Hij is gemaakt door een HSP-meisje dat hem deelde op: jongeren.hooggevoelig.nl
Het gevoel hebben dat je niet in een hokje past, dat je er nèt niet helemaal bij hoort, dat je dingen verzint die toch waar blijken te zijn, dat de last van de wereld op je schouders drukt. Het gevoel hebben dat je raar bent. Elke hooggevoelige kent het. In dit blog probeer ik je te laten zien dat je weliswaar anders bent, maar dat dit geen handicap hoeft te zijn. De verschillende bijdragen zijn geschreven vanuit mijn ervaring als hoogsensitieve coach gespecialiseerd in hooggevoelige mensen.
Zoeken in deze blog
vrijdag 11 november 2011
Opnieuw een prachtige -korte- video over HSP
Deze video wil ik graag delen, al was het alleen maar voor de muziek. (Weet iemand wie dit zingt?)
maandag 7 november 2011
Irritatie binnen de relatie
Wanneer je als HSP-er je hart verliest, doe je dat doorgaans akuut en intens. Je valt als een baksteen voor je grote liefde. Na een eerste periode van rozengeur en maneschijn komt er een tijd waarin de kleur van je roze bril begint te vervagen omdat je steeds meer kleine en grote ‘gebreken’ bij de ander begint op te merken. Je begint je te ergeren aan dingen als de tube van de tandpasta die lukraak wordt ingeknepen, de wc-bril, lichten die niet worden uitgedaan en meer van dat soort schijnbaar onbeduidend, maar intens irritant gedrag. De ergernis groeit, op een gegeven moment kun je je mond niet langer houden en ga je er iets van zeggen. Je geeft kritiek en als de ander niet ‘luistert’ word je ongeduldig en ga je er ruzie over maken. Loopt de ruzie uit de hand dan ontstaat er een conflict, en een conflict zou wel eens het einde kunnen betekenen van de relatie met degene die –weet je nog?- je grote liefde was. Je zit met een gebroken hart en een enorme dosis onbegrip, verdriet en pijn. Ja, ik weet het, het is een negatief scenario, maar daarom niet minder reëel.
Ik weet ook dat het de meesten van jullie bekend in de oren klinkt. In de jaren dat ik als coach met HSP’ers werk, heb ik heel wat van dit soort verhalen gehoord. Natuurlijk is verliefd worden en je irrititeren niet het voorrecht van de HSP’er, maar bij de hooggevoeligen vallen wel bepaalde karakteristieken op, zoals die enorme heftige manier van je hart verliezen en de vurige overtuiging dat je –eindelijk- je tweelingziel hebt gevonden. Daarnaast zijn sommige irritaties die je kunt voelen rechtstreeks het gevolg van je hooggevoelig zijn. Je kunt hierbij denken aan geluiden die de ander maakt, zijn of haar slordigheid, luchtjes die je aanvankelijk niet stoorden maar die op een gegeven moment gaan overheersen… En zo kun je er zelf vast nog wel een aantal noemen. En wat vervolgens nog typisch voor de HSP’er is, is dat hij zijn irritaties aanvankelijk probeert te beredeneren en te negeren, en dat hij er niets van durft te zeggen uit angst voor ruzie of –nog veel erger- voor een conflict (met het risico van het verlies van de partner).
Het merendeel van de HSP’ers is huiverig voor conflicten. Ik kan jullie vertellen dat ik mezelf vroeger graag uitgaf voor pacifiste. Dat was in de tijd dat ik nog niets van HSP wist of zelfs ook maar het vermoeden had dat ik ‘er ook zo eentje was.’ Ik had er geen idee van dat een hooggevoelige panisch kan zijn voor alles wat ook maar enigszins naar confrontatie of conflict riekt. Later echter besefte ik dat ik mezelf eigenlijk alleen maar pacifiste had genoemd omdat ik daarmee het ideale excuus had om elke vorm van conflict uit de weg te gaan. (Tussen twee haakjes, ik noem mezelf nog steeds pacifist, maar nu vanuit een heel ander perspectief).
Nadat ik me uitvoerig met het thema HSP had bezig gehouden, verdiepte ik me in alles wat met conflicten te maken heeft – hoe ze ontstaan, wat hun dynamiek is, hoe je ze kunt voorkomen en, vooral, hoe je ze kunt oplossen- en ik kan jullie verzekeren dat het een uiterst boeiende materie is.
