Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label zelfbeeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfbeeld. Alle posts tonen

maandag 9 februari 2015

Als je kindje hoogsensitief is

Er gaat geen week voorbij of ik krijg wel een aantal mailtjes van bezorgde ouders die vinden dat hun kindje opvallend gevoelig is. Er wordt dan onder meer gevraagd om advies, om coachingsessies en om artikelen, maar wat die ouders eigenlijk willen is dat hun twijfels en onzekerheden worden weggenomen. 
Het eerste wat ik altijd vraag is of ze de HSP-test voor kinderen hebben gedaan. Vervolgens vraag ik of ze weten dat hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit een erfelijke karaktertrek is, hetgeen impliceert dat een van de ouders, of beiden, ook hooggevoelig is... Wanneer geen van beiden zich in het profiel van HSP-er herkent, kan dat betekenen dat hooggevoelig zijn nooit een probleem is geweest, maar het kan ook zo zijn dat de extreme gevoeligheid al van jongs af aan onderdrukt is geweest of dat, inderdaad, geen van beide ouders HSP is en dat er met je kindje iets anders aan de hand is. Dit artikel is echter geschreven voor ouders van hooggevoelige kinderen. 
Een baby, elke baby, of hij later hooggevoelig blijkt te zijn of niet, is een wonder op zich dat aanvankelijk één groot waarnemingsorgaan is; een klein mensje dat niet anders kan dan alles vanuit zijn omgeving in zich opzuigen. Alles komt bij het baby'tje binnen zonder dat hij het vermogen heeft om zich voor bepaalde (onaangename) prikkels af te sluiten. Een klein kind, van pasgeborene tot peuter, kan niet oordelen (om te oordelen heb je eigen ervaringen nodig) en kan niet vergelijken (ook daarvoor moet je eigen ervaringen hebben opgedaan), het kan alleen maar zien, horen, registreren en nabootsen. Het beseft nog niet eens dat het een op zichzelf staand organisme is maar gaat nog helemaal op in de omgeving waarmee het één is, zoals het ook in de moederbuik één was met de moeder. Pas wanneer het, zo op driejarige leeftijd 'ik' begint te zeggen, is dit het teken dat het zich begint te realiseren dat het 'iemand anders' is. 
Is een baby hooggevoelig dan zal hij nog veel meer informatie in zich op zuigen. Hoewel alle kindertjes gevoelig zijn voor lawaai, fel licht, extreme temperaturen (denk aan de fles en de potjes), en harde en schurende stoffen, zijn hoogsensitieve kindjes dat in nog veel sterkere mate. Het ligt dus voor de hand dat je hier als ouder en opvoeder sterk rekening mee zult moeten houden, en dat je erop moet letten dat je kindje niet overprikkeld raakt. Dat kun je doen door zijn omgeving rustig te houden, geluidsoverlast (dus ook muziek en tv waar het kindje echt niet op zit te wachten) te beperken, hem niet in schel en fel licht te plaatsen (denk ook aan de zon!), erop te letten dat zijn kamertje en ook zijn voeding niet te warm of te koud is en hem kleding van zacht katoen te geven en daar de schurende etiketjes uit te verwijderen. Ook ten aanzien van het speelgoed kun je veel doen: zo genieten natuurlijke materialen (eerst zachte stoffen en later hout) de voorkeur boven hard en kil plastic. 
Dit om te beginnen. Verder zou ik nog iets willen zeggen over het mee naar buiten nemen van je kindje. Persoonlijk ben ik een voorstander van die draagzakken waarmee je je baby tegen je lichaam aan kunt houden, en dat zeker in het begin. En bij 'begin' denk ik ook dat het geen goed idee is om je kleine HSP'tje al direct mee naar buiten te nemen. Ik raad je aan om daarmee te wachten tot hij iets van een maand oud is; bij mijn kinderen die beide hooggevoelig zijn, heb ik ermee gewacht tot ze zes weken oud waren. Dit kan overdreven lijken, maar bedenk dat het kind dat lange tijd volledig beschermd en omhuld in je buik heeft geleefd bij zijn geboorte geen flauw besef heeft van waar het terecht is gekomen en dat alles ineens zonder ook maar enige filter of bescherming regelrecht bij hem naar binnen knalt. Die ervaring moet voor elke pasgeborene behoorlijk overweldigend zijn, maar voor een mini HSP'tje moet dat regelrecht angstaanjagend zijn. In die zin is het dus niet geheel overdreven om hem niet in één keer, maar stapje voor stapje vanuit zijn vertrouwde omgeving, zijn comfortzone -zijn kamertje en later het huis- stukjes van de buitenwereld te laten zien. 
Terugkomend op die draagzakken... Die vind ik zo belangrijk omdat het kindje, jouw kindje, lekker contact kan maken met het lichaam van zijn moeder, dat lichaam waarin hij zo lang heeft geleefd en dat hem zo vertrouwd is. De nabijheid van jouw lichaam, jouw hartslag, zal hem een gevoel van zekerheid en veiligheid geven. Zekerheid en veiligheid zijn ongelooflijk belangrijk voor de kleine HSP'er. Het kleintje komt op de wereld zonder ook maar enig besef van concepten als Goed en Slecht, of Mooi en Lelijk; voor hem is alles zoals het is. Alles IS. Hij heeft nog geen onderscheidingsvermogen. Later zul je nog kans genoeg hebben om hem te leren dat niet iedereen even goede bedoelingen heeft, maar zo lang hij nog zo piep is zul je echt alles moeten doen om hem het gevoel te geven dat de wereld oké is, dat er over hem gewaakt wordt, dat hij veilig is en, vooral, dat er van hem wordt gehouden. We dragen hem dicht tegen ons lichaam zodat hij onze vertrouwde geur kan opsnuiven, ons hart kan voelen slaan en ons gezicht als referentiepunt kan zien. 
Kun je hem om wat voor reden dan ook niet zo tegen je aan dragen, leg hem dan in een wagen van waaruit hij je kan zien. Waak ervoor om je HS kindje in wagens te vervoeren waarin zijn blik op de wereld is gericht want dan raakt hij niet alleen snel overprikkeld (huilen!) hij zal zich ook totaal onveilig en onbeschermd voelen. Dit geldt ook voor wagentjes waarin je kindje, al wat ouder, kan zitten. Er komt bij dit soort wagentjes echt veel te veel informatie bij hem binnen... 
Je kindje wordt ouder. Ben jij de hooggevoelige ouder, vertrouw dan altijd op je intuïtie. Let altijd op de hoeveelheid prikkels die je kind te verteren krijgt. Maak hem stapsgewijs vertrouwd met de grote wereld. Neem hem niet mee naar plaatsen waar jij je onplezierig voelt (winkelcentra, drukke feesten, openbare gelegenheden...) en zorg ervoor dat hij voldoende slaap krijgt. Dat laatste is zo ongelooflijk belangrijk. Als hij naar de crèche of het kleuterklasje gaat, zoek dan een klein klasje; hoe kleiner hoe beter (minder prikkels). Als ze daar voorstander zijn van veel spelen en minder intelectualiseren, des te beter. Hoe meer aandacht ze hebben voor spelletjes, sprookjes vertellen, zingen, schilderen of tekenen en muziekmaken met instrumenten, des te gezonder je kindje zich zal ontwikkelen. Besef dat contact met de natuur onmisbaar is in de opvoeding van je kind. Leer hem schoonheid en goedheid waarderen, en zeg vooral nooit dingen als 'Niet huilen, dat doet geen pijn,' 'Je moet je niet zo aanstellen, huilen is voor zwakkelingen,' of 'Kijk eens hoe Pietje van zich af weet te bijten, dat zou jij ook moeten leren.' Hou er rekening mee dat zijn gevoel zijn realiteit is; voor hem is het wáár. Zijn emoties bagatelliseren heeft grote gevolgen voor zijn latere gevoel van eigenwaarde en kan ertoe leiden dat hij zich later zal gaan schamen voor wie en hoe hij is en dat hij zich mogelijk ook schuldig gaat voelen omdat hij zichzelf ziet als  'onder de maat.' Probeer uit te leggen dat niet alle kinderen hetzelfde zijn, dat jezelf met anderen vergelijken niet de manier is, maar dat het gaat om samenwerken en aanvaarding. Dat anders zijn in het geheel niet betekent dat je hoe dan ook minder zou zijn. 
Heb je de mogelijkheid, geef je kind dan een huisdier om voor te zorgen. De zorgplicht kan met iets kleins beginnen, bijvoorbeeld één keer per dag vers water, tot uitlaten of de bak verschonen. Het is duidelijk dat de verzorgingstaak in overeenstemming moet zijn met zijn mogelijkheden; hij moet zich er sterker door gaan voelen en niet het idee krijgen dat hij niet goed genoeg zou zijn! 
Laat het een instrument bespelen als dat kan. En waak er hoe dan ook voor dat hij niet te lang (rekbaar begrip uiteraard) voor de computer zit of met de tablet speelt. In die zin is ook te veel TV-kijken geen goed idee. Probeer daarentegen liever, en in kleine doses, het sociale contact te bevorderen evenals de liefde voor het lezen van mooie boeken. 
Bedenk dat veranderingen voor elke HPS'er een uitdaging zijn, maar dat veranderingen voor het HS kind nog veel moeilijker te verteren zijn omdat hij over een nog veel kleiner refentiekader beschikt. Probeer je kind daarom zo veel mogelijk voor te bereiden op nieuwe situaties en bedenk dat hij over elke nieuwigheid (andere school, verhuizing, scheiding, gezinsuitbreiding) enorm in de stress kan schieten. Ga, indien mogelijk, eerst met hem op verkenning of speel een rollenspel... Ga eerst kijken op een nieuwe school of in de nieuwe buurt. Kunnen jij als moeder en zijn vader niet langer bij elkaar blijven, leer hem dan die vader te respecteren ook al zou jij hem het liefste nooit meer zien. Ja, dat kan heel moeilijk zijn, maar daarmee geef je hem wel een enorm geschenk mee voor zijn latere leven... 
Elk kind is bijzonder, van de kinderen hangt onze toekomst als mensheid af. Hoogsensitieve kinderen zijn een tikje extra bijzonder. Ik beschouw ze als de wakers over onze cultuur, over de menselijke waarden, over de kunst en over de natuur, simpelweg omdat ze daar extra gevoelig voor zijn. In die zin waken ze over het welzijn van de aarde en al wat daar groeit en bloeit, over plant, mens en dier. Daarom raad ik jullie vanuit het diepst van mijn hart: begeleid de gevoeligheid van je kind als de gave die het is, doe wat in je vermogen ligt om ervoor te zorgen dat je kind zich sterk en zelfverzekerd kan voelen opdat hij zich volledig en evenwichtig kan ontplooien tot een bewust en wakker mens waar de wereld mee gediend is.

