Zoeken in deze blog

vrijdag 14 juni 2013

Hooggevoelig, horen en luisteren

'Het belangrijkste bij communiceren is luisteren naar wat er niet wordt gezegd.'
Peter Drucker 
Horen en luisteren zijn niet hetzelfde. Een open deur? Ik vermoed van wel. Toch kan het, denk ik, geen kwaad om een aantal dingen weer eens bewust te overdenken.
Horen. Horen doen we allemaal, de dieren ook, en eigenlijk doen we dat ook continu. We doen het automatisch, dus zonder dat we ons er bewust van zijn. Achtergrondmuziekjes, verkeersgeluiden, geroezemoes in een ruimte met veel mensen, onze oren staan altijd open en er komt altijd geluid binnen. Het is in onze overbevolkte wereld zelden stil. We horen geluiden en staan er niet bij stil. En dat is maar goed ook, want als hooggevoelige weet je waarschijnlijk maar al te goed dat geluiden waar je bewust naar gaat luisteren (de vervelende muziek van de buurman) ineens extra luid worden; zó luid soms dat je alleen nog maar dát kunt horen. 
Luisteren, dus bewust horen, is een van de meest nuttige en zelfs ook noodzakelijke vaardigheden die je als mens kunt ontwikkelen. Luisteren en spreken samen, is communiceren. Waarom zou je willen luisteren? Je luistert om informatie te verzamelen, om iets te begrijpen en om te leren, om te genieten. Je luistert omdat iets of iemand je interesseert. (Inter-esse is zo’n prachtig woord. Letterlijk betekent het tussen-zijn). 
Uit onderzoek is echter gebleken dat een mens zich doorgaans maar een kwart of iets meer kan herinneren van wat hij gehoord heeft. Dat geldt dus voor zowel degene die hoort wat jij tegen hem zegt, als voor wat jij hoort dat er tegen jou wordt gezegd. Je houdt een heel verhaal –of het nu over een belevenis gaat, of over informatie die je wilt verstrekken, of over wát dan ook dat je mee wilt delen- en de ander hoort maar een heel klein deel. Wel een tikje ontmoedigend, vind je niet? En trouwens, wie kent dat niet, dat frustrerende gevoel dat iemand niet echt naar je luistert? Je kunt het vaak al merken aan de manier waarop er naar je wordt gekeken wanneer je iets aan het vertellen bent, niet? 
Wat kunnen we doen om beter te leren luisteren? Misschien kijk je ervan op als ik zeg dat luisteren bij jezelf begint. Dat lijkt niet logisch, maar dat is het wel. Want voordat je echt naar een ander kunt luisteren, moet je eerst met jezelf aan de slag. Luisteren –in tegenstelling tot horen- moet je leren. Om te beginnen zou je een klein oefeningetje kunnen doen. Zoek een plekje, bij voorkeur buiten, en zet je oren open. Hoor wat er aan geluiden om je heen is. Een brij van geluiden. Nu de volgende stap: zet opnieuw je oren open, maar probeer de geluiden van elkaar te scheiden en te benoemen. Probeer de betreffende klanken te benoemen (wat is het en hoe klinkt het, schel, dof, welke “kleur”, aangenaam of niet, enzovoort) en kruip er als het ware helemaal in. Welk gebaar roept een bepaald geluid bij je op. Je kunt deze oefening heel goed doen bij wijze van meditatie, probeer het maar eens. 
En dan nu het gesprek. Concentratie is een belangrijk onderdeel van het echte luisteren, dat ook wel het “diepe” luisteren wordt genoemd. Je kunt je alleen maar echt concentreren als je je eigen “ruis” onderdrukt. Met iemand méédenken is niet hetzelfde als vóór iemand denken. Ons reactieve, associactieve denken leidt ertoe dat we de neiging hebben om iemands verhaal in gedachten onmiddellijk van een oordeel te voorzien, of er herkenning aan te beleven. Je laat je oordeel of je persoonlijke herinnering dan tussen het verhaal van de ander en jouw luisteren schuiven... en wég is je aandacht. Hooggevoelige mensen doen dat heel snel, immers we zijn vaak kritischer dan goed voor ons is want de neiging tot perfectionisme zorgt er al snel voor dat we ergens iets van vinden. Wie echt luistert, die vindt niets, die luistert alleen maar zonder oordelen. 
Voor het echte luisteren is het dus als eerste nodig dat je je kunt concentreren en dat je je gedachten terughoudt. Als tweede is het van belang dat je je inleeft in de ander (en dat kun je natuurlijk alleen maar wanneer je niet oordeelt). Je luistert belangstellend niet alleen naar de woorden die je bereiken (horen) maar je probeert door te dringen tot de kern van de boodschap die de ander je probeert over te brengen. Wat zegt hij werkelijk? Wat is de kern van het verhaal? Door op iemands houding te letten word je vaak al een heel stuk wijzer, maar ook de klank van de stem en de gezichtsuitdrukking spelen een grote rol. Denk eraan dat je in dit opzicht als empatische HSP’er een streepje voor hebt op de minder gevoelige mens. Doorgaans pikken we de nonverbale informatie automatisch op en staan we er niet bij stil. Het kan op zich een interssante oefening zijn om daar voor de verandering wél eens bij stil te staan. 
Wordt een verhaal naar jouw idee te lang en begin je het gevoel te krijgen dat je te veel informatie te verwerken krijgt (als HSP’er zit je hoofd al snel vol, en helemaal wanneer je toch al moe was, of gespannen), dan zul je, zonder de ander op een storende manier in de rede te vallen –bijvoorbeeld door te gaan verzitten-, te kennen moeten geven dat je even wilt recapituleren. Aan dat recapituleren, aan dat samenvatten, zitten twee kanten. Ten eerste kun je de spreker laten weten dat je echt naar hem hebt geluisterd en dat je hem ook echt hebt begrepen, maar voor jezelf heb je de perfecte gelegenheid om wat tijd in te bouwen en de verkregen informatie op een rijtje te zetten. Probeer, wanneer de andere een adempauze neemt, het maar eens met zinnetjes als: 'Even, wacht even, ik wil graag zien of ik alles goed snap. Volgens mij bedoelde je...' 
Dit samenvatten is belangrijker dan je wellicht zou vermoeden. Ga maar eens na bij jezelf wat er gebeurt wanneer je te veel informatie over je heen krijgt. Bij HSP’ers is de spons (veel) eerder vol dan bij niet HSP’ers. Als je niet meer kunt opnemen kun je alleen nog maar horen en niet meer luisteren. Je haakt af. Je gedachten dwalen af zonder dat je dat zelf in de gaten hebt. Niet alleen loop je op die manier mogelijk belangrijke informatie mis, maar de ander heeft meestal wel in de gaten dat je niet meer oplet, en dat kan, afhankelijk van de situatie, vervelende gevolgen hebben. Ook kan het mislopen van informatie, of het luisteren met een half oor (h-oren, dus) tot misverstanden en conflicten leiden. ´Maar ik héb je toch gezegd...’ ‘Nou, daar kan ik me niks van herinneren. Dat heb je vast gedroomd.’ Wanneer je de kern van de boodschap van een ander herhaalt (en je de ander de kans geeft om je eventueel te corrigeren) dan bewijs jezelf én de ander een dienst. 
Actief luisteren, “diep” luisteren, vereist veel concentratie. Je moet het bovendien echt willen. Actief luisteren betekent een bewuste inspanning. Je moet het je echt aanleren. Het is een innerlijke houding die gevoed wordt door de oprechte interesse in de andere mens. Alleen door actief en diep te luisteren kun je contact maken met degene die tegenover je zit. Het betekent jezelf vanuit je hart openen naar die ander toe, oordelen en kritiek achterwege houden, en opletten dat je gedachten niet afdwalen naar bijvoorbeeld eigen ervaringen. Het betekent de ander alle ruimte geven die hij of zij nodig heeft. 
Het kan gebeuren dat iemand je iets wil vertellen en je niet in staat bent om op dát moment te luisteren. Zég dat dan. Je hoeft niet bang te zijn dat die ander je dan niet (meer) aardig zal vinden. Maak een afspraak voor een moment dat je wél tijd hebt. ‘Ik wil graag de tijd nemen om goed naar je te luisteren. Die tijd heb ik nu niet. Kun je morgen? Hoe laat spreken we af? Dan heb ik een dik uur om alles van je te horen.’ (Grenzen stellen!) 
De ander in de rede vallen, afgezien dan van hem op het juiste moment te onderbreken om de boodschap samen te vatten of om een vraag te stellen die tot verduidelijking kan leiden, is geen goed idee. En al helemaal niet wanneer het iets zegt dat de boodschap van de ander ontkracht. ‘Ja, dat ken ik. Ik heb dat ook meegemaakt toen...’ ‘Je overdrijft, zo erg is dat helemaal niet.’ ‘Je moet positief zijn.’ ‘Onzin!’ Doe je dat, dan heb je kennelijk toch niet echt geluisterd... Denk eraan dat je alleen je mening geeft wanneer de ander daarom vraagt.

