Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label dip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dip. Alle posts tonen

dinsdag 1 januari 2013

Hooggevoelig en wat maakt je enthousiast?


‘Iets dat wij werkelijk zouden moeten leren, is niet te denken dat wij alleen in onze jeugd de mogelijkheid hebben ons te ontwikkelen; die mogelijkheid hebben we ons hele leven lang tussen geboorte en dood.’

Rudolf Steiner




Wat maakt je blij? was de vraag die ik afgelopen maand op facebook postte. De antwoorden die erop kwamen bezorgden me dat heerlijke, warmte-in-je-hart-gevoel, dat blije gevoel dat de uitwerking heeft van een hoopvol lichtje ergens diep van binnen. Zo stond er onder meer: Thuiskomen na lange tijd weg te zijn geweest, een spontane omhelzing, na een fikse onweersbui naar buiten gaan, de geur van koffie als ik wakker word, aan een nieuw boek beginnen, de zon die doorbreekt, een kopje van mijn kat, iemand een cadeautje geven, bezoek krijgen… Zo kennen jullie vast ook je eigen geluksmomenten. 
Denkend over blijheid in het algemeen, bleef ik steken bij de blijheid van spelende kleine kinderen, bijvoorbeeld van kinderen die ontdekken hoe je blokken moet stapelen, of hoe je een tent kunt bouwen van stoelen en tafels met lakens er overheen. Zo’n stralend gezichtje wanneer de blokkentoren eindelijk heel hoog is geworden en niet is omgevallen, of wanneer de lakens zó zijn gehangen of met knijpers zijn vastgezet dat ze er níet meer afglijden… 
Aan die blijdschap gaat doorgaans een heel bijzonder enthousiasme vooraf, een enthousiasme dat het kind drijft om al spelend steeds nieuwe ontdekkingen te doen. Toen ik in diezelfde facebookgroep vervolgens dan ook de vraag stelde, wat maakt je enthousiast? kwamen er hele andere antwoorden: De ontdekking dat ik talent voor schilderen heb, in een koor zingen, samen met vrienden iets ondernemen, een project opzetten, met een goeie groep mensen een ecodorp stichten, het onderwijs in gaan om kinderen te inspireren, mijn eigen verhaal schrijven… Wat ik aan deze antwoorden beleef is een zekere bezieldheid. En als ik dan naar de herkomst van het woord enthousiasme kijk, dan word ik opnieuw blij van binnen. Enthousiasme komt van het Griekse “en-theos”, in God. Bestaat er een verband tussen dat blije, lichte gevoel, bezieling en “een goddelijke vonk”? Ik denk van wel. 
Zou het niet heerlijk zijn om die kinderlijke blijdschap, dat kinderlijke enthousiasme ook in het latere leven bewust te kunnen beleven? Om het zomaar op te kunnen roepen? Helaas is het zo dat het leven ons een schier eindeloze reeks regels, wetten en waarden oplegt waardoor dat innerlijke vonkje van bezielde creativiteit en van inspiratie beetje bij beetje gedoofd wordt. Je leert aanvaarden en gehoorzamen, en misschien raak je zelfs zo uitgeblust en teleurgesteld dat je alleen nog maar kunt denken dat het leven nou eenmaal een tranendal van slikken en afzien is. Wie zijn enthousiasme verliest trekt zich terug in zijn comfortzone. 
Als je dit leest ben je waarschijnlijk een HSP’er, een hoogevoelig mens. En als HSP’er ben je je er vrijwel zeker van bewust dat het leven weliswaar hele moeilijke momenten kent, maar dat het toch echt wel méér is dan een ellendig tranendal. In de meeste HSP’ers leeft dan ook vaak het verlangen om iets te doen waar de wereld een meer leefbare plek van wordt. Het is niet voor niets dat er zo veel hooggevoelige mensen werkzaam zijn binnen de gezondheidszorg, in het onderwijs, in vrijwilligersorganisaties en op het gebied van de kunsten, om maar eens wat te noemen. 
Zonder enthousiasme, zonder innerlijk warmtevonkje is het moeilijk om je echt blij en tevreden te voelen. Enthousiast zijn, een droom of een ideaal hebben en je daarvoor inzetten geeft een goed gevoel. Enthousiast zijn, een droom en een ideal hebben zorgt dus voor een aantal positieve gevoelens. En niet alleen dát; het geeft ook energie. Slikken en afzien geeft dat niet. Slikken en afzien kóst energie. Iemand die in een dip zit heeft meestal een tekort aan energie; wanneer je het (even) niet meer ziet zitten, brandt je innerlijke pitje laag en teer je op reserveënergie. Ik wil het ook wel omdraaien: als je gedurende zekere tijd meer energie hebt moeten verbruiken dan je weer bij kon tanken, raak je oververmoeid en kom je vanzelf in een dip. HSP’ers gebruiken doorgaans veel energie en nemen onvoldoende tijd om de voorraad weer aan te vullen.