woensdag 5 november 2014

HSP, verliefdheid en stress

'Je weet toch wat ze zeggen, van een geluk bij een ongeluk?' begint Susana opgewonden. Ik krijg nauwelijks de kans haar te begroeten. 'Nou, dat klopt dus helemaal! Moet je horen: Ik verslaap me, race naar mijn werk, ben er bijna, maar geef geen voorrang op de rotonde en... ja hoor... aanrijding. Ik meteen in paniek en blijf als verstijfd zitten. Dan zie ik die jongen uit de andere auto stappen, lang, slank, knap... Nog meer paniek, je snapt. Hij kijkt boos, logisch ook, maar dan ziet hij mij en hij glimlacht...' Susana lacht, en ik wist al meteen wat er zou komen. 'Om een lang verhaal kort te maken, we gaan vanavond uit eten om erover te praten en het schadeformulier in te vullen. Leuk, intiem restaurantje, en zo. Hoe dan ook, ik bel om mijn afspraak voor vanavond af te zeggen.' 
Dit is het verhaal van Susana, en ik deel het hier omdat het een prachtige illustratie is van een onderzoek dat is uitgevoerd door de echtgenoot van Elaine Aron, een onderzoek waarbij hij op wetenschappelijke wijze wist aan te tonen dat HSP's sneller en makkelijker verliefd worden dan niet HSP's. 
Het betreft een onderzoek gedaan met studenten (bij de selectie speelde het geen rol of ze HSP waren of niet) op een wankele, schijnbaar gammele en smalle hangbrug over een diep ravijn. Aan de ene kant stond een man, aan de andere een vrouw; ze wisten niet van elkaar dat de ander er stond. De medewerkers aan het onderzoek stuurden de proefkonijnen de brug over en, ja hoor, in verhouding tot het totaal aantal gedane proeven werden de kandidaten vaak verliefd op elkaar. Het experiment was natuurlijk veel complexer, maar waar het Dr. Aron om ging, was dat hij wilde aantonen dat iemand die gestresst is, dat iemand met veel adrenaline in het bloed, sneller en makkelijker het hart verliest dan iemand die gewoon kalm en rustig is. 
Inderdaad, je hebt het goed gelezen: iemand die gestresst is wordt makkelijker verliefd dan iemand die er lekker ontspannen bij zit. En waarom is dit voor elke HSP een belangrijk gegeven? Simpelweg omdat HSP's sneller en makkelijker gestresst zijn! 
Susana had zich verslapen en haast zich naar haar werk. Ze is gestresst want ze wil niet te laat komen. Ze rijdt snel en let niet goed op; bij de rotonde geeft ze geen voorrang en heeft een aanrijding. Nóg meer stress, en niet zo'n beetje ook. De bestuurder van de andere auto, een lange, knappe jongen, (ook HSP, zoals ik later hoorde) was ook van streek door de aanrijding. 
Toegegeven, het voorbeeld van Susana en Javi is nogal extreem, en dat geldt net zo voor het experiment van de brug, maar wat een realiteit is, is dat HSP's snel overvoerd raken door een veelheid aan informatie, en wie overvoerd is, is gestresst. (Je weet natuurlijk dat HSP's sterk ontwikkelde zintuigen hebben die alles, maar dan ook alles in zich opzuigen zonder dat ze zich daarvan bewust zijn). 
Een hoogsensitief iemand raakt gemakkelijk uit evenwicht door dingen die de meeste mensen totaal onberoerd laten. Zo kun je als HSP al van streek raken in de wetenschap dat je een afspraak met iemand hebt, dat je bezoek krijgt, dat je naar een officiële instantie moet bellen, of wanneer je onverwacht een vervelende rekening krijgt (en ook wanneer je wel wist dat die rekening moest komen maar je er expres niet aan dacht), wanneer je eindelijk aan de beurt bent bij de kassa en ontdekt dat je je geld thuis hebt laten liggen, wanneer je je sleutels kwijt bent, als iemand iets tegen je zegt dat je als kritiek in de oren klinkt... enzovoort, enzovoort; op zich doodnormale dingen maar waardoor een HSP zich snel uit het lood geslagen voelt en nerveus wordt. En dat is stress. We kunnen dus wel stellen dat je als HSP eigenlijk voortdurend een groot risico loopt om verliefd te worden. 
En het is niet alleen stress die bij de HSP's voor een verhoogde kans op verliefd worden zorgt. Er is nog iets anders, namelijk, het feit dat de meeste hooggevoeligen een zwak zelfbeeld hebben. Ga maar na: iemand met een zwak zelfbeeld is voortdurend op zoek naar de goedkeuring van zijn omgeving. Ja, iedereen valt graag bij anderen in de smaak, maar voor een HSP met een gering gevoel van eigenwaarde is die behoefte nog veel sterker. 
Tellen we beide factoren, die van de verhoogde kans op stress aan de ene kant, en een zwak zelfbeeld aan de andere kant, bij elkaar op, dan is het wel duidelijk dat de HSP een grote kans loopt om zijn hart te verliezen aan de eerste de beste mens die zijn pad kruist en een aardig woordje tegen hem of haar zegt. En als dit aardige woordje ook nog eens vergezeld gaat van een glimlach en een complimentje (hoe onschuldig ook) dan is het gevoelige hart snel gesmolten... 

