen op het hart ligt, wat hun zorg is en wat volgens hen nodig is om de coachee blij en gelukkig te maken. De coach die dit gesprek begeleidt zorgt ervoor dat de subs en hun tegenhangers zodanig liefdevol in het zonnetje worden gezet dat de coachee te horen en te zien krijgt waaróm bepaalde krachten op deze of gene manier in hem werkzaam zijn. Dit zal hem dan begrip en vooral zelfinzicht opleveren.


Luister eens naar je lievelings dialogen

Ik raad je aan om eens te luisteren naar wat jouw vaste innerlijke gesprekken zijn.  Als HSP’er zit het er dik in dat jouw innerlijke dialogen te maken hebben met de Inner Critic (‘Dat kun je toch niet’, ‘Denk maar niet dat je dat gaat lukken’, ‘Je wordt toch niet teruggebeld’, ‘Zie je wel, ik hád je nog gewaarschuwd’...), met de Perfectionist (‘Heb je alles wel goed nagekeken?’ ‘Is de boel echt goed schoon?’ ‘Je wilt toch niet voor gek lopen, hè?) en met de Helper, zoals we dat in het voorbeeld hierboven al zagen.

Vraag je dan ook eens af wat de specifieke taak van een bepaalde “sub” zou kunnen zijn (Hoe, op welke manier helpt hij je? Wat is zijn goede bedoeling en waartegen probeert hij je te beschermen?). Vervolgens zou je je af kunnen vragen in hoeverre zijn aanwezigheid op dit moment in je leven aangebracht en functioneel is (dat hij je in het verleden werkelijk een dienst bewees wil niet zeggen dat zijn steun, werkwijze en argumenten je nu nog van pas komen). En hoe zit het met de tegenovergestelde “sub”?  Hoe zou je die noemen? (Relax, Ontspanning, Zorg voor jezelf, Vrede, Muziek, Schilder, enzovoort). Neem de rol, kracht en functie van de tegenhanger ook eens goed onder de loep. Wat doet hij precies (of niet) en hoe werkt hij of zou hij het liefste willen werken? Heeft hij misschien een beetje extra aandacht nodig?



Wil je meer weten?

Wil je eens onderzoeken hoe het zit met je eigen “subs”? Lijkt het je een goed idee om op die manier meer inzicht te verkrijgen in je eigen manier van functioneren? Misschien voel je dan wat voor een persoonlijke sessie met mij. In tegenstelling tot het gewone coachen dat heel goed via Skype, Google+ of gewoon per telefoon kan, moet een sessie van Voice Dialogue een persoonlijke sessie in levende lijve zijn. Een sessie duurt ongeveer een uur en kost 50 euro.

Misschien wil je ook meer weten van Voice Dialogue. In dat geval raad ik je het leuke boekje van –o.a.- Berry Collewijn,  “Ik ken mijn ikken” aan.  Overigens, als je op 11 mei in Amsterdam bent, is het Theater van de ikken een prachtige gelegenheid om in de praktijk meer van Voice Dialogue te zien.  En dan is er verder natuurlijk ook het werk van Hal en Sidra Stone, de bedenkers van deze fascinerende methode.

Ik wens je een fijne maartmaand toe!

vrijdag 7 december 2012

Hooggevoelig en met hart en ziel liefhebben


‘De liefde zoeken is niet je taak; je taak is het zoeken naar, en wegnemen van alle, door je zelf opgeworpen innerlijke hindernissen die je het vinden ervan beletten.’ Rumi

Tot de vele pijnplekken die je als hooggevoelige mens kunt ervaren, behoort het feit dat velen zo intens veel van hun partner kunnen houden dat ze zich met “lichaam, ziel en geest” aan hem of haar geven. En dat intense, je met een ander verbonden voelen, hoeft niet eens beperkt te blijven tot liefdesrelaties, maar kan zich ook voordoen bij diepe vriendschappen of bij bepaalde familierelaties. Als zo’n relatie dan op een gegeven moment ophoudt of uit gaat dan kan dat ongelooflijk veel pijn doen. De positieve kant daarvan (want die is er gelukkig wel) is dat een dergelijke ervaring je innerlijk sterker en emotioneel onafhankelijker kan maken.