Wanneer een HSP’er in een conflict is beland voelt hij zich doorgaans aangevallen en uiterst kwetsbaar en weet hij niet goed hoe hij zich moet verdedigen. Zo kan het gebeuren dat de andere partij de stem verheft, een reeks verwijten of beschuldigingen uit en op meerdere manieren zijn best doet om de HSP’er te overtroeven of van zijn gelijk te overtuigen. Je hebt mensen die erg ver gaan om bij een conflict als overwinnaar uit de bus te komen. Ik ken verhalen over de meest onvoorstelbare leugens, mishandelingen en pesten. Hoe agressiever de aanval, des de meer de HSP’er dichtslaat en blokkeert. Hij zal proberen het probleem te negeren. Wanneer dat niet mogelijk is, is hij in staat de ander gelijk te geven, of kan het zelfs gebeuren dat hij de ander gaat geloven en de schuld op zich neemt. Het andere uiterste is dat hij zich slachtoffer gaat voelen; hij beschikt immers niet over de handvatten om het voor zichzelf op te nemen.
Wat kun je doen?
Om te beginnen raad ik je aan om zo veel mogelijk te genieten van die initiële verliefdheid, al is het misschien toch wel verstandig om niet meteen ál te hard van stapel te lopen. Het hoeft niet per se ‘alles of niets’ te zijn. Maar dan, wanneer je na de aanvankelijke euforie van die kleine irritaties bij jezelf begint op te merken, is het zaak op goed op te letten. Deze gevoelens, die je mogelijk als ‘aanstelleritus’ van de hand probeert te doen, vormen later vaak de aanleiding tot ruzies. Stop deze ergernissen over het gedrag van je partner (of van een collega!) dus niet weg, onderdruk ze niet, maar kijk ernaar, onderzoek ze en probeer te ontdekken waar ze vandaan komen. Probeer na te gaan waaróm het je zo waanzinnig maakt dat de ander nóóit zijn rommel opruimt. Verplaats je dan ook eens in de ander en vraag je af waarom hij of zij dit of dat doet. In verreweg de meeste gevallen doet hij dat echt niet om je te irriteren! Doorgaans zal deze manier van naar jezelf en naar de ander kijken voldoende zijn om de ergernis te laten verdwijnen.
Gaat het geïrriteerde gevoel echter niet weg en blijft die vervelende kritiek maar aan je knagen, dan is het misschien een goed idee om ook eens naar je manier van communiceren te kijken, want uiteindelijk zit er niet veel anders op dan er met je partner over te praten. Onthou: je kunt een probleem negeren, maar het gaat er niet van weg; het wordt er juist alleen maar groter en hardnekkiger van. Een manier van communiceren die ik zelf erg goed en duidelijk vind, is de zogenaamde Non Violent Communication. Een andere, daarop gebaseerde techniek, is de volgende:
- Laat je partner weten dat je een gesprek met hem/haar wilt. Trek jullie agenda’s en kies een tijdstip dat jullie alle twee goed uitkomt. Voorkom dringende en belangrijke afspraken ervoor of erna, want die zorgen alleen maar voor extra spanning en emotionele belasting.Als het moment is aangebroken zullen jullie een paar gespreksregels moeten afspreken, en het is erg belangrijk om je daar ook aan te houden. Kom bijvoorbeeld overeen dat ieder vijf of tien minuten krijgt om het woord te voeren zonder dat hij door de ander in de rede wordt gevallen. Eerst krijgt de een de beurt, daarna de ander. Ook is het belangrijk om af te spreken dat ieder kan praten zonder dat de ander daar spottende of kritische geluiden bij maakt of gezichten trekt. Streef naar oprechte interesse en belangstelling voor de ander.
- Het is een goede gewoonte om dit soort gesprekken te beginnen met een vorm van ritueel waarbij elk –om de beurt- zijn liefde, genegenheid, bewondering en respect voor de ander onder woorden brengt en eigenschappen noemt die hij in de ander waardeert.