Wat kun je doen om dat warmtevonkje brandende te houden?
Het zal duidelijk zijn dat het niet lukt zo lang je niets kunt vinden om warm voor te lopen. Je zult iets moeten hebben, hoe ogenschijnlijk klein of onbeduidend ook, waar je voor in beweging wilt komen. Een droom (groot of klein) die je altijd hebt gekoesterd. Je zou de zorg op je kunnen nemen voor een huisdier, een hobby ontwikkelen, of besluiten je ergens voor in te zetten. Net zo zou je kunnen denken aan afslanken, stoppen met roken of aan sport gaan doen. Op zich is het begin van een nieuw jaar daar een goed moment voor. Wat voor project je ook kiest, het moet iets zijn waarmee een innerlijke behoefte bevredigd wordt, iets waarmee je je echt kunt verbinden. 
Maar het hebben van een droom en een project is niet voldoende. Je zult ervoor in actie moeten komen. Als je echt wilt dat er iets gebeurt zul je maatregelen moeten nemen: een plan ontwikkelen met het oog op het doel dat je jezelf hebt gesteld. Je kunt natuurlijk ook wachten op een teken of een uitnodiging van buitenaf (noem het goddelijke interventie ;) ) maar als die uitblijft en je droom geen pootjes krijgt, kun je daar niemand de schuld van geven. Zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen, zonder uit je comfortzone te komen, kán het natuurlijk zijn dat iemand je iets cadeau doet, maar de kans is groot dat dat niet gebeurt en dat je zelf in actie zult moeten komen. 
Wat je ook nodig zult hebben is zelfkennis. Het doel dat je jezelf stelt moet wel iets zijn dat haalbaar voor je is. Heb je een prachtige droom maar weet je van te voren al dat die naar alle waarschijnlijkheid nooit gerealiseerd zal kunnen worden, dan is het niet handig om daaraan vast te blijven houden. Weet waar je fysieke, emotionele en financiële grenzen liggen. Het is misschien niet zo realistisch om een eigen huis te willen wanneer je geen werk hebt, maar wat je wèl kunt doen, is het kiezen van doelen die je naar die grote droom op weg kunnen helpen. In plaats van “alleen maar” dat huis te willen, zou je dus eerst een vak moeten leren of opleiding moeten doen, en daarna zou het vinden van een baan of het beginnen van een eenmansbedrijfje een volgend doel kunnen zijn zijn. Een doel voor ogen hebben is goed, maar verlies eerdere haalbare stappen (tussendoelen) niet uit het oog. Denk eraan dat het te hoog leggen van de lat tot gevolg heeft dat je eraan onderdoor gaat en je hoogst waarschijnlijk in een dip beland. 
Een (haalbare) droom verwezelijken is mogelijk, maar doe het stapje voor stapje. Iemand die niet hooggevoelig is presteert mogelijk beter wanneer hij voor een flinke uitdaging komt te staan, maar voor een HSP’er is het juist van belang om die uitdagingen níet te groot te maken en om de lat stukje bij beetje hoger te leggen; deelsuccessen werken motiverend en het warmtevlammetje van enthousiasme blijft branden en wordt zo mogelijk nog krachtiger, terwijl het steeds maar net niet halen van het schijnbaar onbereikbare doel ronduit ontmoedigend werkt. 
Waar word jij blij en enthousiast van?
Wat is jouw droom?
Hoe ziet je plan eruit en wat zijn de stappen die je je hebt voorgenomen?

zaterdag 10 november 2012

Hooggevoelig en zo nu en dan een 'dip.'

 'Loop je alleen bij zon, dan zul je je bestemming nooit bereiken.'
Paulo Coelho 

Tekening Samuel Pires
Iets van een week geleden verscheen er op Facebook een post van een interview met de Belgische psychiater Dirk de Wachter. De aanleiding tot dat gesprek was het verschijnen van zijn boek ‘Bordeline times’ dat ongetwijfeld heel was HSP’ers zal interesseren.

