Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label respect. Alle posts tonen
Posts tonen met het label respect. Alle posts tonen

zondag 1 juni 2014

HSP en snel beledigd?

Er wordt me nog al eens gevraagd of hooggevoelige mensen zich sneller beledigd of aangevallen voelen dan mensen met een gemiddelde gevoeligheid, en inderdaad, dat is zeker het geval. De hooggevoelige mens heeft de neiging veel, heel veel, op te vatten als iets persoonlijks, als persoonlijke kritiek. Laten we eens kijken hoe dat komt en wat je eraan kunt doen. 
Paul is vegetariër. Meer dan eens heeft hij meegemaakt dat er, wanneer hij ergens te eten wordt gevraagd en hij zegt dat hij geen vlees of vis eet, wordt gelachen. ‘Ik word uitgelachen, zegt hij, en ik voel me aangevallen. En als ik dan uitleg waarom ik ervoor kies om geen vlees te eten, maak ik alles er alleen nog maar erger op en krijg ik van alles over me heen.’ Hij geeft toe dat hij niet begrijpt dat er nog steeds mensen zijn die vlees eten, en het hem moeite kost om dat te aanvaarden. 
Juana is ambtenaar en staat achter het loket. Ze heeft dus rechtstreeks contact met de burgers. Ze neemt haar werk uiterst serieus, en ze vindt het belangrijk om iedereen altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. ‘Ik vind het dan ook onverdraaglijk als ik mensen slecht over ambtenaren hoor praten. Ik voel me dan persoonlijk aangevallen en ik sla dicht, en niet zelden lig ik er ´s nachts van wakker.’ 
We zien hoe het in beide voorbeelden in de eerste plaats gaat om normen en waarden; normen en waarden wegen voor de gemiddelde HSP’er erg zwaar. De meesten zijn ervan overtuigd dat ze het juiste doen en dat hun optreden correct is, dat hun normen en waarden de juiste zijn, en meer dan eens kunnen ze maar moeilijk aanvaarden dat er mensen zijn die anders handelen of voelen dan zij. Dit kan tot gevolg hebben dat de HSP’er zich superieur gaat voelen ten opzichte van diegenen die er andere normen en waarden op na houden. 
Er bestaan talloze normen en waarden, principes. Je kunt je van je eigen normen en waarden bewust zijn en ze doelgericht nastreven. Er zijn ook mensen die niet eens bewust weten dat ze ze hebben maar zich er in het leven toch naar richten, terwijl je daarnaast ook nog lieden hebt die gewoon maar handelen zoals het hen het op een bepaald moment het beste past en de meeste winst oplevert. Niet iedereen is zich dus bewust van zijn principes, en niet iedereen heeft dezelfde principes – áls hij ze al heeft. En omdat we onmogelijk zomaar kunnen weten wat iemands principes zijn zit er dus weinig anders op dan je neer te leggen bij de wijze waarop anderen hun bestaan inrichten hoewel dit volledig in strijd kan zijn met onze persoonlijke levensvisie. Let wel, ik heb het natuurlijk niet over crimineel gedrag, want dat is een ander verhaal. 
Wanneer jij als HSP’er met principes in contact komt met andere mensen (en dat kunnen natuurlijk ook HSP’ers zijn) die er andere normen en waarden op na houden dan jij en dat aangeven, dan kan het zijn dat je je niet alleen miskend voelt, maar dat je de reactie van die ander opvat als rechtstreekse kritiek op jouw opvattingen. De kans is groot dat het niet gelijkgestemde gedrag, de afkeurende boodschap van de ander, op jou overkomt als dat jij niet zou deugen als mens, dat je niet aardig bent en dat de ander dus niets met je te maken wil hebben. Ja, dan voel je je beledigd. Je voelt je aangevallen. Misschien stel je je naar buiten toe eigenlijk eerder defensief op omdat het leven je heeft geleerd dat geen mens te vertrouwen is. 
Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Van klein af aan heeft de wereld hen laten weten dat ze te soft zijn, dat ze huilebalken, of extreem verlegen zijn. De conclusie die hun kinderhartje daaraan heeft verbonden is dat ze niet deugen. Veel HSP’ers zijn op school gepest; een deel van hen krijgt het later op het werk ook te verduren en is het slachtoffer van mobbing. De maatschappij is helaas niet erg tolerant ten opzichte van mensen die anders zijn, die buiten de groep vallen. We hebben geleerd ons aan te passen, ons anders voor te doen dan we in werkelijkheid zijn; overlevingsstrategieën om vooral maar niet de aandacht te trekken. We hebben geleerd om aardig te doen ook wanneer we dat niet echt zo voelen, we maakten het anderen naar de zin om vriendjes en vriendinnetjes te hebben. Ja, ik weet het, ik ben op een verschrikkelijke manier aan het generaliseren, en gelukkig heeft lang niet elke HSP’er zulke nare ervaringen en hebben de meesten ook mooie en positieve dingen meegemaakt. Dat neemt echter niet weg dat het gros der HSP’ers een zwak zelfbeeld heeft. (Zie Elaine Aron’s “The undervalued self”). 
Paul, de vegetariër, voelt zich onzeker, en zijn onzekerheid maakt hem kwetsbaar. Hij denkt dat hij wordt uitgelachen, maar het is heel waarschijnlijk dat de mensen lachen omdat men niet goed weet wat te zeggen, of gewoon omdat men niet snapt dat er mensen zijn die geen vlees willen eten. Ze lachen Paul niet uit, ze lachen in geen geval om hem, maar hooguit om het idee waarmee hij hen confronteert. Paul wordt verschrikkelijk serieus en komt met principiële uitspraken, maar hoezeer hij ook zijn best doet, de anderen kunnen niets beginnen met zijn argumenten omdat ze het dilemma van wel of geen vlees niet zo intens beleven als hij dat doet. Paul kan zich niet voorstellen dat mensen die vlees eten ook best heel aardig kunnen zijn. 
Het wil nogal eens voorkomen dat HSP’ers er moeite mee hebben dat we niet allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde denken. Onderlinge verschillen maken ons mensen juist interessant en boeiend. Wie zich flexibel en open opstelt naar anderen (andersdenkenden) wordt niet overvallen door die afschuwelijke (voor)oordelen die elke werkelijke communicatie onmogelijk maken. 
Het geheim van je niet beledigd of aangevallen voelen schuilt in aanvaarding en nieuwsgierigheid. Wie zich naar de ander toe nieuwsgierig en niet veroordelend opstelt kan zich onmogelijk beledigd voelen. Paul, onze vegetariër, heeft dat inmiddels geleerd, en in plaats van zich aangevallen of bekritiseerd te voelen, of van onmiddellijk iets te denken in de trant van “die lui zijn wreed en stom”, probeert hij nu vanuit een oprechte belangstelling meer te weten te komen over de ander en diens gewoontes, meningen en waarden. Hij schept er plezier in om ideeën uit te wisselen over verschillende diëten en levensfilosofieën. Verrijkend vindt hij dit soort gesprekken, want, zo zegt hij, ‘je hoeft het toch helemaal niet met iemand eens te zijn om met respect naar zijn opvattingen te kunnen luisteren.’ 
Juana, de ambtenaar, raakt niet langer geblokkeerd, ze heeft geen last meer van huilbuien of van slapeloosheid. De crisis, de verontwaardiging en de boosheid van de mensen zijn een realiteit, maar het is niet iets wat zij persoonlijk kan verhelpen. Ze doet wat er binnen haar vermogen ligt om de burger tegemoet te komen, en meer dan dat kan ze niet. In plaats van, zoals voorheen, te blokkeren, heeft ze geleerd om de ander empathisch tegemoet te treden en oprecht belangstellend te luisteren naar wat doorgaans over een klacht of een probleem gaat. Ze begrijp dat er burgers zijn die zich door het systeem benadeeld en beduveld voelen en die hun verhaal kwijt moeten en dat ze hun gram daarbij rechtstreeks op de ambtenaar –het aanspreekpunt- projecteren. 
Het gros van de mensen opereert vanuit een persoonlijke structuur van angsten, conclusies, afweermechanismen en waarden. We hebben geleerd om ons zus of zo te gedragen, op de manier die ervoor zorgt dat we het hoofd boven water blijven houden en ons zo gelukkig en tevreden mogelijk voelen. En hoewel we van tijd tot tijd kritiek krijgen, of klachten en misschien ook wel verwijten over ons gedrag te horen krijgen, is het een feit dat die maar hoogst zelden iets over ons persoonlijk zeggen. In de meeste gevallen staat iemands kritiek of klacht rechtstreeks in verband met de keren dat de criticus of klager –doorgaans in zijn vroege kinderjaren- een gelijksoortige situatie meemaakte. 
Echt, verreweg de meeste kritiek is niet persoonlijk; het gaat bij de klager bijna altijd om een vorm van projectie. En dat geldt natuurlijk ook omgekeerd: onze kritiek op anderen –of het nu om een partner, een collega, een klant of wie dan ook gaat-  is net zo goed bijna altijd een projectie. Zou het dan zo kunnen zijn dat we, telkens wanneer we ons bekritiseerd en beledigd voelen, het gedrag van de ander verkeerd interpreteren? Misschien is het een idee om eens te onderzoeken hoe het precies zit... 