Nog even een paar punten op een rijtje:  
  • Luister met aandacht. Kijk de ander geïnteresseerd aan. Hou je eigen oordelen, meningen en commentaren terug. Sluit je af voor ruis van buiten (muziek, verkeersgeluiden, enz.). Let op de lichaamstaal van de spreker. 
  • Laat blijken dat je actief luistert door een open lichaamshouding aan te nemen en door zo af en toe te knikken of instemmende geluidjes te maken. 
  • Probeer echt te begrijpen wat de boodschap is door zo af en toe samen te vatten en je te laten corrigeren. Stel vragen wanneer je iets niet begrijpt, of wanneer je ergens verduidelijking over wilt. 
  • Val de spreker niet in de rede, en al helemaal niet met eigen oordelen en meningen. 
  • Geef alleen je mening wanneer daarom wordt gevraagd. En doe dat dan vooral met respect en begrip.
Nogmaals, diep luisteren is iets wat je moet leren, waar je bewust aan moet werken. Probeer het zo veel mogelijk te oefenen, niet alleen door het in praktijk te brengen, maar ook door aandachtig naar gesprekken van anderen te luisteren om ervan te leren. Denk ook eens terug aan gesprekken die je in het verleden had en waar je echt contact met een ander had, of haal je een gesprek voor de geest waar het helemaal mis ging omdat de sprekers een defensieve houding aannamen en er niet werd geluisterd. 
In de zomermaanden, tijdens de vakantie, hebben we meestal meer tijd voor elkaar dan wanneer we druk aan het werk zijn. Het is daarom een goede periode om eens met deze manier van luisteren te oefenen. Ik wens je veel diep luisterplezier en “inter-esse” toe!

zondag 12 mei 2013

Hooggevoelig en 'nee zeggen'


Je moeder vraagt je om even een boodschapje te doen, je vriendin vraagt je om even op de kinderen te passen, je man vraagt je om even die knoopjes aan te naaien, je baas vraagt je om dat klusje nog even op te knappen... En zo heb je waarschijnlijk zo je eigen serie voorbeeldjes; het dagelijks leven is er immers vol van.

Je bent niet te beroerd om te helpen. Helemaal niet. Je bent immers HSP’er, en als HSP’er sta je doorgaans voortdurend in de starthouding om anderen te helpen. Sterker nog: we zien vaak al wat een ander nodig heeft voordat die ander dat zelf überhaupt nog maar in de gaten heeft. Ja, ja, de meeste HSP’ers zijn geboren “redders”.

Vaak gaat het bieden van de helpende hand goed en vinden we het fijn om de ander een plezier te doen. Maar het is je vast wel eens overkomen dat je weliswaar ja zegt, maar dat het toch niet goed voelt om iets voor die ander te doen. Je krijgt al snel spijt van je spontane aanbod, en je beseft dat je eigenlijk gewoon nee had moeten zeggen omdat je te moe was, omdat je juist van plan was om eens lekker weg te kruipen met een boek of omdat je dringend toe was aan een eindje lopen, of om wat voor reden dan ook.

Waarom is 'nee zeggen' vaak zo lastig?
Nee zeggen is lastig om een aantal redenen, en vaak spelen al die redenen tot op zekere hoogte een rol:
  • Je wilt helpen, je bent een helper en helpen is iets wat je automatisch doet. Helpen is immers iets positiefs.
  •  Iedereen wil graag aardig gevonden worden. Je gaat ervan uit dat je niet aardig gevonden zult worden als je nee zegt. Misschien is er een stemmetje in je achterhoofd dat fluistert dat 'nee zeggen' egoïstisch is.
  • Je durft geen nee te zeggen omdat je bang bent dat de ander boos zal worden en je kunt niet tegen conflicten.
  • Je weet niet hoe je nee kunt zeggen en je hebt al 'ja' gezegd voordat het zelfs maar bij je opkwam om 'nee' te zeggen; en voor je gevoel kun je dan niet meer terug.
  • Uit respect voor de ander, omdat je vindt dat die ander (bijvoorbeeld een ouder of een leraar) geen 'nee' verdient.
  • 'Ja' zeggen is de meest gemakkelijke optie. De ervaring heeft je geleerd dat 'nee' zeggen je een schuldgevoel bezorgt. Als HSP’er kan het dan goed zijn dat je, wanneer je toch 'nee' zegt, je jezelf 'straft”'omdat je niet bereid was een ander bij te staan.


