Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label eigenwaarde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eigenwaarde. Alle posts tonen

maandag 9 februari 2015

Als je kindje hoogsensitief is

Er gaat geen week voorbij of ik krijg wel een aantal mailtjes van bezorgde ouders die vinden dat hun kindje opvallend gevoelig is. Er wordt dan onder meer gevraagd om advies, om coachingsessies en om artikelen, maar wat die ouders eigenlijk willen is dat hun twijfels en onzekerheden worden weggenomen. 
Het eerste wat ik altijd vraag is of ze de HSP-test voor kinderen hebben gedaan. Vervolgens vraag ik of ze weten dat hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit een erfelijke karaktertrek is, hetgeen impliceert dat een van de ouders, of beiden, ook hooggevoelig is... Wanneer geen van beiden zich in het profiel van HSP-er herkent, kan dat betekenen dat hooggevoelig zijn nooit een probleem is geweest, maar het kan ook zo zijn dat de extreme gevoeligheid al van jongs af aan onderdrukt is geweest of dat, inderdaad, geen van beide ouders HSP is en dat er met je kindje iets anders aan de hand is. Dit artikel is echter geschreven voor ouders van hooggevoelige kinderen. 
Een baby, elke baby, of hij later hooggevoelig blijkt te zijn of niet, is een wonder op zich dat aanvankelijk één groot waarnemingsorgaan is; een klein mensje dat niet anders kan dan alles vanuit zijn omgeving in zich opzuigen. Alles komt bij het baby'tje binnen zonder dat hij het vermogen heeft om zich voor bepaalde (onaangename) prikkels af te sluiten. Een klein kind, van pasgeborene tot peuter, kan niet oordelen (om te oordelen heb je eigen ervaringen nodig) en kan niet vergelijken (ook daarvoor moet je eigen ervaringen hebben opgedaan), het kan alleen maar zien, horen, registreren en nabootsen. Het beseft nog niet eens dat het een op zichzelf staand organisme is maar gaat nog helemaal op in de omgeving waarmee het één is, zoals het ook in de moederbuik één was met de moeder. Pas wanneer het, zo op driejarige leeftijd 'ik' begint te zeggen, is dit het teken dat het zich begint te realiseren dat het 'iemand anders' is. 
Is een baby hooggevoelig dan zal hij nog veel meer informatie in zich op zuigen. Hoewel alle kindertjes gevoelig zijn voor lawaai, fel licht, extreme temperaturen (denk aan de fles en de potjes), en harde en schurende stoffen, zijn hoogsensitieve kindjes dat in nog veel sterkere mate. Het ligt dus voor de hand dat je hier als ouder en opvoeder sterk rekening mee zult moeten houden, en dat je erop moet letten dat je kindje niet overprikkeld raakt. Dat kun je doen door zijn omgeving rustig te houden, geluidsoverlast (dus ook muziek en tv waar het kindje echt niet op zit te wachten) te beperken, hem niet in schel en fel licht te plaatsen (denk ook aan de zon!), erop te letten dat zijn kamertje en ook zijn voeding niet te warm of te koud is en hem kleding van zacht katoen te geven en daar de schurende etiketjes uit te verwijderen. Ook ten aanzien van het speelgoed kun je veel doen: zo genieten natuurlijke materialen (eerst zachte stoffen en later hout) de voorkeur boven hard en kil plastic. 
Dit om te beginnen. Verder zou ik nog iets willen zeggen over het mee naar buiten nemen van je kindje. Persoonlijk ben ik een voorstander van die draagzakken waarmee je je baby tegen je lichaam aan kunt houden, en dat zeker in het begin. En bij 'begin' denk ik ook dat het geen goed idee is om je kleine HSP'tje al direct mee naar buiten te nemen. Ik raad je aan om daarmee te wachten tot hij iets van een maand oud is; bij mijn kinderen die beide hooggevoelig zijn, heb ik ermee gewacht tot ze zes weken oud waren. Dit kan overdreven lijken, maar bedenk dat het kind dat lange tijd volledig beschermd en omhuld in je buik heeft geleefd bij zijn geboorte geen flauw besef heeft van waar het terecht is gekomen en dat alles ineens zonder ook maar enige filter of bescherming regelrecht bij hem naar binnen knalt. Die ervaring moet voor elke pasgeborene behoorlijk overweldigend zijn, maar voor een mini HSP'tje moet dat regelrecht angstaanjagend zijn. In die zin is het dus niet geheel overdreven om hem niet in één keer, maar stapje voor stapje vanuit zijn vertrouwde omgeving, zijn comfortzone -zijn kamertje en later het huis- stukjes van de buitenwereld te laten zien. 
Terugkomend op die draagzakken... Die vind ik zo belangrijk omdat het kindje, jouw kindje, lekker contact kan maken met het lichaam van zijn moeder, dat lichaam waarin hij zo lang heeft geleefd en dat hem zo vertrouwd is. De nabijheid van jouw lichaam, jouw hartslag, zal hem een gevoel van zekerheid en veiligheid geven. Zekerheid en veiligheid zijn ongelooflijk belangrijk voor de kleine HSP'er. Het kleintje komt op de wereld zonder ook maar enig besef van concepten als Goed en Slecht, of Mooi en Lelijk; voor hem is alles zoals het is. Alles IS. Hij heeft nog geen onderscheidingsvermogen. Later zul je nog kans genoeg hebben om hem te leren dat niet iedereen even goede bedoelingen heeft, maar zo lang hij nog zo piep is zul je echt alles moeten doen om hem het gevoel te geven dat de wereld oké is, dat er over hem gewaakt wordt, dat hij veilig is en, vooral, dat er van hem wordt gehouden. We dragen hem dicht tegen ons lichaam zodat hij onze vertrouwde geur kan opsnuiven, ons hart kan voelen slaan en ons gezicht als referentiepunt kan zien. 