En verder?
Heb je dit soort momenten meegemaakt en daarbij ook je ideale partner ontmoet, dan kan ik je alleen maar gelukwensen en hoef je eigenlijk niet verder te lezen. Maar ben je daarentegen iemand die herhaaldelijk zijn hart verliest en die niet verder komt dan kortstondige relaties, of ben je iemand die nog al eens verliefd wordt op iemand die je liefde niet beantwoordt, dan heb je misschien wat aan de volgende overwegingen:  
  • Denk eens na over je ervaringen in het verleden, over de keren dat je verliefd werd, en probeer je te herinneren of je op die momenten dat Cupido's pijl je hart trof, om wat voor reden dan ook, gestresst was. 
  • Hou er rekening mee dat verreweg de meeste HSP's een zwak zelfbeeld hebben. Geldt dat ook voor jou? Kun je je momenten herinneren waarop je zo diep geraakt werd door een glimlach of een complimentje dat je daardoor op die persoon verliefd werd? 
  • Vraag je eens af of je gedrag beantwoordt aan het profiel van de zogenaamde pleaser; iemand die zijn eigen behoeften opoffert om het de ander altijd zo veel mogelijk naar de zin te maken. Is dat het geval, dan zou het wel eens kunnen zijn dat je verliefd werd op degene die je pleasde, en dat je jezelf, je eigen Ik, aan die ander hebt weggeschonken. In dat geval adviseer ik je dringend om te onderzoeken wat je eigen behoeften zijn, en die dan ook te eerbiedigen door, onder andere, grenzen te stellen en die te bewaken.

Verliefd zijn is heerlijk. Het is een zalig om op wolken te lopen en vlinders in je buik te voelen kriebelen. Ik wil je dat verrukelijke geluksgevoel absoluut niet ontnemen, stel je voor! Waar het me echter wel om gaat, is dat je je bewust bent van de valkuilen die je duur kunnen komen te staan. Het is immers heel goed mogelijk dat je, als HSP, extra kwetsbaar en naïef bent in vergelijking tot de meeste mensen, terwijl een hooggevoelige die in de kou komt te staan doorgaans ook veel meer zielepijn heeft en langer de tijd behoeft om verdriet te verwerken.

vrijdag 17 oktober 2014

HSP, kwetsbaarheid en perfectionisme

'Ik zou wel willen, maar ik ben net weer drie kilo aangekomen, en dat is geen gezicht.'  
'Goh, wat een leuk idee... Tja, maar wel erg kort termijn en dus geen tijd om eerst nog naar de kapper te gaan. Niet dus. Trouwens, ik heb ook niks fatsoenlijks om aan te trekken.' 
'Nee, joh, ga weg. Dat is niks voor mij. Ik kom sowieso al moeilijk uit mijn woorden, en dan met zo'n camera voor je neus...'
Zie hier een handjevol reacties van mensen die ik vroeg om mee te werken aan opnamen voor de documentaire over HSP die hier in Spanje door de nationale TV wordt gemaakt. De opnamen zijn inmiddels achter de rug en het was vier dagen lang keihard werken, maar we hebben genoten. Er was mij gevraagd om meerdere hoogsensitieven voor te dragen, al dan niet cliënten van mij, die bereid waren om voor de camera iets te vertellen over wat het voor hen betekent om hoogsensitief te zijn en hoe ze omgaan met de positieve en de negatieve kanten van deze trek.

Zoals je waarschijnlijk wel weet zijn de meeste HSP'ers introvert en hebben ze bovendien vaak een lange bedenktijd nodig om alle voors en tegens zorgvuldig af te wegen. Nu is lang een relatief begrip, maar voor velen was een kleine twee weken te kort. Vreemd genoeg was er eigenlijk niemand die vroeg of hij er een tijdje over mocht nadenken, maar hadden verreweg de meesten meteen een excuus(?) paraat, terwijl de ja-zeggers dat vrijwel meteen en met enthousiasme deden. En wat door mijn verzoek natuurlijk ook heel duidelijk aan het licht kwam was het feit dat veel HSP'ers met een zwak zelfbeeld kampen. (zie o.a. Elaine Aron "The Undervalued Self").

Het is niet voor elke HSP'er even makkelijk om voor zijn hooggevoeligheid uit te komen; wanneer het binnen de eigen kring al pijnlijk is, is ermee op de TV komen natuurlijk helemaal erg moeilijk. Dat begrijp ik best. Jezelf blootgeven en voor schut staan, termen die gebruikt werden, ja hoor, ik kan me er echt alles bij voorstellen.

Toevallig, of misschien ook helemáál niet zo toevallig, las ik in de afgelopen weken een boek van Brené Brown, 'De Kracht van Kwetsbaarheid'. Een aanrader. Misschien kennen jullie haar wel van haar overbekende TED-lezingAlles wat ik las had indirect met het thema van wel of niet meedoen met het programma te maken, en het maakte vooral ook zo duidelijk waarom sommigen wèl bereid waren om voor de camera hun verhaal te doen.

'Naarmate  we meer bereid zijn onze kwetsbaarheid te erkennen, en te omarmen, ' zegt Brené Brown, 'zullen we meer moed en betrokkenheid tonen; naarmate we ons echter meer afschermen van onze kwetsbaarheid, zullen we meer vanuit angst en minder vanuit verbondenheid handelen.' En dat klopte helemaal met wat mij was opgevallen. Diegenen die mee wilden werken aan het programma, deden dat omdat ze zich realiseerden dat ze met hun verhaal veel 'slapende' HSP'ers (een term die ik gebruik voor mensen die nog nooit van de term hooggevoelig of hoogsensitief hebben gehoord en die last ondervinden van de schaduwkant van deze trek) een dienst kunnen bewijzen; ze waren bereid hun kwetsbaarheid te erkennen en dat gaf hen de moed die nodig was om hun enorme betrokkenheid te tonen. Die betrokkenheid won het van hun onzekerheid en schroom. Ik vind dat diep ontroerend.

Brown gaat in haar boek in op het verschil tussen schaamte en kwetsbaarheid. Ze laat niet alleen zien dat schaamte en betrokkenheid onverenigbaar zijn maar ze legt ook verband tussen schaamte en perfectionisme. Browns boek is niet geschreven voor hoogsensitieve mensen, maar eigenlijk zou elke HSP'er het moeten lezen want zoals jullie vast wel weten is het streven naar volmaaktheid een van de valkuilen van de hooggevoelige mens.


Perfectionisme en schaamte versus kwetsbaarheid en betrokkenheid
Een van de dingen die Brown in haar boek laat zien is dat perfectionisme en schaamte op dezelfde wijze met elkaar samenhangen als kwetsbaarheid en betrokkenheid dat doen. Degenen die besloten om mee te doen aan de documentaire lieten zich van hun meest kwetsbare kant zien om anderen te helpen; dat is pure betrokkenheid.

In reacties als 'te dik', 'niet naar de kapper kunnen' en 'niet goed uit je woorden kunnen komen' klinkt een enorme onzekerheid door, en mogelijk zelfs ook iets van schaamte voor hoe je eventueel overkomt. En wat daar zeker óók in doorklinkt is: 'ik ben niet goed genoeg' oftewel 'anderen kunnen het beter, ik zou ook beter moeten kunnen, ik zou perfect moeten zijn, en dat ben ik niet.' Iemand schaamt zich ergens voor omdat hij zichzelf in vergelijking met anderen te kort voelt schieten. In de meeste gevallen is dit terug te voeren op ervaringen in de vroege jeugd. Wie als kind regelmatig hoorde dat hij te dik was of er niet goed uitzag, of die werd uitgelachen omdat hij in de klas niet goed uit zijn woorden kwam, die zal zich voor die dingen blijven schamen; ik vertel jullie waarschijnlijk niets nieuws. Je schaamt je voor iets waarvan de wereld je op een bepaald moment heeft laten weten dat het niet goed was, dat het afweek van de binnen een bepaalde context heersende norm. Je voelt je afgewezen terwijl je er -zoals iedereen- bij wilt horen.