Stel jezelf eens de volgende vragen: 
  • Ik voel me beledigd. Hoe komt het dat ik me aangesproken voel? 
  • Ik voel me beter dan de ander, en schiet daardoor onmiddellijk in het (ver)oordelen. Luister ik eigenlijk wel echt en met een open houding naar die ander? 
  • Wat zou de oorzaak kunnen zijn van het feit dat de ander mij dit soort verwijten maakt? 
  • Wat kan ik van de ander leren? 
  • Tot op welke hoogte kan ik met zekerheid zeggen dat mijn waarden ook werkelijk de míjne zijn, in plaats van dat ze het resultaat zijn van in mijn jeugd aangeleerde -en klakkeloos overgenomen- onwaarheden en oordelen? (bijvoorbeeld van ouders of leraren). 
  • Het is goed denkbaar dat ik het niet eens ben met de opvattingen van de ander, maar als ik zijn mening veroordeel, waar baseer ik mij dan op? 
  • Hoe kan ik ervoor zorgen dan de ander het gevoel krijgt dat ik echt naar hem luister? 
  • Zou ik, zo lang het niet misplaatst is, misschien met een beetje humor kunnen reageren?

Heb je eenmaal ingezien dat de zogenaamde kritiek geen aanval is maar een persoonlijke projectie van de ander, het resultaat van zijn eigen onmacht of pijn, dan kun je je gevoel van beledigd zijn loslaten. 
En tot besluit nog even dit: Het empatisch of inlevend vermogen behoort tot de positieve kenmerken van de hooggevoeligheid. Het is evenwel niet iets wat ons zomaar komt aangevlogen. Soms, wanneer we ergens emotioneel bij betrokken zijn zoals we bij Paul en Juana hebben kunnen zien, wordt het empatisch vermogen overschaduwd door onze eigen subjectiviteit. Onze eigen emotionaliteit maakt inlevend reageren onmogelijk. Door jezelf de bovenstaande vragen te stellen kun je die emotionele betrokkenheid als het ware ‘ontzenuwen’, waardoor je empatisch vermogen opnieuw actief wordt.

vrijdag 14 juni 2013

Hooggevoelig, horen en luisteren

'Het belangrijkste bij communiceren is luisteren naar wat er niet wordt gezegd.'
Peter Drucker 
Horen en luisteren zijn niet hetzelfde. Een open deur? Ik vermoed van wel. Toch kan het, denk ik, geen kwaad om een aantal dingen weer eens bewust te overdenken.
Horen. Horen doen we allemaal, de dieren ook, en eigenlijk doen we dat ook continu. We doen het automatisch, dus zonder dat we ons er bewust van zijn. Achtergrondmuziekjes, verkeersgeluiden, geroezemoes in een ruimte met veel mensen, onze oren staan altijd open en er komt altijd geluid binnen. Het is in onze overbevolkte wereld zelden stil. We horen geluiden en staan er niet bij stil. En dat is maar goed ook, want als hooggevoelige weet je waarschijnlijk maar al te goed dat geluiden waar je bewust naar gaat luisteren (de vervelende muziek van de buurman) ineens extra luid worden; zó luid soms dat je alleen nog maar dát kunt horen. 
Luisteren, dus bewust horen, is een van de meest nuttige en zelfs ook noodzakelijke vaardigheden die je als mens kunt ontwikkelen. Luisteren en spreken samen, is communiceren. Waarom zou je willen luisteren? Je luistert om informatie te verzamelen, om iets te begrijpen en om te leren, om te genieten. Je luistert omdat iets of iemand je interesseert. (Inter-esse is zo’n prachtig woord. Letterlijk betekent het tussen-zijn). 
Uit onderzoek is echter gebleken dat een mens zich doorgaans maar een kwart of iets meer kan herinneren van wat hij gehoord heeft. Dat geldt dus voor zowel degene die hoort wat jij tegen hem zegt, als voor wat jij hoort dat er tegen jou wordt gezegd. Je houdt een heel verhaal –of het nu over een belevenis gaat, of over informatie die je wilt verstrekken, of over wát dan ook dat je mee wilt delen- en de ander hoort maar een heel klein deel. Wel een tikje ontmoedigend, vind je niet? En trouwens, wie kent dat niet, dat frustrerende gevoel dat iemand niet echt naar je luistert? Je kunt het vaak al merken aan de manier waarop er naar je wordt gekeken wanneer je iets aan het vertellen bent, niet? 
Wat kunnen we doen om beter te leren luisteren? Misschien kijk je ervan op als ik zeg dat luisteren bij jezelf begint. Dat lijkt niet logisch, maar dat is het wel. Want voordat je echt naar een ander kunt luisteren, moet je eerst met jezelf aan de slag. Luisteren –in tegenstelling tot horen- moet je leren. Om te beginnen zou je een klein oefeningetje kunnen doen. Zoek een plekje, bij voorkeur buiten, en zet je oren open. Hoor wat er aan geluiden om je heen is. Een brij van geluiden. Nu de volgende stap: zet opnieuw je oren open, maar probeer de geluiden van elkaar te scheiden en te benoemen. Probeer de betreffende klanken te benoemen (wat is het en hoe klinkt het, schel, dof, welke “kleur”, aangenaam of niet, enzovoort) en kruip er als het ware helemaal in. Welk gebaar roept een bepaald geluid bij je op. Je kunt deze oefening heel goed doen bij wijze van meditatie, probeer het maar eens. 
En dan nu het gesprek. Concentratie is een belangrijk onderdeel van het echte luisteren, dat ook wel het “diepe” luisteren wordt genoemd. Je kunt je alleen maar echt concentreren als je je eigen “ruis” onderdrukt. Met iemand méédenken is niet hetzelfde als vóór iemand denken. Ons reactieve, associactieve denken leidt ertoe dat we de neiging hebben om iemands verhaal in gedachten onmiddellijk van een oordeel te voorzien, of er herkenning aan te beleven. Je laat je oordeel of je persoonlijke herinnering dan tussen het verhaal van de ander en jouw luisteren schuiven... en wég is je aandacht. Hooggevoelige mensen doen dat heel snel, immers we zijn vaak kritischer dan goed voor ons is want de neiging tot perfectionisme zorgt er al snel voor dat we ergens iets van vinden. Wie echt luistert, die vindt niets, die luistert alleen maar zonder oordelen. 
Voor het echte luisteren is het dus als eerste nodig dat je je kunt concentreren en dat je je gedachten terughoudt. Als tweede is het van belang dat je je inleeft in de ander (en dat kun je natuurlijk alleen maar wanneer je niet oordeelt). Je luistert belangstellend niet alleen naar de woorden die je bereiken (horen) maar je probeert door te dringen tot de kern van de boodschap die de ander je probeert over te brengen. Wat zegt hij werkelijk? Wat is de kern van het verhaal? Door op iemands houding te letten word je vaak al een heel stuk wijzer, maar ook de klank van de stem en de gezichtsuitdrukking spelen een grote rol. Denk eraan dat je in dit opzicht als empatische HSP’er een streepje voor hebt op de minder gevoelige mens. Doorgaans pikken we de nonverbale informatie automatisch op en staan we er niet bij stil. Het kan op zich een interssante oefening zijn om daar voor de verandering wél eens bij stil te staan. 
Wordt een verhaal naar jouw idee te lang en begin je het gevoel te krijgen dat je te veel informatie te verwerken krijgt (als HSP’er zit je hoofd al snel vol, en helemaal wanneer je toch al moe was, of gespannen), dan zul je, zonder de ander op een storende manier in de rede te vallen –bijvoorbeeld door te gaan verzitten-, te kennen moeten geven dat je even wilt recapituleren. Aan dat recapituleren, aan dat samenvatten, zitten twee kanten. Ten eerste kun je de spreker laten weten dat je echt naar hem hebt geluisterd en dat je hem ook echt hebt begrepen, maar voor jezelf heb je de perfecte gelegenheid om wat tijd in te bouwen en de verkregen informatie op een rijtje te zetten. Probeer, wanneer de andere een adempauze neemt, het maar eens met zinnetjes als: 'Even, wacht even, ik wil graag zien of ik alles goed snap. Volgens mij bedoelde je...' 
Dit samenvatten is belangrijker dan je wellicht zou vermoeden. Ga maar eens na bij jezelf wat er gebeurt wanneer je te veel informatie over je heen krijgt. Bij HSP’ers is de spons (veel) eerder vol dan bij niet HSP’ers. Als je niet meer kunt opnemen kun je alleen nog maar horen en niet meer luisteren. Je haakt af. Je gedachten dwalen af zonder dat je dat zelf in de gaten hebt. Niet alleen loop je op die manier mogelijk belangrijke informatie mis, maar de ander heeft meestal wel in de gaten dat je niet meer oplet, en dat kan, afhankelijk van de situatie, vervelende gevolgen hebben. Ook kan het mislopen van informatie, of het luisteren met een half oor (h-oren, dus) tot misverstanden en conflicten leiden. ´Maar ik héb je toch gezegd...’ ‘Nou, daar kan ik me niks van herinneren. Dat heb je vast gedroomd.’ Wanneer je de kern van de boodschap van een ander herhaalt (en je de ander de kans geeft om je eventueel te corrigeren) dan bewijs jezelf én de ander een dienst. 
Actief luisteren, “diep” luisteren, vereist veel concentratie. Je moet het bovendien echt willen. Actief luisteren betekent een bewuste inspanning. Je moet het je echt aanleren. Het is een innerlijke houding die gevoed wordt door de oprechte interesse in de andere mens. Alleen door actief en diep te luisteren kun je contact maken met degene die tegenover je zit. Het betekent jezelf vanuit je hart openen naar die ander toe, oordelen en kritiek achterwege houden, en opletten dat je gedachten niet afdwalen naar bijvoorbeeld eigen ervaringen. Het betekent de ander alle ruimte geven die hij of zij nodig heeft. 
Het kan gebeuren dat iemand je iets wil vertellen en je niet in staat bent om op dát moment te luisteren. Zég dat dan. Je hoeft niet bang te zijn dat die ander je dan niet (meer) aardig zal vinden. Maak een afspraak voor een moment dat je wél tijd hebt. ‘Ik wil graag de tijd nemen om goed naar je te luisteren. Die tijd heb ik nu niet. Kun je morgen? Hoe laat spreken we af? Dan heb ik een dik uur om alles van je te horen.’ (Grenzen stellen!) 
De ander in de rede vallen, afgezien dan van hem op het juiste moment te onderbreken om de boodschap samen te vatten of om een vraag te stellen die tot verduidelijking kan leiden, is geen goed idee. En al helemaal niet wanneer het iets zegt dat de boodschap van de ander ontkracht. ‘Ja, dat ken ik. Ik heb dat ook meegemaakt toen...’ ‘Je overdrijft, zo erg is dat helemaal niet.’ ‘Je moet positief zijn.’ ‘Onzin!’ Doe je dat, dan heb je kennelijk toch niet echt geluisterd... Denk eraan dat je alleen je mening geeft wanneer de ander daarom vraagt.