Kun je hem om wat voor reden dan ook niet zo tegen je aan dragen, leg hem dan in een wagen van waaruit hij je kan zien. Waak ervoor om je HS kindje in wagens te vervoeren waarin zijn blik op de wereld is gericht want dan raakt hij niet alleen snel overprikkeld (huilen!) hij zal zich ook totaal onveilig en onbeschermd voelen. Dit geldt ook voor wagentjes waarin je kindje, al wat ouder, kan zitten. Er komt bij dit soort wagentjes echt veel te veel informatie bij hem binnen... 
Je kindje wordt ouder. Ben jij de hooggevoelige ouder, vertrouw dan altijd op je intuïtie. Let altijd op de hoeveelheid prikkels die je kind te verteren krijgt. Maak hem stapsgewijs vertrouwd met de grote wereld. Neem hem niet mee naar plaatsen waar jij je onplezierig voelt (winkelcentra, drukke feesten, openbare gelegenheden...) en zorg ervoor dat hij voldoende slaap krijgt. Dat laatste is zo ongelooflijk belangrijk. Als hij naar de crèche of het kleuterklasje gaat, zoek dan een klein klasje; hoe kleiner hoe beter (minder prikkels). Als ze daar voorstander zijn van veel spelen en minder intelectualiseren, des te beter. Hoe meer aandacht ze hebben voor spelletjes, sprookjes vertellen, zingen, schilderen of tekenen en muziekmaken met instrumenten, des te gezonder je kindje zich zal ontwikkelen. Besef dat contact met de natuur onmisbaar is in de opvoeding van je kind. Leer hem schoonheid en goedheid waarderen, en zeg vooral nooit dingen als 'Niet huilen, dat doet geen pijn,' 'Je moet je niet zo aanstellen, huilen is voor zwakkelingen,' of 'Kijk eens hoe Pietje van zich af weet te bijten, dat zou jij ook moeten leren.' Hou er rekening mee dat zijn gevoel zijn realiteit is; voor hem is het wáár. Zijn emoties bagatelliseren heeft grote gevolgen voor zijn latere gevoel van eigenwaarde en kan ertoe leiden dat hij zich later zal gaan schamen voor wie en hoe hij is en dat hij zich mogelijk ook schuldig gaat voelen omdat hij zichzelf ziet als  'onder de maat.' Probeer uit te leggen dat niet alle kinderen hetzelfde zijn, dat jezelf met anderen vergelijken niet de manier is, maar dat het gaat om samenwerken en aanvaarding. Dat anders zijn in het geheel niet betekent dat je hoe dan ook minder zou zijn. 
Heb je de mogelijkheid, geef je kind dan een huisdier om voor te zorgen. De zorgplicht kan met iets kleins beginnen, bijvoorbeeld één keer per dag vers water, tot uitlaten of de bak verschonen. Het is duidelijk dat de verzorgingstaak in overeenstemming moet zijn met zijn mogelijkheden; hij moet zich er sterker door gaan voelen en niet het idee krijgen dat hij niet goed genoeg zou zijn! 
Laat het een instrument bespelen als dat kan. En waak er hoe dan ook voor dat hij niet te lang (rekbaar begrip uiteraard) voor de computer zit of met de tablet speelt. In die zin is ook te veel TV-kijken geen goed idee. Probeer daarentegen liever, en in kleine doses, het sociale contact te bevorderen evenals de liefde voor het lezen van mooie boeken. 
Bedenk dat veranderingen voor elke HPS'er een uitdaging zijn, maar dat veranderingen voor het HS kind nog veel moeilijker te verteren zijn omdat hij over een nog veel kleiner refentiekader beschikt. Probeer je kind daarom zo veel mogelijk voor te bereiden op nieuwe situaties en bedenk dat hij over elke nieuwigheid (andere school, verhuizing, scheiding, gezinsuitbreiding) enorm in de stress kan schieten. Ga, indien mogelijk, eerst met hem op verkenning of speel een rollenspel... Ga eerst kijken op een nieuwe school of in de nieuwe buurt. Kunnen jij als moeder en zijn vader niet langer bij elkaar blijven, leer hem dan die vader te respecteren ook al zou jij hem het liefste nooit meer zien. Ja, dat kan heel moeilijk zijn, maar daarmee geef je hem wel een enorm geschenk mee voor zijn latere leven... 
Elk kind is bijzonder, van de kinderen hangt onze toekomst als mensheid af. Hoogsensitieve kinderen zijn een tikje extra bijzonder. Ik beschouw ze als de wakers over onze cultuur, over de menselijke waarden, over de kunst en over de natuur, simpelweg omdat ze daar extra gevoelig voor zijn. In die zin waken ze over het welzijn van de aarde en al wat daar groeit en bloeit, over plant, mens en dier. Daarom raad ik jullie vanuit het diepst van mijn hart: begeleid de gevoeligheid van je kind als de gave die het is, doe wat in je vermogen ligt om ervoor te zorgen dat je kind zich sterk en zelfverzekerd kan voelen opdat hij zich volledig en evenwichtig kan ontplooien tot een bewust en wakker mens waar de wereld mee gediend is.