Een van de vele valkuilen van HS is perfectionisme. Wat voor mij echter een eye opener was is dat perfectionisme een direct gevolg kan zijn van schaamte. Dit is was Brené Brown ervan zegt: 'Perfectionisme is niet hetzelfde als streven naar kwaliteit. Perfectionisme heeft niets te maken met gezonde prestaties en groei maar is een vorm van zelfbescherming. Het is de overtuiging dat we met alles perfect te doen, er perfect uit te zien, niet de pijn van schaamte hoeven voelen.' En dat laatste is natuurlijk een valkuil op zich, want laten we eerlijk zijn, 'volmaakt' is een nooit te bereiken illusie. Daarmee is perfectionisme dus niet iets wat voortkomt uit een innerlijke motivatie, een innerlijk streven naar verbeteringen groei (streven naar kwaliteit) maar gaat het om een schild om je schaamte achter te kunnen verbergen. Het is geen vorm van zelfverbetering maar draait alleen maar om het verkrijgen van goedkeuring. Wie niet voor de camera wil komt dan met excuses van extra kilo's, kapper en stotteren: ik ben niet perfect, en ik schaam me voor mijn zwakke plekken want ik weet dat ik daarop word aangevallen. Wie het wèl aandurft aanvaardt zichzelf, weet dat hij heel wat verbeterpunten heeft maar stelt zich desondanks toch kwetsbaar op omdat hij inziet dat het belang van anderen helpen zwaarder weegt dan de eigen relatieve ontoereikendheid: hij is betrokken en streeft naar verbondenheid.


Mag ik je een paar punten aanreiken om eens bij stil te staan?

  • 'Ik ben wat ik doe en hoe goed ik dat doe.' Geldt dat ook voor jou? Identificeer je je met je prestaties en het cijfer dat je jezelf daarvoor geeft?
  • 'Voor mij is belangrijk hoe de anderen mij zien. Ik doe altijd extra mijn best om aan de verwachtingen van de anderen te voldoen.' Wat wéét je van andermans verwachtingen? Zitten die niet vaak (alleen maar) in jouw hoofd? Ben je wel eens voor uitslover uitgemaakt?
  • Wat vind je van de stelling: 'Perfectionisme is niet de manier om schaamte te voorkomen, het ís juist een vorm van schaamte. Het is angst om af te gaan, angst voor kritiek.'
  • Proef je het verschil tussen perfectionisme enerzijds en gezond streven om jezelf te verbeteren anderzijds, waarbij perfectionisme afhangt van de omgeving, terwijl jezelf verbeteren, je comfortzone oprekken, uit jezelf komt, uit een eigen verlangen/behoefte om jezelf te overtreffen. Het laatste doe je voor jezelf, het eerste doe je voor anderen.
  • Kun je blij zijn met wat je bereikt hebt of geldt voor jou dat het, wát je ook doet, nóóit goed genoeg is? Ben je trots op je prestaties of denk je bij jezelf: 'Het had beter gemoeten.'

Weet je van jezelf dat je een perfectionist bent, dan is het misschien een goed idee om daar eens echt naar te kijken en te zien wat er onder de oppervlakte speelt. Ik wil je daar als in hsp gespecialiseerde coach uiteraard graag bij helpen.

zondag 1 juni 2014

HSP en snel beledigd?