Waarom 'nee zeggen'soms noodzakelijk is
Natuurlijk moet je niet altijd nee zeggen, helemaal niet. Ik denk bijna dat je in het leven vaker ergens 'ja' op moet zeggen dan niet. Alleen, het moet een vrije keuze zijn, het gevolg van een eerlijke afweging. Als HSP’er moet je je eigen grenzen (leren) kennen en (leren) bewaken. Wees eerlijk in je emoties. Wees eerlijk in je persoonlijke behoeften. Niemand is gebaat bij een jazegger met een zuur gezicht! Nee kunnen zeggen, iets af kunnen wijzen zonder je daarna schuldig te voelen maakt je vrij. Waarom is nee zeggen zo belangrijk?
  • Het levert respect op. Wie altijd maar ja zegt om aardig te worden gevonden krijgt naar alle waarschijnlijkheid het stempel van 'slijmerd' opgedrukt (en dat is dus helemaal niet hetzelfde als aardig gevonden worden). Duidelijkheid van jouw kant wordt alleen maar gewaardeerd en mensen gaan je zien als een onafhankelijk iemand met een eigen mening.
  • Beter minder vaak ja zeggen om iets met plezier en overgave te kunnen doen. Een goed uitgevoerde klus die op de afgesproken tijd klaar is, leidt ertoe dat mensen je als betrouwbaar gaan zien. Beperk je bij voorkeur tot dingen waar je goed in bent.
  • Met 'nee zeggen' kun je jezelf een hele hoop onnodige stress besparen. Het is onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken zonder meer van je krachten te geven dan je weer aan kunt vullen. Een tekort aan krachten leidt onherroepelijk tot stress. Denk daarbij aan het voor HSP’ers niet te verontachtzamen belang van het opladen van de accu’s!


Hoe zeg je 'nee'?
Dat is natuurlijk de hamvraag. Het is inderdaad een kunst om op een goede, eenduidige en vriendelijke manier 'nee' te kunnen zeggen. Een vaag, onduidelijk 'nou, nee, liever niet' brengt je verder van huis; 'liever niet' is geen nee, ookal denk je misschien van wel. Onduidelijkheid kan juist tot misverstanden en conflicten leiden, iets dat je natuurlijk wilt voorkomen.

Het ligt uiteraard aan de omstandigheden en aan de vraag die je krijgt, maar hieronder volgen een aantal 'formules' die je op weg kunnen helpen. Denk eens aan een bepaalde situatie waarin je 'ja' hebt gezegd terwijl je veel en veel liever 'nee' had gezegd, en zoek de formule die bij die situatie past. Spreek hem dan eens een paar keer hardop uit om te kijken hoe het voelt. Het oefenen van dit soort formules helpt je om je meer zekerheid te krijgen en om eenduidig en overtuigend over te komen. Hier komen ze:
  • 'Wat leuk dat je aan me dacht, dank je wel, maar echt, het komt me op het moment niet uit. Ik zeg dus nee.'
  • 'Hé, dat is een leuk idee! Maar wat jammer dat ik op dat gebied zo weinig ervaring heb. Ik doe het niet, want ik heb mezelf beloofd om alleen dingen te doen waarvan ik zeker weet dat ik ze tot een goed einde breng.'
  • 'Oei, nou, ik weet niet. Het komt me niet helemaal eerlijk voor. Nee, daar laat ik me niet mee in.'
  • 'Goh, jammer. Ik had je graag willen helpen, maar het gaat niet want ik heb nog ander werk te doen. Het komt me werkelijk niet uit. Volgende keer beter.'
  • 'Daar vraag je me nogal wat. Zou je iets duidelijker kunnen zijn? Wat wil je precies dat ik voor je doe?' (Je kunt dan altijd nog ja of nee zeggen; het maken van een duidelijke afspraak is even belangrijk als het geven van een duidelijk antwoord).


En dan nog dit:
Er is een tussenoplossing voor degenen die het ondanks de formules nog te moeilijk vinden om ronduit nee te zeggen. Kun je om de een of andere reden niet onmiddellijk een keuze maken tussen ja of nee, ben je er voor jezelf niet uit of je een vraag wel of niet kunt honoreren, dan kan het volgende antwoord uitkomst bieden: 'Ik begrijp je vraag en ik begrijp je behoefte. Ik kan er nu, op dit moment geen antwoord op geven en ik wil er even over denken. Kom je er volgende week op terug?' In de meeste gevallen, dat zul je zien, komt de vrager er niet op terug omdat hij al een andere kandidaat of oplossing heeft gevonden.

Je zult ook situaties meemaken waarin 'nee zeggen' geen optie is. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer je in een groep (werkploeg) zit die als geheel heeft besloten om ergens mee akkoord te gaan. Probeer dan in ieder geval duidelijk aan te geven tot op welke hoogte je bereid bent om mee te gaan; hou je aan je grenzen. Waak ervoor om je als vrijwilliger op te werpen (een typische HSP-valkuil!).

zondag 7 april 2013

De positieve kant van hooggevoeligheid


‘Vreugde is wat ontstaat wanneer we onszelf toestaan in te zien hoe goed de dingen in werkelijkheid zijn.’
Marianne Williamson



Tijdens onze laatste HSP-bijeenkomst hier op Mallorca, raakten we in gesprek over de positieve kant van de hooggevoeligheid.

Ik geloof dat we het er allemaal wel zo’n beetje over eens waren dat, ook al is het niet altijd gemakkelijk om zo gevoelig te zijn en je jezelf door de bank genomen erg in acht moet nemen om je sterk te voelen, de voordelen van onze trek uiteindelijk toch zwaarder wegen dan de last die je ervan kunt ondervinden. En ja, terwijl ik dat zo beweer, ben ik me scherp bewust van het grote aantal HSP’ers dat het er erg moeilijk mee heeft, soms ook omdat ze alleen maar steeds tegen hun gevoeligheid op lopen en niet weten dat het een vrij algemene trek is en dat je van alles kunt doen en leren om er beter mee om te gaan.