Nog even een paar punten op een rijtje:  
  • Luister met aandacht. Kijk de ander geïnteresseerd aan. Hou je eigen oordelen, meningen en commentaren terug. Sluit je af voor ruis van buiten (muziek, verkeersgeluiden, enz.). Let op de lichaamstaal van de spreker. 
  • Laat blijken dat je actief luistert door een open lichaamshouding aan te nemen en door zo af en toe te knikken of instemmende geluidjes te maken. 
  • Probeer echt te begrijpen wat de boodschap is door zo af en toe samen te vatten en je te laten corrigeren. Stel vragen wanneer je iets niet begrijpt, of wanneer je ergens verduidelijking over wilt. 
  • Val de spreker niet in de rede, en al helemaal niet met eigen oordelen en meningen. 
  • Geef alleen je mening wanneer daarom wordt gevraagd. En doe dat dan vooral met respect en begrip.
Nogmaals, diep luisteren is iets wat je moet leren, waar je bewust aan moet werken. Probeer het zo veel mogelijk te oefenen, niet alleen door het in praktijk te brengen, maar ook door aandachtig naar gesprekken van anderen te luisteren om ervan te leren. Denk ook eens terug aan gesprekken die je in het verleden had en waar je echt contact met een ander had, of haal je een gesprek voor de geest waar het helemaal mis ging omdat de sprekers een defensieve houding aannamen en er niet werd geluisterd. 
In de zomermaanden, tijdens de vakantie, hebben we meestal meer tijd voor elkaar dan wanneer we druk aan het werk zijn. Het is daarom een goede periode om eens met deze manier van luisteren te oefenen. Ik wens je veel diep luisterplezier en “inter-esse toe!

zondag 12 mei 2013

Hooggevoelig en 'nee zeggen'


Je moeder vraagt je om even een boodschapje te doen, je vriendin vraagt je om even op de kinderen te passen, je man vraagt je om even die knoopjes aan te naaien, je baas vraagt je om dat klusje nog even op te knappen... En zo heb je waarschijnlijk zo je eigen serie voorbeeldjes; het dagelijks leven is er immers vol van.

Je bent niet te beroerd om te helpen. Helemaal niet. Je bent immers HSP’er, en als HSP’er sta je doorgaans voortdurend in de starthouding om anderen te helpen. Sterker nog: we zien vaak al wat een ander nodig heeft voordat die ander dat zelf überhaupt nog maar in de gaten heeft. Ja, ja, de meeste HSP’ers zijn geboren “redders”.

Vaak gaat het bieden van de helpende hand goed en vinden we het fijn om de ander een plezier te doen. Maar het is je vast wel eens overkomen dat je weliswaar ja zegt, maar dat het toch niet goed voelt om iets voor die ander te doen. Je krijgt al snel spijt van je spontane aanbod, en je beseft dat je eigenlijk gewoon nee had moeten zeggen omdat je te moe was, omdat je juist van plan was om eens lekker weg te kruipen met een boek of omdat je dringend toe was aan een eindje lopen, of om wat voor reden dan ook.

Waarom is 'nee zeggen' vaak zo lastig?
Nee zeggen is lastig om een aantal redenen, en vaak spelen al die redenen tot op zekere hoogte een rol:
  • Je wilt helpen, je bent een helper en helpen is iets wat je automatisch doet. Helpen is immers iets positiefs.
  •  Iedereen wil graag aardig gevonden worden. Je gaat ervan uit dat je niet aardig gevonden zult worden als je nee zegt. Misschien is er een stemmetje in je achterhoofd dat fluistert dat 'nee zeggen' egoïstisch is.
  • Je durft geen nee te zeggen omdat je bang bent dat de ander boos zal worden en je kunt niet tegen conflicten.
  • Je weet niet hoe je nee kunt zeggen en je hebt al 'ja' gezegd voordat het zelfs maar bij je opkwam om 'nee' te zeggen; en voor je gevoel kun je dan niet meer terug.
  • Uit respect voor de ander, omdat je vindt dat die ander (bijvoorbeeld een ouder of een leraar) geen 'nee' verdient.
  • 'Ja' zeggen is de meest gemakkelijke optie. De ervaring heeft je geleerd dat 'nee' zeggen je een schuldgevoel bezorgt. Als HSP’er kan het dan goed zijn dat je, wanneer je toch 'nee' zegt, je jezelf 'straft”'omdat je niet bereid was een ander bij te staan.


Waarom 'nee zeggen'soms noodzakelijk is
Natuurlijk moet je niet altijd nee zeggen, helemaal niet. Ik denk bijna dat je in het leven vaker ergens 'ja' op moet zeggen dan niet. Alleen, het moet een vrije keuze zijn, het gevolg van een eerlijke afweging. Als HSP’er moet je je eigen grenzen (leren) kennen en (leren) bewaken. Wees eerlijk in je emoties. Wees eerlijk in je persoonlijke behoeften. Niemand is gebaat bij een jazegger met een zuur gezicht! Nee kunnen zeggen, iets af kunnen wijzen zonder je daarna schuldig te voelen maakt je vrij. Waarom is nee zeggen zo belangrijk?
  • Het levert respect op. Wie altijd maar ja zegt om aardig te worden gevonden krijgt naar alle waarschijnlijkheid het stempel van 'slijmerd' opgedrukt (en dat is dus helemaal niet hetzelfde als aardig gevonden worden). Duidelijkheid van jouw kant wordt alleen maar gewaardeerd en mensen gaan je zien als een onafhankelijk iemand met een eigen mening.
  • Beter minder vaak ja zeggen om iets met plezier en overgave te kunnen doen. Een goed uitgevoerde klus die op de afgesproken tijd klaar is, leidt ertoe dat mensen je als betrouwbaar gaan zien. Beperk je bij voorkeur tot dingen waar je goed in bent.
  • Met 'nee zeggen' kun je jezelf een hele hoop onnodige stress besparen. Het is onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken zonder meer van je krachten te geven dan je weer aan kunt vullen. Een tekort aan krachten leidt onherroepelijk tot stress. Denk daarbij aan het voor HSP’ers niet te verontachtzamen belang van het opladen van de accu’s!


Hoe zeg je 'nee'?
Dat is natuurlijk de hamvraag. Het is inderdaad een kunst om op een goede, eenduidige en vriendelijke manier 'nee' te kunnen zeggen. Een vaag, onduidelijk 'nou, nee, liever niet' brengt je verder van huis; 'liever niet' is geen nee, ookal denk je misschien van wel. Onduidelijkheid kan juist tot misverstanden en conflicten leiden, iets dat je natuurlijk wilt voorkomen.

Het ligt uiteraard aan de omstandigheden en aan de vraag die je krijgt, maar hieronder volgen een aantal 'formules' die je op weg kunnen helpen. Denk eens aan een bepaalde situatie waarin je 'ja' hebt gezegd terwijl je veel en veel liever 'nee' had gezegd, en zoek de formule die bij die situatie past. Spreek hem dan eens een paar keer hardop uit om te kijken hoe het voelt. Het oefenen van dit soort formules helpt je om je meer zekerheid te krijgen en om eenduidig en overtuigend over te komen. Hier komen ze:
  • 'Wat leuk dat je aan me dacht, dank je wel, maar echt, het komt me op het moment niet uit. Ik zeg dus nee.'
  • 'Hé, dat is een leuk idee! Maar wat jammer dat ik op dat gebied zo weinig ervaring heb. Ik doe het niet, want ik heb mezelf beloofd om alleen dingen te doen waarvan ik zeker weet dat ik ze tot een goed einde breng.'
  • 'Oei, nou, ik weet niet. Het komt me niet helemaal eerlijk voor. Nee, daar laat ik me niet mee in.'
  • 'Goh, jammer. Ik had je graag willen helpen, maar het gaat niet want ik heb nog ander werk te doen. Het komt me werkelijk niet uit. Volgende keer beter.'
  • 'Daar vraag je me nogal wat. Zou je iets duidelijker kunnen zijn? Wat wil je precies dat ik voor je doe?' (Je kunt dan altijd nog ja of nee zeggen; het maken van een duidelijke afspraak is even belangrijk als het geven van een duidelijk antwoord).