Binnen een van de HSP-groepen van facebook liep onlangs een interessante uitwisseling over dit tema, die begon met de volgende vraag: ‘Hoe komt het toch dat HSP’ers zo gevoelig zijn voor stemmingen van een ander, en dat dit zelfs ten koste van je eigenwaarde kan gaan?’ Een goede vraag waarin menigeen zich zal herkennen. Maria, van wie deze vraag afkomstig was, ging verder met te vertellen dat haar vriend,  in het begin van hun relatie, haar overlaadde met complimentjes en attenties en hij alles wat ze deed, dacht of zei even fantastisch vond. Na een poosje echter, namen zijn enthousiasme en steun beduidend af en gebeurde het steeds vaker dat hij kritiek leverde terwijl haar plannen en ideeën, die hij vroeger zo fantastich had gevonden, hem nu bespottelijk en infantiel voorkwamen.  Maria is zich ervan bewust hoe ze, bij elk van zijn negatieve reacties, steeds meer aan zichzelf gaat twijfelen, en ze voelt zich verdrietig en verraden. Ze zegt: ‘En het enige wat ik dan nog kan denken is dat het wel erg triest met mezelf gesteld is, want het is duidelijk dat ik mijn zelfbeeld, mijn gevoel voor eigenwaarde, volledig laat afhangen van hoe anderen mij zien. En als ik “anderen” zeg, dan bedoel ik diegenen die ik als mijn centrum beschouw, als mijn motor en mijn anker.’
Dat laatste is belangrijk, en helemaal als je HSP bent. Het gaat hier om twee thema’s waar de hooggevoelige mens nog al eens op minder aangename wijze mee te maken krijgt. Om te beginnen is dat het thema van het zelfbeeld dat, zoals je misschien wel weet, bij veel HSP’ers aan de zwakke kant is. (Klik voor artikelen waarin ‘zelfbeeld’ ter sprake komt). En ten tweede is er het feit (sterk samenhangend met dat zwakke zelfbeeld) dat hooggevoeligen nog al eens de neiging hebben zichzelf aan anderen ‘te schenken’, om zichzelf weg te cijferen.

Terugkerend naar de vraag van Maria, kunnen we stellen dat haar probleem rechtstreeks te maken heeft met dit schenken van jezelf, met het wegcijferen van wie je bent.  In plaats van voor jezelf te leven, leef je voor een ander. Je schenkt jezelf (je tijd, energie, je levenslust en mogelijk zelfs je geld) aan degene die je lief hebt. Waarschijnlijk ben je je er niet van bewust, maar wat er ondertussen gebeurt is dat je je zwakke zelfbeeld probeert te versterken met alles wat je ontvangt door je in dienst van die ander te stellen. Je teert als het ware op wie die ander is. (‘Kijk eens hoe goed ik ben, ik doe álles voor hem/haar!’) Of, om een beeld te gebruiken: je absorbeert de ander, je zuigt hem bij jezelf naar binnen, waardoor je hem automatisch gaat beschouwen als het middelpunt van je leven, als ‘je centrum, je motor en je anker.’

Je zou een zwak zelfbeeld kunnen zien als een innerlijke leegte, als een holte die gevuld zou moeten zijn met een gevoel van tevredenheid, met de aanvaarding van het prachtige wezen dat je bent. Leegtes willen gevuld worden, dat is nu eenmaal zo. Lukt het je om wat voor reden niet om die innerlijke leegte zelf te vullen, dan kun je je misschien voorstellen hoe je op zoek gaat naar anderen die dat voor je kunnen doen: je absorbeert anderen die je met hun liefde voor jou het gevoel kunnen geven dat je de moeite waard bent. En zeg nu zelf, hoe kun je zo iemand niet alles willen geven wanneer die iemand zich in jouw centrum, in jouw hart bevindt en daar volledig deel uitmaakt van jouw bestaan? De grenzen tussen jou en die ander zijn opgelost, zijn vervaagd; jullie zijn één. De versmelting van twee zielen, een prachtig en romantisch beeld dat jammergenoeg tot een ander tijdperk behoort en nu, in deze tijd van de ontwikkeling van het menselijk ego, niet langer haalbaar is.

Laten we eens kijken naar waarom zo’n mooie versmelting op den duur niet houdbaar is. Maria zei het zal: na een tijdje begon haar partner kritisch en onaardig te worden. Haar vriend, die door haar geabsorbeerd was, begint het benauwd te krijgen. Als jij HSP’er bent en je je in Maria’s woorden herkent, is het heel waarschijnlijk dat je vriend of je vriendin jouw voortdurende en niet-aflatende aandacht na een poosje als beklemming begint te ervaren.  Let wel, ik zeg niets over je bedoelingen die ongetwijfeld goed en zuiver zijn; ik kijk alleen maar even naar hoe je partner (al dan niet bewust) meer en meer het gevoel begint te krijgen dat hij bezig is zijn eigen identiteit te verliezen en dat hij zich misschien zelfs wel gemanipuleerd kan gaan voelen. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat hij op een dag zegt dat hij het weekend weg wil met zijn vrienden, en dat jij daar een probleem van maakt. Je vriend heeft het gevoel dat hij klem zit en zal misschien niet weggaan om jouw gevoelens te sparen. Maar een volgende keer gaat hij wèl, en dan voel jij je verraden…
En zo verging het ook Maria en haar vriend, die in het begin van hun relatie onafscheidelijk waren en alles samen deelden. Maria voelde zich gezien en bemind door haar partner die haar in alles steunde, maar op een gegeven moment vindt er schijnbaar zomaar opeens een omslag plaats en wordt hij kribbig en kritisch. Zij ervaart het als afgewezen worden, maar in werkelijkheid is het alleen maar dat haar vriend ineens “wakker wordt” en merkt dat hij zichzelf kwijt is: hij zet zich af om zijn eigen grenzen te kunnen hervinden die daarvoor met de jouwe waren versmolten. Hij had jouw leegte gevuld (en uiteindelijk vond hij dat aanvankelijk ook meer dan best, want wie heftig verliefd is, die slaapt een beetje, en wie vindt het nou niet heerlijk als iemand dag en nacht voor je klaarstaat…) maar merkt ineens dat hem dat benauwt omdat het ten koste van zijn eigen wezen gaat.