Er wordt me nog al eens gevraagd of hooggevoelige mensen zich sneller beledigd of aangevallen voelen dan mensen met een gemiddelde gevoeligheid, en inderdaad, dat is zeker het geval. De hooggevoelige mens heeft de neiging veel, heel veel, op te vatten als iets persoonlijks, als persoonlijke kritiek. Laten we eens kijken hoe dat komt en wat je eraan kunt doen. 
Paul is vegetariër. Meer dan eens heeft hij meegemaakt dat er, wanneer hij ergens te eten wordt gevraagd en hij zegt dat hij geen vlees of vis eet, wordt gelachen. ‘Ik word uitgelachen, zegt hij, en ik voel me aangevallen. En als ik dan uitleg waarom ik ervoor kies om geen vlees te eten, maak ik alles er alleen nog maar erger op en krijg ik van alles over me heen.’ Hij geeft toe dat hij niet begrijpt dat er nog steeds mensen zijn die vlees eten, en het hem moeite kost om dat te aanvaarden. 
Juana is ambtenaar en staat achter het loket. Ze heeft dus rechtstreeks contact met de burgers. Ze neemt haar werk uiterst serieus, en ze vindt het belangrijk om iedereen altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. ‘Ik vind het dan ook onverdraaglijk als ik mensen slecht over ambtenaren hoor praten. Ik voel me dan persoonlijk aangevallen en ik sla dicht, en niet zelden lig ik er ´s nachts van wakker.’ 
We zien hoe het in beide voorbeelden in de eerste plaats gaat om normen en waarden; normen en waarden wegen voor de gemiddelde HSP’er erg zwaar. De meesten zijn ervan overtuigd dat ze het juiste doen en dat hun optreden correct is, dat hun normen en waarden de juiste zijn, en meer dan eens kunnen ze maar moeilijk aanvaarden dat er mensen zijn die anders handelen of voelen dan zij. Dit kan tot gevolg hebben dat de HSP’er zich superieur gaat voelen ten opzichte van diegenen die er andere normen en waarden op na houden. 
Er bestaan talloze normen en waarden, principes. Je kunt je van je eigen normen en waarden bewust zijn en ze doelgericht nastreven. Er zijn ook mensen die niet eens bewust weten dat ze ze hebben maar zich er in het leven toch naar richten, terwijl je daarnaast ook nog lieden hebt die gewoon maar handelen zoals het hen het op een bepaald moment het beste past en de meeste winst oplevert. Niet iedereen is zich dus bewust van zijn principes, en niet iedereen heeft dezelfde principes – áls hij ze al heeft. En omdat we onmogelijk zomaar kunnen weten wat iemands principes zijn zit er dus weinig anders op dan je neer te leggen bij de wijze waarop anderen hun bestaan inrichten hoewel dit volledig in strijd kan zijn met onze persoonlijke levensvisie. Let wel, ik heb het natuurlijk niet over crimineel gedrag, want dat is een ander verhaal. 
Wanneer jij als HSP’er met principes in contact komt met andere mensen (en dat kunnen natuurlijk ook HSP’ers zijn) die er andere normen en waarden op na houden dan jij en dat aangeven, dan kan het zijn dat je je niet alleen miskend voelt, maar dat je de reactie van die ander opvat als rechtstreekse kritiek op jouw opvattingen. De kans is groot dat het niet gelijkgestemde gedrag, de afkeurende boodschap van de ander, op jou overkomt als dat jij niet zou deugen als mens, dat je niet aardig bent en dat de ander dus niets met je te maken wil hebben. Ja, dan voel je je beledigd. Je voelt je aangevallen. Misschien stel je je naar buiten toe eigenlijk eerder defensief op omdat het leven je heeft geleerd dat geen mens te vertrouwen is. 
Veel HSP’ers hebben een zwak zelfbeeld. Van klein af aan heeft de wereld hen laten weten dat ze te soft zijn, dat ze huilebalken, of extreem verlegen zijn. De conclusie die hun kinderhartje daaraan heeft verbonden is dat ze niet deugen. Veel HSP’ers zijn op school gepest; een deel van hen krijgt het later op het werk ook te verduren en is het slachtoffer van mobbing. De maatschappij is helaas niet erg tolerant ten opzichte van mensen die anders zijn, die buiten de groep vallen. We hebben geleerd ons aan te passen, ons anders voor te doen dan we in werkelijkheid zijn; overlevingsstrategieën om vooral maar niet de aandacht te trekken. We hebben geleerd om aardig te doen ook wanneer we dat niet echt zo voelen, we maakten het anderen naar de zin om vriendjes en vriendinnetjes te hebben. Ja, ik weet het, ik ben op een verschrikkelijke manier aan het generaliseren, en gelukkig heeft lang niet elke HSP’er zulke nare ervaringen en hebben de meesten ook mooie en positieve dingen meegemaakt. Dat neemt echter niet weg dat het gros der HSP’ers een zwak zelfbeeld heeft. (Zie Elaine Aron’s “The undervalued self”). 
Paul, de vegetariër, voelt zich onzeker, en zijn onzekerheid maakt hem kwetsbaar. Hij denkt dat hij wordt uitgelachen, maar het is heel waarschijnlijk dat de mensen lachen omdat men niet goed weet wat te zeggen, of gewoon omdat men niet snapt dat er mensen zijn die geen vlees willen eten. Ze lachen Paul niet uit, ze lachen in geen geval om hem, maar hooguit om het idee waarmee hij hen confronteert. Paul wordt verschrikkelijk serieus en komt met principiële uitspraken, maar hoezeer hij ook zijn best doet, de anderen kunnen niets beginnen met zijn argumenten omdat ze het dilemma van wel of geen vlees niet zo intens beleven als hij dat doet. Paul kan zich niet voorstellen dat mensen die vlees eten ook best heel aardig kunnen zijn. 
Het wil nogal eens voorkomen dat HSP’ers er moeite mee hebben dat we niet allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde denken. Onderlinge verschillen maken ons mensen juist interessant en boeiend. Wie zich flexibel en open opstelt naar anderen (andersdenkenden) wordt niet overvallen door die afschuwelijke (voor)oordelen die elke werkelijke communicatie onmogelijk maken. 
Het geheim van je niet beledigd of aangevallen voelen schuilt in aanvaarding en nieuwsgierigheid. Wie zich naar de ander toe nieuwsgierig en niet veroordelend opstelt kan zich onmogelijk beledigd voelen. Paul, onze vegetariër, heeft dat inmiddels geleerd, en in plaats van zich aangevallen of bekritiseerd te voelen, of van onmiddellijk iets te denken in de trant van “die lui zijn wreed en stom”, probeert hij nu vanuit een oprechte belangstelling meer te weten te komen over de ander en diens gewoontes, meningen en waarden. Hij schept er plezier in om ideeën uit te wisselen over verschillende diëten en levensfilosofieën. Verrijkend vindt hij dit soort gesprekken, want, zo zegt hij, ‘je hoeft het toch helemaal niet met iemand eens te zijn om met respect naar zijn opvattingen te kunnen luisteren.’ 
Juana, de ambtenaar, raakt niet langer geblokkeerd, ze heeft geen last meer van huilbuien of van slapeloosheid. De crisis, de verontwaardiging en de boosheid van de mensen zijn een realiteit, maar het is niet iets wat zij persoonlijk kan verhelpen. Ze doet wat er binnen haar vermogen ligt om de burger tegemoet te komen, en meer dan dat kan ze niet. In plaats van, zoals voorheen, te blokkeren, heeft ze geleerd om de ander empathisch tegemoet te treden en oprecht belangstellend te luisteren naar wat doorgaans over een klacht of een probleem gaat. Ze begrijp dat er burgers zijn die zich door het systeem benadeeld en beduveld voelen en die hun verhaal kwijt moeten en dat ze hun gram daarbij rechtstreeks op de ambtenaar –het aanspreekpunt- projecteren. 
Het gros van de mensen opereert vanuit een persoonlijke structuur van angsten, conclusies, afweermechanismen en waarden. We hebben geleerd om ons zus of zo te gedragen, op de manier die ervoor zorgt dat we het hoofd boven water blijven houden en ons zo gelukkig en tevreden mogelijk voelen. En hoewel we van tijd tot tijd kritiek krijgen, of klachten en misschien ook wel verwijten over ons gedrag te horen krijgen, is het een feit dat die maar hoogst zelden iets over ons persoonlijk zeggen. In de meeste gevallen staat iemands kritiek of klacht rechtstreeks in verband met de keren dat de criticus of klager –doorgaans in zijn vroege kinderjaren- een gelijksoortige situatie meemaakte. 
Echt, verreweg de meeste kritiek is niet persoonlijk; het gaat bij de klager bijna altijd om een vorm van projectie. En dat geldt natuurlijk ook omgekeerd: onze kritiek op anderen –of het nu om een partner, een collega, een klant of wie dan ook gaat-  is net zo goed bijna altijd een projectie. Zou het dan zo kunnen zijn dat we, telkens wanneer we ons bekritiseerd en beledigd voelen, het gedrag van de ander verkeerd interpreteren? Misschien is het een idee om eens te onderzoeken hoe het precies zit... 

Stel jezelf eens de volgende vragen: 
  • Ik voel me beledigd. Hoe komt het dat ik me aangesproken voel? 
  • Ik voel me beter dan de ander, en schiet daardoor onmiddellijk in het (ver)oordelen. Luister ik eigenlijk wel echt en met een open houding naar die ander? 
  • Wat zou de oorzaak kunnen zijn van het feit dat de ander mij dit soort verwijten maakt? 
  • Wat kan ik van de ander leren? 
  • Tot op welke hoogte kan ik met zekerheid zeggen dat mijn waarden ook werkelijk de míjne zijn, in plaats van dat ze het resultaat zijn van in mijn jeugd aangeleerde -en klakkeloos overgenomen- onwaarheden en oordelen? (bijvoorbeeld van ouders of leraren). 
  • Het is goed denkbaar dat ik het niet eens ben met de opvattingen van de ander, maar als ik zijn mening veroordeel, waar baseer ik mij dan op? 
  • Hoe kan ik ervoor zorgen dan de ander het gevoel krijgt dat ik echt naar hem luister? 
  • Zou ik, zo lang het niet misplaatst is, misschien met een beetje humor kunnen reageren?

Heb je eenmaal ingezien dat de zogenaamde kritiek geen aanval is maar een persoonlijke projectie van de ander, het resultaat van zijn eigen onmacht of pijn, dan kun je je gevoel van beledigd zijn loslaten. 
En tot besluit nog even dit: Het empatisch of inlevend vermogen behoort tot de positieve kenmerken van de hooggevoeligheid. Het is evenwel niet iets wat ons zomaar komt aangevlogen. Soms, wanneer we ergens emotioneel bij betrokken zijn zoals we bij Paul en Juana hebben kunnen zien, wordt het empatisch vermogen overschaduwd door onze eigen subjectiviteit. Onze eigen emotionaliteit maakt inlevend reageren onmogelijk. Door jezelf de bovenstaande vragen te stellen kun je die emotionele betrokkenheid als het ware ‘ontzenuwen’, waardoor je empatisch vermogen opnieuw actief wordt.