En dan nog dit:
Er is een tussenoplossing voor degenen die het ondanks de formules nog te moeilijk vinden om ronduit nee te zeggen. Kun je om de een of andere reden niet onmiddellijk een keuze maken tussen ja of nee, ben je er voor jezelf niet uit of je een vraag wel of niet kunt honoreren, dan kan het volgende antwoord uitkomst bieden: 'Ik begrijp je vraag en ik begrijp je behoefte. Ik kan er nu, op dit moment geen antwoord op geven en ik wil er even over denken. Kom je er volgende week op terug?' In de meeste gevallen, dat zul je zien, komt de vrager er niet op terug omdat hij al een andere kandidaat of oplossing heeft gevonden.

Je zult ook situaties meemaken waarin 'nee zeggen' geen optie is. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer je in een groep (werkploeg) zit die als geheel heeft besloten om ergens mee akkoord te gaan. Probeer dan in ieder geval duidelijk aan te geven tot op welke hoogte je bereid bent om mee te gaan; hou je aan je grenzen. Waak ervoor om je als vrijwilliger op te werpen (een typische HSP-valkuil!).

dinsdag 9 oktober 2012

De HSP’er verliefd: Samenwonen of niet?

Negatieve relaties zijn die relaties welke in stand worden gehouden op basis van angst en verplichting, of die welke gebaseerd zijn op maatschappelijk aanzien en economisch belang. De gezonde relatie komt voort uit een combinatie van wederzijdse liefde, overtuiging, trouw en toewijding.’ Walter Riso
foto: Cristina Prades
Je bent hooggevoelig en je hebt iemand leren kennen die je leuk vindt. Je bent verliefd en je voelt je helemaal stralend gelukkig met je nieuwe vriend of vriendin. Eigenlijk willen jullie niets liever dan dag en nacht samen zijn. En als dat zo is, dan ligt samenwonen voor de hand. Ik wil hier niet in gaan op de vraag of je als HSP’er nu juist wel of juist niet gebaat bent met een hooggevoelige partner, want dat is weer een heel ander verhaal en iets waarover ik al eerder schreef.

In dit artikel wil ik me beperken tot het signaleren van een aantal valkuilen of, anders gezegd, rode vlaggen. HSP’er of niet, iemand die verliefd is beziet de wereld en met name het object van zijn liefde door een roze bril. Alles is even mooi, geweldig en fantastisch. En als je hooggevoelig bent dan is het meer dan waarschijnlijk dat je, méér dan de minder gevoelige mens, dat vermogen hebt om de kwaliteiten en de enorme (sluimerende) talenten van je geliefde aan te voelen.

En als alles dan zo mooi, geweldig en fantastisch is, en als je dan zo heel zeker weet dat deze man of vrouw de Ware, je tweelingziel, is, hoe kan het dan toch dat de helft van alle relaties geen stand houdt en eindigt in teleurstelling en vaak ook hele nare ruzie? Is het echt altijd alleen maar de schuld van de ander, of ligt het misschien ook wel aan onszelf? Zijn we wel helemaal eerlijk geweest? Hebben we wel goed gekeken? Liefde maakt blind, en goed kijken (ook naar jezelf toe) wanneer je “blind” bent is niet makkelijk. Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Als je van jezelf weet dat dit zo is, dan is het niet ondenkbaar dat je hard je best doet om jezelf er van te overtuigen dat je relatie “moet” lukken, dat het goed “moet” gaan. (‘Deze keer gaat het goed, deze keer ga ik er écht mijn best voor doen.’)

Ik raad je aan jezelf eens de volgende vragen te stellen:

  • Zie ik het enorme potentieel van mijn geliefde, en wil ik me volledig inzetten om hem/haar te helpen en tot steun te zijn?
  • Werd ik verliefd op hem/haar omdat hij/zij verliefd op míj was en ik me dankbaar voelde voor de aandacht?
  • Voel ik me vooral aangetrokken tot een of twee van zijn/haar belangrijke kwaliteiten (aanzien en geld, seks, gevoel voor humor, intelligente, enzovoort) en sta ik niet stil bij wat ik echt nodig heb om gelukkig te zijn, en wat ik niet ontvang? (emotionele en/of materiële veiligheid, respect, vetrouwen en intimiteit, erkenning van mijn kwaliteiten, genegenheid, enzovoort).
  • Sta ik vooral stil bij dingen die we met elkaar gemeen hebben en kijk ik niet bewust naar onze verschillen?
  • Weet ik diep in mijn hart dat dit niet echt de relatie is die ik wil en die goed voor me is, en neem ik dingen voor lief omdat ik het zo moeilijk vind om alleen te zijn?
Als je een van deze vragen met ja hebt beantwoord, zou het kunnen dat je op een valkuil of een rode vlag bent gestoten. Eén rode vlag hoeft geen drama te zijn, maar wees op je hoede. Kijk dan ook eens naar de volgende punten:

  • Wanneer mijn lief zijn/haar zin niet krijgt of wanneer het hem/haar tegen zit, weet ik van te voren al dat er een woedeaanval komt en dat ik overal de schuld van krijg.
  • Mijn lief neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn/haar tegenslag maar wijt alles aan het gedrag van anderen of aan uiterlijke omstandigheden.
  • Mijn lief houdt alle touwtjes graag zelf in handen en wil de baas zijn, ook over mij. (Jaloezie!)
  • Soms vertoont mijn lief ronduit onvolwassen en onverantwoordelijk gedrag.
  • Het komt nog al eens voor dat mijn lief emotioneel onbereikbaar is.
  • Het valt me op dat mijn lief regelmatig terugverlangt naar een vorige relatie; hij/zij geeft dat zelfs openlijk toe.
  • Mijn lief verwacht van mij dat ik zijn/haar treurige bestaan opvrolijk  en zijn/haar problemen voor hem/haar oplos.
  • Mijn lief is (nog) getrouwd met een ander en kan geen echte verbintenis met mij aangaan.
  • Mijn lief heeft een verslaving of vertoont verslavingsgedrag (hoewel dit volgens hem/haar geen enkel problem is).
  • Het is me opgevallen dat mijn lief in het contact met anderen wel eens niet helemaal eerlijk en zuiver is (denk aan geldkwesties, dreigementen, leugens en halve waarheden, manipulatie, enzovoort).
Heb je ook ten aanzien van dit rijtje één of een aantal keren ja gezegd, dan zou ik echt nog maar eens goed nadenken alvorens een definitieve stap in mijn relatie te zetten. En natuurlijk, hoe meer rode vlaggen je hebt gevonden, hoe voorzichtiger ik je aanraad te zijn. Niemand is volmaakt en niemand is altijd even evenwichtig en opgewekt. Als je af en toe eens iets ziet aan het gedrag van je lief dat vraagtekens bij je oproept, dan hoeft er niets aan de hand te zijn. Ik zeg alleen: let op, wees alert en kijk of er sprake is van een patroon. Neem echt ruimschoots de tijd om iemand goed te leren kennen, bij voorkeur ook in verschillende situaties en omstandigheden. Je hebt in principe nog tijd genoeg om gezamenlijke verplichtigen aan te gaan.

En dan heb ik nog een derde reeks van punten voor je, punten en kenmerken die specifiek belangrijk zijn voor jou als hooggevoelige mens.

  • Ik zie eerst altijd alleen maar de kwaliteiten van iemand, zijn goede kanten. (Hou er rekening mee dat iedereen –ook jij zelf!- een schaduwkant heeft. Altijd).
  • Ik ben zo iemand die altijd klaar staat om iedereen te helpen, en daarbij heb ik de neiging mijzelf op de allerlaatste plaats te laten komen. (Ik heb moeite met het (her)kennen en handhaven en bewaken van mijn eigen grenzen en behoeften).
  • Ik ben ervan overtuigd dat alles met liefde en met geduld te regelen is. (Ja, in veel gevallen is dat zo, maar er bestaan nu eenmaal destructieve relaties, en het enige wat dat oplevert is ellende, verdriet en mogelijk ziekte).
  • Als het mis gaat heb ik met mezelf te doen. ‘De anderen begrijpen me niet en niemand helpt mij.’ Je ziet jezelf als slachtoffer van de omstandigheden. (Je bent geen slachtoffer. Je bent een vrij mens en je kunt altijd kiezen… en daarmee zeg ik niet dat kiezen ook altijd even gemakkelijk zou zijn).
  • Ik ga ervan uit dat de ander wel zal veranderen. (Of, erger nog, dat jij de ander zou kunnen veranderen. Dat gebeurt niet. Iemand verandert alleen als hij dat bewust zelf wil; niet omdat jij dat zo graag zou willen).
Lieve hooggevoelige lezers en lezeressen, ik ben niet negatief, maar ik weet uit eigen ondervinding en op basis van mijn ervaring als coach die veel met stellen werkt, dat er nu eenmaal relaties zijn die geen toekomst hebben. En natuurlijk, elke relatie –ook de hele goede- heeft zo zijn ups en downs en ook crises horen erbij. Het kan nu eenmaal niet altijd rozengeur en maneschijn zijn. Crisismomenten zorgen ervoor dat we groeien als mens, dat we leren en ons ontwikkelen. Sterker nog, om te leren en om als mens te groeien kúnnen we niet zonder relaties, laten we dat vooral niet vergeten. De alarmsignalen en rode vlaggen slaan dan ook niet op lastige situaties en conflicten binnen de bestaande relatie, maar het gaat om diepere dingen, om patronen in iemands gedrag die om verschillende redenen niet gezond zijn en die een goede verhouding belemmeren.

Alarmsignalen en rode vlaggen gelden voor iedereen, hooggevoelig of niet. Maar gezien de basiskenmerken van hooggevoeligheid, bestaat er voor  HSP’ers nu eenmaal een groter risico om in ongezonde en destructieve relaties terecht te komen.