De eerste kwaliteit die ik wil noemen is de enorme capaciteit om ergens van te genieten. Om de simpele reden dat het zenuwzintuigstelsel van de hooggevoelige mens tot wel tien keer meer informatie oppikt dan dat van iemand met een gemiddelde gevoeligheid, bespeuren we veel en véél meer nuances van alles wat we tegenkomen. Het intense plezier en ook de enorme ontroering die we kunnen ontlenen aan, bijvoorbeeld, een schilderij, een bepaald muziekstuk, een mooi landschap, maar ook aan een diep en verrijkend gesprek, is iets wat alleen HSP’ers maar van elkaar kunnen begrijpen. En ofschoon ik me er natuurlijk van bewust ben dat diezelfde eigenschap van ons zenuwzintuigstelsel ook tot een geestelijke en lichamelijke overvoerdheid kan leiden, wil ik het in dit artikel voor de verandering alleen over de up-side van de hooggevoeligheid hebben. Intens van iets kunnen genieten en geraakt worden, dát is een van de voordelen van het HSP zijn.

Echt, het is een geschenk, dat vermogen dat we hebben om blij te kunnen zijn met de ogenschijnlijk allerkleinste dingen. Een glimlach, een zonnestraal, een straatmuzikant, de geur van een roos, een gedicht... de gave om dit soort dingen op te merken en er zo’n warm gevoel van binnen van te krijgen, staat garant voor een enorme zielerijkdom. Veel mensen zijn op zoek naar geluk, en een groot deel zoekt dat geluk in materiële zaken. Een HSP’er begrijpt evenwel dat het echte geluk juist in die “gewone”, kleine dingen zit.

Een tweede positieve eigenschap van de HSP’er is zijn creativiteit. Dat wat de Amerikanen think outside the box noemen, dát is de HSP’er op het lijf geschreven. En ook dát is een gevolg van het feit dat de hooggevoelige mens zo enorm veel indrukken opneemt: hoe meer informatie je tot je beschikking hebt, des te groter je voorraaddoos met gegevens is om tot nieuwe en sprankelende ideeën te kunnen komen. Het zal niemands verbazing wekken dat veel kunstenaars HSP zijn, maar dat geldt ook voor uitvinders, voor de trendjagers, voor mensen met ideeën voor een vernieuwde en menselijke bedrijfsvoering of voor meer duurzame manieren om met geld om te gaan. En wie veel informatie tot zijn beschikking heeft, die beschikt vaak over visie en over de gave om verschillende dingen van ogenschijnlijk uiteenlopende gebieden, met elkaar in verband te brengen en daarmee op een hoger plan te brengen.

De positieve kant van veel waarnemen, van het zien van de dingen (in de ruimste zin) impliceert dat de HSP’er een goed oog voor details heeft. ‘Jij ziet ook álles,’ is een opmerking die hij nog al eens te horen krijgt. En ook al komt zo’n uitspraak misschien niet altijd sympathiek over, een compliment is het wel.

En wat te denken van de empathie? Het vermogen om “achter” de woorden te luisteren, om een ander mens ‘te lezen’ zonder dat deze ons verteld heeft hoe hij zich voelt, dat is een kwaliteit die wij HSP’ers gewoon cadeau hebben gekregen. Ik weet zeker dat jij, die dit leest, precies begrijpt wat ik bedoel: iemand tegenkomen en gewoon ‘weten’ of deze mens zich prettig voelt en of alles goed met hem is, of zelfs kunnen aanvoelen wat er in hem omgaat of wat hij nodig heeft. Net zo is de HSP’er in staat om de sfeer aan te voelen van de plek waar hij zich bevindt. Je voelt je ergens prettig, of juist niet. De meeste HSP’ers beschikken dan ook over een flinke dosis intuïtie.

HSP’ers zijn doorgaans mensen met diepgang. Hun gevoelens zitten diep, ze hebben de neiging om vaak lang en goed over de dingen na te denken, om zorgvuldig afwegingen te maken en om het naadje van de kous te willen weten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel HSP’ers geïnteresseerd zijn in wat we, met een groot woord, ‘spiritualiteit’ noemen en dat ze zich bezighouden met thema’s als de zin van het leven. Kom bij hen liever niet (altijd) aan met oppervlakkigheden en prietpraat. In dit verband kan ik niet nalaten om op te merken dat veel HSP’ers een vorm van meditatie beoefenen.

De diepgang die de meeste HSP’ers karakteriseert, vinden we ook terug in hun gevoel voor rechtvaardigheid. Zijn ze eenmaal ergens door gegrepen, dan gáán ze er ook voor. Zo zien we veel HSP’ers als vrijwilliger hun steentje bijdragen bij instellingen die zich inzetten voor het goede doel, en komen we ze tegen in vele soorten beroepen waarbij ze zich kunnen inzetten voor het welzijn der mensheid. Ze hebben doorgaans moeite met het lijden van mens en dier, én van de natuur en onze planeet, en waar hun gevoeligheid dat toelaat zullen ze niet aarzelen om te doen wat ze kunnen om verlichting te brengen.


We zijn anders
We zijn een minderheid en dus zijn we anders. Maar we kunnen het ook omdraaien en zeggen dat de niet-HSP’ers anders zijn. Goedbeschouwd is het enige dat we daarmee zeggen, dat we als groep elk op onze eigen manier tegen het leven aankijke, dat we anders in het leven staan. Niet meer en niet minder. Het is belangrijk om goed te beseffen dat we niet beter zijn. Echt, we bewijzen onszelf geen enkele gunst door te denken dat we superieur zouden zijn. We vullen elkaar aan. De wereld heeft muziek en kunst nodig, maar ook huizen om in te wonen. De wereld heeft mensen nodig die zich in dienst van de ander kunnen en willen stellen (en dat is zo’n beetje ons pakkie an) maar er zijn net zo goed mensen nodig die het harde en zware werk willen en kunnen doen, die dát soort banen op zich willen nemen waartoe een HSP’er zich echt niet aangetrokken voelt (geestelijk en lichamelijk te zwaar werk). Grofweg kun je stellen: wij komen met de ideeën en voor de uitvoering daarvan hebben we de anderen nodig. Elaine Aron zei het al: de koning kan niet zonder zijn raadsheren, maar hij kan óók niet zonder zijn soldaten...