- Elk praat uitsluitend vanuit zijn eigen ‘ik’ en waakt ervoor de ander te beschuldigen. Streef naar objectieve en exacte zinnen in de trant van: ‘Toen ik vanochtend zag dat het dopje niet op de tandpastatube zat, voelde ik me op slag enorm geïrriteerd, want datzelfde had ik gisteren en eergisteren ook al vastgesteld. Wanneer ik dat zie, ergert me dat, want dan denk ik altijd meteen aan de tandpasta die ligt uit te drogen en aan dat uitgedroogde stukje dat je dan moet weggooien, en ik hou nu eenmaal niet van weggooien.’ Of: ‘Dan erger ik me, want ik moet die glasplaat schoonmaken en dat dopje kost me extra werk.’ Maak de ander kenbaar dat dit echt een belangrijke behoefte van jou is, en dat je die behoefte graag gehonoreerd ziet.
- Het is van belang dat jij en je partner goed beseffen dat dit soort gesprekken geen gelegenheid biedt voor het spuien van allemogelijke soorten kritiek of verwijten. De opzet van dit soort gesprekken is het dieper doordringen in de denk- en belevingswereld van de mens die je liefhebt. Het gaat om het ontwikkelen van wederzijnds begrip en om de versteviging van jullie band.
Natuurlijk zijn er ook relaties waarbinnen deze vorm van preventieve acties niet (meer) mogelijk is omdat de aanvankelijke ergernis al tot conflict is geëscaleerd. Wat kun je doen wanneer iemand je voortdurend beledigt? Ik heb een cliënte, Isabel, die zichzelf heeft aangeleerd om op dat soort momenten in de lach te schieten en iets te zeggen in de trant van , ‘Och, meen je dat echt?’ Volgens haar werkt dat in de regel uitstekend omdat de ander zo’n reactie niet van je verwacht, je hem ermee op het verkeerde been zet en de negatieve lading van de boodschap wordt beentjegelicht. Je kunt het proberen en zien of het voor jou werkt.
Zelf ga ik echter nog graag een stapje verder. Ik ben namelijk van mening dat het aan jouzelf is om je aangesproken of beledigd te voelen. Je kunt ervoor kiezen om een nare opmerking niet persoonlijk op te vatten. Dit zal ik nader uitleggen. Dat iemand je uitmaakt voor zwakkeling of voor wat dan ook, betekent nog helemaal niet dat je ook werkelijk een zwakkeling zou zijn. Het enige wat het zegt is dat die ander jou als zwakkeling ziet, en dat doet hij duidelijk omdat hij jouw gedrag met het zijne vergelijkt en omdat hij vindt dat je best wel eens wat steviger in je schoenen zou mogen staan. Zoals hij denkt dat hij dat zelf doet, dus. Denk er echter wel aan dat het misschien toch geen kwaad kan om je af te vragen of het mogelijk handig zou zijn om, samen met een coach, eens wat technieken te leren die je helpen wat beter voor jezelf op te komen.
Hoe gekwetst je je ook mag voelen door iets wat je van een ander te horen hebt gekregen (nogmaals, je kunt ervoor kiezen om je wel of niet gekwetst te voelen) het is belangrijk dat je één ding nooit doet: dichtslaan en niets terugzeggen. Als HSP’er zul je daar de neiging toe hebben, maar ik geef je de garantie dat je de situatie hier alleen nog maar mee verergert. Heus, ik begrijp dat je dichtslaat, ik begrijp dat je je zó gekwetst voelt dat je gewoon niet bij machte bent om te reageren, maar het is van belang dat je beseft dat je de ander hiermee alleen nóg maar bozer maakt. Als die ander geen HSP’er is dan zit het er dik in dat hij jouw reactie gewoon niet begrijpt. Wat dan?
Doe een beroep op die aangeboren kwaliteit die je als HSP’er hebt: je empatische vermogen. Probeer je, hoe moeilijk dat op zo’n moment ook kan zijn, te verplaatsen in de positie van de ander, haal diep adem en zeg: ‘Ik heb je gehoord. Op dit moment kan ik er helaas niet op ingaan. Als je wilt kunnen we het er op een later tijdstip over hebben.’ Je zult dan natuurlijk wel een afspraak moeten maken voor dat gesprek, want het is belangrijk om problemen uit te praten. Ook in dát gesprek is het een goed idee om aan het begin regels af te spreken om elkaar om de beurt aan het woord te laten, geen kritiek op elkaar te hebben en uitsluitend te vertellen hoe een bepaalde situatie op jou overkomt. Ook zou je kunnen overwegen om dit soort gesprek schriftelijk te voeren.