dinsdag 5 november 2013

Hooggevoelig en perfectionist

Een van de vele kenmerken van hooggevoeligheid is de sterke neiging tot perfectionisme. In tegenstelling tot andere obsessies wordt deze drang tot tot het nastreven van perfectie doorgaans beschouwd als iets positiefs, als iets waar je punten mee kunt scoren, maar pas op... 
Het woord ‘perfect’ komt uit het latijn en betekent onder andere dat iets zó goed is dat het resultaat niet te overtreffen is. Laten we eerlijk zijn, dat ‘iets’ niet te verbeteren zou zijn is vaak een nogal subjectief oordeel, aangezien ikzelf misschien wel kan vinden dat dit- of datgene niet beter kan, maar dat een ander daar juist heel anders over denkt. We hebben dus te maken met een mening, met iets dat in de grond van de zaak volkomen relatief en aanvechtbaar is. ‘Perfectie’ is een illusie, een beeld dat we zelf creëren. 
Een groot deel van mijn cliënten lijdt onder hun verlangen naar perfectie. Ze doen hun best om absoluut geen fouten te maken en om in alles wat er op hun weg komt volmaakt te zijn: de volmaakte partner, moeder, vader, dochter,zoon, collega... Het huis volmaakt op orde, het eten waar niets op aan te merken valt en dat vervolgens ook op een perfect gedekte tafel een plekje moet vinden. Perfectie in... alles. Door het nastreven van deze volmaaktheid zijn ze eigenlijk altijd moe, want het is in hun ogen nooit goed genoeg. Uitrusten, even bijkomen en genieten van het bereikte resultaat is er niet bij, want télkens wanneer ze denken dat ze er zijn, dat alles tot in de puntjes verzorgd of af is, zien ze weer iets anders dat nog voor verbetering vatbaar is. De perfectionist, lieve lezers, is zijn eigen grootste vijand. Tussen twee haakjes, we komen het ook tegen in het eveneens onbereikbare schoonheidsideaal, een boeiend thema waarbij vaak alleen naar het uiterlijk wordt gekeken en er nogal eens over het hoofd wordt gezien dat ware schoonheid van binnen zit en naar buiten toe zichtbaar wordt, in plaats van andersom... 
Er is niks mis mee om iets goed te willen doen, om goed werk af te willen leveren, om jezelf van je beste kant te laten zien en om jezelf te willen overtreffen. Dit is alleen maar een uiterst nobel streven! Het wordt echter een probleem zodra dit streven overgaat in obsessief gedrag en andere aspecten van je leven eronder gaan lijden. Begin je te merken dat jouw verlangen om iets goed te doen sterker wordt dan andere behoeften en verlangens die voorheen ook een plekje hadden in je dagelijks bestaan, krijg je in de gaten dat je eigenlijk alleen nog maar aan dat ene ‘iets’ kunt denken en dat je er tot `s avonds in je bed over ligt te malen en dat je innerlijk niet meer tot rust kunt komen, dan ben je waarschijnlijk bezig om de grens tussen iets goed te willen doen en in obsessief gedrag te verzanden, te overschrijden. 

Wanneer moet je op je hoede zijn? 
  •  Zodra je merkt dat het je moeite kost om iets los te laten, om wat anders te gaan doen en je te ontspannen. 
  • Zodra het ‘iets’ waar je mee bezig bent ten koste van je nachtrust begint te gaan. 
  • Zodra je beseft dat je, in je gesprekken met andere mensen, alleen nog maar over jouw thema wilt praten. 
  • Zodra je begint de complimentjes die je voor je werk krijgt in twijfel te trekken. 
  • Zodra je vanuit je omgeving opmerkingen krijgt met betrekking tot je obsessieve gedrag.


Het is geen goed idee om je uit te putten en je in de stress te werken voor iets wat sowieso nooit haalbaar is. Het kan nooit verstandig zijn om je gezondheid op te offeren voor iets wat nooit bereikbaar is. (Stress en uitputting kunnen ziekte tot gevolg hebben). Ik wil best toegeven dat ik, net als veel van die cliënten van mij, vroeger ook dacht dat iets (ik) perfect moest zijn en dat ik mij daarvoor verschikkelijk kon uitsloven. Intussen echter weet ik dat het een veel beter idee is om de lat op het niveau van ‘voldoende’ te leggen, beseffende dat dit ‘voldoende’ evenzo een subjectief oordeel inhoudt, maar dan wel met het verschil dat je het op een bepaald moment los kunt laten, dat je een klus op een bepaald moment gewoon af kunt ronden en dat je niet eindeloos door hoeft te gaan waardoor je in het obsessieve terecht komt.

Zo herinner ik me de eerste lezing die ik moest geven. De angst en de onzekerheid hielden me in hun verlammende greep. Vanaf de lagere school leed ik aan toneelangst. Maar ik móest en zou die lezing geven, en ik dacht: als ik me maar heel goed voorbereid, als ik alles maar zo ongeveer uit mijn hoofd ken, dan kan het niet mis gaan. Maar ik kwam nooit aan het uit mijn hoofd leren toe, want ik schreef en herschreef mijn verhaal, verscheurde het en begon weer opnieuw... omdat het nooit goed genoeg was. Op een gegeven moment besloot ik mijn tekst (bíjna perfect) aan anderen te laten lezen, terwijl ik ondertussen toch alweer met een nieuwe versie bezig was. Toen mijn kritische lezers  zeiden dat het goed was, geloofde ik ze niet... Ik was alleen nog maar totaal geobsedeerd met die lezing bezig, ik snauwde mijn omgeving af, voor eten had ik geen tijd en slapen? Nou, ik kon mijn tijd wel beter besteden... aan het herschrijven en bijschaven van mijn verhaal. Totale waanzin! Uiteindelijk kwam die lezing best in orde, en ik heb er veel van geleerd: op die manier nóóit meer.

Om te beginnen drong het toen pas echt tot me door dat dit soort irrationeel perfectionistische gedrag voortkomt uit een diepe onzekerheid. Ik was doodsbenauwd om fouten te maken, om uitgelachen te worden en om niet aan de verwachting (van wie, in vredesnaam?) te voldoen. En dat alles, beste lezer, zat gewoon alleen maar in mijn eigen kop, mijn beïnvloedbare koppetje van hsp’er. Die onzekerheid, dat zwakke zelfbeeld is iets wat bij heel veel hsp’ers een grote rol speelt. Ga maar eens kritisch bij jezelf na of je daar ook last van hebt, en doe er dan wat aan, want de lat op ‘volmaakt’ leggen in plaats van op ‘voldoende’, ‘middelmatig’ of ‘aanvaardbaar’, kan ernstige gevolgen hebben.
  
Wat kun je doen?  
  • Begin met de lat wat lager te leggen: ‘aanvaardbaar’ is goed genoeg, en zeker als het van een hsp’er komt.  
  • Besef dat alle etiketten, alle oordelen in jouw hoofd zitten en dat ze daarom subjectief zijn. Altijd. Het zijn regelrechte saboteurs. 
  • Leer complimentjes aanvaarden (en ze ook te geloven!  
  • Herhaal het mantram: ‘Doen is beter dan volmaakt.’

Ik las ooit eens ergens het volgende: ‘Om verlicht te raken kunnen je kiezen uit twee poorten. Boven de eerste staat geschreven: Perfectie, boven de tweede staat Voldoende. De eerste poort, die van de perfectie, is een schitterende, rijkelijk versierde poort die degene die ervoor staat met zijn pracht probeert te verleiden. Wie besluit deze poort te betreden stuit onveranderlijk op een ondoordringbare muur. En de tweede poort? Achter deze poort bevindt zich een magische tuin waar alles mogelijk is. Het is echter denkbaar dat het nooit bij je opkomt om deze tweede poort, deze poort van Voldoende, te betreden... Het is aan jou om te kiezen en een geheel nieuwe wereld vol ongekende mogelijkheden te ontdekken.

maandag 30 september 2013

Hooggevoelig en verstoppertje spelen

‘Als je geen plan hebt voor je eigen dromen, word je ingezet in de dromen van anderen…’



Op basis van research door Elaine Aron en andere psychologen die zich met het onderwerp ‘hooggevoeligheid’ hebben beziggehouden, weten we dat vijftien tot twintig procent van de mensheid beduidend gevoeliger is dan de rest. Hooggevoeligheid komt wereldwijd voor, zowel bij mannen als bij vrouwen. Zoals je misschien wel weet geef ik lezingen over HSP, en dit is meestal de zin waarmee ik open. Een veelgehoorde reactie hierop is dan: ‘O ja? Twee op de tien mensen? Nou, dan weet ik niet waar die lui zitten, want ik ken er niet één.’