En wat is dan een gezonde relatie? Een gezonde relatie is gebaseerd op wederzijdse liefde, op een diepe vriendschap en op respect. Op wederzijdse steun. Op trouw en betrouwbaarheid. Op eerlijkheid. Alleen wanneer  deze pilaren aanwezig zijn, heb je een stevige basis om aan een gezamenlijke toekomst te bouwen, om de volgende stap (samenwonen, trouwen) te zetten.

Mocht je twijfelen aan de “stevigheid” van je relatie, ga dan op onderzoek uit en zie zo veel mogelijk informatie te pakken te krijgen om je inzicht te vergroten. Praat met vrienden en familie. Of misschien heb je, door het lezen van de vragen, ontdekt dat je eigen gedrag een problematisch kantje vertoont en is je daardoor duidelijk geworden wat je eigen verantwoordelijkheid is in het mislukken van je relaties. In dat geval is het aan jou zelf om stappen te ondernemen. Er is gelukkig veel literatuur over dit soort onderwerpen, maar je zou ook kunnen denken aan het inschakelen van de hulp van een coach.

Wat ook je verdere actie mag zijn, ik wens je hoe dan ook een gezonde en gelukkige relatie toe.

maandag 5 maart 2012

De HSP’er en zijn behoefte aan tijd voor zichzelf

In het artikel van afgelopen maand kwam ter sprake hoe belangrijk het voor de hooggevoelige mens is om tijd en ruimte voor zichzelf te hebben. Elke hooggevoelige moet zich zonder zich schuldig te voelen op bepaalde momenten kunnen afzonderen om alleen met zichzelf te kunnen zijn. 
HSP’ers hebben de neiging om voortdurend klaar te staan om anderen te helpen, om onmiddellijk in te springen wanneer er in hun omgeving iemand –partner, familielid, vrienden, collega of buur– is die even handen te kort lijkt te komen. Wanneer de HSP’er de ander niet tot dienst kan zijn, en dat geldt in het bijzonder ten opzichte van de partner of zijn kinderen, bestaat de kans dat hij zich schuldig gaat voelen omdat hij niet voor de volle honderd procent kan bijdragen aan het geluk en welzijn van een dierbare. 
‘Ik wil zo graag wat meer aan mezelf denken zonder me daar schuldig onder te voelen. Wat kan ik doen?’ Dit was de vraag waar Laura in haar eerste coachingssessie mee kwam. ‘Je kunt je niet voorstellen hoe ik er soms naar snak om zo af en toe eens alleen te zijn, om me zo nu en dan eens terug te trekken en voor de verandering eens niet beschikbaar te zijn. Er zijn altijd mensen in huis, en er moet altijd van alles gebeuren. Soms voel ik dan een haast onbedwingbare neiging om te gaan gillen, en als ik hier niets aan doe, dan word ik gek.’ En ze besloot met: ‘Weet je, ik kan geen nee zeggen. Ik zal dat toch echt eens moeten leren. Als ik niet heel gauw een begin maak met het op een rijtje krijgen van mijn eigen behoeften en het honoreren daarvan, dan ben ik bang dat ik dit niet zo heel veel langer meer kan volhouden. Ik wil iets doen voor het te laat is.’ 
Laura’s behoefte is duidelijk: om haar emotionele evenwicht te kunnen bewaren heeft ze tijd nodig voor zichzelf, tijd om alleen te kunnen zijn. Elk mens heeft tijd nodig om eens rustig na te kunnen denken, om te kunnen mediteren, om zijn accu op te laden, om te dromen en plannen te maken en gewoon, om eens adem te kunnen halen. Het betreft een algemene behoefte, maar een HSP’er heeft die behoefte eerder en vaker, en ook zullen de periodes van rust en afzondering voor de meeste hooggevoeligen langer zijn dan gemiddeld. Als het je niet lukt de ruimte die je nodig hebt op te eisen, dan zal je humeur daar onder te lijden hebben, ga je je meer en meer aan van alles en nog wat ergeren, krijg je last van toenemende stress en kun je uiteindelijk in een depressie geraken. De kwestie waar het hier om draait is het (h)erkennen van je grenzen en ze bewaken. 
Het kan best zijn dat je partner ‘je altijd nodig heeft’, maar je kunt veel liefdevoller zijn, veel positiever en gezelliger, wanneer je je eigen stukje tijd en ruimte in ere weet te houden. 


Wat kun je doen om je stukje ‘eigen-tijd’ te veroveren?
  • Vraag je partner wanneer hij tijd zou hebben voor een belangrijk gesprek. Met het maken van een duidelijke, concrete afspraak (op díe en díe dag, om zo en zo laat en gedurende X tijd) laat je je partner weten dat het om iets serieus gaat, om iets wat je bezig houdt.
  • Is het moment van de afspraak aangebroken, let er dan op dat jullie alle twee je mobiel uit zetten, en dat er ook geen radio of televisie aan staat. Jullie willen niet gestoord worden. Probeer zo veel mogelijk een liefdevolle ruimte te creëren waarin het wederzijds respect en vertrouwen voorop staan.
  • Begin met je partner duidelijk te maken dat je veel van hem houdt, maar dat, om je ook in de toekomst liefdevol naar hem/haar toe te kunnen blijven opstellen, je het zo nu en dan nodig hebt om je even helemaal terug te trekken. Zeg er vooral heel duidelijk bij dat dit niets met je partner te maken heeft, dat je hem of haar niets verwijt, maar dat het zuiver en alleen iets is dat voortkomt uit jouw emotionele en fysieke behoeften. Het is belangrijk dat je partner begrijpt dat het een kwestie van gezondheid is.
  • Omdat je op dat moment waarschijnlijk nog niet helemaal duidelijk hebt hoe veel tijd je precies nodig zult gaan hebben, is het verstandig een proeftijd af te spreken (een maand?) waarin je rustig kunt uitproberen wat voor jou het prettigste aanvoelt.
  • Als je het fijn hebt gevonden om zo, vol vertrouwen en respect, met je partner te praten, is het misschien een idee om voor te stellen dit soort gesprekken eens in de zo veel tijd te herhalen. Om te beginnen zou je dat kunnen doen om verslag uit te brengen van de proeftijd waarin je experimenteerde met het creëren van ruimte voor jezelf.
  • Maak van deze bijzondere emotionele gespreksruimtes met je partner gebruik om hem of haar te vragen of hij of zij misschien ook onderwerpen heeft om met jou te delen, onderwerpen die bij kunnen dragen aan het emotioneel welzijn van jullie relatie.

Deze communicatietechniek, waarbij intimiteit, respect en vertrouwen voorop staan, is ideaal voor het uitspreken van emotionele behoeften die je anders maar moeilijk te berde kunt brengen. 
Let op: Het gebeurt nog al eens dat de HSP’er de neiging heeft zijn emotionele behoeften er op de meest ongeschikte momenten ‘uit te flappen’, op momenten waarop we eigenlijk van te voren al weten dat je toch niet wordt gehoord. Als dit gebeurt, dus, als je er iets belangrijks uitgooit op een totaal ongeschikt moment (bijvoorbeeld op het moment dat we de kamer uitlopen, of wanneer je partner op het punt staat om de voordeur achter zich dicht te trekken om naar zijn werk te gaan), en als er dan dus inderdáád geen acht op je woorden wordt geslagen… kijk dan uit! Pas op dat je jezelf daarmee dan niet bevestigd gaat zien in negatieve overtuigingen van het soort ‘Zie je wel, ze geven niet om mij!’ of ‘Ja, hoor, ik wíst het wel, ze luisteren niet naar me want ik ben het niet waard, dus ik zal nóg meer mijn best voor de ander moeten doen.’ Jullie weten best dat dit soort gedachten zuivere onwaarheden zijn die rechtstreeks uit een zwak zelfbeeld voortkomen. Immers… hoe kunnen ze nu naar je luisteren als je niet bewust de nodige maatregelen treft om je ervan te verzekeren dat je gehoord wordt?

maandag 6 februari 2012

HSP’er zoekt HSP’er, of juist niet?

Soms lijkt het wel eens alsof er bepaalde thema’s in de lucht zitten. Zoals jullie misschien wel weten, ik ben HSP-coach, schrijf meerdere blogs en ben ook actief in een aantal facebookgroepen voor hooggevoeligen. Het thema dat ik de afgelopen weken verschillende keren op die drie gebieden meer dan eens tegenkwam is dat van de relatie. Zo kwam ik vragen tegen als:
  • ‘Om de zoveel tijd heb ik dringend behoefte aan tijd voor mijzelf. Dan wil ik gewoon alleen zijn. Dat wil nog al eens voor spanning zorgen. Kennen jullie dat?’
  • ‘Is een HSP’er beter af in een LAT-relatie? Ieder in zijn eigen huis?’
  • ‘Ik vind het ontzettend moeilijk om dag in, dag uit dezelfde mens om me heen te hebben, ook al hou ik nog zo veel van hem. Soms denk ik wel eens dat hooggevoeligen niet in de wieg zijn gelegd voor vaste, stabiele relaties. Zijn er meer mensen die dat zo beleven?’
De mens is een social wezen, en de hooggevoelige mens is dat in het bijzonder. Onder andere dankzij het contact –zijn relaties- met andere mensen heeft hij de mogelijkheid om iets dat als een probleem, als een moeilijkheid wordt ervaren, te veranderen en tot een kwaliteit te transformeren waardoor zijn hooggevoelige gave tot zijn recht kan komen. Dat wil echter in het geheel niet zeggen dat, zoals ook al uit de bovenstaande vragen blijkt, het hebben van intenstief contact met andere mensen makkelijk zou zijn.