Het is van het allergrootste belang dat we op harmonieuze wijze (leren) samenwerken, de HSP’ers en de niet-HSP’ers. De grote meerderheid van de niet-HSP’ers is niet in staat om onze manier van denken en doen te begrijpen, eenvoudigweg omdat ze zich op geen enkele manier kunnen voorstellen hoe wij de wereld beleven, en ofschoon wij HSP’ers ook niet zo goed kunnen inschatten hoe onze minder gevoeliger broers en zusters de wereld beleven, ben ik van mening dat het van óns afhangt of deze samenwerking op een vruchtbare wijze gerealiseerd zal kunnen worden. Waarom?  Juist vanwege dat empatische vermogen van ons. De empathie die ons helpt bij het aanvaarden van de andere mens die, hoewel hij (wat) minder gevoelig is, over capaciteiten en vermogens beschikt die wij ontberen. De empathie die ons helpt bij het overwinnen van de zo menselijke neiging tot oordelen, om daarvoor in de plaats nieuwsgierigheid en tolerantie te beoefenen.


Een oefening
Opdat we allemaal naast en met elkaar kunnen leven op onze mooie planeet, is acceptatie over en weer toch wel het minste wat we moeten zien te bereiken. Als iets of iemand ons irriteert dan is dat omdat de situatie of het gedrag een gevoelig plekje in ons raakt. In werkelijkheid zegt die irritatie die we voelen alleen maar iets over óns, en in veel mindere maten over de andere mens. Het moge duidelijk zijn dat irritatie en empathie niet verenigbaar zijn. De vraag is dus: wat kun je doen om de irritatie te overwinnen?

  • Probeer je te verplaatsen in de ander.
  • Besef dat die ander –net als jij- een wereld op zich is.
  • Stel je nieuwsgierig op en vraag je af: Waarom doet die mens zoals hij doet? Is mijn oordeel over zijn gedrag wel juist? Laat je niet verleiden tot snelle antwoorden, maar neem er alle tijd voor.
  • De volgende vraag is dan: Kan ik iets leren van deze mens?
  • En de derde vraag die je jezelf zou kunnen stellen is: Kan ik nagaan waar mijn irritatie vandaan komt?
De mogelijkheid om verschillen te overbruggen is iets dat in het vermogen van de HSP’er ligt. Uiteindelijk gaat het hierbij om nóg een positieve kant (de belangrijkste?) van het hooggevoelig zijn.

Ik wens jullie een mooie aprilmaand toe!

woensdag 6 maart 2013

Hooggevoeligheid en Voice Dialogue


Afgelopen maand was ik eindelijk in de gelegenheid om deel te nemen aan de driedaagse training Voice Dialogue voor Coaches in Amsterdam. Ik zeg “eindelijk” omdat ik, zoals misschien bekend is, in verhouding veel meer tijd in Spanje doorbreng dan in Nederland, en het tot nu toe eigenlijk nooit uitkwam met de data. Diegenen die mij al langer volgen weten mogelijk dat ik me al een tijdje bezig hou met wat ik de “saboteurs” noem, en de methode van Voice Dialogue is een prachtige manier om met die “saboteurs” (die binnen VD “subpersonen” worden genoemd), aan het werk te gaan.

Wat is dat Voice Dialogue nou precies? Je zou kunnen zeggen dat het een andere manier van naar jezelf kijken betreft, een manier om jezelf te zien als een wezen dat uit meerdere, aan je Bewuste Ik ondergeschikte, ikken bestaat. Ieder van ons heeft kanten, facetten of subpersonen die elk een eigen bril hebben waar doorheen ze de wereld beschouwen. Maar dat doen ze dan wèl door jouw ogen. Elke “sub” bedient zich van zijn eigen manier van handelen en denken en houdt er bovendien eigen gewoontes, waarden en regels op na. Zo’n “sub”, die ooit eens in je belevingswereld is verschenen om je ergens bij te helpen of tegen te beschermen, kan op een gegeven moment een soort van stoorzender worden die een bepaalde kwaliteit die je hebt en die graag tot ontwikkeling wil komen, op een irritante manier overschreeuwt... en dat doet hij doorgaans zonder dat je dat zelf in de gaten hebt. Vaak is dit saboterende gedrag redelijk onschuldig, maar soms gaat het veel dieper dan je misschien zou vermoeden.

Het leren (her)kennen van je “subs”,  die alles wat je doet en denkt ongevraagd van commentaar voorzien, kan zijn voordelen hebben. Wanneer je een idee hebt van wie er in jou aan het woord is, wanneer je je daar bewust van bent, kun je vanuit dat bewustzijn (het “aware ego”) gefundamenteerde keuzes maken en, vooral ook, weggestopte en verdrukte kanten van je persoonlijkheid eens wat meer naar voren laten komen.



Een voorbeeld

Om te beginnen moet je weten dat de “subs” altijd met z’n tweetjes komen. Om dat te begrijpen hoef je eigenlijk alleen maar na te gaan welke stemmetjes er door je hoofd schieten wanneer je in een winkel staat en iets ziet dat je eigenlijk wel graag wilt hebben: een boek, een mooie broek, chocola, of die schitterende plant...

‘Hee, kijk, een nieuw boek over hooggevoeligheid... Ziet er interessant uit. Die neem ik.’

‘O ja? Het hoeveelste boek over hooggevoeligheid wordt dat? Hoe veel van die boeken heb je al gelezen en wat ben je ermee opgeschoten? Sterker nog, hoeveel van al die boeken liggen nog op je stapel van ongelezen boeken?’

‘Ja, ja, maar dit is een nieuwe invalshoek, en dat ietwat nuchtere toontje spreekt me wel aan.’

‘Ok, ok. Maar heb je de prijs gezien? Niks afgeprijsd.’

‘Kom op zeg, alsof vijftien euro véél is voor zo’n interessant thema. En voor hoe ik meer inzicht in die hooggevoeligheid van me kan krijgen.’

‘Nou, bedenk dán maar eens wat je allemaal nog meer met vijftien euro kunt doen. En dan bedoel ik echt núttige dingen!’

‘Ik heb hard gewerkt en ik heb dit boek best verdiend!’

Ken je dat soort innerlijke gesprekjes? In theorie kunnen ze echt eindeloos voortduren, net zo lang tot uiteindelijk een van de stemmen het van de andere wint, of tot –en dat is veel beter- het moment waarop het bewuste ego beide kanten op realistische wijze tegen elkaar weet af te wegen en daarmee tot een letterlijk weloverwogen besluit komt.