Vind je het erg moeilijk om zo’n gesprek te voeren, roep dan de hulp in van een familielid of een goede vriend(in). Of denk eens aan de mogelijkheid van het inhuren van een mediator. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, is een mediator iemand die geen standpunt inneemt, geen oplossingen bedenkt en geen beslissingen neemt. Dat doen jullie zelf. De mediator is alleen maar begeleider en bewaker van het proces. Een door de partijen zelf gevonden oplossing is vaak beter dan een opgelegde oplossing van bijvoorbeeld een rechter. De mediator kiest geen partij, maar blijft onafhankelijk en neutraal. Een mediator die HSP’er is heeft er begrip voor dat je conflicten moeilijk en bedreigend vindt, dat je je geremd voelt in het uiten van je gevoelens en hij of zij zal zijn best doen om ervoor te zorgen dat je net zo veel gelegenheid krijgt om je verhaal kwijt te kunnen als de persoon met wie je een conflict hebt.
Ten slotte wijs ik je er dan nog graag op dat ik als als HSP-coach beschikbaar ben voor individuele sessies en groepswerk, terwijl ik als bij het NMI-geregistreerde mediator gekwalificeerd ben om bij relatieconflicten te bemiddelen. Neem voor verdere informatie contact op via: coachkarina@gmail.com of bel: 030-6954774
donderdag 6 oktober 2011
Bouw je muren of bouw je bruggen?
‘We bouwen muren in plaats van bruggen. Geen wonder dat we ons eenzaam voelen.’
Soms heb je van die uitspraken die je echt treffen, en dat overkwam me met dit citaat van Joseph Newton. Zoals jullie misschien wel weten verzamel ik uitspraken waardoor ik me als HSP’er voel aangesproken, en in dat opzicht is dit echt een juweeltje.
Vanaf onze geboorte tot in onze kleuterjaren zijn we totaal open naar de wereld toe. We zuigen alles met grote gretigheid in ons op en hebben nog geen last van oordelen en van die akelige stemmetjes die ons voortdurend laten kiezen tussen wat ons in een bepaalde context als goed of slecht voorkomt. In die fase vertrouwen we nog volledig en zonder ook maar één vraagteken op de volwassenen die ons verzorgen en die over onze veiligheid waken. Alles wat we in onze eerste levensjaren doen –onderzoeken, leren, luisteren en zeggen- doen we vanuit het hart en vanuit de zuiverheid van het kind.
Beetje bij beetje worden we ‘wijzer’. Als HSP’er komen we er al snel achter dat er een aantal dingen zijn die ons niet al te best bekomen. Maar toch, er zit niets anders op dan je zo goed en zo kwaad als het gaat aan te passen, ook al doet het af en toe flink pijn. Denk in die zin maar eens aan al die vriendjes en vriendinnetjes die we hadden en die ons vertrouwen uiteindelijk toch niet helemaal waard bleken te zijn. Voor wat die vriendjes en vriendinnetje betreft gaat onze voorkeur doorgaans uit naar de wat rustigere kinderen en hebben we het niet zo op met de echte druktemakers. Als kleuter, en later misschien ook nog wel, moeten we relatief snel huilen, zijn we snel moe en trekken we ons alles –vooral de onrechtvaardigheden- sterk aan.
Het is niet ondenkbaar dat we thuis te horen krijgen dat we ons niet zo moeten aanstellen, dat het leven nu eenmaal zo is. Op school worden we mogelijk uitgemaakt voor verlegen of voor ‘schijtlaars’. Misschien zijn we ook wel het slachtoffer van pesterijen. We krijgen klapjes en klappen te incasseren, en daarbij het zijn vooral de emotionele opdonders die diepe sporen achterlaten in onze tere kinderziel. En omdat we steeds minder kunnen rekenen op de bescherming van onze volwassen verzorgers, zit er meestal niets anders op dan dat we onszelf gaan beschermen, en dat doen we dan door het optrekken van een denkbeeldige muur waarachter we ons gevoelige ikje kunnen verstoppen.