woensdag 5 november 2014

HSP, verliefdheid en stress

'Je weet toch wat ze zeggen, van een geluk bij een ongeluk?' begint Susana opgewonden. Ik krijg nauwelijks de kans haar te begroeten. 'Nou, dat klopt dus helemaal! Moet je horen: Ik verslaap me, race naar mijn werk, ben er bijna, maar geef geen voorrang op de rotonde en... ja hoor... aanrijding. Ik meteen in paniek en blijf als verstijfd zitten. Dan zie ik die jongen uit de andere auto stappen, lang, slank, knap... Nog meer paniek, je snapt. Hij kijkt boos, logisch ook, maar dan ziet hij mij en hij glimlacht...' Susana lacht, en ik wist al meteen wat er zou komen. 'Om een lang verhaal kort te maken, we gaan vanavond uit eten om erover te praten en het schadeformulier in te vullen. Leuk, intiem restaurantje, en zo. Hoe dan ook, ik bel om mijn afspraak voor vanavond af te zeggen.' 
Dit is het verhaal van Susana, en ik deel het hier omdat het een prachtige illustratie is van een onderzoek dat is uitgevoerd door de echtgenoot van Elaine Aron, een onderzoek waarbij hij op wetenschappelijke wijze wist aan te tonen dat HSP's sneller en makkelijker verliefd worden dan niet HSP's. 
Het betreft een onderzoek gedaan met studenten (bij de selectie speelde het geen rol of ze HSP waren of niet) op een wankele, schijnbaar gammele en smalle hangbrug over een diep ravijn. Aan de ene kant stond een man, aan de andere een vrouw; ze wisten niet van elkaar dat de ander er stond. De medewerkers aan het onderzoek stuurden de proefkonijnen de brug over en, ja hoor, in verhouding tot het totaal aantal gedane proeven werden de kandidaten vaak verliefd op elkaar. Het experiment was natuurlijk veel complexer, maar waar het Dr. Aron om ging, was dat hij wilde aantonen dat iemand die gestresst is, dat iemand met veel adrenaline in het bloed, sneller en makkelijker het hart verliest dan iemand die gewoon kalm en rustig is. 
Inderdaad, je hebt het goed gelezen: iemand die gestresst is wordt makkelijker verliefd dan iemand die er lekker ontspannen bij zit. En waarom is dit voor elke HSP een belangrijk gegeven? Simpelweg omdat HSP's sneller en makkelijker gestresst zijn! 
Susana had zich verslapen en haast zich naar haar werk. Ze is gestresst want ze wil niet te laat komen. Ze rijdt snel en let niet goed op; bij de rotonde geeft ze geen voorrang en heeft een aanrijding. Nóg meer stress, en niet zo'n beetje ook. De bestuurder van de andere auto, een lange, knappe jongen, (ook HSP, zoals ik later hoorde) was ook van streek door de aanrijding. 
Toegegeven, het voorbeeld van Susana en Javi is nogal extreem, en dat geldt net zo voor het experiment van de brug, maar wat een realiteit is, is dat HSP's snel overvoerd raken door een veelheid aan informatie, en wie overvoerd is, is gestresst. (Je weet natuurlijk dat HSP's sterk ontwikkelde zintuigen hebben die alles, maar dan ook alles in zich opzuigen zonder dat ze zich daarvan bewust zijn). 
Een hoogsensitief iemand raakt gemakkelijk uit evenwicht door dingen die de meeste mensen totaal onberoerd laten. Zo kun je als HSP al van streek raken in de wetenschap dat je een afspraak met iemand hebt, dat je bezoek krijgt, dat je naar een officiële instantie moet bellen, of wanneer je onverwacht een vervelende rekening krijgt (en ook wanneer je wel wist dat die rekening moest komen maar je er expres niet aan dacht), wanneer je eindelijk aan de beurt bent bij de kassa en ontdekt dat je je geld thuis hebt laten liggen, wanneer je je sleutels kwijt bent, als iemand iets tegen je zegt dat je als kritiek in de oren klinkt... enzovoort, enzovoort; op zich doodnormale dingen maar waardoor een HSP zich snel uit het lood geslagen voelt en nerveus wordt. En dat is stress. We kunnen dus wel stellen dat je als HSP eigenlijk voortdurend een groot risico loopt om verliefd te worden. 
En het is niet alleen stress die bij de HSP's voor een verhoogde kans op verliefd worden zorgt. Er is nog iets anders, namelijk, het feit dat de meeste hooggevoeligen een zwak zelfbeeld hebben. Ga maar na: iemand met een zwak zelfbeeld is voortdurend op zoek naar de goedkeuring van zijn omgeving. Ja, iedereen valt graag bij anderen in de smaak, maar voor een HSP met een gering gevoel van eigenwaarde is die behoefte nog veel sterker. 
Tellen we beide factoren, die van de verhoogde kans op stress aan de ene kant, en een zwak zelfbeeld aan de andere kant, bij elkaar op, dan is het wel duidelijk dat de HSP een grote kans loopt om zijn hart te verliezen aan de eerste de beste mens die zijn pad kruist en een aardig woordje tegen hem of haar zegt. En als dit aardige woordje ook nog eens vergezeld gaat van een glimlach en een complimentje (hoe onschuldig ook) dan is het gevoelige hart snel gesmolten... 