Hoe komt dat? Het antwoord is simpel: een HSP’er neigt ertoe zich aan te passen. De hooggevoelige mens is veelal in staat om gelijk een kameleon op te gaan in zijn omgeving, om er als het ware mee te versmelten. Wie, om wat voor reden dan ook, niet de aandacht wil trekken die heeft in principe twee mogelijkheden tot zijn beschikking: doen als de rest, zich kleden zoals de meerderheid dat doet, herhalen wat anderen zeggen (dus geen eigen mening hebben) en braaf zijn of, dat kan ook, zo veel mogelijk elke omgeving mijden waarvan je van te voren al weet dat je je er niet prettig en op je gemak zult voelen.

Ben jij ook zo iemand die op zoek is naar andere hooggevoeligen en niet weet waar hij ze kan vinden, dan raad ik je aan om specifiek je aandacht te richten op die mensen die er alles aan doen om vooral niet de aandacht te trekken, mensen dus die hun best doen om onzichtbaar te zijn. Als HSP’er zal het je niet echt veel moeite kosten om die mensen te ontdekken.

Voor hetzelfde geld echter, ben jij zélf zo iemand die niet opgemerkt wil worden en die het liefste verstoppertje speelt. Misschien ben jij er wel zo eentje die zich voortdurend aanpast, die zich steeds maar weer schikt naar de wensen en de behoeften van anderen. Wie weet ben jij wel zo’n HSP’er die zich het rustigste en het zekerste voelt zolang er maar niet op je wordt gelet.

Het is waar: zo lang je niet opvalt en je je ware gezicht niet laat zien is de kans klein dat iemand je iets zal verwijten. Wie niet zichtbaar is zal niet gauw op zijn donder krijgen. De kans dat je wordt uitgescholden, dat je wordt aangewezen om een extra klus te klaren of dat je een lastige opdracht moet uitvoeren waarvan je twijfelt of je die wel tot een goed einde zult kunnen brengen, is klein. Het is lekker rustig zo, alles blijft zoals het is, je weet waar je aan toe bent en je hoeft je comfortzone nog geen centimeter op te rekken.

Wat echter óók waar is, is dat niemand je capaciteiten en je talenten zal zien. Wist je eigenlijk al dat hooggevoeligen hele speciale talenten hebben? En heb je je al eens afgevraagd waar jouw specifieke gaven liggen?

Ik ben van mening dat iedereen die rondloopt op deze prachtige planeet die wij Moeder Aarde noemen, ongeacht of hij nu hooggevoelig is of niet, hier is om een steentje bij te dragen, om een voetafdruk achter te laten, hoe klein of schijnbaar onbeduidend ook. En dat kun je eigenlijk alleen maar doen wanneer je van jezelf weet wat je talenten (en ook wat je zwakke plekken) zijn; immers, je talenten duiden op het soort voetafdruk dat jij na zou kunnen laten. Als HSP’er is het goed mogelijk dat jouw persoonlijke gaven op het gebied liggen van de zogenaamde positieve eigenschappen van de hooggevoeligheid. Mocht je vergeten zijn hoe het ook alweer zat met die positieve kant van de hooggevoeligheid, misschien is het dan een idee om het artikel dat ik daar een aantal maanden geleden over schreef nog eens te lezen.

Laat ik jullie bekennen dat ik zo’n HSP’er was die dol was op verstoppertje spelen. Ik had geen eigen mening (en áls ik die al had dan durfde ik er niet voor uit te komen) en aandacht trekken was niets voor mij. Gedurende ruim de helft van mijn leven was ik een schaduw, een lijf zonder persoonlijkheid. Mijn mond opendoen tijdens vergaderingen of zo? Geen denken aan. Ik hield me zo veel mogelijk overal afzijdig van. Waarom ik zo was, dat wist ik niet, maar goedbeschouwd kon het me ook niet schelen: ik vond het wel best zo. Zo heel af en toe bekroop me een vaag verlagen om eens ergens in uit te blinken (ik wist namelijk wel dat er dingen waren waar ik goed in was) maar uit angst om voor ingebeeld te worden uitgemaakt, of dat niemand mijn werk interessant zou vinden, of dat ik vragen zou krijgen waarop ik geen antwoord zou weten, besloot ik altijd maar weer om gewoon in mijn vertrouwde en veilige comfortzone te blijven.

Pas nadat ik het thema van de hooggevoeligheid had ontdekt en begreep hoe het kwam dat ik zo’n absoluut saaie (maar wel vlijtige en nuttige) schaduw was, begon ik te veranderen. Of dat proces van verandering en groei makkelijk was? Helemaal niet! Of het de moeite waard was? Nou en of! En of ik nu uitgeleerd zou zijn? Natuurlijk niet; het leren en groeien is een doorgaand proces.

Ik zou je willen aanmoedigen om uit die kleurloze anonimiteit te stappen. Bedenk dat je kunt kiezen om dat stapje te doen. Je neemt het besluit en je begint. Het leven gaat er zo heel anders door uitzien, je zelfbeeld verandert en dingen waar je vroeger huizenhoog tegenop zag worden in veel gevallen een uitdaging die je aan durft te gaan. Echt, het wordt er alleen maar leuker en boeiender op. Na een tijdje begin je de vruchten te plukken van je verandering, en dat is nog maar het begin. Die vruchten, dat zijn de sporen die je nalaat, dat wat je bijdraagt aan de wereld. Ik durf zelfs te beweren dat het onze “mensenplicht” is om onszelf te ontwikkelen, om innerlijk te groeien, om uit onze schuilplaats tevoorschijn te komen en andere HSP’ers te laten zien dat verstoppen niet nodig is. Denk anders maar eens aan de goden die je de voor jou specifieke talenten hebben meegegeven om jezelf en de wereld een eindje verder te helpen... je wilt ze toch zeker niet teleurstellen?


Vragen die je jezelf kunt stellen:  
  • Wat zijn mijn talenten, mijn gaven? Waar ben ik goed in? (Mocht je niets te binnen schieten, vraag het dan maar eens aan een goede bekende). 
  • Wat zou mijn bijdrage aan de wereld kunnen zijn? En hoe zou ik dat kunnen verwezenlijken? Met welk doel?  
  • Wat zou ik willen dat er tijdens mijn begrafenis door de nabestaanden over mij werd gezegd? 
  • Welk stemmetje (saboteur) belet mij om mijn comfortzone een stukje op te rekken?


Voorbeeld:
Een aantal dagen geleden kreeg ik een youtube over een vrouw die de moed heeft weten op te brengen om vanuit de schaduw in het licht te stappen. In de spotlights, nog wel. Het zijn opnamen van Britain’s got Talent, en eigenlijk heb ik een enorme hekel aan dit soort programma’s waar naar mijn gevoel alles onecht en overdreven aan is. De vrouw -zonder enige twijfel een HSP- in deze opname raakte me. Ze durft zich voor de camera’s enorm kwetsbaar op te stellen en haar meest gevoelige kant te tonen: onzeker en bang, maar met een talent dat ze met de wereld wil delen. De beelden doen me veel. 
Alice Fredenham zingt ‘My funny Valentine’. 

De video is in het Engels, en mocht je het niet verstaan, dan nog zeggen de beelden en haar lichaamstaal meer dan genoeg.

Laat het duidelijk zijn, je hoeft heus niet meteen vanuit de schaduw het toneel op en het licht van de schijnwerpers in. Het mag best iets bescheideners zijn. Ik heb het als voorbeeld genomen omdat ik het mooi vind, en omdat ik weet dat er veel hooggevoelige kunstenaars en artiesten zijn die hun angst hebben overwonnen, of liever, wier behoefte om bij te dragen sterker was dan hun angst, hun onzekerheid. Ik geef jullie de verzekering dat het de moeite dubbel en dwars waard is.

maandag 15 juli 2013

Hoe hooggevoelig ben jij voor de mening van anderen?