En als die muur eenmaal staat, kunnen er twee dingen gebeuren. Aan de ene kant heb je HSP’ers die het vermogen hebben hun eigen wezen veilig achter die muur te houden en daar te verzorgen en te voeden, terwijl ze zich naar buiten toe sterker en minder gevoelig voordoen. Ja, heus, er zijn HSP’ers die dat kunnen. Maar je hebt ook HSP’ers die zich voortdurend achter die muur verschuilen omdat ze met de beste wil van de wereld niet de kracht kunnen opbrengen om erachter vandaan te komen en zich te verbinden met de wereld die voor hen gelijk staat aan intens lijden. Door mijn werk als coach ken ik beide types, maar het zal duidelijk zijn dat de meerderheid van hooggevoelige mensen zich ergens tussen deze beide uitersten in bevindt en dat velen geleerd hebben zich meer of minder zichtbaar op te stellen al naar gelang het gezelschap waarin zij zich bevinden en de mate van vertrouwdheid die daarvan deel uitmaakt.
De muur als gereedschap om jezelf achter terug te trekken is voor een HSP’er echter een vertrouwd mechanisme, en een rechtstreeks gevolg van jezelf op die manier ‘verstoppen’, is eenzaamheid. De PAS die zijn ware ik met zijn rijke innerlijk leven slechts achter de muur durft te ontmoeten omdat hij de buitenwereld een sterk gezicht laat zien, is even eenzaam als de zich steevast verschansende hooggevoelige die het wereldleed ondraaglijk vindt .
Een hooggevoelige toont zijn ware ik doorgaans niet zomaar. Laat vooral niet zien wie je echt bent, want daarmee maak je je onnodig kwetsbaar, is zijn motto. Hij heeft geleerd dat het verstandiger is om jezelf te beschermen dan om met een ander mens echt contact te maken. Hij heeft geleerd om veelmeer op de muur (veiligheid) te vertrouwen dan op onze behoefte als mens om lief te hebben, bemind te worden en gerespecteerd te worden zoals we zijn. En dat beseffende, is het dan zo gek dat er zo enorm veel mensen verschrikkelijk eenzaam zijn?
Hoe zou je het vinden om die muur af te breken en dezelfde stenen te gebruiken om er, steentje voor steentje, een brug van te bouwen?
Als jij zo’n HSP’er bent die achter een muur leeft, dan is het logisch dat dit je enige referentie is – want wie veilig verschanst leeft doet niet echt mee aan het leven. Veilig beschut achter je muur gaat het leven als het ware aan je voorbij. Veilig, van achter je muurtje, is het ook heel gemakkelijk om de rest van de wereld de schuld te geven van al je problemen – immers, je zult alles wat je overkomt als een aanvalop jouw persoon beleven. Je hebt een waanzinnige behoefte aan liefde en respect, maar ondertussen word je alleen maar eenzamer. Als je verstopt achter je muur leeft kunnen de anderen je niet zien, en als je niet te zien bent (je láát je immers niet zien), hoe kan iemand dan ooit van je houden? Net zo, als je niemand binnenlaat, kun je ook niet zien hoe de ander in werkelijkheid is. Je dénkt dat je de anderen ziet, maar de muur leidt tot een vertekend en onvolledig beeld.
Iedereen is zoals hij is, iedereen is verantwoordelijk voor zijn daden, voor zijn gedachten en voor zijn gevoelens. Vanuit die optiek is het misschien een goed idee om de brug te gebruiken als gereedschap om, als gelijke tot gelijke, met elkaar contact te maken. De hooggevoelige mens is van nature empatisch, maar echt luisteren is toch vaak iets wat nog geleerd moet worden. Een goed begin in die zin is een oprechte en diepe belangstelling voor de mens met wie je in gesprek bent of wilt komen; noem het een gezonde nieuwsgierigheid. Maar wees vooral ook empathisch en belangstellend naar jezelf toe. Oordeel niet te hard, want leren gaat met vallen en opstaan. Een muur verandert heus niet in één dag in een brug: het is een proces.
Ik zeg niet dat het een pijnloos proces zal zijn. Groeipijnen horen erbij. En ik zeg óók niet dat iederéén je beste vriend of vriendin moet worden, maar probeer nu eens de positieve punten van een ander te ontdekken in plaats van al die negatieve kanten die je zo graag anders zou willen zien omdat je er zo onzeker van wordt. En ja, echt, iederéén heeft positieve kanten.