De Wachter stelt: ‘We leven momenteel in een opgeklopte maatschappij waarin alles geweldig en fantastisch moet zijn, maar de realiteit is dikwijls heel anders. Iedereen die mee wil tellen moet een winner zijn, en wie durft te bekennen dat het hem wat minder geweldig gaat, die wordt prompt uitgemaakt voor loser, en vaak doet doet zo iemand dan meteen niet meer mee.’ De Belgische psychiater schildert een beeld van onze tijd die zich kenmerkt door een groot aanbod in levenswijzen en ontelbare producten waarbij tegelijkertijd de waarden van vroeger sterk onder druk komen te staan. Als mens wordt je nu veel meer dan vroeger gedwongen om voortdurend keuzes te maken en je eigen normen en waarden te ontdekken. Dat is op zich heel mooi, zegt hij, maar lang niet iedereen kan dat zomaar, en veel mensen ervaren dit als een enorme druk en belasting.’

Iedereen kent wel iemand met problemen, échte problemen. En het is heel best om te zeggen dat je je de dingen niet aan moet trekken, dat je altijd kunt kiezen en dat je positief moet zijn.  Maar hoe zit het met die man of vrouw die zijn of haar weg maar niet kan vinden omdat hij of zij in het immense aanbod verdwaalt? Of, wat dacht je van diegene die, door wat voor oorzaak dan ook, alles kwijt is? Of van dat kind, dat op school zo verschrikkelijk wordt gepest? Of van dat bejaarde familielid die geheel onverwacht zijn dierbare partner is verloren? Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar het zal duidelijk zijn dat in het leven niet alles altijd even fantastisch en geweldig kan zijn. Iedereen maakt wel eens korte of langere perioden mee waarin het niet meezit, waarin de zaken totaal anders lopen dan je verwacht of gehoopt had en het bestaan als een zware last op je schouders drukt. En dan voel je je down. Bedrukt of terneergeslagen. Het gebeurt nog al eens dat we voor dat soort moeilijke momenten de term depressief gebruiken; een woord dat nogal snel ten onrechte gebruikt wordt. Is iemand die zich in een heroriënteringsfase van zijn leven bevindt, die, zeg maar in een periode van bezinning zit, automatisch depressief? Ik denk van niet. Ik zie het meer als een kwestie van uitersten: aan de ene kant zien we dat beeld van fantastisch en super-geweldig, en aan de andere kant komt dan depressief. En net zo lijkt het wel alsof je, als je geen winner kunt zijn, je automatisch een loser bent. De hele middenmoot van grijzen, van nuances, lijkt verdwenen.

En omdat niemand graag een loser is, is het niet ondenkbaar dat iemand, als het eens wat minder goed gaat met hem of haar, hij dat niet wil laten blijken en de indruk zal proberen te wekken dat echt álles even super gaat. Natuurlijk is dit veinsgedrag niet vol te houden, en wat we dan zien gebeuren is dat zo iemand zich meer en meer terug gaat trekken en sociale contacten begint af te houden; immers als je zelf down bent omdat je ergens mee zit, is het moeilijk om al die positieve en enthousiaste verhalen aan te horen zonder je extra teneergeslagen of zelfs schuldig te voelen.

Ik hoor het steeds vaker, de klacht dat mensen ergens mee zitten, dat ze zich helemaal niet zo positief voelen en dat ze eigenlijk een poosje zo min mogelijk willen: geen sociale verplichtingen, geen gedoe en vooral niet nog meer problemen. En als HSP’er kan een dergelijke behoefte rechtstreeks het gevolg zijn van té veel emoties, té veel drukte, té veel informatie en, ja, té veel keuzemogelijkheden. Vergeet niet dat we veel meer informatie binnenkrijgen dan de niet_HSP’er en dat we in verhouding snel overvoerd raken. Maar zo’n behoefte om eens een tijdje wat meer met jezelf en je eigen binnenwereld bezig te zijn en je niet steeds in de buitenwereld te verliezen, kan ook heel goed het gevolg zijn van het feit dat je gewoon mens bent en dat je als mens gevoelig bent voor de natuurlijke ritmen van het leven zelf.