De mensen die we op onze levensweg tegenkomen helpen ons ontdekken wie we zijn, wat onze positieve kanten en nog te ontwikkelen lastige kanten zijn, wat we nodig hebben, wat we prettig en fijn vinden en ook datgene waar we moeite mee hebben. Het ligt voor de hand dat je partner, degene op wie je verliefd bent en die verliefd op jou is en met wie je een relatie begint, iemand is die je een prettig gevoel geeft. Je kunt je met je partner identificeren, en door dat prettige gevoel dat hij of zij je geeft, voel je je belangrijk en weet je dat je ertoe doet. Dat je telt. Je wordt gezien. Om dat prettige gevoel, dat gevoel van gezien en bemind te worden, zo lang mogelijk te kunnen beleven, kies je er al dan niet bewust voor de minder prettige kanten van je nog kersverse partner, zeg maar die facetten waarmee je je niet kunt identificeren, niet te zien of in ieder geval te negeren. Maar hoe langer deze relatie duurt en hoe meer jullie onderlinge band zich verdiept, des te lastiger wordt het om die voor jou onaangename kanten te blijven ontkennen. Sterker nog, je gaat er, precies omdát je je er niet aan probeert te ergeren, juist alleen nog maar meer aan irriteren.

Wanneer we verliefd worden doen we dat omdat we als een magneet worden aangetrokken door al die facetten in de ander waarmee we ons volledig kunnen identificeren. We voelen ons heerlijk, in de zevende hemel, we hebben het gevoel van thuis te zijn gekomen. Ineens weet je zeker dat je leven van nu af aan één groot feest zal zijn; je hebt je tweelingziel gevonden en samen kunnen jullie de wereld aan. Je straalt en je bent intens gelukkig.

Als hooggevoelige mens heb je nog al eens de neighing om je vaak al heel snel met hart en ziel aan de ander te schenken, en de mate van identificatie met je partner is zo groot dat je het gevoel hebt één met hem of haar te zijn. In deze fase van versmelting is het je volkomen om het even of je partner HSP is of niet. Het duurt een tijdje voordat de schaduwzijden van de relatie zichtbaar worden. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat je lief een dynamische persoonlijkheid heeft en meer actie nodig heeft dan waar jij behoefte aan hebt. Dit was natuurlijk van begin af aan al zo, maar je zat er niet zo mee omdat je door je enthousiasme voor al het nieuwe en opwindende over voldoende extra adrenaline beschikte om zijn of haar tempo bij te kunnen benen –een tempo dat dus boven het jouwe ligt. Of het kan gebeuren dat de ander jouw aanvankelijk inconditionele overgave als vanzelfsprekend is gaan beschouwen en er gewoon vanuit gaat dat je tot in lengte van dagen (bijna) alles voor hem of haar blijft doen of blijft oplossen, dus ook wanneer je moe bent, of wanneer je eigenlijk eens eventjes een poosje alleen zou willen zijn, of als je gewoon eens zin hebt om iets met je vriendinnen of vrienden te doen. En zo zijn er natuurlijk nog tientallen voorbeelden te verzinnen.

Dit soort momenten, de momenten waarop het anders-zijn van de hooggevoelige mens zichtbaar wordt, zijn doorgaans de momenten dat de HSP’er zich het soort vragen begint te stellen als die welke we aan het begin van dit artikel zagen. Waar komen die vragen dan vandaan? Vragen als deze zijn het rechtstreekse gevolg van het feit dat de HSP’er een aantal zeer specifieke behoeften heeft. En wanneer de hooggevoelige man of vrouw niet goed weet welke die behoeften zijn en hoe hij of zij die behoeften moet honoreren en bewaken, dan zal de liefdesrelatie meestal geen lang leven beschoren zijn.


De behoeften van de HSP’er 

De hooggevoelige mens voelt zich goed wanneer hij vanuit het midden, vanuit zijn centrum kan functioneren. Dat innerlijke evenwicht zorgt ervoor dat hij overprikkeling de baas kan en stress weet te voorkomen. Daarvoor zal er aan een aantal basisvoorwaarden voldaan moeten worden. Een aantal van die basisvoorwaarden zijn:
  • Minstens acht uur slaap.
  • Het kunnen handhaven van een duidelijke ritmische structuur die de dagindeling bepaalt. 
  • De beschikking hebben over een plek om je alleen en in alle rust terug te kunnen trekken. 
  • Tijd vrij kunnen maken voor díe momenten die onmisbaar zijn voor het ‘voeden van de ziel’, zoals contact met de natuur, meditatie, yoga of, bijvoorbeeld, de een of andere artistieke bezigheid.

  • Zo lang de HSP’er de mogelijkheid heeft om aan die basisvoorwaarden te voldoen, zal het weinig of niets uitmaken of zijn of haar partner ook hooggevoelig is. Evenmin zal er sprake zijn van een behoefte om misschien toch maar te gaan latten. De spanning ontstaat met name wanneer de hooggevoelige mens niet duidelijk heeft wat nu precies zijn behoeften zijn of hoe hij deze moet bewaken en handhaven. De spanning steekt de kop op en neemt toe wanneer er sprake is van een onduidelijke of gebrekkige communicatie en wanneer het respect jegens de behoeften van ieder van de partners ontbreekt. 
    Elke relatie is anders. Immers, elk mens is anders, is uniek. Er zijn geen regels en je kunt onmogelijk stellen dat een HSP’er zich alleen maar prettig kan voelen met een partner die ook hooggevoelig is. Je kunt ook zeggen dat hij juist géén hooggevoelige partner zou moeten hebben. We zijn dan ook méér dan alléén maar hooggevoelig, en afgezien van de basisvoorwaarden die voor elke HSP’er zo belangrijk zijn om in acht te nemen, zal hij of zij daarnaast ook individuele behoeften hebben waar rekening mee gehouden moet worden. 
    Ik zei het al, relaties zijn om van te leren en om van te groeien. Het zal niet vaak gebeuren dat je je altijd voor de volle honderd procent helemaal gelukkig voelt. Als het je lukt om juist díe momenten waarop er iets ‘mis’ is, open en vanuit een positieve, onderzoekende houding te benaderen, geef je jezelf daarmee een mooi groeicadeau. 
    Het zal dus duidelijk zijn, er bestaan geen recepten voor de liefdesrelatie van de hooggevoelige mens. Er zullen altijd HSP’ers zijn die het liefste een andere HSP’er aan hun zijde hebben, en net zó zullen er hooggevoeligen zijn die zich beter voelen met een niet-HSP’er als partner omdat er dan misschien meer uit hun handen komt. Maar één ding is duidelijk: een relatie zal nooit lang stand houden als je, als HSP’er, niet je eigen grenzen kent en die weet te bewaken, als je een goede communicatie niet tot een van de hoogste prioriteiten hebt gemaakt en als er tussen jou en je partner geen sprake is van wederzijds respect. 
    Er is echter iets wat nóg belangrijker is dan dit, en dat is dat jij, als HSP’er, vooral een diep respect voor jezelf zult moeten koesteren. Jij bent namelijk de enige die weet wat jij op een bepaald moment en onder bepaalde omstandigheden nodig hebt. Wil je als HSP’er een langedurige en stabiele relatie hebben, dan zul je over de nodige zelfkennis moeten beschikken en zul je daarnaast in staat moeten zijn om op duidelijk en kalme wijze uit te leggen wat er aan de hand is en waar je behoefte aan hebt. Je kunt niet van je partner –of van je ouders, je kinderen of collega’s- verwachten dat ze automatisch zien en begrijpen waar jij op een bepaald moment mee zit en wat je nodig hebt. Iedereen beziet de wereld vanuit zijn eigen optiek, vanuit zijn eigen context. We zien de ander doorgaans niet hoe hij of zij zichzelf beleeft, maar zoals wij hem tegen de achtergrond van onze eigen ervaringen beleven, en omgekeerd. En als je dat beseft en daarmee rekening kunt houden, zul je begrijpen hoe enorm belangrijk het is om steeds maar weer uit te leggen hoe jij als HSP’er jouw wereld ervaart. En de enige die dat kan, dat ben je dus zelf. 
    Het kan een goed idee zijn om hulp te vragen bij het ontdekken van je persoonlijke behoeften en bij het leren bewaken van je grenzen. Je zou daarvoor heel goed kunnen aankloppen bij een HSP-coach die veel ervaring heeft met dit soort werk. Enkele sessies kunnen al voldoende zijn om tot een beter zelfinzicht te komen en communicatietechnieken te leren. Uiteraard wil ik je als HSP-coach graag helpen en ben ik voor dit soort sessies beschikbaar.

maandag 7 november 2011

Irritatie binnen de relatie

Wanneer je als HSP-er je hart verliest, doe je dat doorgaans akuut en intens. Je valt als een baksteen voor je grote liefde. Na een eerste periode van rozengeur en maneschijn komt er een tijd waarin de kleur van je roze bril begint te vervagen omdat je steeds meer kleine en grote ‘gebreken’ bij de ander begint op te merken. Je begint je te ergeren aan dingen als de tube van de tandpasta die lukraak wordt ingeknepen, de wc-bril, lichten die niet worden uitgedaan en meer van dat soort schijnbaar onbeduidend, maar intens irritant gedrag. De ergernis groeit, op een gegeven moment kun je je mond niet langer houden en ga je er iets van zeggen. Je geeft kritiek en als de ander niet ‘luistert’ word je ongeduldig en ga je er ruzie over maken. Loopt de ruzie uit de hand dan ontstaat er een conflict, en een conflict zou wel eens het einde kunnen betekenen van de relatie met degene die –weet je nog?- je grote liefde was. Je zit met een gebroken hart en een enorme dosis onbegrip, verdriet en pijn. Ja, ik weet het, het is een negatief scenario, maar daarom niet minder reëel.