Blijf je je verschansen achter je muur omdat dat zo lekker veilig voelt, dan is de kans groot dat je je eenzaam zult blijven voelen. Maar durf je het aan de brug te bouwen, dan zal die eenzaamheid geleidelijk aan verdwijnen. En dat brengt me bij een ander, overbekend citaat van Gandhi:
‘Wil je de wereld veranderen, begin dan bij jezelf.’
dinsdag 13 september 2011
"Ik ben hoogsensitief"
"Ik ben hoogsensitief" is een mooi, teder verslag van een hooggevoelig meisje.
Je mag dit filmpje kopiëren, verspreiden en doorgeven als je TV.Klasse vermeldt als bron en linkt naar het filmpje op de website van Klasse.
Je mag dit filmpje kopiëren, verspreiden en doorgeven als je TV.Klasse vermeldt als bron en linkt naar het filmpje op de website van Klasse.
woensdag 7 september 2011
HSP, AD(H)D en PDD-NOS, temperament of stoornis?
Enkele dagen dagen kreeg ik een artikel onder ogen dat mijn aandacht trok. Het betreft een doctoraalscriptie van B.D.H. de Jong uit 2010 doctoraalscriptie waarin deze stilstaat bij het feit dat er voor wat Europa betreft vooral in Nederland steeds meer kinderen met een stoornis als AD(H)D en/of PDD-NOS worden gediagnosticeerd. De Jong vroeg zich af of dit te maken heeft met het “rugzakje” en de bijbehorende voordelen, of dat er misschien iets anders aan de hand is. Wat is, zo vraagt hij zich af, eigenlijk de relatie tussen hooggevoeligheid en AD(H)D en PDD-NOS? Is er in alle gevallen sprake van een stoornis?Wat duidelijk uit het onderzoek blijkt is dat hooggevoelige kinderen opvallend hoger scoren op ADHD en ADD, en ook op de problematiek van PDD-NOS, dan niet hooggevoelige kinderen. Bovendien bestaat er een sterke overlap in het gedrag van de HSP’ers en het profiel dat bij de betreffende stoornissen hoort. Maar hoe duidelijk is duidelijk? De diagnostiek zoals deze momenteel gehanteerd wordt lijkt tot niet geheel eenduidige resultaten te komen, en in die zin is het waarschijnlijk geen al te vergezochte gedachte dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat kinderen het stempel van AD(H)D of PDD-NOS krijgen opgedrukt terwijl ze ‘alleen maar’ hooggevoelig zijn en niet goed met die hooggevoeligheid om kunnen gaan.
‘Waakzaamheid tijdens de diagnostiek,’ zegt de Jong uiterst terecht, ‘is geboden.’ Hij geeft bovendien aan dat ‘de diagnostiek zich vooral richt op het identificeren van symptoomgedragingen en geen nader onderzoek verricht naar de oorzaak van de stoornis of ziekte.’
Luidt de diagnose AD(H)D of PDD-NOS, dan komt een kind in aanmerking voor een ‘rugzakje.’ Aan het rugzakje kleven voor- en nadelen. Een rugzakje is positief in de zin van recht op speciaal onderwijs en extra zorg. Dat is uiteraard mooi meegenomen, en helemaal wanneer het kind inderdaad een stoornis heeft. Maar een kind dat hooggevoelig is en het stempel van een mentale stoornis krijgt opgeplakt, gaat zich naar dat stempel gedragen en zal onderpresteren. Het is nu eenmaal zo dat een label stigmatiseert. En dan hebben we het nog niet eens over de medicatie. Ik ben niet degene om te beoordelen of het correct is om een kind met ADHD Ritalin of andere geneesmiddelen voor te schrijven, maar het mag duidelijk zijn dat middelen met sterke bijwerkingen niet gegeven behoren te worden aan een kind dat ‘alleen maar’ hooggevoelig is.
Het lijkt me geen slecht idee om bij een diagnose van een mentale stoornis op zijn minst één second opinion te vragen. En in alle eerlijkheid is het misschien ook geen slecht idee om bij het oordeel “hooggevoeligheid” heel alert te blijven en goed te observeren. De verschillen mogen dan klein zijn, de gevolgen zijn dat zeker niet.