Een gezonde en evenwichtige relatie
Het zal duidelijk zijn dat een gezonde relatie gebaseerd moet zijn op wederzijdse liefde, maar liefde voor jezelf –blij zijn met wie je bent- is minstens even belangrijk. Tevreden zijn met de mens die je bent, met hoe je eruit ziet en met wat je hebt, zónder jezelf op een voetstuk te plaatsen, is gezond. Van jezelf houden betekent ook je grenzen en behoeften kennen en respecteren, innerlijk willen groeien en willen leren van wat de wereld (en vooral onze relaties met anderen) ons voorhoudt.  En natuurlijk is zo’n gezonde relatie ook alleen maar mogelijk zo lang je bereid bent de ander met al zijn goede en minder goede eigenschappen te accepteren.  En zo lang er van wederzijds vertrouwen sprake is; de ander vrij laten en de ruimte geven opdat hij of zij naar behoeven voor zichzelf kan zorgen en aan zijn behoeften tegemoet kan komen. En mocht het dan gebeuren dat de behoeften van de één een conflict opleveren met de grenzen en de behoeften van de ander, dan is het tijd voor een goed gesprek waarbij respect hoog in het vaandel staat.

Aandachtspunten voor de HSP’er
Om als HSP’er tot zo’n gezonde en evenwichtige relatie te kunnen komen zou het raadzaam kunnen zijn om eens naar de volgende (tere) punten te kijken. Mocht je hier en daar iets van je eigen situatie herkennen, misschien is het dan een goed idee om te kijken in hoeverre er iets te veranderen of te verbeteren valt. Praat met je partner om te zien hoe het staat met jullie gevoelens voor elkaar en met ieders behoeften.

  • Ben je hooggevoelig, kijk dan eens met extra aandacht naar het beeld dat je van je van jezelf hebt. Is dat zelfbeeld aan de zwakke kant (bij veel HSP’ers is dat zo) dan is dit misschien het moment om daar iets aan te doen. Er zijn talloze goede boeken op de markt, cursussen die zeer de moeite waard zijn en het internet is een uiterst bruikbare bron van informatie. Of wat dacht je van het inroepen van de hulp van een coach?
  • Kijk eens met een kritische blik naar je eigen gedrag en ga na of je hobby’s en/of vrienden/vriendinnen hebt laten schieten om je partner een plezier te doen; misschien zelfs zonder dat deze daarom heeft gevraagd. Stel jezelf de vraag of je je anders voordoet dan je in werkelijkheid bent om de man of vrouw te kunnen zijn die je (denkt dat) partner nodig heeft om gelukkig te kunnen zijn.
  • Luister ook eens naar dat innerlijke stemmetje om te zien in hoeverre bepaalde facetten van het gedrag van je partner je hinderlijk voorkomen, maar waarover je je mond houdt om een eventuele ruzie te vermijden. Ontdek je irritaties, probeer dan een manier te vinden om erover in gesprek te raken voordat de boel explodeert op een moment dat je dat totaal niet verwacht.
  • Hoe veel tijd besteed je aan jezelf en doe je iets waar je van binnen blij van wordt? En dan denk ik vooral aan activiteiten zoals het maken van een mooie wandeling, mediteren, schrijven, lezen, schilderen, muziek maken, pilates, tai-chi, yoga, enzovoort, die weldadig zijn voor de innerlijke verrijking, ‘voer voor de ziel.
  • En als laatste tip zou ik je willen voorstellen om je eens in alle ernst af te vragen of je misschien in een van de valkuilen van de HSP’er bent beland, de valkuil van jezelf op te offeren voor de andere mens in de zin van dat je hem of haar met de beste bedoelingen van de wereld elk klusje en elk eigen initiatief uit handen neemt. Ik begrijp heel goed dat je iemand graag wilt bewijzen dat je ontzettend veel van hem of haar houdt en dat je hem of haar het leven zo aangenaam mogelijk wilt maken, maar soms kun je daarin doorschieten en beroof je je geliefde van zijn of haar persoonlijke autonomie. Er zit ook een donker kantje aan dat soort gedrag: als je alles voor iemand doet, dan heb jij de touwtjes in handen en oefen je controle uit, en zou je wel eens, mogelijk zonder het te beseffen, manipulerend bezig kunnen zijn.
Herken je jezelf in dit gedrag, wees dan niet verbaasd als je relatie geen stand houdt, want niemand komt graag in de verdrukking. (Overigens komt het in zo’n geval vaak voor dat iemand roept: ‘…en dat na álles wat ik voor X heb gedaan!’ Precies, daarom dus.). Meer lezen over de rol van ‘redder.’
Lukt het je op positieve wijze met deze tips aan de slag te gaan, dan garandeer ik je dat je relaties een stuk succesvoller zullen zijn!