De “dip” als kans
Dag en nacht, de jaargetijden, eb en vloed en ook onze ademhaling zijn slechts enkele voorbeelden van natuurlijke ritmes die ons leven beïnvloeden. Licht en donker, warm en koud, komen en gaan, inademen en uitademen. Na periodes waarin alles meezit en voor de wind gaat, komt meestal wel een fase waarin je het gevoel hebt dat de boel tegenzit en dat alles extra inspanning vergt; een tijd waarin je veel minder behoefte hebt aan uitbundig lachen en zingen. Troost je, dit is normaal. Het is helemaal niet erg dat je geen zin hebt om mensen uit te nodigen of om eens uitgebreid met deze of gene bij te kletsen. Sterker nog, het is zelfs gezond om eens een tijdje met je binnenwereld bezig te zijn, om eens goed over je leven en alles wat zich daar zoals in af speelt na te denken. Het is heel goed om zo nu en dan eens inventaris op te maken van waar je staat in je leven. In zo’n fase voel je je dan down, want dat is de naam die we daar tegenwoordig aan geven. Een dip, zeg maar. En als we dan mensen om ons heen hebben die juist is zo’n opgewekte, blije en “fantastische” fase zitten, worden er al snel vergelijkingen getrokken en kun je het etiket van “depressief” opgeplakt krijgen.

“Down” en “dip” (of met je eigen binnenwereld bezig zijn) is lang niet hetzelfde als depressief. Depressief wordt meestal veel te snel en veel te gemakkelijk gebruikt. Iemand die down is, is niet ziek. Iemand die in een dip zit gaat door een natuurlijk process dat het rechtstreekse gevolg is van de innerlijke ontwikkeling.
HSP of niet, het overkomt iedereen. Je voelt je verdrietig, en soms ook boos, dat hoort erbij. Het is geen goed idee om te proberen dergelijke gevoelens te onderdrukken. Verdrietig en boos zijn mag. Sterker nog: ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat alles wat je probeert te onderdrukken níet weggaat of verdwijnt, maar juist alleen maar sterker wordt om dan, op het moment waarop je het het minste verwacht, ineens te exploderen en naar buiten te knallen (met alle nare gevolgen vandien). Onderzoek die verdrietige, die zogenaamd negatieve gevoelens en probeer te ontdekken waar ze vandaan komen. Ga ermee aan het werk. Schrijf erover, teken of schilder ze. Of breng ze via dansende bewegingen aan het licht. Forceer niets en neem verantwoordlijkheid jegens je gevoelens. Het is niet zo als zou je niet meer mee willden doen, het is alleen dat je behoefte hebt aan een poosje alleen met jezelf te zijn om daarna dan weer aan een meer extroverte periode te kunnen beginnen en nieuwe stappen te kunnen doen.
Je zou het ook zó kunnen zien: Je moet een poosje in je comfortzone zitten om daar vervolgens weer uit te kunnen komen. Wanneer je in die confortzone zit ben je in de gelegenheid om aan je persoonlijke innerlijke groei te werken en om nieuwe gereedschappen te leren die je dan, wanneer je zo ver bent dat je een nieuwe stap kunt gaan doen, in de praktijk kunt brengen waardoor je in maatschappelijk opzicht kunt groeien. Van binnen naar buiten. Inademen en uitademen. (Dit zijn de ideale momenten om eens aan een coachingstraject te denken!)
Het is belangrijk om goed te beseffen dat een dip iets heel natuurlijks is. Nogmaals, een dip is geen depressie en je bent niet ziek. Hoe voelt het om de term “dip” te vervangen door “een periode van reflexie” of “een innerlijke inventaris maken”?  Wie de dip neemt als iets normaals, als iets wat deel uitmaakt van het gezonde leven, wie de tijd voor zichzelf weet te nemen en bij zichzelf naar binnen kan kijken, die kan daarmee een echte depressive voorkomen.
Alles wat ik hier zeg geldt natuurlijk niet alléén voor HSP-ers; het geldt voor iedereen. Het is alleen wèl zo dat de HSP’er, op grond van het feit dat hij veel sneller aan zijn emotionele en lichamelijke grens zit, eerder en makkelijker in een dip geraakt dan iemand die minder gevoelig is. Het is dáárom dat het me een goed idee leek om deze gedachten eens op “papier” te zetten en hier te posten.
De gebruikte afbeelding is een tekening van Samuel Pires, een HSP'er uit Spanje. Samuel maakt op verzoek intuïtive afbeeldingen van onderwerpen die hem door zijn "klanten" worden aangereikt. Het geld dat hij hiermee verdient komt ten goede aan zijn studiereis volgend jaar naar Hong Kong. Het onderwerp van de afgebeelde tekening was het verschijnen van mijn boek over hooggevoeligheid, 'La alta sensibilidad, vivir desde el corazón.' Wie geïnteresseerd is in zo'n unieke tekening kan Samuel een mailtje sturen (in het engels of spaans). Zijn adres is: Sampiresroman@gmail.com