En verder?
Heb je dit soort momenten meegemaakt en daarbij ook je ideale partner ontmoet, dan kan ik je alleen maar gelukwensen en hoef je eigenlijk niet verder te lezen. Maar ben je daarentegen iemand die herhaaldelijk zijn hart verliest en die niet verder komt dan kortstondige relaties, of ben je iemand die nog al eens verliefd wordt op iemand die je liefde niet beantwoordt, dan heb je misschien wat aan de volgende overwegingen:  
  • Denk eens na over je ervaringen in het verleden, over de keren dat je verliefd werd, en probeer je te herinneren of je op die momenten dat Cupido's pijl je hart trof, om wat voor reden dan ook, gestresst was. 
  • Hou er rekening mee dat verreweg de meeste HSP's een zwak zelfbeeld hebben. Geldt dat ook voor jou? Kun je je momenten herinneren waarop je zo diep geraakt werd door een glimlach of een complimentje dat je daardoor op die persoon verliefd werd? 
  • Vraag je eens af of je gedrag beantwoordt aan het profiel van de zogenaamde pleaser; iemand die zijn eigen behoeften opoffert om het de ander altijd zo veel mogelijk naar de zin te maken. Is dat het geval, dan zou het wel eens kunnen zijn dat je verliefd werd op degene die je pleasde, en dat je jezelf, je eigen Ik, aan die ander hebt weggeschonken. In dat geval adviseer ik je dringend om te onderzoeken wat je eigen behoeften zijn, en die dan ook te eerbiedigen door, onder andere, grenzen te stellen en die te bewaken.

Verliefd zijn is heerlijk. Het is een zalig om op wolken te lopen en vlinders in je buik te voelen kriebelen. Ik wil je dat verrukelijke geluksgevoel absoluut niet ontnemen, stel je voor! Waar het me echter wel om gaat, is dat je je bewust bent van de valkuilen die je duur kunnen komen te staan. Het is immers heel goed mogelijk dat je, als HSP, extra kwetsbaar en naïef bent in vergelijking tot de meeste mensen, terwijl een hooggevoelige die in de kou komt te staan doorgaans ook veel meer zielepijn heeft en langer de tijd behoeft om verdriet te verwerken.

zondag 1 juni 2014

HSP en snel beledigd?