Ik weet ook dat het de meesten van jullie bekend in de oren klinkt. In de jaren dat ik als coach met HSP’ers werk, heb ik heel wat van dit soort verhalen gehoord. Natuurlijk is verliefd worden en je irrititeren niet het voorrecht van de HSP’er, maar bij de hooggevoeligen vallen wel bepaalde karakteristieken op, zoals die enorme heftige manier van je hart verliezen en de vurige overtuiging dat je –eindelijk- je tweelingziel hebt gevonden. Daarnaast zijn sommige irritaties die je kunt voelen rechtstreeks het gevolg van je hooggevoelig zijn. Je kunt hierbij denken aan geluiden die de ander maakt, zijn of haar slordigheid, luchtjes die je aanvankelijk niet stoorden maar die op een gegeven moment gaan overheersen… En zo kun je er zelf vast nog wel een aantal noemen. En wat vervolgens nog typisch voor de HSP’er is, is dat hij zijn irritaties aanvankelijk probeert te beredeneren en te negeren, en dat hij er niets van durft te zeggen uit angst voor ruzie of –nog veel erger- voor een conflict (met het risico van het verlies van de partner).

Het merendeel van de HSP’ers is huiverig voor conflicten. Ik kan jullie vertellen dat ik mezelf vroeger graag uitgaf voor pacifiste. Dat was in de tijd dat ik nog niets van HSP wist of zelfs ook maar het vermoeden had dat ik ‘er ook zo eentje was.’ Ik had er geen idee van dat een hooggevoelige panisch kan zijn voor alles wat ook maar enigszins naar confrontatie of conflict riekt. Later echter besefte ik dat ik mezelf eigenlijk alleen maar pacifiste had genoemd omdat ik daarmee het ideale excuus had om elke vorm van conflict uit de weg te gaan. (Tussen twee haakjes, ik noem mezelf nog steeds pacifist, maar nu vanuit een heel ander perspectief).

Nadat ik me uitvoerig met het thema HSP had bezig gehouden, verdiepte ik me in alles wat met conflicten te maken heeft – hoe ze ontstaan, wat hun dynamiek is, hoe je ze kunt voorkomen en, vooral, hoe je ze kunt oplossen- en ik kan jullie verzekeren dat het een uiterst boeiende materie is.

Wanneer een HSP’er in een conflict is beland voelt hij zich doorgaans aangevallen en uiterst kwetsbaar en weet hij niet goed hoe hij zich moet verdedigen. Zo kan het gebeuren dat de andere partij de stem verheft, een reeks verwijten of beschuldigingen uit en op meerdere manieren zijn best doet om de HSP’er te overtroeven of van zijn gelijk te overtuigen. Je hebt mensen die erg ver gaan om bij een conflict als overwinnaar uit de bus te komen. Ik ken verhalen over de meest onvoorstelbare leugens, mishandelingen en pesten. Hoe agressiever de aanval, des de meer de HSP’er dichtslaat en blokkeert. Hij zal proberen het probleem te negeren. Wanneer dat niet mogelijk is, is hij in staat de ander gelijk te geven, of kan het zelfs gebeuren dat hij de ander gaat geloven en de schuld op zich neemt. Het andere uiterste is dat hij zich slachtoffer gaat voelen; hij beschikt immers niet over de handvatten om het voor zichzelf op te nemen.

Wat kun je doen?
Om te beginnen raad ik je aan om zo veel mogelijk te genieten van die initiële verliefdheid, al is het misschien toch wel verstandig om niet meteen ál te hard van stapel te lopen. Het hoeft niet per se ‘alles of niets’ te zijn. Maar dan, wanneer je na de aanvankelijke euforie van die kleine irritaties bij jezelf begint op te merken, is het zaak op goed op te letten. Deze gevoelens, die je mogelijk als ‘aanstelleritus’ van de hand probeert te doen, vormen later vaak de aanleiding tot ruzies. Stop deze ergernissen over het gedrag van je partner (of van een collega!) dus niet weg, onderdruk ze niet, maar kijk ernaar, onderzoek ze en probeer te ontdekken waar ze vandaan komen. Probeer na te gaan waaróm het je zo waanzinnig maakt dat de ander nóóit zijn rommel opruimt. Verplaats je dan ook eens in de ander en vraag je af waarom hij of zij dit of dat doet. In verreweg de meeste gevallen doet hij dat echt niet om je te irriteren! Doorgaans zal deze manier van naar jezelf en naar de ander kijken voldoende zijn om de ergernis te laten verdwijnen.

Gaat het geïrriteerde gevoel echter niet weg en blijft die vervelende kritiek maar aan je knagen, dan is het misschien een goed idee om ook eens naar je manier van communiceren te kijken, want uiteindelijk zit er niet veel anders op dan er met je partner over te praten. Onthou: je kunt een probleem negeren, maar het gaat er niet van weg; het wordt er juist alleen maar groter en hardnekkiger van. Een manier van communiceren die ik zelf erg goed en duidelijk vind, is de zogenaamde Non Violent Communication. Een andere, daarop gebaseerde techniek, is de volgende:


  •  Laat je partner weten dat je een gesprek met hem/haar wilt. Trek jullie agenda’s en kies een tijdstip dat jullie alle twee goed uitkomt. Voorkom dringende en belangrijke afspraken ervoor of erna, want die zorgen alleen maar voor extra spanning en emotionele belasting.Als het moment is aangebroken zullen jullie een paar gespreksregels moeten afspreken, en het is erg belangrijk om je daar ook aan te houden. Kom bijvoorbeeld overeen dat ieder vijf of tien minuten krijgt om het woord te voeren zonder dat hij door de ander in de rede wordt gevallen. Eerst krijgt de een de beurt, daarna de ander. Ook is het belangrijk om af te spreken dat ieder kan praten zonder dat de ander daar spottende of kritische geluiden bij maakt of gezichten trekt. Streef naar oprechte interesse en belangstelling voor de ander.
  • Het is een goede gewoonte om dit soort gesprekken te beginnen met een vorm van ritueel waarbij elk –om de beurt- zijn liefde, genegenheid, bewondering en respect voor de ander onder woorden brengt en eigenschappen noemt die hij in de ander waardeert.
  • Elk praat uitsluitend vanuit zijn eigen ‘ik’ en waakt ervoor de ander te beschuldigen. Streef naar objectieve en exacte zinnen in de trant van: ‘Toen ik vanochtend zag dat het dopje niet op de tandpastatube zat, voelde ik me op slag enorm geïrriteerd, want datzelfde had ik gisteren en eergisteren ook al vastgesteld. Wanneer ik dat zie, ergert me dat, want dan denk ik altijd meteen aan de tandpasta die ligt uit te drogen en aan dat uitgedroogde stukje dat je dan moet weggooien, en ik hou nu eenmaal niet van weggooien.’ Of: ‘Dan erger ik me, want ik moet die glasplaat schoonmaken en dat dopje kost me extra werk.’ Maak de ander kenbaar dat dit echt een belangrijke behoefte van jou is, en dat je die behoefte graag gehonoreerd ziet.
  • Het is van belang dat jij en je partner goed beseffen dat dit soort gesprekken geen gelegenheid biedt voor het spuien van allemogelijke soorten kritiek of verwijten. De opzet van dit soort gesprekken is het dieper doordringen in de denk- en belevingswereld van de mens die je liefhebt. Het gaat om het ontwikkelen van wederzijnds begrip en om de versteviging van jullie band.


Natuurlijk zijn er ook relaties waarbinnen deze vorm van preventieve acties niet (meer) mogelijk is omdat de aanvankelijke ergernis al tot conflict is geëscaleerd. Wat kun je doen wanneer iemand je voortdurend beledigt? Ik heb een cliënte, Isabel, die zichzelf heeft aangeleerd om op dat soort momenten in de lach te schieten en iets te zeggen in de trant van , ‘Och, meen je dat echt?’ Volgens haar werkt dat in de regel uitstekend omdat de ander zo’n reactie niet van je verwacht, je hem ermee op het verkeerde been zet en de negatieve lading van de boodschap wordt beentjegelicht. Je kunt het proberen en zien of het voor jou werkt.

Zelf ga ik echter nog graag een stapje verder. Ik ben namelijk van mening dat het aan jouzelf is om je aangesproken of beledigd te voelen. Je kunt ervoor kiezen om een nare opmerking niet persoonlijk op te vatten. Dit zal ik nader uitleggen. Dat iemand je uitmaakt voor zwakkeling of voor wat dan ook, betekent nog helemaal niet dat je ook werkelijk een zwakkeling zou zijn. Het enige wat het zegt is dat die ander jou als zwakkeling ziet, en dat doet hij duidelijk omdat hij jouw gedrag met het zijne vergelijkt en omdat hij vindt dat je best wel eens wat steviger in je schoenen zou mogen staan. Zoals hij denkt dat hij dat zelf doet, dus. Denk er echter wel aan dat het misschien toch geen kwaad kan om je af te vragen of het mogelijk handig zou zijn om, samen met een coach, eens wat technieken te leren die je helpen wat beter voor jezelf op te komen.