Hooggevoeligheid-ikken

Binnen de hooggevoeligheid komen we een aantal heel specifieke, krachtig ontwikkelde “subs” tegen: ikken, dus, die het vaak eenzijdig voor het zeggen hebben, en waarbij de sub die er de tegenhanger van is, nog al eens overschreeuwd wordt. Dit zijn bijvoorbeeld de Helper, de Perfectionist, de Controleur en de Inner Critic, ikken die je goedbeschouwd alleen maar willen behoeden voor een afgang, die er alles voor willen doen dat je aardig gevonden wordt en dat de mensen lovend over je spreken. Echt, ze hebben het beste met je voor. Om je een idee te geven van hoe de Helper bijvoorbeeld voor je zorgt en welke andere ik daarbij hoort ,de tegenhanger,  (die bij een HSP’er niet altijd aan zijn trekken komt) volgt hier een voorbeeld waarin beiden wèl evenredig aan het woord komen...


De Helper versus de Autonome

Er is absoluut niets verkeerd aan het helpen van andere mensen of aan het helpen van dieren. In tegendeel. Iemand willen helpen, dat heb ik al veel vaker gezegd, is een bepaald positieve en belangrijke eigenschap. Een ander een plezier doen en de helpende hand bieden, dat soort dingen maakt het leven de moeite waard. Iets voor een ander doen maakt blij, zorgt ervoor dat anderen je aardig vinden en je waarderen, en het kan zelfs zo ver gaan dat je er je werk van maakt. (Denk maar eens aan de verzorgende beroepen of aan de horeca). De “sub” die we Helper noemen is een prettige bondgenoot, maar dat is hij eigenlijk alleen maar zolang zijn tegenhanger zo af en toe eens krachtig op de rem kan trappen.  Die tegenhanger noemen we de Autonome, hoewel de Helper ook goed uit de voeten zou kunnen met een tegenhanger als de Egoïst of met de Rationalist. Als de tegenhanger van jouw Helper niet krachtig genoeg is om tegengas te kunnen bieden wanneer jouw Helper tot echte Uitslover wordt, als jouw Autonome niet in staat is om grenzen te stellen en het hem niet lukt je te laten inzien dat je moet minderen, dan kan dat ontaarden in stress, en vervolgens in allerlei nare kwalen; helaas iets wat onder de hooggevoeligen nog al eens voorkomt. Hier volgt een voorbeeld van een mogelijke dialoog tussen Helper en Autonome waarbij beiden wèl aan elkaar gewaagd zijn:

‘De buurvrouw heeft griep en ze heeft hulp nodig. Ik moet toch naar de super, dus ik neem haar boodschappen wel meteen mee.’

‘Natuurlijk, als ze ziek is moet ze geholpen worden. Heeft ze je gevraagd of je de boodschappen voor haar wil doen?'

‘Dat is niet nodig. Ik weet wat ze lekker vindt en ik neem het gewoon voor haar mee.’

‘Hé, joh, wacht nou eens even! Als je niet op een telefoontje van háár wilt wachten, bel haar dan zelf om te vragen of ze iets nodig heeft.’

‘Maar als ik haar met de boodschappen verras, dan vindt ze dat fijn. Je weet best hoe moeilijk ze het vindt om om hulp te vragen.’

‘Of niet. Misschien heeft ze al aan dochter gevraagd of die de boodschappen wil doen. Als je haar niet belt, als je haar niet vráágt of ze je hulp nodig heeft, misschien dat ze zich dan uiteindelijk wel ongemakkelijk zal voelen in plaats van dat ze blij is met de verrassing. En daarbij, hadden we niet afgesproken dat je op dinsdag alléén maar dingen voor jezelf zou doen om tot rust te komen?’

Als je goed naar deze innerlijke dialoog weet te luisteren, kan je dat helpen om tot weloverwogen beslissingen te komen.

Misschien is het een idee om zo eens te kijken wat jouw favoriete dialogen zijn. Zo lang de interne gesprekken zodanig verlopen dat ze evenwichtig zijn, waarbij de ene “sub” dus even veel gewicht in de schaal weet te leggen als zijn tegenhanger, zit je meestal wel op de goede weg. Maar mocht je je realiseren dat er maar één kant tegen je spreekt, wees dan op je hoede. Waarschijnlijk is dit het geval wanneer je een bepaald gedrag vertoont waar je last van hebt. Als we in dit verband nog eens even naar Helper en Autonome kijken, dan zou het best wel eens kunnen zijn dat Helper zó sterk ontwikkeld is dat de Autonome geen schijn van kans maakt. In dat geval sta je dan mogelijk dag en nacht klaar om de helpende hand te bieden en weet je van geen ophouden; of liever, je weet niet hoe je nee moet zeggen, met alle gevolgen van dien. Wanneer Helper de boventoon voert en de Autonome elk recht van spreken ontnomen heeft, dan ben je een goede kandidaat voor stress en misschien zelfs ook wel voor een burnout...

Het mooie aan de methode van Voice Dialogue is dat de sessies zodanig zijn opgebouwd dat elk van de “subs” die, afhankelijk van het te behandelen thema, hun opwachting maken, onbelemmerd kunnen vertellen wat hen op het hart ligt, wat hun zorg is en wat volgens hen nodig is om de coachee blij en gelukkig te maken. De coach die dit gesprek begeleidt zorgt ervoor dat de subs en hun tegenhangers zodanig liefdevol in het zonnetje worden gezet dat de coachee te horen en te zien krijgt waaróm bepaalde krachten op deze of gene manier in hem werkzaam zijn. Dit zal hem dan begrip en vooral zelfinzicht opleveren.


Luister eens naar je lievelings dialogen

Ik raad je aan om eens te luisteren naar wat jouw vaste innerlijke gesprekken zijn.  Als HSP’er zit het er dik in dat jouw innerlijke dialogen te maken hebben met de Inner Critic (‘Dat kun je toch niet’, ‘Denk maar niet dat je dat gaat lukken’, ‘Je wordt toch niet teruggebeld’, ‘Zie je wel, ik hád je nog gewaarschuwd’...), met de Perfectionist (‘Heb je alles wel goed nagekeken?’ ‘Is de boel echt goed schoon?’ ‘Je wilt toch niet voor gek lopen, hè?) en met de Helper, zoals we dat in het voorbeeld hierboven al zagen.