Er wordt me nog al eens gevraagd of hooggevoelige mensen zich sneller beledigd of aangevallen voelen dan mensen met een gemiddelde gevoeligheid, en inderdaad, dat is zeker het geval. De hooggevoelige mens heeft de neiging veel, heel veel, op te vatten als iets persoonlijks, als persoonlijke kritiek. Laten we eens kijken hoe dat komt en wat je eraan kunt doen. 
Paul is vegetariër. Meer dan eens heeft hij meegemaakt dat er, wanneer hij ergens te eten wordt gevraagd en hij zegt dat hij geen vlees of vis eet, wordt gelachen. ‘Ik word uitgelachen, zegt hij, en ik voel me aangevallen. En als ik dan uitleg waarom ik ervoor kies om geen vlees te eten, maak ik alles er alleen nog maar erger op en krijg ik van alles over me heen.’ Hij geeft toe dat hij niet begrijpt dat er nog steeds mensen zijn die vlees eten, en het hem moeite kost om dat te aanvaarden. 
Juana is ambtenaar en staat achter het loket. Ze heeft dus rechtstreeks contact met de burgers. Ze neemt haar werk uiterst serieus, en ze vindt het belangrijk om iedereen altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. ‘Ik vind het dan ook onverdraaglijk als ik mensen slecht over ambtenaren hoor praten. Ik voel me dan persoonlijk aangevallen en ik sla dicht, en niet zelden lig ik er ´s nachts van wakker.’ 
We zien hoe het in beide voorbeelden in de eerste plaats gaat om normen en waarden; normen en waarden wegen voor de gemiddelde HSP’er erg zwaar. De meesten zijn ervan overtuigd dat ze het juiste doen en dat hun optreden correct is, dat hun normen en waarden de juiste zijn, en meer dan eens kunnen ze maar moeilijk aanvaarden dat er mensen zijn die anders handelen of voelen dan zij. Dit kan tot gevolg hebben dat de HSP’er zich superieur gaat voelen ten opzichte van diegenen die er andere normen en waarden op na houden. 
Er bestaan talloze normen en waarden, principes. Je kunt je van je eigen normen en waarden bewust zijn en ze doelgericht nastreven. Er zijn ook mensen die niet eens bewust weten dat ze ze hebben maar zich er in het leven toch naar richten, terwijl je daarnaast ook nog lieden hebt die gewoon maar handelen zoals het hen het op een bepaald moment het beste past en de meeste winst oplevert. Niet iedereen is zich dus bewust van zijn principes, en niet iedereen heeft dezelfde principes – áls hij ze al heeft. En omdat we onmogelijk zomaar kunnen weten wat iemands principes zijn zit er dus weinig anders op dan je neer te leggen bij de wijze waarop anderen hun bestaan inrichten hoewel dit volledig in strijd kan zijn met onze persoonlijke levensvisie. Let wel, ik heb het natuurlijk niet over crimineel gedrag, want dat is een ander verhaal. 
Wanneer jij als HSP’er met principes in contact komt met andere mensen (en dat kunnen natuurlijk ook HSP’ers zijn) die er andere normen en waarden op na houden dan jij en dat aangeven, dan kan het zijn dat je je niet alleen miskend voelt, maar dat je de reactie van die ander opvat als rechtstreekse kritiek op jouw opvattingen. De kans is groot dat het niet gelijkgestemde gedrag, de afkeurende boodschap van de ander, op jou overkomt als dat jij niet zou deugen als mens, dat je niet aardig bent en dat de ander dus niets met je te maken wil hebben. Ja, dan voel je je beledigd. Je voelt je aangevallen. Misschien stel je je naar buiten toe eigenlijk eerder defensief op omdat het leven je heeft geleerd dat geen mens te vertrouwen is. 
Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Van klein af aan heeft de wereld hen laten weten dat ze te soft zijn, dat ze huilebalken, of extreem verlegen zijn. De conclusie die hun kinderhartje daaraan heeft verbonden is dat ze niet deugen. Veel HSP’ers zijn op school gepest; een deel van hen krijgt het later op het werk ook te verduren en is het slachtoffer van mobbing. De maatschappij is helaas niet erg tolerant ten opzichte van mensen die anders zijn, die buiten de groep vallen. We hebben geleerd ons aan te passen, ons anders voor te doen dan we in werkelijkheid zijn; overlevingsstrategieën om vooral maar niet de aandacht te trekken. We hebben geleerd om aardig te doen ook wanneer we dat niet echt zo voelen, we maakten het anderen naar de zin om vriendjes en vriendinnetjes te hebben. Ja, ik weet het, ik ben op een verschrikkelijke manier aan het generaliseren, en gelukkig heeft lang niet elke HSP’er zulke nare ervaringen en hebben de meesten ook mooie en positieve dingen meegemaakt. Dat neemt echter niet weg dat het gros der HSP’ers een zwak zelfbeeld heeft. (Zie Elaine Aron’s “The undervalued self”). 