Hoe gekwetst je je ook mag voelen door iets wat je van een ander te horen hebt gekregen (nogmaals, je kunt ervoor kiezen om je wel of niet gekwetst te voelen) het is belangrijk dat je één ding nooit doet: dichtslaan en niets terugzeggen. Als HSP’er zul je daar de neiging toe hebben, maar ik geef je de garantie dat je de situatie hier alleen nog maar mee verergert. Heus, ik begrijp dat je dichtslaat, ik begrijp dat je je zó gekwetst voelt dat je gewoon niet bij machte bent om te reageren, maar het is van belang dat je beseft dat je de ander hiermee alleen nóg maar bozer maakt. Als die ander geen HSP’er is dan zit het er dik in dat hij jouw reactie gewoon niet begrijpt. Wat dan?

Doe een beroep op die aangeboren kwaliteit die je als HSP’er hebt: je empatische vermogen. Probeer je, hoe moeilijk dat op zo’n moment ook kan zijn, te verplaatsen in de positie van de ander, haal diep adem en zeg: ‘Ik heb je gehoord. Op dit moment kan ik er helaas niet op ingaan. Als je wilt kunnen we het er op een later tijdstip over hebben.’ Je zult dan natuurlijk wel een afspraak moeten maken voor dat gesprek, want het is belangrijk om problemen uit te praten. Ook in dát gesprek is het een goed idee om aan het begin regels af te spreken om elkaar om de beurt aan het woord te laten, geen kritiek op elkaar te hebben en uitsluitend te vertellen hoe een bepaalde situatie op jou overkomt. Ook zou je kunnen overwegen om dit soort gesprek schriftelijk te voeren.

Vind je het erg moeilijk om zo’n gesprek te voeren, roep dan de hulp in van een familielid of een goede vriend(in). Of denk eens aan de mogelijkheid van het inhuren van een mediator. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, is een mediator iemand die geen standpunt inneemt, geen oplossingen bedenkt en geen beslissingen neemt. Dat doen jullie zelf. De mediator is alleen maar begeleider en bewaker van het proces. Een door de partijen zelf gevonden oplossing is vaak beter dan een opgelegde oplossing van bijvoorbeeld een rechter. De mediator kiest geen partij, maar blijft onafhankelijk en neutraal. Een mediator die HSP’er is heeft er begrip voor dat je conflicten moeilijk en bedreigend vindt, dat je je geremd voelt in het uiten van je gevoelens en hij of zij zal zijn best doen om ervoor te zorgen dat je net zo veel gelegenheid krijgt om je verhaal kwijt te kunnen als de persoon met wie je een conflict hebt.

Ten slotte wijs ik je er dan nog graag op dat ik als als HSP-coach beschikbaar ben voor individuele sessies en groepswerk, terwijl ik als bij het NMI-geregistreerde mediator gekwalificeerd ben om bij relatieconflicten te bemiddelen. Neem voor verdere informatie contact op via: coachkarina@gmail.com of bel: 030-6954774


vrijdag 1 juli 2011

De HSP'er verliefd

Deze maand vindt op Mallorca de tweede ontmoetingsdag voor HSP’ers plaats. De eerste, begin juni, was een groot succes. Het thema toen was HSP’ers en conflict, deze maand zal het over de hooggevoelige mens en de relatie gaan. Mocht je 30 juli toevallig op Mallorca zijn en heb je zin om andere HP’ers te ontmoeten, aarzel dan niet om je ook aan te melden. Op deze blog vind je meer informatie.

Vooruitlopend op de ontmoetingsdag is het misschien een goed idée om alvast eens een beetje naar het thema van hooggevoelig en relatie te kijken, en dan in het bijzonder naar de eerste fase daarvan, die van de verliefdheid.

De meeste HSP’ers worden gemakkelijk verliefd, en dat is een feit. Onderzoek heeft uitgewezen dat de liefde sneller opvlamt bij mensen die emotioneel gespannen zijn. Vrijwel iedereen –man of vrouw, HSP’er of niet- die op wat voor manier dan ook gestresst is verpandt zijn hart sneller aan een ander dan hij of zij dat onder normale omstandigheden zou doen. Wat we ook weten is dat een HSP’er gemiddeld veel meer zintuiglijke input te verwerken krijgt en dat hij op grond daarvan eerder in een toestand van stress terecht zal komen. En als een HSP’er in verhouding tot een niet-HSP’er al bij relatief weinig prikkels gestrest raakt zal hij dus sneller en gemakkelijker verliefd worden. 
 
Een ander gegeven is dat er ook veel HSP’ers die voortdurend op zoek zijn naar de Ware Liefde. Ze rollen van de ene verliefdheid in de andere en eigenlijk voelen ze zich alleen maar prettig als ze verliefd zijn. De HSP’er zoekt in de regel naar diepere contacten, naar een relatie met een diepe verbondenheid, naar een versmelting met de Grote Liefde. Let wel, ik heb het over de overgrote meerderheid, want ik ken ook HSP’ers die liever alleen zijn omdat ze een of meer slechte ervaringen hebben gehad, omdat ze de enorme opwinding niet aan kunnen of omdat het intieme contact op de een of andere manier ondraaglijk voor ze is. Bij die laatste groep speelt vooral het feit dat de huid bij lichamelijke opwinding zo sterk overprikkeld raakt dat intiem contact onaangenaam pijnlijk is.

Maar, zoals ik al zei, de meeste hooggevoeligen zijn graag verliefd. Ze zoeken onvermoeibaar naar hun zielenmaatje; ze zijn ervan overtuigd dat die ergens op hen wacht en ze rusten niet alvorens ze hem of haar gevonden hebben. ‘Je leven heeft pas zin als je het met iemand kunt delen,’ lijkt hun motto.

Je zou een HSP’er romantisch kunnen noemen, en hij of zij is een gemakkelijke prooi voor iemand die hem –zelfs maar een beetje– aandacht schenkt. Het zal je als HSP’er meer dan eens overkomen zijn dat deze “aandachtschenker” (die je mogelijk zelfs voor soulmate aanzag) qua karakter, levensstijl, bedoelingen, enzovoort, uiteindelijk absoluut geen passende partner bleek te zijn. Aanvankelijk zag je alleen de goede en aantrekkelijke kanten maar en kon je, hoewel je echt je best deed, niets van een schaduw ontdekken. (Nou ja, misschien zag je wel een of twee dingetjes die je niet bevielen, maar die redeneerde je met het grootste gemak zo snel mogelijk weer weg). En ja, het doet pijn wanneer een relatie op de klippen loopt, ook al weet je verstand dan nog zo goed dat je je vergist hebt en dat je beter alleen kunt zijn dan met iemand die je alleen maar ongelukkig maakt. En, laten we eerlijk zijn, het valt ook niet mee om te erkennen dat je je vergist hebt en het is doorgaans lastig om de ander helemaal los te laten. De gedachte aan weer alleen te moeten zijn maakt je er niet vrolijker op en als je iemand bent die snel wegzakt in zijn emoties moet je bovendien oppassen dat je niet in een depressie raakt.

Ik geef toe dat het geschetste beeld geen aantrekkelijk plaatje is. Het is bovendien ook nog eens behoorlijk zwart-wit. Ik weet natuurlijk best dat er uitzonderingen zijn, en gelukkig maar! Wat ik met weinig woorden heb willen laten zien is dat het de HSP’er in de regel niet makkelijk valt zijn of haar persoonlijke grenzen te bewaken en dat hij een hele sterke neiging heeft zich in de ander te verliezen en zichzelf daarbij kwijt te raken. Een van de meest voor de hand liggende situaties om jezelf te verliezen is de verliefdheid. En als je jezelf kwijt bent, als je jezelf geen aandacht meer schenkt, als je alleen nog maar leeft en denkt voor de man of vrouw van je dromen, dan bewijs je jezelf daarmee een slechte dienst. Je verliest het respect voor jezelf. Je bent een geweldig mens, iemand die heel veel te geven heeft, maar je kunt alleen blijvend aan een ander geven als je op de eerste plaats aan jezelf denkt. Om de liefde te kunnen vinden moet je eerst van jezelf houden, en dat heeft niets met egoïsme te maken. Het heeft te maken met stevig in je eigen Ik staan, met in je centrum te zijn. Wanneer je in je eigen Ik staat kun je je ruimte en je grenzen bewaken. Je neemt de tijd voor jezelf die je nodig hebt en je blijft de dingen voor jezelf doen je je als HSP’er nodig hebt. Realiseer je altijd dat een hooggevoelige meer tijd nodig heeft om zijn batterijen op te laden dan iemand die minder gevoelig is. Neem die tijd. En dan nog iets: heb geen haast. Stort je niet halsoverkop in een nieuw avontuur, gún jezelf de ruimte om een ander te leren kennen. Probeer dat enorme verlangen van je dat je vaak zo impulsief doet beslissen, voor te zijn en hou je terug. Kijk. Observeer. Eerst vriendschap, dan meer (of niet, natuurlijk). Geniet van het langzaam groeiende vertrouwen, van het ontdekken van steeds nieuwe dingen. Geniet, speel en flirt alvorens je met hart en ziel aan een ander te schenken. Wil je een blijvende relatie, dan is het dit waard. Echt, het is het waard als je jezelf nog weer een teleurstelling en het bijbehorende verdriet wilt besparen.

En je weet het, als coach die gespecialiseerd is in HSP’ers en in relaties, kan ik je helpen op het gebied van de vele manieren waarop je gevoeligheid je parten speelt in het contact met de mensen om je heen. Ik kan je ook behulpzaam zijn bij het opstellen van een plan om je soulmate te vinden. Heb je een vraag, stuur me dan gerust een mail en ik help je met plezier.