Vraag je dan ook eens af wat de specifieke taak van een bepaalde “sub” zou kunnen zijn (Hoe, op welke manier helpt hij je? Wat is zijn goede bedoeling en waartegen probeert hij je te beschermen?). Vervolgens zou je je af kunnen vragen in hoeverre zijn aanwezigheid op dit moment in je leven aangebracht en functioneel is (dat hij je in het verleden werkelijk een dienst bewees wil niet zeggen dat zijn steun, werkwijze en argumenten je nu nog van pas komen). En hoe zit het met de tegenovergestelde “sub”?  Hoe zou je die noemen? (Relax, Ontspanning, Zorg voor jezelf, Vrede, Muziek, Schilder, enzovoort). Neem de rol, kracht en functie van de tegenhanger ook eens goed onder de loep. Wat doet hij precies (of niet) en hoe werkt hij of zou hij het liefste willen werken? Heeft hij misschien een beetje extra aandacht nodig?



Wil je meer weten?

Wil je eens onderzoeken hoe het zit met je eigen “subs”? Lijkt het je een goed idee om op die manier meer inzicht te verkrijgen in je eigen manier van functioneren? Misschien voel je dan wat voor een persoonlijke sessie met mij. In tegenstelling tot het gewone coachen dat heel goed via Skype, Google+ of gewoon per telefoon kan, moet een sessie van Voice Dialogue een persoonlijke sessie in levende lijve zijn. Een sessie duurt ongeveer een uur en kost 50 euro.

Misschien wil je ook meer weten van Voice Dialogue. In dat geval raad ik je het leuke boekje van –o.a.- Berry Collewijn,  “Ik ken mijn ikken” aan.  Overigens, als je op 11 mei in Amsterdam bent, is het Theater van de ikken een prachtige gelegenheid om in de praktijk meer van Voice Dialogue te zien.  En dan is er verder natuurlijk ook het werk van Hal en Sidra Stone, de bedenkers van deze fascinerende methode.

Ik wens je een fijne maartmaand toe!

maandag 4 februari 2013

Hooggevoelig: schaamte en schuld

Tijdens de meest recente ontmoetingsavond voor HSP’ers die ik hier op Mallorca organiseer, hadden we het over illusies en het verwezenlijken van je dromen. Het was een opvallend goed gesprek waarin de deelnemers met grote aandacht naar elkaars verhalen luisterden. Was is het toch ontzettend belangrijk om als hooggevoelige zonder (ver)oordelen met elkaar te kunnen praten en ervaringen uit te kunnen wisselen. Immers, het is telkens weer een enorme bevrijding om te horen hoe anderen dezelfde dingen meemaken. We kunnen zo veel van elkaar leren… 



Iemand, die het over het waarmaken van haar droom had, bracht het thema schuldgevoel ter sprake: 
‘Ik wil zo dolgraag een winkeltje met decoratiematerialen beginnen, daar droom ik nu al jaren van. Het moeilijke is echter dat ik dan veel minder tijd voor mijn man en mijn zoontje zal hebben. Die gedachte bezorgt me zo’n intens schuldgevoel dat ik sterk betwijfel of ik ooit voldoende moed zal kunnen opbrengen om iets voor mijzelf te beginnen.’ 
Geknik van een groot aantal van de aanwezigen. 
‘Ik weet dat ik dringend behoefte heb aan tijd voor mezelf, om alleen te zijn met mijn overpeinzingen en om te mediteren. En dan wordt er voor de zoveelste keer aangebeld en ik wéét dat het alwéér mijn buurvrouw is die haar kinderen bij mij komt droppen omdat ze weer eens boodschappen wil doen. Ze belt nooit van te voren om te vragen of het wel uitkomt, en ik weet gewoon niet hoe ik haar moet zeggen dat ik lang niet altijd zin heb om op te passen. Wat ik dan doe? Nou, ik doe alsof ik niet thuis ben, maar het gevolg is wel dat ik me verschrikkelijk schuldig voel.’ 
In beide gevallen heeft het schuldgevoel duidelijk te maken met aan jezelf (durven) denken. We hebben al snel het gevoel dat we heel egoïstisch zijn wanneer we iets voor onszelf doen. HSP’ers hebben bijna altijd die neiging om voortdurend voor anderen klaar te staan, om te helpen, om te dienen… en als we dan eindelijk eens aan onszelf denken dat steekt vrijwel onmiddelijk dat akelige schuldgevoel, en vervolgens ook de schaamte zijn kop op. 
Is het dan zo verschrikkelijk erg om aan jezelf te denken? Ben je automatisch een slecht mens omdat je eens je eigen behoeften durft te honoreren? En heb je daarmee een ander dan kwaad gedaan? Bovendien, ben jij dan echt wel de énige die de ander een helpende hand kunt bieden? 
Je schuldig voelen en je schamen liggen duidelijk heel dicht naast elkaar. “Egoïsme” geldt nog steeds als iets slechts, als iets wat niet hoort. Als je van kinds af aan te horen hebt gekregen dat ‘je niet zo egoïstisch moet doen,’ dan zit het er dik is dat je, eenmaal volwassen, nog altijd dat berispende stemmetje door je hoofd kunt horen schieten: ‘Doe niet zo egoïstisch!’ En als je dan toch iets doet wat voor ‘jouw’ gevoel zelfzuchtig is, dan is daar onmiddellijk dat schuldgevoel weer om je elk plezier te ontnemen. En dan kun je je ook weer schamen. 
Het is goed om anderen te helpen. Heel goed, zelfs. Sterker nog, ik beschouw het helpen van anderen als iets volkomen vanzelfsprekends. Alleen is het misschien een verstandig idee om nog eens –en met nieuwe ogen- naar die schaal van waardeoordelen te kijken die we doorgaans automatisch, zonder erbij na te denken dus, hanteren. Ik ben er een voorstander van om goed in de gaten te houden hóe ver je wilt en kunt gaan in het behulpzaam zijn. Je hebt een bepaalde hoeveelheid energie tot je beschikking, en het is niet slim om –zeker gedurende wat langere tijd- meer van je krachten te vergeven dan je in staat bent om aan te vullen. Als je maar blijft en blijft geven en je niet de kans krijgt of neemt om je accu op te laden, dan doe je jezelf daar zeker geen plezier mee. Ik hoop dat je als HSP’er goed doordrongen bent van hoe enorm belangrijk het is om die innerlijke accu van je goed in de gaten te houden! 
Hou je krachten dus goed in de gaten. Leer voelen hoe ver je kunt gaan. Voel je dat je aan je grens bent gekomen, of te wel, merk je dat je op het punt bent gekomen dat je meer weg gaat geven dan je opnieuw kunt bijtanken, dan kun je met een gerust hart, en zonder je schuldig te voelen ‘stop!’ zeggen. En als je dan iets voor jezelf doet, iets wat je leuk of fijn vindt, iets wat je weer kracht geeft en waarbij je niemand schade berokkent, dan kun je gerust zijn in het besef dat je doet wat nodig is. Sterker nog: als jij goed voor jezelf zorgt en je dingen doet die je een fijn en prettig gevoel geven, dan garandeer ik je dat je daarmee extra kracht opdoet waarna je nóg beter en nóg effectiever kunt helpen… 
Schuldgevoel en schaamte zijn zogenaamd ‘sociale’ emoties, oftewel, het zijn emoties waarvoor je al dan niet in het echt aanwezige andere mensen nodig hebt. Er zijn boeken over vol geschreven, maar waar het mij op dit moment om gaat is het feit dat de meeste HSP’ers het doorgaans afschuwelijk vinden om midden in de aandacht te staan en ze vaak doodsbang zijn om publiekelijk een flater te slaan. Om dat soort situaties te voorkomen kiest de hooggevoelige mens er nog al eens voor om zich aan te passen aan de behoeften van anderen. Hij streeft naar perfectie, naar het vermijden van fouten en geeft (in meerdere opzichten) doorgaans veel meer van zichzelf cadeau dan hij zich in feite kan veroorloven. En dat alles om zich maar niet schuldig te hoeven voelen en om zich maar niet te hoeven schamen. In de regel kiest de HSP'er vaker voor aanpassen, voor gedrag dat schuldgevoel en schaamte zal voorkomen, dan dat hij kiest voor 'gewoon' spontaan zijn en rekening houden met zijn eigen behoeftes (let wel: je kunt natuurlijk ook spontaan kiezen om te helpen, maar dát bedoel ik nu even niet). 
Ik zou je willen voorstellen om eens wat nader stil te staan bij het soort schuldgevoel dat je krijgt wanneer je nalaat iets goeds te doen wat je in theorie gedaan zou kunnen hebben, of bij dat gevoel dat je krijgt wanneer dat innerlijke stemmetje (de 'saboteur') je laat weten dat je ‘wel weer ontzettend egoïstisch’ was. Vraag je dan eens af wèlk deel van dat gevoel ‘schuld’ is, en wèlk deel ‘schaamte’ omdat je iets slechts zou hebben gedaan. 
Luister eens goed naar dat stemmetje dat je laat weten dat dit soort 'zelfzuchtig' gedrag onaanvaardbaar is… Wie zegt dat eigenlijk? Is het je vader die, toen je als kind ongehoorzaam was, boos en verwijtend tegen je uitviel? Of je moeder? Een andere volwassene uit je kinderjaren? Kreeg je straf omdat je zo ‘egoïstisch’ was? Zou je dan ook eens willen kijken naar het oordeel dat er in dat stemmetje besloten ligt? Het zou wel eens zinvol kunnen zijn om je vervolgens af te vragen in hoeverre dat oordeel, dat je als kleuter te verwerken kreeg, nog steeds van kracht is nu je al lang geen klein kind meer bent. 
Elk kind heeft volwassenen nodig die hem helpen bij het leren onderscheiden van wat goed of niet goed, juist of verkeerd, waar of onwaar is. Maar als volwassene beschik je over voldoende innerlijke autoriteit om je eigen schaal van waarden ontwikkeld te kunnen hebben. Het leven en alles wat je erin tegenkomt leert je wat voor jóu goed of niet goed is. 