Paul, de vegetariër, voelt zich onzeker, en zijn onzekerheid maakt hem kwetsbaar. Hij denkt dat hij wordt uitgelachen, maar het is heel waarschijnlijk dat de mensen lachen omdat men niet goed weet wat te zeggen, of gewoon omdat men niet snapt dat er mensen zijn die geen vlees willen eten. Ze lachen Paul niet uit, ze lachen in geen geval om hem, maar hooguit om het idee waarmee hij hen confronteert. Paul wordt verschrikkelijk serieus en komt met principiële uitspraken, maar hoezeer hij ook zijn best doet, de anderen kunnen niets beginnen met zijn argumenten omdat ze het dilemma van wel of geen vlees niet zo intens beleven als hij dat doet. Paul kan zich niet voorstellen dat mensen die vlees eten ook best heel aardig kunnen zijn. 
Het wil nogal eens voorkomen dat HSP’ers er moeite mee hebben dat we niet allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde denken. Onderlinge verschillen maken ons mensen juist interessant en boeiend. Wie zich flexibel en open opstelt naar anderen (andersdenkenden) wordt niet overvallen door die afschuwelijke (voor)oordelen die elke werkelijke communicatie onmogelijk maken. 
Het geheim van je niet beledigd of aangevallen voelen schuilt in aanvaarding en nieuwsgierigheid. Wie zich naar de ander toe nieuwsgierig en niet veroordelend opstelt kan zich onmogelijk beledigd voelen. Paul, onze vegetariër, heeft dat inmiddels geleerd, en in plaats van zich aangevallen of bekritiseerd te voelen, of van onmiddellijk iets te denken in de trant van “die lui zijn wreed en stom”, probeert hij nu vanuit een oprechte belangstelling meer te weten te komen over de ander en diens gewoontes, meningen en waarden. Hij schept er plezier in om ideeën uit te wisselen over verschillende diëten en levensfilosofieën. Verrijkend vindt hij dit soort gesprekken, want, zo zegt hij, ‘je hoeft het toch helemaal niet met iemand eens te zijn om met respect naar zijn opvattingen te kunnen luisteren.’ 
Juana, de ambtenaar, raakt niet langer geblokkeerd, ze heeft geen last meer van huilbuien of van slapeloosheid. De crisis, de verontwaardiging en de boosheid van de mensen zijn een realiteit, maar het is niet iets wat zij persoonlijk kan verhelpen. Ze doet wat er binnen haar vermogen ligt om de burger tegemoet te komen, en meer dan dat kan ze niet. In plaats van, zoals voorheen, te blokkeren, heeft ze geleerd om de ander empathisch tegemoet te treden en oprecht belangstellend te luisteren naar wat doorgaans over een klacht of een probleem gaat. Ze begrijp dat er burgers zijn die zich door het systeem benadeeld en beduveld voelen en die hun verhaal kwijt moeten en dat ze hun gram daarbij rechtstreeks op de ambtenaar –het aanspreekpunt- projecteren. 
Het gros van de mensen opereert vanuit een persoonlijke structuur van angsten, conclusies, afweermechanismen en waarden. We hebben geleerd om ons zus of zo te gedragen, op de manier die ervoor zorgt dat we het hoofd boven water blijven houden en ons zo gelukkig en tevreden mogelijk voelen. En hoewel we van tijd tot tijd kritiek krijgen, of klachten en misschien ook wel verwijten over ons gedrag te horen krijgen, is het een feit dat die maar hoogst zelden iets over ons persoonlijk zeggen. In de meeste gevallen staat iemands kritiek of klacht rechtstreeks in verband met de keren dat de criticus of klager –doorgaans in zijn vroege kinderjaren- een gelijksoortige situatie meemaakte. 
Echt, verreweg de meeste kritiek is niet persoonlijk; het gaat bij de klager bijna altijd om een vorm van projectie. En dat geldt natuurlijk ook omgekeerd: onze kritiek op anderen –of het nu om een partner, een collega, een klant of wie dan ook gaat-  is net zo goed bijna altijd een projectie. Zou het dan zo kunnen zijn dat we, telkens wanneer we ons bekritiseerd en beledigd voelen, het gedrag van de ander verkeerd interpreteren? Misschien is het een idee om eens te onderzoeken hoe het precies zit... 