Het begint vaak al op school. Je moet voor het bord komen om een som te maken. Op zich kun je dat best en heb je het oplossen van dit soort rekenkundige vraagstukken goed onder de knie. Maar zodra je voor de klas gaat staan, lijkt het wel alsof je ineens niets meer weet. Je weet zeker dat al je klasgenootjes zullen zien dat je die ochtend je haren had moeten wassen en dat er een vlek op je broek zit. Erger nog, iedereen zal zien dat je te dik bent, en ze zullen je uitlachen. Je staat gewoon voor gek. En nu kun je bovendien niet meer denken en weet je met de beste wil van de wereld niet hoe je dit soort delingen ook alweer maakte. Je wordt knalrood en je begint te zweten. Je staat dus nog meer voor paal. Je kunt iedereen al horen gniffelen om die debiele rooie kop die je hebt, en natuurlijk zien ze ook die zweetdruppels op je voorhoofd. Ja, ja, je hoort ze al lachen, en nu voel je je ook nog duizelig. Je kijkt wanhopig naar de meester die je mogelijk nog iets bemoedigends toeroept, zo van ‘Je kunt het best’, maar hoewel je zijn lippen ziet bewegen dringen zijn woorden amper tot je door. Je zou het liefste door de grond zakken... 
Het is een extreem scenario, en misschien herken je je er maar ten dele in. Toch is het voor veel hooggevoeligen een bekende ervaring. Een gevoel van diepe onzekerheid dat je vaak levenslang parten blijft spelen. Met een beetje geluk leer je je eroverheen zetten en heb je er steeds minder last van, maar voor een groot aantal hooggevoeligen blijft het vaak erg lastig om niet veel en vaak stil te staan bij de indruk die ze op een ander maken. Uiteraard is het dan van belang om er altijd onberispelijk uit te zien zodat (?) iedereen je aardig vindt en je een uitstekende indruk maakt. Spreekbeurten, presentaties, zinnige opmerkingen maken tijdens vergaderingen of bijeenkomsten, meedoen aan tafelgesprekken maat ook mensen te eten vragen, veel hsp’ers gruwen ervan. 

De mythe  

  • Niemand vind je wel of niet aardig omdat je haar in jouw ogen niet perfect zit. De meeste mensen zíen die vlek op je broek niet eens. Ga maar na: vind jíj iemand minder aardig omdat zijn haar niet ‘goed’ zit (vooropgesteld dát je al zou zien dat er iets ‘mis’ is met het kapsel van een ander). Wil jíj niet meer bevriend zijn met iemand omdat hij tijdens de pauze met eten geknoeid heeft en er nu een vlekje op zijn shirt zit?

  • Wees gerust, het is onmogelijk om altijd door iedereen aardig gevonden te worden. Het bestáát niet dat iedereen je even leuk, aardig en/of interessant vindt. Vind jij iedereen even leuk, aardig en/of interessant? Denk ook maar eens aan iemand die je bewondert of die je gewoon verschrikkelijk aardig vindt. Je kent vast ook wel iemand die lang niet zo lovend over die persoon is, of die ronduit een negatieve mening over hem of haar heeft.


Hoe komt het?
Als hooggevoelige bent je doorgaans sterk afgestemd op je omgeving. Te sterk. Je zintuiglijke antennes zijn bijna voortdurend op de buitenwereld gericht. Dat doe je onbewust. Het gaat zonder dat je erbij stilstaat. Je ogen nemen voortdurend waar, je oren staan altijd open, allemogelijke geuren dringen zich aan je op... en je bent de hele tijd bezig (ook meestal onbewust) om daar oordelen over uit te spreken: mooi of lelijk, aangenaam of storend, lekker of vies... Die oordelen hebben dan ook weer een uitwerking op hoe je je voelt. Iets kan je een prettig gevoel bezorgen, of je onzeker  en angstig maken. 
Waar het me om gaat is dat, dóórdat je zo gefocust bent op alles wat er in je omgeving plaatsvindt, je niet ‘thuis’ bent. Je bent niet op jezelf gericht, op wie jij bent en op wat jij doet, maar op de omgeving die onbewust gevoelens bij je oproept. Je maakt, zonder dat je daar doorgaans weet van hebt,  je welbevinden afhankelijk van wat er om je heen gaande is. Wie te veel in de buitenwereld leeft, is niet aanwezig in zijn ‘ik’. Hoe meer je je daarvan bewust bent, des te meer je ‘thuis in jezelf’ zult zijn en des te minder je je nog zult storen aan de (veronderstelde) mening van anderen. 
Je zou in dit verband ook eens kunnen spelen met de metafoor van ‘de huid als grens tussen jouw Ik en de buitenwereld.’ Hooggevoeligen hebben een ‘doorlaatbare’ huid. Doorgaans is het dan ook helemaal niet duidelijk waar jij ophoudt en waar de buitenwereld begint – en omgekeerd. Misschien is je al wel bekend dat hsp’ers letterlijk een gevoelige huid hebben en dus regelmatig met huidproblemen kampen. En als ik ‘huid’ zeg, dan denk ik ook aan het deel van de huid binnenin je lichaam, dus je longen (astma, bijvoorbeeld) en je darmen. Allergieën hóren als het ware bij de hoogevoelige mens. 
Veel hooggevoeligen hebben een zwak zelfbeeld, veel hooggevoeligen vinden van zichzelf dat ze verlegen zijn. Als kind hebben ze immers vaak te horen gekregen dat ze op de een of andere manier niet deugen (immers, wie wist er toen van hooggevoeligheid en het gedrag dat daarbij hoort? Mensen hebben de neiging om anderen met zichzelf te vergelijken, dus wanneer iemand wat stiller of dromeriger is, dan krijgt hij van een minder gevoelig iemand al snel het stempel van ‘verlegen’ of ‘teruggetrokken’ of ‘onzeker’ opgedrukt). Nu je weet dat je hooggevoelig bent, zou je nog eens naar die stempels (zelfoordelen) kunnen kijken om te zien in hoeverre ze alleen maar een oordeel en geen waarheid zijn).


Wat kun je doen?

  • Denk eens aan situaties van het type ‘schoolbord’. Probeer je voor de geest te halen hoe (ellendig) je je toen voelde. Kun je navoelen hoe je op dat moment meer was afgestemd op je omgeving dan dat je ‘thuis’ was? Kijk dan ook eens naar wat er daarna gebeurde. Ben je echt vriendjes kwijtgeraakt? 

  • Probeer je bewust te worden van wat er gebeurt wanneer je je onzeker voelt. Waar zit je met je antennes? Probeer bewust terug te komen in je Ik, bv door een aantal keren bewust diep adem te halen

  • Ga na of de oordelen die je over jezelf hebt wáár zijn, of dat het oordelen van anderen zijn die je bent gaan geloven omdat je ze zo vaak hebt gehoord. Wie van nature wat stiller en teruggetrokken is, is niet per se ‘verlegen’; hij is alleen maar wat stiller en meer teruggetrokken dan het gros van de mensen. 

  • Misschien wil je het op het eerste gezicht niet geloven, maar niemand is echt geïnteresseerd in de door jou al dan niet behaalde resultaten. Ook hier is het een goed idee om de rollen eens om te draaien en je af te vragen in hoeverre andermans resultaten voor jóu belangrijk zijn. (Het zij dan omdat je jezelf beter voelt wanneer een ander ander een slechter resultaat behaalt dan jij, maar dat is weer een ander verhaal). 

  • En ten slotte, voor diegenen die werken met affirmaties, dit is er mogelijk eentje waar je iets aan hebt:
‘Ik ben waardevol. Altijd. Niet omdat iemand dat zegt, niet op grond van de hoeveelheid geld die ik verdien, maar omdat ik besluit dat te geloven zonder er een specifieke reden voor nodig te hebben.’  Wayne Dyer

Validation (youtube), ken je hem al? Ken je hem nog?