‘Waakzaamheid tijdens de diagnostiek,’ zegt de Jong uiterst terecht, ‘is geboden.’ Hij geeft bovendien aan dat ‘de diagnostiek zich vooral richt op het identificeren van symptoomgedragingen en geen nader onderzoek verricht naar de oorzaak van de stoornis of ziekte.’
Luidt de diagnose AD(H)D of PDD-NOS, dan komt een kind in aanmerking voor een ‘rugzakje.’ Aan het rugzakje kleven voor- en nadelen. Een rugzakje is positief in de zin van recht op speciaal onderwijs en extra zorg. Dat is uiteraard mooi meegenomen, en helemaal wanneer het kind inderdaad een stoornis heeft. Maar een kind dat hooggevoelig is en het stempel van een mentale stoornis krijgt opgeplakt, gaat zich naar dat stempel gedragen en zal onderpresteren. Het is nu eenmaal zo dat een label stigmatiseert. En dan hebben we het nog niet eens over de medicatie. Ik ben niet degene om te beoordelen of het correct is om een kind met ADHD Ritalin of andere geneesmiddelen voor te schrijven, maar het mag duidelijk zijn dat middelen met sterke bijwerkingen niet gegeven behoren te worden aan een kind dat ‘alleen maar’ hooggevoelig is.
Het lijkt me geen slecht idee om bij een diagnose van een mentale stoornis op zijn minst één second opinion te vragen. En in alle eerlijkheid is het misschien ook geen slecht idee om bij het oordeel “hooggevoeligheid” heel alert te blijven en goed te observeren. De verschillen mogen dan klein zijn, de gevolgen zijn dat zeker niet.
vrijdag 5 augustus 2011
Ben je impulsief of juist niet?
‘Ik draaf vaak door en ben dan niet te stoppen. Dan heb ik ergens mijn zinnen op gezet, en rust ik niet voor ik het ook heb. En vervolgens komt vaak de spijt. Is dit soort impulsieve gedrag wel normaal voor een HSP’er?’ Met deze vraag verscheen Nuria op haar eerste consult.
Ze is niet de eerste die bij me komt met een vraag over impulsiviteit, en zo op het eerste gezicht lijken impulsief gedrag en hooggevoeligheid niet bij elkaar te passen. Sterker nog, het lijkt zelfs met elkaar in tegenspraak. Laten we eens kijken hoe het zit.
Aan de ene kant hebben we te maken met het beeld van de HSP’er die erg lang nodig heeft voor hij zover is dat hij een beslissing kan nemen. Dat komt dan doordat hij zo’n enorme hoeveelheid sensoriale informatie binnenkrijgt dat hij door de bomen het bos niet meer kan zien en blokkeert. Het enige wat hij in zo’n geval kan doen is zich terugtrekken, rusten, een eind gaan lopen of iets dergelijks om alle gegevens te verwerken en een plaatsje te geven. Afstand nemen van de brei aan informatie zorgt er vaak voor dat je de boel vanuit een nieuwe invalshoek kunt bekijken en er ineens toch weer greep op krijgt. Het kan echter ook voorkomen dat de lijst van voor- en tegens zólang wordt dat je opnieuw overweldigd raakt, blokkeert en ervoor kiest om de belissing op de lange baan te schuiven.
En dan nu het geval van Nieves. Ze had echt last heeft van haar impulsiviteit en ze vertelde hoe ze er meer dan eens door in de problemen kwam. Het gebeurde regelmatig dat ze dingen kocht die ze eigenlijk helemaal niet wilde hebben of nodig had, en bovendien was ze ‘in een opwelling’ getrouwd met een man van wie ze, zo bleek al snel na het huwelijk, helemaal niet hield. In de loop van de coachingssessies kwamen we erachter hoe ze, wanneer ze iets tegenkomt dat beantwoordt aan een –vermeende- behoefte of noodzaak van haar (natuurlijk betreft het in de meeste gevallen een behoefte of noodzaak waar ze zich niet ècht van bewust is) ze zichzelf bij wijze van spreken al meteen heerlijk ontspannen met een fijn boek op die mooie nieuwe bank ziet zitten, of dat ze zich al helemaal die superinteresante opleiding ziet doen die ze zich werkelijk helemaal niet kan veroorloven, of dat ze de heerlijkste lange wandelingen maakt met een hond die in de publicatie van het plaatselijke asiel haar aandacht trok en waarvoor ze natuurlijk helemaal geen tijd heeft. En dan hebben we het nog maar niet eens over dat ze zich al meteen stralend gelukkig getrouwd zag met de man die ze nog maar net kende en van wie ze heel zeker wist dat hij haar ware Jacob was. De man die een emotionele chanteur met wel erg losse handen bleek te zijn.