Stel jezelf eens de volgende vragen: 
  • Ik voel me beledigd. Hoe komt het dat ik me aangesproken voel? 
  • Ik voel me beter dan de ander, en schiet daardoor onmiddellijk in het (ver)oordelen. Luister ik eigenlijk wel echt en met een open houding naar die ander? 
  • Wat zou de oorzaak kunnen zijn van het feit dat de ander mij dit soort verwijten maakt? 
  • Wat kan ik van de ander leren? 
  • Tot op welke hoogte kan ik met zekerheid zeggen dat mijn waarden ook werkelijk de míjne zijn, in plaats van dat ze het resultaat zijn van in mijn jeugd aangeleerde -en klakkeloos overgenomen- onwaarheden en oordelen? (bijvoorbeeld van ouders of leraren). 
  • Het is goed denkbaar dat ik het niet eens ben met de opvattingen van de ander, maar als ik zijn mening veroordeel, waar baseer ik mij dan op? 
  • Hoe kan ik ervoor zorgen dan de ander het gevoel krijgt dat ik echt naar hem luister? 
  • Zou ik, zo lang het niet misplaatst is, misschien met een beetje humor kunnen reageren?

Heb je eenmaal ingezien dat de zogenaamde kritiek geen aanval is maar een persoonlijke projectie van de ander, het resultaat van zijn eigen onmacht of pijn, dan kun je je gevoel van beledigd zijn loslaten. 
En tot besluit nog even dit: Het empatisch of inlevend vermogen behoort tot de positieve kenmerken van de hooggevoeligheid. Het is evenwel niet iets wat ons zomaar komt aangevlogen. Soms, wanneer we ergens emotioneel bij betrokken zijn zoals we bij Paul en Juana hebben kunnen zien, wordt het empatisch vermogen overschaduwd door onze eigen subjectiviteit. Onze eigen emotionaliteit maakt inlevend reageren onmogelijk. Door jezelf de bovenstaande vragen te stellen kun je die emotionele betrokkenheid als het ware ‘ontzenuwen’, waardoor je empatisch vermogen opnieuw actief wordt.