Om over na te denken 
Weet je waar je je  vroeger voor schaamde? Waar je je nog altijd voor schaamt? (zo kun je je bijvoorbeeld schamen voor het feit dat je zo gevoelig bent, of verlegen of onzeker. Je kunt je schamen voor een afwijkende nationaliteit, accent of huidskleur, voor slechte rapportcijfers, voor het feit dat je je geen merkkleding kunt veroorloven, voor een (mis)daad die je hebt gepleegd (of die een familielid heeft gepleegd), voor een verslaving, voor het feit dat je in het openbaar bent flauw gevallen, enzovoort, enzovoort... 
Kun je een verband zien tussen je hooggevoeligheid en je schaamte?
Kun je, als HSP’er zijnde, een lijst van voor jou geldende, persoonlijke waarden opstellen?  Wat is voor jou als hooggevoelige mens belangrijk?
Wat zijn je huidige behoeften? Waar liggen je grenzen? Hoe verhouden deze zich tot elkaar?
  
Wat kun je doen om je minder schuldig te voelen? 
  • Neem een gebeurtenis in gedachten, iets wat je hebt gedaan of hebt nagelaten te doen en het schuldgevoel dat je daarover hebt. Bijvoorbeeld: ik wil mijn eigen winkeltje beginnen, maar ik voel me schuldig over het feit dat ik dan minder tijd voor mijn man en kind zal hebben. Vraag je vervolgens af of er iets is wat je zou kunnen doen om je winkeltje wel te beginnen maar je minder schuldig te voelen. 
  • Praat erover. Als we hetzelfde voorbeeld aanhouden, zou het een goed idee zijn om het er eens met je man over te hebben. Breng onder woorden hoe je je het winkeltje voorstelt, wat er volgens jou allemaal bij komt kijken, wat voor jou nodig zou zijn om het toch iedereen (jijzelf inclusief) zo veel mogelijk naar de zin te maken, en vertel ook wat je zorgen zijn. Vaak blijkt dat anderen jouw zorgen helemaal niet (in die mate) delen zodat je je schuldgevoel los kunt laten... 
  • In het geval dat je echt iets hebt gedaan dat niet goed of juist was, en dat gevoelens van berouw en schaamte bij je oproept, zit er eigenlijk niet veel anders op dan dat je al je moed vergaart en om vergeving vraagt, of dat je in ieder geval laat weten dat je er spijt van hebt. Als je dan ook nog kunt vragen of er misschien een manier is om het goed te maken, dan zul je zien hoe daarmee de ‘angel’ uit het schaamte- en schuldgevoel verdwijnt en mogelijk plaatsmaakt voor opluchting.

En mocht je nog meer willen lezen over de macht van de saboteurs, dan beveel ik je de volgende artikelen aan: 

zondag 6 januari 2013