Een HSP’er beschikt in de regel over een grote dosis fantasie. Dat is een kwaliteit die hem of haar juist tot levenskunstenaar kan maken. Veel HSP’ers hebben vaak uitstekende en geïnspireerde ideeën. Maar wanneer we zo’n idee, zo’n intuïtie, rechtstreeks omzetten in de daad zonder eerst eens te kijken of de boel wel haalbaar is, lopen we een flink risico ons te vergissen.
We danken ons menszijn aan het feit dat we over drie zielekwaliteiten beschikken: het vermogen om te denken, het vermogen om emoties te beleven en het vermogen om gedachten en emoties om te zetten in daden. In het ideale geval zijn deze drie facetten met elkaar in evenwicht. Gevoelens geven aanleiding tot gedachten, gedachten geven aanleiding tot handelen en omgekeerd. Zeggen we ‘gevoelens’ dan denken we daarbij aan het hart, zeggen we ‘handelen’ dan denken we aan de ledematen en zeggen we ‘denken’ dan denken we natuurlijk aan het hoofd.
Hebben we het over een ‘evenwichtig iemand’ dan hebben we het in feite over iemand die leeft vanuit een innerlijke balans tussen zijn gevoelsleven, zijn manier van denken en zijn optreden. Een verstoring in deze balans kan situaties zoals die van Nieves tot gevolg hebben, maar ook het beeld van de ‘eeuwige twijfelaar’ opleveren. De meeste HSP’ers hebben een rijk gevoelsleven, sterker nog, het zijn vaak mensen die zich in eerste instantie laten leiden door hun gevoel. Hun gevoel is hun motor, kunnen we zeggen. Het valt niet mee om een evenwicht te bereiken wanneer je al veel van de tot je beschikking staande krachten weggeeft aan heftige emoties (want die vreten kracht!), en vaak zien we dan ook nog dat de krachten die overblijven niet evenredig verdeeld worden over de andere twee gebieden –die van het denken en die van het handelen- maar als het ware naar één kant worden gezogen. Dit leidt dan tot een eenzijdigheid in de zin van dat iemand blokkeert door een te veel peinzen zonder dat er een beslissing kan worden genomen (voelen en denken zonder handelen), of wel dat iemand juist heel impulsief is (voelen en handelen zonder denken).
Terugkerend naar de vraag van Nuria, of impulsief gedrag normaal is voor een HSP’er, moeten we zeggen dat het een mogelijkheid is, dat er inderdaad impulsieve HSP’ers zijn, maar dat in de praktijk de meeste hooggevoeligen toch naar de andere variant, die van de aarzelaar, neigen. Wat ook voorkomt is dat je als HSP’er nu eens het ene gedrag, en dan weer het andere gedrag vertoont, afhankelijk van het soort situatie waarmee je geconfronteerd wordt.
In beide gevallen hebben we te maken met een verstoorde balans waar, gelukkig, iets aan de doen valt. Er bestaan coachingstechnieken en vormen van (kunstzinnige) therapie die uitermate geschikt zijn voor het terugvinden van het innerlijk evenwicht. De eerste stap is echter dat je je bewust wordt van wat er innerlijk bij je speelt, dat je je manier van reageren leert herkennen en bekijkt wanneer dit zich voordoet en onder welke omstandigheden.
Mocht je een hooggevoelige coach zoeken die je kan helpen bij het hervinden van je innerlijk evenwicht, aarzel dan niet om vrijblijvend contact met mij op te nemen.
donderdag 14 juli 2011
Trend
De almaar sterker wordende trend van (zeer) kortstondinge relaties en oppervlakkige seks om de seks alleen is, op intermenselijk niveau, hetzelfde als de aanschaf van wegwerpprodukten op het materiële vlak.
Abonneren op:
Posts (Atom)